GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.310.676/01 CJIB-nummer : 229858327 Uitspraak d.d. : 14 november 2022 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 25 maart 2022, betreffende [de betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats] . De gemachtigde van de betrokkene is mr. B. de Jong, kantoorhoudende te Gouda. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 759,-. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De zaak is behandeld op de zitting van 31 oktober
- Namens de gemachtigde van de betrokkene is O. van der Meer verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] . De beoordeling
- Het hoger beroep richt zich tegen de beslissing van de kantonrechter om geen proceskostenvergoeding toe te kennen voor de fase van administratief beroep. De kantonrechter overweegt volgens de gemachtigde van de betrokkene ten onrechte dat in de fase van administratief beroep enkel de gedraging is betwist. Bij de officier van justitie is echter de gedraging betwist, aangevoerd dat een foto ontbreekt en aangevoerd dat er ten onrechte geen staandehouding heeft plaatsgevonden. Met name dat de foto ontbreekt, brengt mee dat geen deugdelijk verweer gevoerd kon worden.
- De kantonrechter heeft de feitcode gewijzigd en een proceskostenvergoeding toegewezen tot een bedrag van € 759,- voor het indienen van een beroepschrift bij de kantonrechter en het bijwonen van de zitting van de kantonrechter. Daarbij heeft de kantonrechter onder meer overwogen dat pas bij de kantonrechter onderbouwd is aangevoerd dat het bord E1 ontbreekt.
- De vertegenwoordiger van de advocaat-generaal heeft ter zitting meegedeeld dat de proceskosten in de fase van administratief beroep voor vergoeding in aanmerking komen.
- Het hof overweegt dat de enkele omstandigheid dat in administratief beroep geen bezwaren zijn aangevoerd die betrekking hebben op het punt waarop de betrokkene in het gelijk wordt gesteld, niet meebrengt dat de in administratief beroep gemaakte kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen als de betrokkene in het gelijk wordt gesteld. Er is geen reden om af te zien van vergoeding van de proceskosten in administratief beroep. Het hof zal de beslissing van kantonrechter dan ook vernietigen voor zover daarbij geen proceskostenvergoeding voor de fase van administratief beroep is toegekend.
- Aan het indienen van een administratief beroepschrift dient een punt te worden toegekend. Voor het telefonisch horen in administratief beroep zal het hof met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht 0,5 punt (eerste telefonische hoorzitting) en 0,25 punt (nadere telefonische hoorzitting) toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 541,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 473,
- De proceskosten in hoger beroep komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van een hoger beroepschrift en het verschijnen ter zitting dienen in totaal twee punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 759,-. Nu in hoger beroep het geschil slechts betrekking heeft op de toekenning van een proceskostenvergoeding, wordt voor de vaststelling van de vergoeding voor de in hoger beroep gemaakte kosten de wegingsfactor 0,25 (gewicht van de zaak = zeer licht) toegepast. Aldus bedraagt de vergoeding voor de in hoger beroep gemaakt proceskosten € 379,
- De beslissing Het gerechtshof: vernietigt de beslissing van de kantonrechter voor zover daarbij geen proceskostenvergoeding voor de fase van administratief beroep is toegekend; veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 852,
- Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.