GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.302.600/01 CJIB-nummer : 236806361 Uitspraak d.d. : 31 augustus 2022 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 5 oktober 2021, betreffende [de betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats] . De gemachtigde van de betrokkene is mr. R. de Nekker, kantoorhoudende te Heerenveen. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling
- Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 240,- voor: “als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden”. Deze gedraging zou zijn verricht op 3 oktober 2020 om 21:44 uur op de Jan Oudegeeststraat in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
- De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de ambtenaar geen enkele toelichting heeft gegeven omtrent de vermeende waarneming. Dat mocht wel worden verwacht, nu geen staandehouding heeft plaatsgevonden. Er is derhalve niets bekend omtrent kleur, merk, type van het vermeende mobiel elektronisch apparaat. Daar komt bij dat in het zaakoverzicht staat dat de ambtenaar een mobiel apparaat heeft waargenomen en dat is niet per definitie hetzelfde als een mobiel elektronisch apparaat. Tot slot blijkt uit het zaakoverzicht niet of de ambtenaar heeft gezien of het de bestuurder was die het mobiel apparaat heeft vastgehouden en dat laat de mogelijkheid open dat het om de bijrijder of een passagier ging, aldus de gemachtigde.
- Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor onder meer een gedraging die door deze ambtenaar zelf is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
- De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat onder meer de volgende gegevens: “Gedragingsgegevens Ik, verbalisant, zag betrokkene rijden met mobiel apparaat in zijn rechterhand.”
- Uit deze verklaring van de ambtenaar blijkt niet dat deze een mobiel elektronisch apparaat heeft waargenomen, zodat de gedraging op basis van de inhoud van deze verklaring niet kan worden vastgesteld. Dit betekent dat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven en daarmee behoeft hetgeen de gemachtigde overigens in dit verband naar voren heeft gebracht geen bespreking meer.
- De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal drie punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 541,- en voor het (hoger) beroep € 759,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.164,75 (= (1,5 x € 541,- x 0,5) + (2 x € 759,- x 0,5)).
- Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing. De beslissing Het gerechtshof: vernietigt de beslissing van de kantonrechter; verklaart het beroep gegrond; vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd; bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd; veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.164,
- Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.