GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.292.426/01 CJIB-nummer : 231851051 Uitspraak d.d. : 28 januari 2022 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 18 maart 2021, betreffende [de betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats] . De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling
- Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 152,- voor: “overschrijding maximum snelheid op autosnelwegen, met 18 km/h (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 11 februari 2020 om 15:45 uur op de A2 LI (hmp 234.
- Borden bij 235.5) in Born met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
- De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat het gaat om flexibele bebording, die vóór de pleeglocatie stond. De ambtenaar kon deze bebording niet zien vanaf de meetlocatie en kon derhalve, zo stelt de gemachtigde, niet weten welke snelheid hierop aangegeven stond. De betrokkene betwist dat de bebording 100 km/h aangaf. De gemachtigde stelt dat een schouwrapport cruciaal is om vast te stellen dat de gedraging daadwerkelijk is verricht.
- Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
- De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht houdt in dat met behulp van een voor de meting geteste, goedgekeurde en op de voorgeschreven wijze gebruikte mobiele radarapparatuur is geconstateerd dat met het voertuig met voormeld kenteken op voormelde datum, tijd en plaats ter hoogte van hmp 234.67 met een gecorrigeerde snelheid van 118 km/h uur is gereden, terwijl de maximum snelheid aldaar 100 km/h bedraagt.
- Voorts bevindt zich in het dossier een foto waarop een voertuig met voornoemd kenteken is te zien. In de databalk onderaan de foto is weergegeven op welke datum en tijdstip de foto is gemaakt.
- De advocaat-generaal heeft de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd gevraagd nadere informatie te verschaffen omtrent de flexibele bebording. Uit informatie die de ambtenaar van de wegbeheerder heeft ontvangen blijkt het volgende. Bij een open spitsstrook is de maximumsnelheid 100 km/h. Indien de spitsstrook ter plaatse gesloten was geweest, dan had er een maximum snelheid van 130 km/h gegolden. De stand van de rotatiepanelen (ook wel kantelwalspanelen of -borden genoemd) wordt geregistreerd in het verkeersignaleringssysteem. Ten tijde van de gedraging was de spitsstrook ter plaatse om 05:46 uur geopend en gaven de rotatiepanelen die de betrokkene bij hmp 235.5 is gepasseerd een maximum snelheid van 100 km/h aan.
- Het hof ziet geen aanleiding om aan de bovengenoemde gegevens te twijfelen. Dat de gedraging is verricht, staat naar het oordeel van het hof dan ook vast.
- Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen. De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter; wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af. Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.