← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2022:7642

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.299.936/01 CJIB-nummer : 230688225 Uitspraak d.d. : 6 september 2022 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 8 juni 2021, betreffende [de betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats] . De gemachtigde van de betrokkene is P. Wroblewski LL.M., advocaat te Gorzów Wielkopolski (Polen). De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling

  1. De kantonrechter heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat geen zekerheid is gesteld.
  2. De gemachtigde van de betrokkene bestrijdt de beslissing van de kantonrechter. De betrokkene is de Nederlandse en Duitse taal niet voldoende machtig om te begrijpen wat hij moet doen om een inhoudelijke beslissing te verkrijgen. Ervan uitgaande dat ook in Nederland in zaken betreffende een overtreding geldt dat een buitenlander recht heeft op stukken in een voor hem begrijpelijke taal, is onbegrijpelijk dat de ontvangen brieven (de tweede aanmaning van 30 april 2020, de beslissing van de officier van justitie van 22 december 2020 en de zekerheidsbrief van 4 maart 2021) gedeeltelijk in de Duitse taal zijn gesteld, maar niet in de Poolse taal. Vervolgens heeft de betrokkene zich gewend tot de gemachtigde. Ook voor de gemachtigde was het onduidelijk in welke fase de procedure zich bevindt en of er al een inhoudelijke beslissing is genomen. Voor zover uit met name het Betalingsoverzicht beroep kantonrechter van 7 september 2021 lijkt te volgen dat de zaak al geëindigd is, neemt de gemachtigde aan dat dit ten onrechte is. De gemachtigde heeft zich bij brief van 14 mei 2021 tot het openbaar ministerie gewend met het verzoek om mee te delen of de procedure nog loopt en wat de betrokkene dient te doen om een inhoudelijk oordeel te krijgen over zijn verweer dat hij niet verantwoordelijk is voor de snelheidsoverschrijding maar dat de vrachtwagenbestuurder die deze heeft begaan daarvoor vervolgd dient te worden. Een antwoord is niet ontvangen, wel de beslissing van de kantonrechter. De betrokkene heeft vervolgens betaald en wenst dat de procedure wordt voortgezet, zijn bezwaren inhoudelijk worden beoordeeld en dat de bestuurder van het voertuig wordt vervolgd.
  3. Aan een betrokkene die de Nederlandse taal niet voldoende machtig is en die de inhoud van enig processtuk niet begrijpt, dient desgevraagd een schriftelijke vertaling van een of meer door de betrokkene aan te wijzen processtukken te worden verschaft in een taal die de betrokkene begrijpt.
  4. De betrokkene is gevestigd in Polen en heeft twee maal een in de Duitse taal gestelde brief verstuurd. Deze brieven zijn ontvangen op 8 december 2020 en 1 februari
  5. In beide brieven schrijft de betrokkene dat hij de eigenaar van het transportbedrijf en de auto is en dat de auto werd bestuurd door een met name genoemde werknemer. Het is duidelijk dat hij wenst dat de bestuurder wordt aangesproken op de snelheidsoverschrijding en dat hij zich daar niet zelf verantwoordelijk voor acht.
  6. Artikel 11 van de Wahv verplicht de betrokkene om in de procedure bij de kantonrechter zekerheid te stellen voor de betaling van de sanctie (in dit geval € 191,-) en de administratiekosten (€ 9,-). Zekerheidstelling is een voorwaarde voor de ontvankelijkheid van het beroep bij de kantonrechter. Dit betekent dat de kantonrechter de bezwaren tegen de oplegging van de administratieve sanctie pas kan behandelen, wanneer een betrokkene zekerheid heeft gesteld. De verplichting om zekerheid te stellen loopt niet vooruit op de vraag of een betrokkene een gedraging heeft verricht. De verdedigingsmogelijkheden van een betrokkene worden er niet door beperkt. Ook als de betrokkene de sanctie niet terecht vindt, moet zekerheid worden gesteld. Als het beroep gegrond wordt verklaard, wordt het bedrag van de zekerheidstelling aan de betrokkene terugbetaald. Bij ongegrondverklaring van het beroep wordt het bedrag van de opgelegde sanctie met het bedrag van de zekerheid verrekend.
  7. Het dossier bevat kopieën van brieven van de officier van justitie van 15 februari 2021 en 4 maart 2021, waarin aan de betrokkene mededeling is gedaan van de verplichting om zekerheid te stellen. Beide brieven zijn geadresseerd aan [de betrokkene] , [adres1] , [woonplaats] , Polen en aan Firma [naam1] , t.a.v. [de betrokkene] , [adres2] , [woonplaats] , Polen. Het laatste adres is het adres dat de betrokkene heeft opgegeven in het beroepschrift bij de kantonrechter (ontvangen op 1 februari 2021). Deze zekerheidsbrieven zijn voorzien van een Duitse vertaling.
  8. Zekerheidsbrieven worden namens de officier van justitie verzonden door de CVOM. In het arrest van 28 januari 2013 (gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2013:BZ1110) heeft het hof vastgesteld dat het verzendproces zo is ingericht, dat de kans op fouten vrijwel is uitgesloten. Daarom mag worden aangenomen dat deze brieven daadwerkelijk zijn verstuurd.
  9. Voor zover de betrokkene ontkent dat de zekerheidsbrief van 15 februari 2021 is ontvangen, is dat onvoldoende om de ontvangst te weerleggen. Uit de stukken blijkt ook niet dat deze zekerheidsbrief als onbestelbaar retour is gekomen. Daarom wordt ervan uitgegaan dat de betrokkene deze brief wel heeft ontvangen.
  10. De betrokkene heeft in zijn brieven niet gesteld dat hij de Duitse taal onvoldoende machtig is en dat hij alle stukken in de Poolse taal wenst te ontvangen. Eerst in hoger beroep is dat aangevoerd. Gelet daarop is het hof van oordeel dat de officier van justitie kon volstaan met in de Duitse taal gestelde brieven over de verplichting tot zekerheidstelling. De officier van justitie heeft de betrokkene bij in de Duitse taal gestelde brieven van 15 februari 2021 en 4 maart 2021 op juiste wijze geïnformeerd over deze verplichting. Nu de betrokkene niet binnen de gestelde termijn zekerheid heeft gesteld en niet is gebleken dat dit hem niet kan worden toegerekend, heeft de kantonrechter het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter daarom bevestigen. Dit heeft tot gevolg dat het hof de bezwaren van de betrokkene tegen de aan hem opgelegde sanctie van € 191,- voor een snelheidsovertreding niet kan beoordelen. De sanctie wordt met deze beslissing van het hof onherroepelijk.
  11. Ter informatie van de betrokkene merkt het hof nog het volgende op.
  12. Het Betalingsoverzicht beroep kantonrechter met dagtekening 7 september 2021 is ten onrechte verzonden. De gemachtigde heeft immers bij brief ontvangen op 25 juni 2021 hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. De griffier van het hof heeft een zaakoverzicht opgevraagd. Dit zaakoverzicht van 7 december 2021 houdt in dat de in het Betalingsoverzicht beroep kantonrechter opgenomen verhogingen op 23 september 2021 ongedaan zijn gemaakt.
  13. Ten aanzien van de handhaving van de verkeersregels op Nederlands grondgebied is het Nederlandse recht van toepassing, ongeacht de nationaliteit van de kentekenhouder of bestuurder van het voertuig waarmee de gedraging is verricht. In Nederland geldt dat in zaken die op grond van de Wahv worden afgedaan, de kentekenhouder, op de voet van artikel 5 van de Wahv aansprakelijk is voor betaling van de sanctie wegens een gedraging die is begaan met het voertuig waarvan het kenteken op zijn naam staat, indien niet onmiddellijk is vastgesteld wie de bestuurder daarvan was op het moment van de gedraging. Daarom is het in beginsel niet van belang vast te stellen wie de feitelijke bestuurder van het motorrijtuig was. Meer informatie, ook in de Poolse taal, is te vinden op www.cjib.nl.
  14. Nu de betrokkene in hoger beroep niet in het gelijk wordt gesteld, bestaat geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding voor de kosten van rechtsbijstand. De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter. Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.