GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummers gerechtshof 200.314.626-01 en 02 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 527315) beschikking van 20 september 2022 inzake [verzoeker] , wonende te [woonplaats1] ,verzoeker, verder te noemen: de vader, advocaat: mr. W. de Hoop te Utrecht, en [verweerster] , wonende te [woonplaats2] , verblijvende in het buitenland, verweerster, verder te noemen: de moeder, advocaat: mr. G.G. Kempenaars te Almere. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 18 februari 2022, uitgesproken onder voormeld zaaknummer, verder ook te noemen: de bestreden beschikking. Bij deze beschikking heeft de rechtbank het gezag van de vader over [de minderjarige] (roepnaam: [de minderjarige] ), geboren [in] 2019 te [plaats1] , Oman, beëindigd en bepaald dat vanaf dat moment alleen de moeder het gezag heeft over [de minderjarige] en deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaard. 2. Het geding in hoger beroep in de hoofdzaak en met betrekking tot het verzoek tot schorsing 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het beroepschrift tevens verzoek tot schorsing met producties, ingekomen op 16 augustus 2022; - het verweerschrift met producties; - een journaalbericht van mr. Kempenaars van 2 september 2022 met bijlagen. 2.2 De mondelinge behandeling heeft op 5 september 2022 plaatsgevonden. Aanwezig waren: - de vader, bijgestaan door mr. A.P. van Stralen (kantoorgenoot van mr. De Hoop) en een tolk; - mr. G. Thomas (kantoorgenoot van mr. Kempenaars) namens de moeder. De raad voor de kinderbescherming is met bericht vooraf niet verschenen. De moeder is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. 3De motivering van de beslissing 3.1 Allereerst is aan de orde de vraag of de vader zijn hoger beroep tijdig heeft ingesteld en (dus) ontvankelijk is in zijn hoger beroep en dus ook in zijn verzoek tot schorsing. 3.2 In zaken betreffende het personen- en familierecht, niet zijnde echtscheidingszaken, kan, in afwijking van artikel 358 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), krachtens artikel 806 lid 1 Rv van een beschikking hoger beroep worden ingesteld: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.