GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem, afdeling civiel zaaknummer gerechtshof 200.319.145 zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 9538993 arrest in het incident ex artikel 351 Rv van de pachtkamer van 10 januari 2023 in de zaak van MELKVEEBEDRIJF DE FLEVOHOEVE B.V., die is gevestigd in Wervershoof (gemeente Medemblik) die hoger beroep heeft ingesteld en eiseres is in het incident en bij de pachtkamer in eerste aanleg optrad als gedaagde in conventie en eiseres in reconventie hierna Flevohoeve te noemen advocaat: mr. L. Koning tegen STICHTING WAGENINGEN RESEARCH, die is gevestigd in Wageningen die verweerster is in het incident en bij de pachtkamer in eerste aanleg optrad als eiseres in conventie en verweerster in reconventie hierna SWR te noemen advocaat: mr. T. van Malssen. 1Het verloop van de procedure in hoger beroep Flevohoeve heeft SWR bij dagvaarding van 18 november 2022 gedagvaard. Zij komt in hoger beroep van het vonnis van de pachtkamer te Lelystad van 19 oktober 2022. In de dagvaarding in hoger beroep heeft Flevohoeve de schorsing gevraagd van de uitvoering door SWR van het vonnis. SWR heeft gereageerd met een antwoord in het schorsingsincident. Flevohoeve heeft in de dagvaarding te kennen gegeven een mondelinge behandeling van het incident te wensen, maar heeft nadat het antwoord was ingediend en de griffier contact had opgenomen over het vervolg, er geen bezwaar tegen gemaakt dat de zaak voor arrest in het incident kwam te staan. Daarna heeft het hof meteen arrest bepaald. 2Kern van de zaak en de beslissing Inleiding 2.1 SWR is in de [naam gebied] eigenaar van een groot areaal landbouwgrond voor onderzoeksdoeleinden. In januari 2015 heeft zij via een memorandum een melkveebedrijf met 250 ha grond aangeboden. Partijen zijn tot overeenstemming gekomen. Rond 1 september 2016 heeft Flevohoeve het bedrijf met ongeveer 450 koeien betrokken en vanaf 1 januari 2017 heeft Flevohoeve de grond in gebruik genomen. Bij vonnis van de pachtkamer Lelystad van 31 januari 2018 is een hoevepachtovereenkomst voor de duur van 12 jaar met een pachtsom van € 511.050 vastgelegd. Bij beschikking van de Grondkamer Noordwest van 15 oktober 2021 is de uiteindelijk bij arrest van 4 mei 2021 van dit hof vastgelegde pachtovereenkomst goedgekeurd, waarbij de pachtprijs is verlaagd naar € 421.675 per jaar in jaar 1. Deze pachtprijs valt uiteen in € 127.400 voor de opstallen, € 286.672 voor de gronden en € 7.603 voor de woning. Flevohoeve heeft vanaf de ingebruikname geen gebruiksvergoeding of pachtsom aan SWR voldaan. 2.2 SWR heeft Flevohoeve gedagvaard en onder meer betaling van de achterstallige pacht en ontbinding gevorderd waarbij zij tevens de ontruiming van het gepachte heeft gevorderd 14 dagen na de datum van ontbinding. De pachtkamer in eerste aanleg heeft die vorderingen vrijwel volledig toegewezen. De pachtkamer heeft de pachtovereenkomst ontbonden per 1 januari 2023 en de ontruiming bepaald op binnen 14 dagen erna. Verder heeft de pachtkamer Flevohoeve veroordeeld tot betaling binnen 14 dagen van een bedrag van bijna € 2.000.000 aan achterstallige pachtpenningen en nog een aantal bedragen die Flevohoeve in verband met de overname aan SWR schuldig was. De pachtkamer heeft het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard zodat SWR het vonnis meteen kon uitvoeren. De uitvoerbaar bij voorraadverklaring heeft de pachtkamer niet van een toelichting voorzien. 2.3 SWR heeft vervolgens bij exploot van 1 november 2022 betaling gevorderd van € 2.298.745,99 te vermeerderen met rente en kosten. Zij heeft diverse (derden)beslagen gelegd. Verder heeft zij aanstalten gemaakt om het gepachte rond 14 januari 2023 te laten ontruimen. In dit incident wil Flevohoeve bereiken dat haar betalingsverplichting wordt opgeschort en dat zij het gepachte niet hoeft te ontruimen. 2.4 Het hof zal het incident afwijzen en legt hierna uit waarom. 3Het oordeel van het hof Schorsing van de betalingsverplichting 3.1 Een veroordeling is uitvoerbaar, ook als daartegen hoger beroep is ingesteld. Het hof kan de uitvoerbaarheid schorsen als het belang van de veroordeelde partij bij behoud van de bestaande toestand zwaarder weegt dan het belang van de wederpartij. Het hof gaat uit van de overwegingen en beslissingen van het vonnis van de pachtkamer in eerste aanleg. De kans van slagen van het hoger beroep blijft daarbij buiten beschouwing. Als blijkt dat de beslissing van de pachtkamer in eerste aanleg op een kennelijke misslag berust, kan het hof daaraan wel gevolgen voor de uitvoerbaarheid verbinden. Kennelijke misslag 3.2 Flevohoeve beroept zich op een kennelijke misslag maar dat betoog gaat niet op. Flevohoeve heeft bij de pachtkamer in eerste aanleg een tegenvordering ingesteld van € 1.839.000 in verband met schade door gebreken aan de stallen (vooruitlopend op de vaststelling van de totale schade in een schadestaatprocedure). Zij vindt dat de pachtkamer ten onrechte de schade niet heeft begroot en de vorderingen van de SWR daarmee niet heeft verrekend. Als de pachtkamer dat wel had gedaan, was de vordering van SWR per saldo veel lager, zo begrijpt het hof het standpunt van Flevohoeve. 3.3 De pachtkamer in eerste aanleg heeft zijn oordeel dat de schade in het geding niet kon worden begroot onder 4.28 van het vonnis inhoudelijk toegelicht. Flevohoeve had haar schade slechts onderbouwd met een rapport van Flynth. De pachtkamer heeft dat rapport onvoldoende bevonden omdat de schade over een ruimere periode is berekend dan de periode die de pachtkamer als schadeperiode aannam en is uitgegaan van meer gebreken dan de pachtkamer heeft vastgesteld. Verder heeft de pachtkamer overwogen dat in het rapport Flynth werd uitgegaan van een overgang van een melkveebedrijf naar een akkerbouwbedrijf, waaruit schade zou zijn voortgevloeid, maar dat het oorzakelijk verband tussen de gebreken en die overgang niet was toegelicht. Daarom waren er onvoldoende aanknopingspunten om de schade al meteen te begroten. Dat hier sprake is van een kennelijke misslag ziet het hof niet in. Belangenafweging 3.4 Het belang van SWR bij betaling van de geldsom is gegeven. Het gaat hier om een enorm bedrag, dat ongeveer gelijk staat aan vijf jaren pachtbetalingen waarvan Flevohoeve niets heeft voldaan. Haar beroep op opschorting/verrekening heeft de pachtkamer in eerste aanleg verworpen zodat het hof daarvan moet uitgaan. Verder valt niet in te zien dat Flevohoeve gedurende de afgelopen jaren niet ten minste de pachtbetalingen voor het land (250
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.