GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.310.843/02 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 510630) beschikking van 19 juli 2022 op het verzoek tot schorsing inzake [verzoekster] , wonende te [woonplaats1] ,verzoekster, verder te noemen: de moeder, advocaat: mr. G.J.P.C.G. Verheijen te Nijmegen, en [verweerder] , wonende te [woonplaats2] , verweerder, verder te noemen: de vader, advocaat: mr. A. Sangar te Rotterdam. Als overige belanghebbende is aangemerkt: de gecertificeerde instelling Stichting Samen Veilig Midden-Nederland, gevestigd te Utrecht, verder te noemen: de GI. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 26 januari 2021 en 9 maart 2022, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. Bij de beschikking van 9 maart 2022 heeft de rechtbank als voorlopige zorgregeling, die geldt totdat partijen in overleg met de GI een andere regeling overeenkomen of de rechter een andere regeling bepaalt, vastgesteld: [de minderjarige] , geboren [in] 2014 te [plaats1] , en de vader hebben met ingang van vandaag één keer per 14 dagen omgang met elkaar onder begeleiding van de GI of een andere professionele instantie, waarbij de GI bepaalt hoe en in welk tempo wordt toegewerkt naar de bij beschikking van 26 januari 2021 vastgestelde voorlopige zorgregeling van één keer per 14 dagen 2 uur omgang; de GI bepaalt in welk tempo en op welke wijze deze regeling vervolgens verder wordt uitgebreid en of de omgang nog langer begeleid moet worden. De rechtbank heeft verder bepaald dat de moeder een dwangsom verbeurt van € 150,- voor elke keer dat zij geen medewerking aan de zorgregeling onder 4.1. verleent, met een maximum van in totaal € 10.000,- en dat de moeder één keer per maand een e-mail of brief van tenminste 200 woorden zal sturen aan de vader over: de gezondheid van [de minderjarige] , hoe het met hem gaat op school, zijn hobby's, en andere onderwerpen die de ontwikkeling van [de minderjarige] betreffen. De rechtbank heeft verder bepaald dat de moeder elke maand een recente foto van [de minderjarige] aan de vader zal sturen. De rechtbank heeft de voormelde beslissingen over de zorg- en informatieregeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en iedere verdere beslissing aangehouden. 2. Het geding in hoger beroep in de hoofdzaak en met betrekking tot het verzoek tot schorsing 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het beroepschrift tevens verzoek tot schorsing met producties, ingekomen op 10 mei 2022; - het verweerschrift van de vader tegen het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaar bij voorraad verklaring; - een journaalbericht van mr. Verheijen van 27 juni 2022 met producties. 2.2 De mondelinge behandeling heeft op 4 juli 2022 plaatsgevonden. Aanwezig waren: - de moeder, bijgestaan door haar advocaat, - de vader, bijgestaan door zijn advocaat, - twee vertegenwoordigers van de GI, De raad voor de kinderbescherming was met bericht vooraf niet aanwezig. 3De motivering van de beslissing 3.1 Aan de orde is het verzoek van de moeder schorsing te bevelen van de werking van de bestreden beschikking, voor zover het de onder 1 genoemde beslissingen betreft. De vader voert hiertegen gemotiveerd verweer. 3.2 Aangezien tijdens de mondelinge behandeling enkel de werking van de bestreden beschikking ten aanzien van het contactherstel aan de orde is gesteld gaat het hof ervan uit dat het schorsingsverzoek zich daartoe beperkt zodat een oordeel over de (werking van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.