GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.292.570 (zaaknummer rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo: 241525) arrest van 6 september 2022 in de zaak van [naam1] , handelend onder de naam [appellant], wonende te [woonplaats1] , appellant, in eerste aanleg gedaagde, advocaat: mr. F. Kolkman, tegen: de vennootschap naar Kroatisch recht Transporti Pervan D.O.O. gevestigd te Zagreb, Kroatië, geïntimeerde, in eerste aanleg eiseres, advocaat: mr. T. Bezmalinovic. Appellant wordt hieronder ook [appellant] genoemd en geïntimeerde Transporti Pervan, 1Het verloop van het geding in hoger beroep In het tussenarrest van 22 maart 2022 is het verloop van de procedure tot dan toe beschreven. Hierna heeft op 22 juni 2022 ter openbare terechtzitting de in dat tussenarrest aangekondigde mondelinge behandeling plaatsgevonden. Ter zitting heeft [appellant] een schriftelijke getuigenverklaring overgelegd en heeft hij een vordering ingesteld waarmee hij van het hof verlangt om Transporti Pervan te veroordelen tot terugbetaling van het bedrag dat hij aan Transporti Pervan heeft betaald ter uitvoering van het vonnis van de rechtbank, verhoogd met rente. 2Samenvatting van dit arrest 2.1 Het hof stelt hieronder vast dat de door [appellant] aan de rechtsvoorganger van Transporti Pervan verkochte truck voordien was verduisterd en dat [appellant] wanprestatie heeft gepleegd door die truck aan Transporti Pervan te verkopen, zodat Transporti Pervan op grond van die wanprestatie met succes de ontbinding van de koopovereenkomst heeft ingeroepen. Transporti Pervan, die de truck ná de ontbinding aan [appellant] had moeten terugleveren, heeft de truck voor € 60.000 aan een ander verkocht. Het hof oordeelt dat zij in plaats van teruglevering mag volstaan met verrekening van de waarde die de truck ten tijde van de ontbinding had met de door [appellant] terug te betalen koopsom. Die waarde wordt hieronder op € 60.000 geschat. Ook komt op de koopprijs een bedrag van € 5.000 in mindering als vergoeding voor het gebruik dat Transporti Pervan vooral vóór de inbeslagname heeft gemaakt, verhoogd met rente. Omdat het hof verwacht dat inmiddels duidelijk is welke schade Transporti Pervan lijdt als gevolg van de wanprestatie, laat het hof elk van beide partijen een akte nemen over de schadeomvang. 2.2 Hieronder zal het hof kort enkele van vaststaande feiten weergeven en daarna zijn oordeel uitleggen. Aan het slot zal het hof aangeven waarom de Nederlandse rechter bevoegd is in deze zaak te beslissen en dat de tegeneis tot ongedaanmaking van de uitvoering van het bestreden eindvonnis geldig is ingesteld. 3Vaststaande feiten De rechtbank heeft in de rechtsoverwegingen 2.1 tot en met 2.3 van haar tussenvonnis van 12 augustus 2020 onder meer vastgesteld dat [de koper] de truck op 5 juni 2018 voor € 80.000 van [appellant] heeft gekocht. Dit staat ook in hoger beroep vast. 4Het oordeel van het hof Transporti Pervan was bevoegd tot ontbinding 4.1 Volgens het eindvonnis was de truck vóór de inkoop daarvan verduisterd. [appellant] komt in hoger beroep tevergeefs tegen dat oordeel op. 4.2 Transporti Pervan heeft namelijk een strafaangifte d.d. 2 oktober 2018 overgelegd, ingediend door de commercieel directeur van het Napolitaanse bedrijf D.E. Truck S.p.A. Volgens de aangifte is de truck verduisterd nadat deze op 5 februari 2018 door de lessee ECO.ENER.COM S.r.l.. in gebruik was genomen, waarbij Mercedes Benz Financial Services Italia S.p.A. de lessor was. In zoverre klopt de aangifte met de leaseovereenkomst die Transporti Pervan eveneens in het geding heeft gebracht. [appellant] heeft niettemin zonder verdere toelichting ontkend dat de truck, die hij van D.E. Truck S.p.A. had gekocht, was verduisterd. Die ontkenning is in het licht van het hier besproken bewijs van de verduistering dat Transporti Pervan heeft overgelegd onvoldoende feitelijk uitgewerkt. Het hof gaat er daarom verder vanuit dat de vrachtwagen die in Napels aan [appellant] is verkocht, eerder was verduisterd. 4.3 Als gevolg van de (aangifte van) verduistering is de vrachtwagen op 14 december 2018 door Kroatische grensautoriteiten in beslag genomen. Hieruit blijkt dat de truck ongeschikt was voor grensoverschrijdend vervoer. [de koper] mocht op grond van de met [appellant] gesloten koopovereenkomst verwachten dat de vrachtwagen wel daarvoor geschikt was. In de koopovereenkomst is immers geen sprake van enige bijzondere beperking van het gebruik. Ongeschiktheid van de verkochte vrachtwagen voor grensoverschrijdend vervoer levert naar het oordeel van het hof dan ook een wezenlijke tekortkoming op in de zin van artikel 35 in verbinding met artikelen 25 en 49 van de United Nations Convention on Contracts for the International Sale of Goods (hierna: Weens Koopverdrag), welk verdrag op de koopovereenkomst van toepassing is. De tekortkoming valt naar het oordeel van het hof aan [appellant] toe te rekenen, ook indien zou blijken dat [appellant] ter zake daarvan niets valt te verwijten, bijvoorbeeld doordat hij geen reden had om te twijfelen aan de beschikkingsbevoegdheid van de verkoper. Verkeersopvattingen brengen namelijk mee dat [appellant] er in relatie tot de koper voor instond dat de truck niet door diefstal of verduistering aan het bezit van een (vorige) eigenaar was onttrokken. De gevolgen van het verduisterd zijn van de vrachtwagen komen dan ook voor rekening van [appellant] (die in beginsel, op zijn beurt, zijn verkoper hierop kan aanspreken). 4.4 Transporti Pervan is in de rechten getreden die [de koper] aan die verwachtingen ontleende. De tekortkoming maakte Transporti Pervan bevoegd om de koopovereenkomst te ontbinden, wat zij bij brief van 13 november 2019 ook heeft gedaan. Hierna – volgens de brief binnen zeven dagen moest [appellant] de koopprijs aan Transporti Pervan terugbetalen en ook moest Transporti Pervan de vrachtwagen aan [appellant] teruggeven. Zie hiervoor artikel 81 Weens Koopverdrag. De verplichting om de vrachtwagen aan [appellant] terug te geven rustte ook op Transporti Pervan indien [appellant] niet de eigenaar daarvan was. Dat iemand anders aanspraak op de vrachtwagen maakte en een sterker recht op afgifte had is niet gebleken. De Italiaanse lessor heeft het na de inbeslagname namelijk laten afweten en een andere rechthebbende heeft zich niet gemeld. 4.5 Het hof laat in het midden of [appellant] te goeder trouw was bij de koop van de vrachtwagen in Napels, welk recht op die koop toepasselijk is en welke consequenties dat recht onder de gegeven omstandigheden verbindt aan de verduistering en/of de goede/kwade trouw. De antwoorden op deze vragen kunnen in deze zaak namelijk niet tot andere beslissingen leiden. Samenvattend: wie op 13 november 2019 eigenaar van de vrachtwagen was, is niet bepalend voor de uitkomst van het geschil. Transporti Pervan kon hoe dan ook de koopovereenkomst ontbinden op grond dat de truck niet bruikbaar was voor grensoverschrijdend vervoer. De doorverkoop aan een derde 4.6 Transporti Pervan kan niet meer voldoen aan haar verplichting om de vrachtwagen aan [appellant] terug te geven doordat zij deze in januari 2020 aan een derde heeft verkocht en geleverd, die deze alleen voor binnenlands vervoer gebruikt. [appellant] verbindt aan deze doorverkoop van de truck het gevolg dat Transporti Pervan niet langer recht heeft op terugbetaling van de koopprijs, ook niet van het deel daarvan dat niet wordt gedekt door de verkoopopbrengst. Daarin volgt het hof [appellant] niet. Artikel 82 lid 1 Weens Koopverdrag, dat bepaalt dat de koper zijn recht op ontbinding onder meer verliest if it is impossible for him to make restitution of the goods, ziet op de situatie waarin teruggave al ten tijde van de ontdekking van de wanprestatie, althans bij het inroepen van de ontbinding onmogelijk was. Een dergelijke situatie is hier niet aan de orde. In dit geval kon Transporti Pervan ten tijde van de ontbinding (13 november 2019) de truck nog terugleveren, zoals zij overigens bij die gelegenheid ook heeft aangeboden. Pas later (17 januari 2020) is nakoming van die verplichting door eigen toedoen onmogelijk geworden. Artikel 82 lid 1 Weens Koopverdrag belet Transporti Pervan niet om in deze procedure aanspraak te maken op teruggave van het gedeelte van de koopprijs waarvoor zij nog niet is gecompenseerd. Er is ook geen ander beletsel voor toewijzing van de vorderingen 4.7 Na ontdekking van het feit dat de vrachtwagen een gestolen/verduisterde vrachtwagen was, heeft Transporti Pervan besloten om deze niet meer voor internationaal vervoer te gebruiken. Deze beslissing lag voor de hand en beperkte de schade die dreigde door hernieuwde inbeslagname. Andere redenen om aan de verkoop van de vrachtwagen het gevolg te verbinden dat Transporti Pervan geen recht meer kan ontlenen aan de ontbinding ziet het hof evenmin. Transporti Pervan heeft daardoor namelijk voorkomen dat de truck nog langer stil stond en alleen maar een schadepost was. 4.8 Transporti Pervan heeft verzuimd om over de beslissing tot verkoop met [appellant] te overleggen, maar hieronder blijkt dat [appellant] van deze nalatigheid geen nadeel, althans geen nadeel van betekenis heeft ondervonden. Het hof zal hieronder de waarde van de truck ten tijde van de ontbinding van de koopovereenkomst namelijk vaststellen op € 60.000. [appellant] kan dit bedrag verrekenen met zijn verplichting tot terugbetaling van de koopprijs, zodat hij geen schade lijdt doordat Transporti Pervan het zichzelf onmogelijk heeft gemaakt om de truck aan [appellant] terug te geven. Transporti Pervan heeft haar aanspraken uit hoofde van de door [appellant] gepleegde wanprestatie dus volledig behouden. ‘Benefits’, tevens afschrijvingskosten 4.9 Transporti Pervan heeft voordeel van de truck gehad doordat zij deze in haar transportbedrijf heeft ingezet. In artikel 84 Weens Koopverdrag staat, voor zover hier van belang:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.