← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2022:9522

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.309.917/01 CJIB-nummer : 232942069 Uitspraak d.d. : 8 november 2022 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant van 22 november 2021, betreffende [de betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats] . De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard. Het verloop van de procedure De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De zaak is behandeld op de zitting van 25 oktober

  1. De betrokkene is verschenen.De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] . De beoordeling
  2. Artikel 14 van de Wahv bepaalt dat in twee situaties hoger beroep kan worden ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter: - wanneer de sanctie bij de beslissing van de kantonrechter hoger is dan € 70,- - wanneer de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat geen (of niet op tijd) zekerheid is gesteld.
  3. Van geen van deze situaties is hier sprake. De officier van justitie heeft de inleidende beschikking vernietigd en de kantonrechter heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard met als overweging dat er om die reden geen belang meer is bij een uitspraak.
  4. De betrokkene voert aan geen uitnodiging voor de zitting van de kantonrechter te hebben ontvangen. De betrokkene stelt dat er bij PostNL klaarblijkelijk een fout is gemaakt omdat er geprobeerd is om de aangetekende brief aan te bieden op postcode [postcode1] in plaats van [postcode2] , de postcode behorend bij het adres van de betrokkene. De betrokkene geeft aan dat postcode [postcode1] niet bestaat en de postbezorger de aangetekende brief dus niet kon bezorgen. De postbezorger heeft het stuk hierna afgeleverd bij de Albert Heijn, Molenhoekpassage 5, 5242 CZ Rosmalen. Vanuit hier is de brief vervolgens geretourneerd naar de afzender.
  5. Artikel 12, eerste lid, van de Wahv luidt, voor zover hier van belang, als volgt: “De kantonrechter stelt, alvorens te beslissen, partijen in de gelegenheid om op een openbare zitting hun zienswijze nader toe te lichten. Zij worden daartoe door de griffier opgeroepen.”
  6. Indien de kantonrechter - in strijd met artikel 12, eerste lid, van de Wahv - degene aan wie de sanctie is opgelegd niet in de gelegenheid heeft gesteld om zijn standpunt op de openbare zitting toe te lichten kan het recht op toegang tot de rechter, dat besloten ligt in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, meebrengen dat het appelverbod buiten toepassing moet worden gelaten (vgl. het arrest van het hof van 12 juli 2018 (gepubliceerd op rechtsprpaak.nl. onder ECLI:NL:GHARL:2018:6402).
  7. In het dossier bevindt zich een envelop met daarin een aan de betrokkene gerichte, en correct geadresseerde brief van de griffier van de rechtbank, gedateerd 18 oktober 2021, waarin hij wordt opgeroepen voor de zitting van de kantonrechter op 8 november
  8. Op de envelop is een sticker geplakt met daarop barcode [nummer1] . Verder blijkt uit een andere sticker dat het stuk is afgeleverd bij een afhaalpunt in de Albert Heijn, Molenhoekpassage 5, 5242 CZ Rosmalen en dat het stuk op 5 november retour is ontvangen door de afzender met als reden ‘niet afgehaald’.
  9. Gelet op het voorgaande gaat het hof ervan uit dat de oproeping aangetekend is verzonden naar het door de betrokkene opgegeven adres. Uit de uitspraak van de Raad van State van 24 juni 2020, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl onder ECLI:NL:RVS:2020:1451, volgt dat als een stuk aangetekend is verzonden en de betrokkene de ontvangst ervan ontkent, moet worden onderzocht of dat stuk door Post NL op regelmatige wijze op het adres van de betrokkene is aangeboden.
  10. Het hof overweegt dat uit het feit dat het stuk van de rechtbank van 18 oktober 2021 retour is gekomen met daarop de melding ‘niet afgehaald’ blijkt dat PostNL het aangetekende stuk op regelmatige wijze heeft aangeboden. De stelling van de betrokkene dat het stuk hem nooit heeft bereikt omdat het op een niet bestaand adres in Rosmalen is aangeboden, is niet met feiten onderbouwd door de betrokkene. Ter zitting geeft de betrokkene aan dat hij deze conclusie baseert op het feit dat het stuk blijkens de sticker op de envelop (uiteindelijk) is afgeleverd bij een afhaalpunt met als postcode 5245 CZ in Rosmalen. Als de postbezorger in [woonplaats] was geweest en het stuk niet had kunnen afleveren, dan was er ongetwijfeld een afhaalpunt in de buurt geweest en was het stuk niet naar een afhaalpunt zo’n 20 kilometer van zijn woonplaats gebracht. Daarbij merkt de betrokkene op dat aangetekende stukken die niet worden afgehaald worden normaliter afgeleverd bij [naam2] in [woonplaats] , zo ook de aangetekende oproepingsbrief van de onderhavige zitting. De betrokkene neemt om die reden aan dat de postbezorger niet met het stuk in [woonplaats] is geweest, maar heeft getracht het stuk aan te bieden op een adres in Rosmalen.
  11. Het hof is van oordeel dat de betrokkene niet aannemelijk heeft gemaakt dat het stuk op een niet bestaand adres is aangeboden. De enkele omstandigheid dat het stuk bij een afhaalpunt op enige afstand van de woonplaats van de betrokkene is bezorgd, is daartoe onvoldoende. Het hof is daarom van oordeel dat met de uitnodiging van 18 oktober 2021 is voldaan aan de uit artikel 12, eerste lid, van de Wahv voortvloeiende verplichting om de betrokkene in de gelegenheid te stellen zijn zienswijze op een openbare zitting toe te lichten. Deze grond faalt derhalve, zodat dit niet leidt tot het buiten toepassing laten van het appelverbod.
  12. Het hof zal het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaren. Dit betekent dat er geen aanleiding is voor vergoeding van kosten, zoals de betrokkene heeft verzocht. De beslissing Het gerechtshof: verklaart het beroep niet-ontvankelijk; wijst het verzoek om vergoeding van kosten af. Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.