GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.303.156 (Scheidsgerecht Gezondheidszorg, kenmerk SG 21/04) arrest van 1 november 2022 in de zaak van 1 [eiser] , wonende te [woonplaats1] , 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, [eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eisers tot vernietiging, hierna: [eiser] en de praktijkvennootschap, tezamen [eiser] c.s., advocaat: mr. M.R. Lauxtermann, tegen: de coöperatie Medisch Specialistisch Bedrijf-Amphia U.A., gevestigd te Breda, gedaagde, hierna: MSB Amphia, advocaat: mr. J.L.G.M. Verwiel. 1Het verloop van de procedure in hoger beroep Naar aanleiding van het arrest van 22 februari 2022 heeft op 9 juni 2022 een mondelinge behandeling bij het hof plaatsgevonden. Daarvan is een verslag (proces-verbaal) gemaakt dat aan partijen is gezonden. Hierna hebben partijen het hof gevraagd arrest te wijzen. 2De kern van de zaak 2.1 Vanaf 1 januari 2009 werkte [eiser] als [functie] in het Amphia ziekenhuis in Breda (verder: het ziekenhuis). [eiser] was ook opleider van onder meer arts-assistenten. [eiser] heeft met zijn praktijkvennootschap op 21 november 2017 met MSB Amphia een ledenovereenkomst gesloten (tevens houdende opdracht voor het verlenen van medisch specialistische zorg). In een besluit van 28 oktober 2020 heeft het bestuur van MSB de ledenovereenkomst opgezegd tegen 25 november 2020 vanwege, kort gezegd, disfunctioneren van [eiser] . [eiser] is toen ook de toegang ontzegd tot het ziekenhuis en de geautomatiseerde (patiënt)systemen. In april 2021 heeft [eiser] c.s. een procedure gestart bij het Scheidsgerecht Gezondheidszorg met onder meer als inzet een verklaring voor recht dat de opzegging van de ledenovereenkomst onrechtmatig is jegens [eiser] c.s., dan wel nietig of vernietigbaar is. In een arbitraal vonnis van 13 augustus 2021 heeft het scheidsgerecht de vorderingen van [eiser] c.s. afgewezen (wel dienden partijen nog met elkaar af te rekenen in het kader van het einde van de ledenovereenkomst) en hem veroordeeld in de proceskosten. 2.2 Met de dagvaarding van 15 november 2021 heeft [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij dit hof en vernietiging van het arbitraal vonnis gevorderd. Hij heeft een aantal bezwaren/vernietigingsgronden geformuleerd (onder A, B en C) en het een en ander toegelicht. 2.3 Het ziekenhuis heeft hierop gereageerd bij conclusie van antwoord en onder meer de ontvankelijkheid van [eiser] c.s. ter discussie gesteld en inhoudelijk gerespondeerd op de door [eiser] c.s. aangevoerde vernietigingsgronden. 3Het oordeel van het hof De ontvankelijkheid van het hoger beroep 3.1 Niet in geschil is dat partijen arbitrage zijn overeengekomen en dat uit dien hoofde het Scheidgerecht Gezondheidszorg (te Utrecht) bevoegd is om van het geschil kennis te nemen. Ook is niet in geschil dat dit hof bevoegd is van de vordering tot vernietiging kennis te nemen (artikel 1064a lid 1 Rv). De bevoegdheid tot het instellen van een vordering tot vernietiging vervalt drie maanden na de dag van verzending van het arbitraal vonnis (artikel 1064a lid 2, eerste volzin, Rv). Het arbitraal vonnis is van 13 augustus 2021 en is op die dag aan partijen verstuurd, zo staat te lezen onderaan het vonnis. De termijn van hoger beroep begint dus te lopen vanaf 14 augustus 2021. Het hof constateert dat 14 november 2021 een zondag is geweest. Gezien artikel 1 van de Algemene termijnenwet is het door [eiser] c.s. ingestelde hoger beroep bij dagvaarding van 15 november 2021 dan ook tijdig geweest. [eiser] c.s. is dan ook ontvankelijk in zijn hoger beroep. De gronden van opzegging van de ledenovereenkomst 3.2 Op grond van artikel 4.1 van de ledenovereenkomst kan MSB Amphia de overeenkomst beëindigen door opzegging op de voet van artikel 6 lid 1 van de statuten, waarin de opzeggingsgronden staan vermeld onder a tot en met m. In het besluit van 28 oktober 2020 heeft het bestuur van MSB Amphia de navolgende gronden van opzegging, verkort weergegeven, vermeld: ondanks waarschuwing ernstig in verzuim blijven met de nakoming van de verplichtingen (grondslag h.); niet meer geschikt of bekwaam zijn om de praktijk uit te oefenen (grondslag i.); door ernstig en structureel geschonden vertrouwen is sprake van onmogelijkheid tot samenwerking binnen MSB Amphia/het ziekenhuis en de vakgroep (grondslag k.); op grond van overige omstandigheden (de gedragingen druisen in tegen de professionele en fatsoensnormen, er is inbreuk gemaakt op de afhankelijkheidsrelatie tussen medewerker en medisch specialist, de gedragingen ondermijnen het vertrouwen in de medische stand) kan van MSB Amphia niet gevergd worden de ledenovereenkomst ongewijzigd in stand te houden (grondslag m.). Het Amphia Evaluatie Model 2020 (AEM) 3.3 Het AEM betreft een systematiek om het functioneren van medisch specialisten te evalueren en te verbeteren. Het AEM bestaat uit twee type instrumenten: preventief en curatief. Onder het curatieve instrument vallen de navolgende trajecten/maatregelen in opvolgende ‘zwaarte’: het traject Continue Controle en Coaching (CCC-traject), het Focustraject bij chronisch ondermaats (medisch) functioneren dan wel bij het niet opvolgen van adviezen van collega’s of bij ‘geen zelfreflectie’; bij een negatief Focustraject wordt het traject ‘mogelijk disfunctioneren medisch specialist’ ingezet en tot slot kan het bestuur disciplinaire maatregelen treffen. De procedure mogelijk disfunctioneren is beschreven in een aantal hoofdstukken. Zo wordt in hoofdstuk 2 de melding beschreven en in hoofdstuk 3 de behandeling en beoordeling van de melding. Als daartoe aanleiding (hoofdstuk 4) bestaat kan het bestuur van MSB Amphia in de vervolgprocedure maatregelen voorstellen en bij aanhoudend disfunctioneren de raad van bestuur adviseren over de te nemen maatregelen (zoals beëindiging van de ledenovereenkomst en opzegging op de voet van artikel 6 van de statuten). De vorderingen van [eiser] 3.4 Voor het scheidsgerecht heeft [eiser] c.s. in de memorie van eis (in de conclusie) de navolgende vorderingen, samengevat weergegeven, ingesteld: - te verklaren voor recht dat de melding medisch disfunctioneren van [de verpleegkundige] ten onrechte door (het bestuur van) het MSB gegrond is verklaard; - te verklaren voor recht dat het besluit van 28 oktober 2020 tot opzegging van de ledenovereenkomst/de overeenkomst van opdracht jegens [eiser] c.s. onrechtmatig is, althans nietig/vernietigbaar/niet rechtsgeldig is; - MSB te veroordelen tot doorbetaling op grond van de ledenovereenkomst/overeenkomst van opdracht; - MSB te veroordelen bij rechtsgeldige beëindiging van de ledenovereenkomst tot betaling op grond van de Uitverdienregeling; - MSB te veroordelen tot betaling van immateriële schadevergoeding; - MSB te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten; - MSB te veroordelen tot betaling van de kosten van de procedure voor het scheidsgerecht; - MSB te veroordelen tot betaling van de kosten van rechtsbijstand; - met over de gevorderde/toegewezen bedragen de wettelijke rente. 3.5 Voor het hof heeft [eiser] c.s. in de dagvaarding (in zijn conclusie) zijn vorderingen niet expliciet herhaald, maar wel vernietiging van het arbitraal vonnis gevorderd. Het hof begrijpt hieruit dat [eiser] c.s. vasthoudt aan de vorderingen zoals ingesteld bij het scheidsgerecht. De gronden voor vernietiging van het arbitraal vonnis 3.6 In de wet, in artikel 1065 lid 1 Rv, staan limitatief vijf gronden opgesomd voor vernietiging van het arbitraal vonnis (onder a. tot en met e.). De eerste twee (formele) gronden zijn in deze zaak niet relevant. De door [eiser] c.s. genoemde gronden betreffen c. het scheidsgerecht heeft zich niet aan zijn opdracht gehouden, d. het vonnis is niet met redenen omkleed en e. het vonnis of de wijze van totstandkoming daarvan is in strijd met de openbare orde. De vijf gronden voor vernietiging zien (grotendeels) op de formele toetsing van het arbitraal vonnis; de procedure bij het hof is dus geen (verkapt) hoger beroep. 3.7 [eiser] c.s. heeft zijn bezwaren tegen het arbitraal vonnis onderverdeeld in drie onderdelen (A, B en C), welke opbouw het hof zal volgen nu ook MSB Amphia deze volgorde heeft aangehouden. Bezwaar A: de gronden voor opzegging; opzegging is gerechtvaardigd 3.8 [eiser] c.s. heeft onder bezwaar A commentaar geleverd op de beslissing van het scheidsgerecht in de slotsom onder overweging 5.23 van het arbitraal vonnis, namelijk dat er gronden waren voor opzegging en dat die opzegging gerechtvaardigd was. Volgens [eiser] c.s. heeft het scheidsgerecht zich niet aan zijn opdracht gehouden, dan wel het oordeel niet of ondeugdelijk gemotiveerd, zodat (ook) sprake is van strijd met de openbare orde. Uit de door het scheidsgerecht gehanteerde bewoordingen (onder overweging 5.3) ‘niettemin’ en ‘de uitkomsten en bevindingen van die procedure’ had het te hanteren toetsingskader door het scheidsgerecht beperkt moeten blijven tot het (mogelijk) disfunctioneren als beschreven in het AEM (zie hierboven onder 3.3 van dit arrest), aldus [eiser] c.s. Het scheidsgerecht heeft dit toetsingskader uit het oog verloren en heeft de vordering van [eiser] c.s. die hierop expliciet zag (een verklaring voor recht dat de melding van disfunctioneren door [de verpleegkundige] ten onrechte is gegrond verklaard) bij een gebrek aan belang met de andere vorderingen afgewezen. Als het scheidsgerecht die vordering wel had beoordeeld en toe had gewezen, was de hele grond aan de opzegging van ledenovereenkomst komen te ontvallen. Hiermee is het belang van die vordering aangetoond en door daar niet expliciet op in te gaan zijn de vernietigingsgronden (onder artikel 1065 lid 1 sub c-e Rv) gegeven. 3.9 Het hof stelt vast dat het scheidsgerecht in het arbitraal vonnis, onder overweging 5.2, de door MSB Amphia ingeroepen gronden voor opzegging heeft weergegeven. Onder overweging 5.3 heeft het scheidsgerecht vervolgens geconcludeerd dat MSB Amphia op grond van de statuten niet gehouden was een bepaalde procedure te volgen bij opzegging op één van de genoemde opzeggingsgronden in artikel 6 van de statuten. Desalniettemin heeft MSB Amphia de procedure mogelijk disfunctioneren gevolgd op de melding van de verpleegkundige die daarop expliciet was gericht. Het scheidsgerecht heeft eerst onderzocht of er door MSB Amphia procedurele fouten zijn gemaakt bij het doorlopen van de procedure mogelijk disfunctioneren. Dat was niet het geval, zo is te lezen in de overwegingen 5.5 - 5.11. Vervolgens is het scheidsgerecht gaan onderzoeken of het besluit van MSB Amphia tot het opzeggen van de ledenovereenkomst op deugdelijke gronden is genomen (overweging 5.12). Hiermee heeft het scheidsgerecht gerespondeerd op het standpunt van [eiser] c.s. zoals verwoord onder overweging 3.2 van het arbitraal vonnis, waartegen [eiser] c.s. geen (kenbare) bezwaren heeft aangevoerd. Onder overweging 3.2 wordt door [eiser] c.s. niet alleen bestreden dat sprake is geweest van disfunctioneren in verband met de melding van de verpleegkundige, maar wordt door hem ook gewezen op en verwezen naar de gebeurtenissen in het verleden, in de jaren 2019 en 2020. Deze gebeurtenissen zijn door het scheidsgerecht ook opgenomen onder de overwegingen 2.4 - 2.9: dit betreft de uitkomsten van de enquête in april-mei 2019 onder arts-assistenten over het opleidingsklimaat; de melding van mede-opleider [naam1] op 8 oktober 2019 over een onveilig leer- en leefklimaat van de arts-assistenten tijdens de supervisie van [eiser] , waarna een onderzoek is gedaan door een collega-internist dat geresulteerd heeft in een rapport van 12 november 2019; de schriftelijke waarschuwing van het bestuur van MSB Amphia op 2 december 2019 die geresulteerd heeft in een coachingstraject voor [eiser] ; de nieuwe melding van een arts-assistent in januari 2020 en tot slot de schriftelijke melding van de verpleegkundige van 15 september 2020. 3.10 Onder overweging 5.23 (slotsom/conclusie) heeft het scheidsgerecht eerst verwezen naar de gronden die MSB Amphia ten dienste staan om de ledenovereenkomst eenzijdig te beëindigen (eerder genoemd onder 5.2 van het arbitraal vonnis) en die zijn opgenomen in artikel 6 van de statuten. Het scheidsgerecht oordeelt vervolgens dat [eiser] na een waarschuwing over zijn gedrag en de duidelijke signalen van zijn directe collega’s andermaal in de fout is gegaan (daarmee kennelijk doelend op de melding van de verpleegkundige, zo verstaat het hof). Het scheidsgerecht ziet geen aanleiding voor een verbetertraject nu [eiser] die kans al had gekregen en in 2020 dit (coachings)traject had doorlopen. MSB Amphia heeft in ieder geval de overeenkomst kunnen opzeggen op de m-grond (van artikel 6 van de statuten): er zijn voldoende ‘overige omstandigheden’ waardoor redelijkerwijs van MSB Amphia niet kan worden gevergd de overeenkomst ongewijzigd in stand te houden, aldus het scheidsgerecht. 3.11 Met dit oordeel is het scheidsgerecht niet buiten de opdracht (het geschil) getreden. Het scheidsgerecht heeft kenbaar in het arbitraal vonnis alle feiten en omstandigheden meegewogen die betrekking hadden op het functioneren van [eiser] vanaf april-mei 2019 tot aan de melding van de verpleegkundige in september 2020. Deze feiten en omstandigheden zijn uitvoerig verwoord in het arbitraal vonnis, waarmee het vonnis met redenen is omkleed. Met de conclusie dat MSB Amphia tot opzegging van de ledenovereenkomst heeft kunnen overgaan (in respons op de tweede gevorderde verklaring voor recht), behoefde het scheidsgerecht niet nog expliciet een oordeel te geven over de melding van de verpleegkundige in het kader van disfunctioneren volgens het AEM; dit heeft het scheidsgerecht ook zo verwoord onder overweging 5.24 van het arbitraal vonnis: “Eiser heeft daarbij geen belang omdat beslissend is of de ledenovereenkomst terecht is opgezegd, en dat is het geval.” De inzet van de procedure bij het scheidsgerecht was gericht op ongedaanmaking van de beslissingen in het besluit van 28 oktober 2020 van het MSB Amphia; dit is ook zo weergegeven in de memorie van eis onder de overwegingen 2 en 3 en in de pleitnotities van mr. Lauxtermann voor het scheidsgerecht (“De omvang van het debat wordt bepaald door de inhoud van het Besluit.”). Deze beslissingen zijn genomen indachtig het bepaalde in artikel 4.1. van de ledenovereenkomst en artikel 6 van de statuten, waarin de mogelijkheden tot opzegging zijn omschreven. Daarin staat niet dat pas tot opzegging mag worden overgegaan als een klacht (na het doorlopen van het AEM) gegrond is verklaard. Aan de door [eiser] c.s. verdedigde koppeling tussen de mogelijkheid tot opzegging aan en de gegrondverklaring van de melding, welke koppeling door MSB Amphia gemotiveerd is bestreden, heeft het scheidsgerecht daarom voorbij kunnen gaan. Het hof oordeelt dat geen van de door [eiser] c.s. aangedragen vernietigingsgronden slaagt. Bezwaar B: beoordeling van de gronden voor opzegging 3.12 Onder bezwaar B heeft [eiser] c.s. de beoordeling van het scheidsgerecht in het arbitraal vonnis onder de overwegingen 5.5 - 5.21 ter discussie gesteld. [eiser] c.s. voert allereerst procedurele bezwaren aan tegen de beslissing van MSB Amphia, die door het scheidsgerecht niet alle zijn besproken, zo begrijpt het hof uit zijn betoog. De bezwaren tegen het arbitraal vonnis richten zich op de overwegingen 5.8 , 5.10 en 5.11. In die overwegingen wordt volgens [eiser] c.s. niet gerespondeerd op de kern van het verweer bij het scheidsgerecht, te weten:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.