GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.274.511/01 CJIB-nummer : 223889300 Uitspraak d.d. : 11 oktober 2022 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland van 23 december 2019, betreffende [de betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats] . De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden. Het tussenarrest De inhoud van het tussenarrest van 11 mei 2022 wordt hier overgenomen. Het verdere procesverloop Op 29 juni 2022 is van de advocaat-generaal nadere informatie ontvangen. De gemachtigde van de betrokkene heeft daarop gereageerd en een aanvullend stuk ingebracht. Deze documenten zijn in kopie toegestuurd aan de advocaat-generaal. De beoordeling
- Zoals in het tussenarrest is vermeld, is aan de betrokkene bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 280,- voor: “niet voldoende afstand houden, snelheid tot en met 80 km/h”. Deze gedraging zou zijn verricht op 3 maart 2019 om 20.31 uur op de Rijksweg A27 in Eemnes met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
- Naar aanleiding van het tussenarrest heeft de advocaat-generaal laten weten dat de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd video-opnamen heeft gemaakt, maar daar niet langer over beschikt. Destijds zijn de beelden toegezonden aan [naam1] , die te kennen heeft gegeven er ook niet meer over te beschikken. Wel zijn de beelden te vinden op Youtube.
- Het is vaste rechtspraak van het hof dat de officier van justitie op grond van artikel 7:18, vierde lid, van de Awb in de fase van het administratief beroep is gehouden op verzoek aan de indiener van het beroepschrift de op de zaak betrekking hebbende stukken te verstrekken. Het gaat daarbij om: 1) stukken waarin de voor de sanctieoplegging relevante gegevens zijn vermeld en de stukken die de ambtenaar bij het opleggen van de sanctie heeft gebruikt (vgl. het arrest van het hof van 2 februari 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:1050);2) stukken die de officier van justitie in verband met het tegen de opgelegde sanctie gevoerde verweer heeft opgevraagd, alvorens op het administratief beroep te beslissen (vgl. het arrest van het hof van 28 augustus 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:6968); 3) stukken die informatie bevatten over voor de zaak relevante aspecten waarover redelijkerwijs twijfel bestaat (vgl. het arrest van het hof van 25 april 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:3187).
- In ieder geval moeten als op de zaak betrekking hebbende stukken worden aangemerkt het zaakoverzicht en (als die is gemaakt) een foto van de gedraging (vgl. het hiervoor aangehaalde arrest van 2 februari 2018). Het zaakoverzicht is in administratief beroep door de officier van justitie op diens verzoek aan de betrokkene verstrekt, een foto van de gedraging eerst nadat beroep bij de kantonrechter was ingesteld. De gemachtigde klaagt hier niet over. De gemachtigde is van mening dat ook de door de ambtenaar gemaakte video-opnamen hadden moeten worden verstrekt.
- Zoals het hof heeft overwogen in zijn arrest van 1 september 2022 (ECLI:NL:GHARL:2022:7565) kunnen zich situaties voordoen waarin ook een filmfragment moet worden aangemerkt als een op de zaak betrekking hebbend stuk, namelijk wanneer:
(1)de ambtenaar zijn beslissing om een sanctie op te leggen op deze beelden heeft gebaseerd en/of
(2)de officier van justitie de beelden bij de beoordeling van het beroep heeft geraadpleegd en/of
(3)het filmfragment potentieel opheldering kan geven over voor de beoordeling van het beroep relevante aspecten waarover redelijkerwijs twijfel bestaat.
- De situaties als bedoeld onder 1 en 2 doen zich hier niet voor. De ambtenaar heeft de sanctie opgelegd nadat hij de gedraging had vastgesteld op basis van zijn eigen waarnemingen en de officier van justitie heeft het filmfragment niet gebruikt bij de beoordeling van het beroep. Resteert de vraag of sprake is van de situatie onder 3, waarin het betoog van de betrokkene zodanige twijfels doet ontstaan dat het raadplegen van de beelden noodzakelijk is voor het (mogelijk) bevestigen dan wel wegnemen van die twijfel.
- Door en namens de betrokkene is gemotiveerd gesteld dat voldoende afstand in acht is genomen. Deze afstand bedroeg meer dan vijf meter. Bovendien zou in geval van een noodstop door de vrachtwagen ook een afstand van vijf meter voldoende zijn om tot stilstand te komen zonder de vrachtwagen aan te rijden. De betrokkene is een ervaren motorrijder, waardoor met een korte reactieafstand kan worden gerekend. De betrokkene heeft berekeningen gemaakt waaruit wat hem betreft blijkt dat bij een tussenafstand tijdens het rijden van vijf meter deze bij een noodstop van de vrachtwagen nooit korter zal worden dan drie meter. Verder heeft de betrokkene het relevante deel van de weg, te weten de afstand om veilig te kunnen stoppen, steeds kunnen overzien.
- Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
- De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: “Ik zag dat de betrokkene over de 3e rijstrook reed. Met behulp van de gekalibreerde boordsnelheidsmeter van het surveillancevoertuig en door de betrokkene met gelijkblijvende of vrijwel gelijkblijvende tussenafstand te volgen, stelde ik vast dat deze met een snelheid van ongeveer 76 kilometer per uur reed (werkelijke gecorrigeerde snelheid). Ik zag dat de betrokkene ongeveer 5 meter over een weglengte van ten minste 411 meter achter een vrachtwagencombinatie reed. Er waren geen omstandigheden aanwezig die het op deze korte afstand volgen van het voor betrokkene rijdende motorvoertuig plotseling veroorzaakten. Aldus was de betrokkene niet in staat zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover de betrokkene de weg kon overzien en waarover deze vrij was.(…) De tussenafstand kwam ongeveer overeen met de lengte van een personenauto uit de middenklasse.”
- De officier van justitie heeft de ambtenaar in de fase van het beroep bij de kantonrechter gevraagd om een foto van de gedraging. In antwoord hierop heeft de ambtenaar een screenshot van zijn filmopname ingezonden, die in het dossier is gevoegd. Hierop is te zien dat de motorrijder, kennelijk de betrokkene, op vrij korte afstand achter een vrachtwagencombinatie rijdt.
- Het hof concludeert dat het betoog van de betrokkene in het licht van de hem verweten gedraging het raadplegen van de video-opnamen niet noodzakelijk maakt. Voor de beantwoording van de vraag of de gedraging is verricht, is de exacte tussenafstand niet van belang. De betrokkene heeft slechts betwist dat de door de ambtenaar geschatte afstand juist is en gesteld dat deze afstand groter was maar heeft niet aangegeven hoe groot die afstand was. Verder heeft de betrokkene gesteld dat ook als de schatting van de ambtenaar wel klopt dit niet kan worden gekwalificeerd als onvoldoende afstand. Deze bezwaren kunnen - zoals hieronder zal blijken - aan de hand van de verklaring van de ambtenaar en de foto van de gedraging voldoende worden beoordeeld. Gelet hierop doet de situatie dat het filmfragment potentieel opheldering kan geven over voor de beoordeling van het beroep relevante aspecten waarover redelijkerwijs twijfel bestaat (zie hiervoor onder r.o. 5) zich hier niet voor. Dat betekent dat de video-opnamen geen op de zaak betrekking hebbend stuk zijn (geworden), zodat de officier van justitie deze niet aan de betrokkene hoefde te verstrekken.
- Het hof ziet in hetgeen is aangevoerd geen aanleiding voor twijfel aan de verklaring van de ambtenaar dat de door de betrokkene aangehouden tussenafstand tot zijn voorligger onvoldoende was. De enkele stelling dat de afstand méér dan vijf meter bedroeg is daartoe onvoldoende. Uit de foto kan niet worden afgeleid dat de afstand zodanig groot was dat er redelijkerwijs aan kan worden getwijfeld of deze als onvoldoende kan worden beschouwd. In dit verband overweegt het hof dat de verplichting tot het houden van voldoende afstand niet alleen ertoe dient om het voertuig tijdig tot stilstand te kunnen brengen als daarvoor een aanleiding ontstaat maar ook om de bestuurder in staat te stellen de weg goed te kunnen overzien. Bij het bepalen van een voldoende tussenafstand hanteert de politie in voorlichtingscampagnes doorgaans een afstand van twee seconden, te meten door te tellen vanaf het moment dat de voorligger een vast punt langs de weg passeert en het moment dat de bestuurder zelf dit punt passeert. Die afstand heeft de betrokkene bij de door hem aangehouden snelheid niet in acht genomen. Dat hij, als ervaren motorrijder, bij een noodstop van de voorligger in theorie in staat zou zijn geweest (ook) tijdig te stoppen, betekent niet dat daarmee voldoende afstand is gehouden. Redelijkerwijs kan de door de betrokkene aangehouden afstand bij de gereden snelheid niet als voldoende worden beschouwd. De gedraging is verricht.
- De beroepsgronden treffen geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
- Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het verzoek om een proceskostenvergoeding worden afgewezen (vgl. de arresten van het hof van 28 april 2020 en 1 april 2021, vindplaatsen op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336 en 2021:1786). De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter; wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af. Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Huizenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken. https://www.youtube.com/watch?v=oUkpfo1RDEU