GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.294.819/01 CJIB-nummer : 227076274 Uitspraak d.d. : 4 oktober 2022 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 23 oktober 2020, betreffende [de betrokkene] B.V (hierna: de betrokkene), wonende te [vestigingsplaats] . De gemachtigde van de betrokkene is [naam1] , wonende te [woonplaats] . De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De griffier van het hof heeft de griffier van de rechtbank gevraagd om aanvullende informatie. Deze informatie is ontvangen en (in kopie) doorgestuurd aan de advocaat-generaal. Deze heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling
- Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “niet de rijbaan gebruiken door stil te staan op trottoir, voetpad, (brom)fietspad of ruiterpad”. Deze gedraging zou zijn verricht op 28 juni 2019 om 12:51 uur op de Markt in Weert met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
- De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat op die bewuste 28 juni 2019 door Atletiek- en Wandelvereniging Weert de Singelloop plaatsvond in het centrum van Weert op een openbaar stratenparcours. Ten behoeve van het organiseren van dit evenement had de gemeente aan de gemachtigde een vergunning afgegeven, waarbij - onder meer - is aangegeven dat de overlast van geparkeerde voertuigen bij het in- en het uitladen van de goederen tot een minimum beperkt dient te worden. De organisatie had vier auto’s ingezet voor het afzetten van het parcours en het inrichten van de start- en finishplaats. Er is die dag voor de betreffende vier voertuigen in totaal twintig keer toegang tot het voetgangersgebied verleend. De gemachtigde van de betrokkene betwist niet dat voormeld voertuig voor een korte tijd onbeheerd op het trottoir stilstond, maar hij beklaagt er zich over dat dezelfde kantonrechter twee andere beschikkingen, zij het op een eerdere zitting, voor dezelfde gedraging, op dezelfde locatie en op nagenoeg hetzelfde tijdstip, heeft gewijzigd en de sanctie op nihil heeft gesteld. De gemachtigde verzoekt het hof daarom met een beroep op het gelijkheidsbeginsel een gelijkluidende beslissing in de onderhavige zaak te nemen.
- Naar aanleiding van voornoemde klacht heeft de griffier van het hof de processen-verbaal van de zitting, mede inhoudende de beslissingen van de kantonrechter, in de door gemachtigde genoemde zaken opgevraagd. Het hof stelt vast dat uit deze processen-verbaal blijkt dat het inderdaad gaat om dezelfde gedraging, verricht op nagenoeg hetzelfde tijdstip en dezelfde locatie. Voorts blijkt dat dezelfde kantonrechter als de kantonrechter die in deze zaak heeft beslist zijn beslissingen in die betreffende zaken op basis van gelijkluidende beroepschriften en dezelfde argumentatie heeft genomen, ertoe strekkende dat de gedraging in beide zaken is verricht, doch dat er, gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht, aanleiding bestaat om het bedrag van de sanctie te matigen tot nihil.
- De kantonrechter is op basis van een gelijkluidend beroepschrift en dezelfde argumentatie met betrekking tot dezelfde gedraging, op nagenoeg hetzelfde tijdstip en dezelfde locatie, in de onderhavige zaak tot een afwijkende beslissing gekomen, zonder dat te motiveren. Het hof is om die reden van oordeel dat de bestreden beslissing van de kantonrechter in strijd met artikel 13, tweede lid, van de Wahv onvoldoende met redenen is omkleed. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter vernietigen en het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie beoordelen.
- Het hof ziet in de hiervoor door de gemachtigde van de betrokkene geschetste omstandigheden aanleiding om het sanctiebedrag in de onderhavige zaak te matigen tot nihil, hetgeen leidt tot de navolgende beslissing. De beslissing Het gerechtshof: vernietigt de beslissing van de kantonrechter; verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond; wijzigt de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking in zoverre dat het bedrag van de sanctie wordt vastgesteld op nihil; bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd. Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.