TBS P22/128 Beslissing d.d. 17 november 2022 De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van [terbeschikkinggestelde] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969, verblijvende in [kliniek] (hierna: de kliniek), verder te noemen de terbeschikkinggestelde. Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 19 april
- Deze beslissing houdt in de verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaren en de afwijzing van verzoeken om nader onderzoek te (laten) doen. Het hof heeft gelet op de stukken, waarop de rechtbank haar beslissing heeft gebaseerd en daarnaast onder meer op: - het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg; - de beslissing waarvan beroep; - de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 19 april 2022; - de aanvullende informatie van de kliniek van 1 augustus 2022, met als bijlage de wettelijke aantekeningen van 10 december 2021 tot en met 20 juni 2022; - het proces-verbaal van de terechtzitting van dit hof van 25 augustus 2022; - een e-mail van de raadsvrouw van de terbeschikkinggestelde van 12 oktober 2022 met correspondentie met [behandelaar] , de hoofd behandeling van de terbeschikkinggestelde; - het proces-verbaal van de terechtzitting van dit hof van 13 oktober
- Het hof heeft ter zitting van 3 november 2022 gehoord de advocaat-generaal mr. R. Segerink en de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. S. Marjanović, advocaat te Den Haag. Overwegingen: Het standpunt van de terbeschikkinggestelde De raadsvrouw heeft primair verzocht de terbeschikkingstelling te verlengen met een termijn van één jaar en de behandeling van de zaak verder aan te houden om de reclassering onderzoek te laten doen naar de mogelijkheden tot een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht de behandeling van de zaak aan te houden in afwachting van de uitkomsten van de zorgconferentie. Meer subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht de behandeling van de zaak aan te houden om de externe deskundigen op zitting te horen. De proportionaliteit en subsidiariteit verzetten zich tegen een verlenging van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege. Volgens de externe deskundigen is verpleging van overheidswege ook niet noodzakelijk. Het beste kader om de resocialisatie goed vorm te kunnen geven is de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. Het standpunt van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van de beslissing van de rechtbank en heeft verzocht de terbeschikkingstelling te verlengen met een termijn van één jaar. Er is sprake van een stoornis en een hoog recidiverisico. Het is goed dat er een zorgconferentie wordt gepland. De uitkomst van de zorgconferentie kan dan bij de volgende verlengingszitting worden meegenomen. Een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege is nog niet aan de orde. Ook voor een onderzoek daarnaar zijn er op dit moment onvoldoende aanknopingspunten. Verlenging van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege is niet disproportioneel gelet op de ernst van de stoornis en het recidiverisico. Het is niet noodzakelijk om de behandeling van de zaak aan te houden om de externe deskundigen ter zitting te horen. Het oordeel van het hof Vernietiging Het hof zal de beslissing van de rechtbank vernietigen omdat het tot een andere beslissing komt over de duur van de verlenging. Indexdelicten Het gerechtshof Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, heeft aan de terbeschikkinggestelde bij arrest van 2 februari 2012 de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege opgelegd voor onder andere afpersing en diefstal voorafgegaan van geweld en bedreiging met geweld tegen personen. Het hof heeft daarbij vastgesteld dat dit misdrijven zijn die zijn gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. Stoornis en recidivegevaar Uit het verlengingsadvies van de kliniek van 3 februari 2022 volgt dat bij de terbeschikkinggestelde sprake is van zwakbegaafdheid en van een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Daarnaast is sprake van narcistische trekken in zijn persoonlijkheid. Vanaf jonge leeftijd is er bij de terbeschikkinggestelde sprake van verslaving aan softdrugs, harddrugs, alcohol en diverse soorten medicatie. De kliniek schat het gevaar op herhaling zonder maatregel in als hoog en als de verpleging van overheidswege voorwaardelijk zou worden beëindigd als matig tot hoog. De terbeschikkinggestelde beschikt niet over interne of motivationele beschermende factoren. Bij krenking en frustratie raakt hij snel overspoeld met emoties, reageert hij met verbale agressie, vervalt hij in middelengebruik en raakt hij in conflict met zijn omgeving. Het risicomanagement dient extern te worden vormgegeven. De onafhankelijke psychiater T.W.D.P. van Os en psycholoog A.J. de Groot komen in hun adviezen van 4 maart 2022 respectievelijk 13 februari 2022 tot vrijwel gelijke conclusies. Verlenging Op grond van deze gegevens stelt het hof vast dat bij de terbeschikkinggestelde sprake is van een stoornis en dat vanwege het recidivegevaar de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen en goederen de verlenging van de maatregel vereist. Proportionaliteit en subsidiariteit De terbeschikkingstelling is ingegaan op 7 april 2012 en loopt inmiddels meer dan tien jaren. Het hof is van oordeel dat bij een afweging tussen de belangen van de terbeschikkinggestelde en die van de maatschappij, het belang van de terbeschikkinggestelde, naarmate de maatregel langer duurt, steeds zwaarder dient te wegen. Anders dan de raadsvrouw is het hof echter van oordeel dat van disproportionaliteit in het onderhavige geval geen sprake is. Naast het tijdsverloop in relatie tot de ernst van de indexdelicten, moet namelijk ook de aard van de stoornis en de ernst van het recidivegevaar in aanmerking worden genomen. Het hof acht verlenging van de maatregel ook niet in strijd met het beginsel van subsidiariteit. Uit de stukken blijkt dat er nog geen geschikte alternatieven zijn om de terbeschikkinggestelde te kunnen laten functioneren in de maatschappij zonder de structuur van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege. Duur van de verlenging Het hof heeft als uitgangspunt dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar. Het hof ziet in dit geval echter aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. Uit recente informatie van de kliniek van 1 augustus 2022 volgt dat bij de laatste behandelplanbespreking eind juni 2022 een enigszins positiever beeld van de terbeschikkinggestelde wordt gezien. Copingvaardigheden schieten nog steeds tekort bij oplopende spanningen en de terbeschikkinggestelde zoekt zijn toevlucht bij verveling of spanning nog in middelengebruik, maar hij uit minder forse bedreigingen. Als de terbeschikkinggestelde stappen wil maken, zal hij zich moeten conformeren op een basaal niveau om een verder weg gelegen doel te bereiken, maar conformeren is iets wat de terbeschikkinggestelde niet kan. In het behandelteam wordt op gedragsniveau herhaaldelijk gezien dat er sprake is van regelovertredingen, impulsiviteit, misleiding, middelengebruik, conflicten met personeel, medepatiënten en de reclassering. De terbeschikkinggestelde slaagt er niet in zijn motivatie om aan een (verder weg liggend) doel te werken, vast te houden. De ruimte en eigen verantwoordelijkheid bij een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege zal de terbeschikkinggestelde overvragen en het traject binnen dat kader zal opnieuw op korte termijn stranden. De kliniek heeft een uitstroomtraject voor ogen voor de terbeschikkinggestelde via een intramurale resocialisatieafdeling en daaropvolgende plaatsing op de transmurale voorziening van de kliniek, bedoeld voor patiënten die langere forensische zorg behoeven. Als dit traject niet slaagt, denkt de kliniek aan overplaatsing naar [kliniek] . De onafhankelijke psychiater en psycholoog hebben echter een andere koers voor ogen. Psychiater Van Os meent dat de terbeschikkinggestelde achteraf gezien naar alle waarschijnlijkheid in het traject van de maatregel is overschat en overvraagd. Het recidiverisico kan volgens deze deskundige worden verlaagd door het bieden van structuur en begeleiding, maar deze zogenoemde omgevingsprothese hoeft niet zo zwaar te zijn als nu het geval is. De psychiater adviseert een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege als een goede uitstroomplek voorhanden is. Mocht die er niet zijn, dan adviseert hij de resocialisatie zo snel mogelijk op te pakken en de reclassering nu al te betrekken. Psycholoog De Groot signaleert dat er op dit moment geen constructieve samenwerking is tussen de terbeschikkinggestelde en de kliniek. Hij bepleit toewerken naar een concreet traject ingericht voor personen met een lichte verstandelijke beperking. De maatregel zou met een jaar moeten worden verlengd. Binnen dat jaar kan de terbeschikkinggestelde worden gemotiveerd voor dit concrete traject. Uit een mail van het hoofd behandeling van de terbeschikkinggestelde van 11 oktober 2022 volgt dat wordt gestreefd naar het organiseren van een zorgconferentie. Gelet op de verschillen in advisering tussen de kliniek en de onafhankelijke deskundigen, acht het hof het noodzakelijk dat op kortere termijn dan na twee jaren wordt bezien wat de stand van zaken is, met name of de beoogde zorgconferentie nieuwe aanknopingspunten heeft opgeleverd voor de inrichting van het traject. Daarbij merkt het hof op dat aan deze verlenging met één jaar niet de verwachting mag worden ontleend dat na verloop van dat jaar de verpleging van overheidswege voorwaardelijk zal worden beëindigd of de terbeschikkingstelling opnieuw slechts met een termijn van één jaar zal worden verlengd. Afwijzen verzoek (onderzoek naar) voorwaardelijke beëindiging Het hof acht zich op basis van de aanwezige informatie voldoende voorgelicht om te kunnen oordelen over het door de terbeschikkinggestelde ingediende beroep. Het verzoek tot het door de reclassering doen onderzoeken van de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege wordt afgewezen. De noodzakelijkheid van dit onderzoek is niet gebleken. Op grond van de aanwezige informatie acht het hof een voorwaardelijke beëindiging op dit moment niet aan de orde. Er zijn daartoe op dit moment onvoldoende aanknopingspunten. Afwijzen verzoek oproepen externe deskundigen Het hof acht zich op basis van de aanwezige informatie voldoende voorgelicht om te kunnen oordelen op het door de terbeschikkinggestelde ingediende beroep. De adviezen van de onafhankelijke deskundigen zijn duidelijk en inhoudelijk niet door de terbeschikkinggestelde betwist. Het verzoek tot het horen van psychiater Van Os en psycholoog De Groot wordt afgewezen. De noodzakelijkheid daarvan niet is gebleken. Het hof gaat er overigens vanuit dat de externe deskundigen worden uitgenodigd voor de zorgconferentie. Beslissing Het hof: Vernietigt de beslissing van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 19 april 2022 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde]; Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar; Wijst af het verzoek tot het onderzoeken van de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege; Wijst af het verzoek tot het oproepen van de onafhankelijke deskundigen. Aldus gedaan door mr. M. Keppels als voorzitter, mr. M.E. van Wees en mr. W.A. Holland als raadsheren, en dr. P.K.J. Ronhaar en drs. D.M.L. Versteijnen als raden, in tegenwoordigheid van mr. R. Kaatman als griffier, en op 17 november 2022 in het openbaar uitgesproken. De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.