← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2022:9367

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.298.554/01 CJIB-nummer : 230843078 Uitspraak d.d. : 3 november 2022 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 20 april 2021, betreffende [de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene), gevestigd te [vestigingsplaats] . De gemachtigde van de betrokkene is mr. M. Lagas, kantoorhoudende te Amsterdam. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling

  1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder een sanctie opgelegd van € 95,- voor: “R592i - parkeren op parkeerplaats vergunninghouders (bord E9) zonder vergunning voor dat voertuig”. Deze gedraging zou zijn verricht 20 december 2019 om 19:49 uur op de Kriekenbeekplaats in Nijmegen met het voertuig met het kenteken [kenteken1] .
  2. De gemachtigde voert in hoger beroep aan dat de gedraging niet is verricht, nu de sanctie ziet op het zonder vergunning parkeren bij een E9 bord, terwijl de betrokkene wel degelijk een vergunning heeft maar zich niet heeft gehouden aan de voorwaarden door een verkeerd kenteken aan te melden.
  3. De sanctie is opgelegd ter zake van overtreding van artikel 24, eerste lid, aanhef en onder g, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990). Dit artikel luidt: "De bestuurder mag zijn voertuig niet parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders, aangeduid door verkeersbord E9 van bijlage I, indien voor zijn voertuig geen vergunning tot parkeren op die plaats is verleend."
  4. Het zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: "Gedragingsgegevens: ik zag dat het voertuig stond geparkeerd op een middels bord E9 RVV 1990 aangeduide parkeergelegenheid welke is voorbehouden aan vergunninghouders. Ik heb geen parkeervergunning in het voertuig waargenomen. Uit navraag bij het bevoegd gezag is mij gebleken dat voor het parkeren op deze parkeergelegenheid geen vergunning is verleend."
  5. Door de gemachtigde is eerder in de procedure aangevoerd dat de vriendin van de betrokkene, [naam1] , een bezoekersvergunning heeft waarvoor ze bezoekers kan aanmelden. Zij heeft dit de bewuste dag ook gedaan, maar heeft in plaats van het kenteken [kenteken1] het kenteken [kenteken2] ingevoerd. Uit de bijgevoegde reserveringsgeschiedenis van het reserveren van de bezoekersvergunning kan worden afgeleid dat [naam1] vanaf 20 december 2019 om 17:39 tot en met 21 december 2019 om 06:39 uur een bezoekersparkeervergunning heeft gereserveerd voor het voertuig met kenteken: [kenteken2] .
  6. Het hof stelt vast dat het in deze zaak om een bezoekersvergunning gaat die voor meerdere kentekens kan worden gereserveerd. Dit brengt mee dat een voertuig pas over de vergunning beschikt als het daarbij behorende kenteken is ingevoerd. Hier is niet het kenteken ingevoerd van het voertuig dat ter plaatse stond geparkeerd op een parkeerplaats voor vergunninghouders, zodat kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht. Aldus is de sanctie terecht opgelegd. Wijziging van de feitcode is niet nodig, zodat hetgeen de gemachtigde daaromtrent heeft aangevoerd geen bespreking behoeft.
  7. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding is er niet. De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter; wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af. Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Verstraaten als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.