GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem, afdeling civiel zaaknummer gerechtshof 200.309.342 zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, 391171 beschikking in het incident van 30 augustus 2022 in de zaak van Stichting Bureau Krediet Registratie, die is gevestigd in Tiel,die hoger beroep heeft ingesteld,en die bij de rechtbank optrad als verweerster,hierna BKR verder te noemen,vertegenwoordigd door mr. H.H. de Vries, tegen: [geïntimeerde] , die woont in [woonplaats1] , die ook hoger beroep heeft ingesteld, die het incident heeft ingesteld, en die bij de rechtbank optrad als verzoeker, hierna [geïntimeerde] verder te noemen,vertegenwoordigd door mr. M. de Boorder. 1Het verloop van de procedure in hoger beroep 1.1 BKR heeft hoger beroep ingesteld tegen de beschikking die de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, op 14 januari 2022 tussen partijen heeft uitgesproken. Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit: het beroepschrift, met producties, het verweerschrift, tevens incidenteel appel, met producties; het verweerschrift in incidenteel appel. 1.2 Het hof heeft bepaald dat ten aanzien van het incidentele verzoek een beschikking wordt gegeven. In de hoofdzaak is het hof voornemens een mondelinge behandeling te bepalen. 2De kern van de zaak 2.1 In deze zaak staat tussen partijen ter discussie of BKR de door haar geregistreerde kredieten, althans de door haar geregistreerde bijzonderheidscoderingen, in het Centraal Krediet Informatiesysteem (hierna: CKI) van BKR op naam van [geïntimeerde] moet verwijderen. 2.2 [geïntimeerde] staat met een vijftal kredietregistraties in het CKI: Naam Typecodering Einddatum krediet 1. International Card Services B.V. Bijzonderheidscodering A1 - 19-5-2015Bijzonderheidscodering A2 - 12-3-2018 23-12-2019 2. Qander Consumer Finance B.V. - 1-10-2017 3. Santander Consumer Finance B.V. Bijzonderheidscodering A2 - 17-12-2015 Bijzonderheidscodering A3 - 19-12-2019 19-12-2019 4. ABN AMRO Bank N.V. Bijzonderheidscodering A1 - 13-10-2017Bijzonderheidscodering A2 - 5-12-2015Bijzonderheidscodering A3 - 27-12-2019 27-12-2019 5. Stichting Credits MicrofinancieringNederland - (verwacht) 30-9-2025 Daarbij is vermeld dat als er geen wijzigingen plaatsvinden van de eerste vier kredieten deze op de volgende data zullen worden verwijderd: 21 december 2024, 1 oktober 2022, 19 december 2024 en 17 december 2024. 2.3 Op 3 mei 2021 heeft [geïntimeerde] BKR verzocht om de hiervoor genoemde registraties te verwijderen. Bij brief van 10 juni 2021 heeft BKR dat verzoek afgewezen. Als reden daarvoor heeft zij aangevoerd dat [geïntimeerde] zich met zijn verzoek moet wenden tot de afzonderlijke kredietaanbieders die zorg hebben gedragen voor registratie in het CKI. Volgens BKR is zij slechts verantwoordelijk voor de juiste verwerking van de persoonsgegevens die zij van de kredietaanbieders ontvangt. Procedure bij de rechtbank 2.4 [geïntimeerde] is een procedure bij de rechtbank gestart en heeft de rechtbank verzocht om BKR te veroordelen om primair de registraties van de kredietovereenkomsten (zoals bedoeld onder 2.2) in het CKI en de daarmee samenhangende interne registers te (doen) verwijderen. Subsidiair heeft [geïntimeerde] verzocht de bijzonderheidscoderingen bij de kredietovereenkomsten 1, 3 en 4 (zie onder 2.2), dan wel meer subsidiair de A3 coderingen bij de kredietovereenkomsten 3 en 4 (zie onder 2.2) te (doen) verwijderen. Het voorgaande heeft [geïntimeerde] verzocht op straffe van een dwangsom. Daarnaast heeft [geïntimeerde] verzocht BKR te veroordelen in de buitengerechtelijke kosten en de wettelijke rente. [geïntimeerde] heeft aan zijn verzoeken ten grondslag gelegd dat de registraties in strijd zijn met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG). BKR heeft verweer gevoerd. 2.5 De rechtbank heeft het primaire verzoek van [geïntimeerde] afgewezen en het subsidiaire verzoek toegewezen. BKR is bevolen binnen vijf dagen na betekening van de beschikking de door haar geregistreerde bijzonderheidscoderingen bij de kredietovereenkomsten 1, 3 en 4 (aangegaan met ICS, Santander en ABN AMRO) in het CKI van BKR op naam van [geïntimeerde] te (doen) verwijderen. Het verzoek tot het opleggen van een dwangsom en de veroordeling in de buitengerechtelijke kosten heeft de rechtbank afwezen. BKR is veroordeeld in de proceskosten. 3Het oordeel van het hof in het incident 3.1 Naar aanleiding van de beschikking heeft [geïntimeerde] BKR verzocht uitvoering te geven aan de beschikking. Aan dat verzoek is door BKR geen gehoor gegeven. BKR zou wel een bijzonderheidscodering “9 Geschil” geplaatst hebben bij de registraties. [geïntimeerde] heeft in kort geding van BKR gevorderd deze codering 9 te verwijderen, hetgeen door de voorzieningenrechter is bevolen in het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, op 11 april 2022.3.2 Vervolgens is BKR tegen de beschikking van de rechtbank van 14 januari 2022 in hoger beroep gekomen. Zij heeft het hof verzocht de verzoeken van [geïntimeerde] alsnog af te wijzen, met veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten. [geïntimeerde] heeft hiertegen verweer gevoerd. [geïntimeerde] heeft op zijn beurt verzocht om BKR te veroordelen tot het verwijderen en verwijderd houden van de (bijzonderheids)codering(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.