← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2022:9099

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.293.314/01 CJIB-nummer : 230217664 Uitspraak d.d. : 25 oktober 2022 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank NoordHolland van 4 maart 2021, betreffende [de betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats] . De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam. Het tussenarrest De inhoud van het tussenarrest van 31 mei 2022 wordt hier overgenomen. Het verdere procesverloop Op 11 juli 2022 is aanvullende informatie ontvangen van de advocaat-generaal. De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren maar heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt. De beoordeling

  1. In hoger beroep voert de gemachtigde van de betrokkene onder meer aan dat onduidelijk is hoe de ambtenaar heeft vastgesteld dat de betrokkene een onafgebroken periode van drie uren heeft geparkeerd. De ambtenaar stelt in het aanvullend proces-verbaal van 2 januari 2020 dat de tijdschijf bij de eerste controle om 09.00 uur is gefilmd. Dit op de zaak betrekking hebbend stuk dient op grond van artikel 7:18 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) deel uit te maken van het dossier. Nu dit beeldmateriaal niet aanwezig is, kan de inleidende beschikking niet in stand blijven.
  2. Artikel 7:18, vierde lid, van de Awb voorziet specifiek voor belanghebbenden in een recht om hangende administratief beroep de op de zaak betrekking hebbende stukken op te vragen bij het beroepsorgaan. Het gaat daarbij om stukken die nodig zijn om een boete op basis daarvan aan te vechten (vgl. ABRvS 19 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4129).
  3. Het hof stelt vast dat de gemachtigde in administratief beroep om toezending van de op de zaak betrekking hebbende stukken in de zin van artikel 7:18 van de Awb heeft verzocht. Aan hem is echter niet het beeldmateriaal verstrekt dat ten tijde van de eerste controle is gemaakt. De officier van justitie heeft daarmee niet voldaan aan zijn informatieverplichting, zodat de beslissing van de officier van justitie niet in stand kan blijven. Het hof zal daarom de beslissing van de kantonrechter en - met gegrondverklaring van het beroep daartegen - de beslissing van de officier van justitie vernietigen. Vervolgens zal het hof het beroep tegen de inleidende beschikking beoordelen.
  4. Bij die inleidende beschikking is aan de betrokkene als kentekenhouder een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “motorvoertuig parkeren bij blauwe streep terwijl toegestane parkeertijd is verstreken”. Deze gedraging zou zijn verricht op 28 oktober 2019 om 12.09 uur op de Breewaterstraat in Den Helder met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
  5. In reactie op de door het hof bij het tussenarrest gestelde vragen heeft de advocaat-generaal aangegeven dat navraag is gedaan bij de ambtenaar of het beeldmateriaal nog beschikbaar is en het verzoek neergelegd om het beeldmateriaal te overleggen maar dat de ambtenaar niet op dit verzoek heeft gereageerd.
  6. Het enkele feit dat een op de zaak betrekking hebbende stuk niet kan worden overgelegd betekent op zichzelf niet dat de inleidende beschikking moet worden vernietigd. Dat is alleen het geval als het op de zaak betrekking hebbende stuk voor de vaststelling van de gedraging of de beoordeling van een ander relevant aspect niet kan worden gemist.
  7. De gemachtigde betwist de gedraging en voert aan dat niet een onafgebroken periode van drie uren is geparkeerd. Het voertuig van de betrokkene stond inderdaad geparkeerd voor haar werk, maar vervolgens is zij op (werk)bezoek gegaan bij een opdrachtgever. Daarbij heeft zij gebruik gemaakt van haar auto. Bij terugkomst heeft de betrokkene het voertuig op dezelfde plaats geparkeerd en heeft zij de parkeerschijf ingesteld op 11.30 uur. De gemachtigde stelt dat op basis van de stukken in het dossier de gedraging onvoldoende kan worden bewezen, zodat de inleidende beschikking niet in stand kan blijven.
  8. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van het bepaalde in artikel 25 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Artikel 25 luidt als volgt: “
  9. Het is verboden in een parkeerschijfzone te parkeren, behalve op parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven of plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep.
  10. Op plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep is het parkeren van een motorvoertuig op meer dan twee wielen slechts toegestaan indien het motorvoertuig is voorzien van een duidelijk zichtbare parkeerschijf. Indien het motorvoertuig is voorzien van een voorruit, wordt de parkeerschijf achter de voorruit geplaatst.
  11. Op de parkeerschijf staat aan de getoonde zijde slechts één cijferreeks, die een aanduiding geeft van de kalenderuren, en die vanaf het begin van het parkeren in duidelijk leesbare cijfers tegen een contrasterende achtergrond in hele of halve uren het tijdstip weergeeft waarop met het parkeren is begonnen. Een parkeerschijf voorzien van een mechanisme dat tijdens het parkeren het tijdstip van aankomst automatisch verschuift, mag niet worden gebruikt.
  12. Bij het instellen mag het tijdstip van aankomst naar boven worden afgerond op het eerstvolgende hele of halve uur. De toegestane parkeerduur mag niet zijn verstreken.
  13. Indien op een onderbord dagen of uren zijn vermeld, gelden het tweede tot en met het vierde lid slechts gedurende die dagen of uren.”
  14. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: “1e waarneming 9 uur, max 3 uur parkeren Overtreden artikel: 25 lid 4 RVV 1990.”
  15. Daarnaast bevat het dossier een aanvullend proces-verbaal van 2 januari
  16. Hierin verklaart de ambtenaar onder meer het volgende: “Op maandag 28 oktober 2019 omstreeks 12.09 uur liep ik (…) op de openbare weg de Breewaterstraat in de gemeente Den Helder. Daar zag ik toen een personenauto met het kenteken [kenteken] merk Peugeot geparkeerd staan binnen de blauwe zone. Het is hier toegestaan maximaal 3 uur te parkeren met gebruik van een tijdschijf. De tijdschijf stond op 9 uur tijdens de eerste controle. Dit is gefilmd door de verbalisant. Tijdens de tweede controle is (het hof begrijpt: bleek) de tijdschijf doorgedraaid naar 11.30 uur. Het voertuig stond geparkeerd op dezelfde parkeerplek. Het doordraaien van de tijdschijf is niet toegestaan. Het voertuig stond hier langer dan 3 uur geparkeerd.”
  17. Niet in het geding is dat het voertuig van de betrokkene bij een blauwe streep stond geparkeerd, dat het daar was toegestaan om maximaal drie uren te parkeren, dat het voertuig was voorzien van een duidelijk zichtbare parkeerschijf, dat de parkeerschijf, die eerst stond ingesteld op 9.00 uur, op enig moment tussen de eerste controle, om 9.00 uur, en de tweede controle, om 12.09 uur, is ingesteld op 11.30 uur en dat het voertuig bij beide controles op dezelfde parkeerplaats stond.
  18. Deze gegevens kunnen de door de ambtenaar getrokken conclusie dat het voertuig de toegestane parkeerduur heeft overschreden, dragen. Het ligt daarmee op de weg van de betrokkene om aannemelijk te maken dat het voertuig deze parkeerplaats tussentijds heeft verlaten. Daarin is zij niet geslaagd. De gemachtigde heeft deze stelling niet met stukken, getuigenverklaringen of anderszins onderbouwd. De conclusie is dan ook dat de toegestane parkeerduur van drie uren is overschreden.
  19. Het voorgaande brengt mee dat kan worden vast gesteld dat de gedraging is verricht. Anders dan de gemachtigde wenst leidt het ontbreken van het opgevraagde beeldmateriaal daarmee niet tot vernietiging van de inleidende beschikking. Het hof zal het beroep tegen de inleidende beschikking daarom ongegrond verklaren. Aanleiding voor het toekennen van een van proceskostenvergoeding is er niet. De beslissing Het gerechtshof: vernietigt de beslissing van de kantonrechter; verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing; verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond. wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af. Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.