GERECHTSHOF ARNHEM -LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof: 200.319.004 (rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, insolventienummer: C 08/22/13 R) arrest van 6 februari 2023 in de zaak van Schuldhulp Oost Nederland B.V. (hierna Schuldhulp Oost), gevestigd te Hengelo (O), in haar hoedanigheid van beschermingsbewindvoerder van: [appellant] , wonende te [woonplaats1] , appellant, hierna: [appellant] , advocaat: mr. M.P. Smit. 1De procedure bij de rechtbank 1.1 Bij vonnis van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo (hierna: de rechtbank), van 24 januari 2022 is [appellant] toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Hierbij is [naam1] benoemd tot bewindvoerder. 1.2 Bij vonnis van de rechtbank van 14 november 2022 is, op verzoek van de bewindvoerder, de schuldsaneringsregeling van [appellant] tussentijds beëindigd.Het hof verwijst naar dat vonnis. 2De procedure bij het hof 2.1 Bij ter griffie van het hof op 21 november 2022 ingekomen verzoekschrift is [appellant] in hoger beroep gekomen van het vonnis van 14 november 2022. [appellant] verzoekt het hof dat vonnis te vernietigen en, opnieuw recht doende, de wettelijke schuldsaneringsregeling voort te zetten, desnoods met verlenging van de looptijd, kosten rechtens. 2.2 Het hof heeft naast het verzoekschrift met één bijlage kennisgenomen van:- de brief met bijlagen van 6 december 2022 van de bewindvoerder en- de met het V6-formulier op 7 december 2022 meegezonden stukken van mr. Smit. 2.3 De mondelinge behandeling heeft op 12 december 2022 plaatsgevonden.Hierbij is [appellant] is niet verschenen. Wel verschenen zijn: - mr. Smit;- de bewindvoerder;- namens de beschermingsbewindvoerder mevrouw [naam2] (hierna: [naam2] ) en de heer [naam3] (hierna: [naam3] ). 2.4 Namens de beschermingsbewindvoerder zijn op de mondelinge behandeling van12 december 2022 e-mailberichten aan het hof overgelegd van respectievelijk 25 november 2022 (mail [naam2] aan mr. Smit), 30 november 2022 (mail [naam2] aan [appellant] ) en5 december 2022 (mail [appellant] aan [naam2] en [naam4] - hierna: [naam4] -, aanspreekpunt voor [appellant] en participatiecoach van de gemeente Almelo, hierna: de gemeente). 2.5 Het hof heeft ter mondelinge behandeling van 12 december 2022 de behandeling van de zaak aangehouden met vier weken, tot 9 januari 2023, om Schuldhulp Oost dan wel mr. Smit in de gelegenheid te stellen om na verkregen toestemming van [appellant] het keuringsrapport van [naam5] en eventuele andere informatie over te leggen. 2.6 Het hof heeft vervolgens kennisgenomen van:- het op 6 januari 2023 door mr. Smit ingediende V6-formulier met vier producties (waaronder twee rapporten van [naam5] ) en een nadere toelichting daarop;- de brief van de bewindvoerder van 6 januari 2023 in reactie op die stukken. 2.7 Op 30 januari 2023 is de mondelinge behandeling voortgezet. Hierbij is [appellant] wederom niet verschenen. Wel verschenen zijn: - mr. Smit; - de bewindvoerder via een videoverbinding (Teams);- namens de beschermingsbewindvoerder [naam2] en [naam3] . 3De motivering van de beslissing in hoger beroep 3.1 De rechtbank heeft de schuldsaneringsregeling van [appellant] tussentijds beëindigd, omdat [appellant] vanaf de aanvang van die regeling zijn informatie- en sollicitatieplicht heeft geschonden. 3.2 [appellant] stelt in zijn beroepschrift dat hij niet aan de informatie- en sollicitatieplicht kon en kan voldoen wegens ernstige psychische klachten, die zijn terug te voeren op de jarenlange problematische schuldpositie waarin hij verkeert, de gevolgen van Covid-19 en het isolement waarin hij is terechtgekomen. De bewindvoerder stelt in reactie hierop dat [appellant] de uit de regeling voortvloeiende verplichtingen onvoldoende nakomt. [appellant] houdt haar en overigens ook de beschermingsbewindvoerder niet op de hoogte van zijn psychische toestand en hij onderneemt geen stappen om zijn psychische problemen aan te pakken. De bewindvoerder krijgt nauwelijks contact met [appellant] en hij reageert niet of nauwelijks op e-mailberichten. Volgens de bewindvoerder komt [appellant] ook zijn sollicitatieplicht niet na. Zij heeft geen enkel bewijs van verrichte sollicitaties ontvangen of gegevens waaruit de door hem beweerde arbeidsongeschiktheid blijkt. 3.3 Het hof gaat van de hierna volgende feiten en omstandigheden uit. [appellant] , geboren [in] 1990, was ondernemer. Op 5 oktober 2016 is hij failliet verklaard. Dat faillissement is op 21 mei 2019 geëindigd door het verbindend worden van de slotuitdelingslijst. [appellant] is met een schuldenlast van ruim € 122.000 tot de wettelijke schuldsaneringsregeling toegelaten. Hij ontvangt van de gemeente een uitkering ingevolge de Participatiewet. Sinds 23 december 2019 is Schuldhulp Oost Nederland B.V. de beschermingsbewindvoerder van [appellant] . [appellant] is korte tijd ondersteund door de POH GGZ. In februari 2021 heeft deze [appellant] doorverwezen naar een Almelose eerste lijns- en psychotherapiepraktijk. In opdracht van de gemeente heeft [naam5] op 10 juni 2022 bij [appellant] een psychisch belastbaarheidsonderzoek verricht (uitgemond in een rapportage van 1 juli 2022) en op 7 juli 2022 een medisch belastbaarheidsonderzoek (uitgemond in een rapportage van 16 augustus 2022). [naam5] concludeert in beide rapporten, kort samengevat, dat [appellant] vanwege psychische klachten op dit moment niet belastbaar is met werk of re-integratietrajecten. Omdat een zorgtraject prioriteit zou moeten hebben, is met [appellant] besproken dat hij opnieuw professionele hulp moet inschakelen voor zijn problemen. In het gesprek op het gemeentehuis op 3 januari 2023 tussen [naam4] , [appellant] en mr. Smit zijn de volgende afspraken gemaakt:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.