GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem, afdeling civiel zaaknummer gerechtshof 200.311.829 zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 512648 arrest van 7 maart 2023 in de zaak van [appellante] die woont in [woonplaats1] die hoger beroep heeft ingesteld en bij de rechtbank optrad als gedaagde in conventie en eiseres in reconventie hierna: [appellante] advocaat: mr. N.C. van Steijn tegen [geïntimeerde1] die woont in [woonplaats2] en bij de rechtbank optrad als eiser in conventie en verweerder in reconventie hierna: [geïntimeerde1] advocaat: mr. M.J. Drost en [geïntimeerde2] die woont in [woonplaats3] en bij de rechtbank optrad als gedaagde in conventie hierna: [geïntimeerde2] niet verschenen in hoger beroep 1Het verloop van de procedure in hoger beroep [appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen de vonnissen die de rechtbank Midden-Nederland op 1 december 2021 (tussenvonnis) en 9 maart 2022 (eindvonnis) tussen partijen heeft uitgesproken. Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep de memorie van grieven van [appellante] de memorie van antwoord van [geïntimeerde1] . 2De kern van de zaak 2.
- [appellante] en [geïntimeerde2] (broer en zus) zijn samen met [geïntimeerde1] , de zoon van hun vooroverleden zus, erfgenamen van hun moeder (hierna: erflaatster) die op 11 september 2018 is overleden. Erflaatster heeft [appellante] tot executeur benoemd. Zij heeft in haar testament ook een bewind ingesteld over het erfdeel van [geïntimeerde1] dat eindigt als [geïntimeerde1] 23 jaar wordt. Zij heeft [appellante] tot bewindvoerder benoemd. [geïntimeerde1] is geboren [in]
- Namens [geïntimeerde1] is de nalatenschap beneficiair aanvaard. Wettelijke vereffening van de nalatenschap is niet nodig, omdat [appellante] als executeur heeft verklaard dat de goederen van de nalatenschap ruimschoots toereikend zijn om de schulden daarvan te voldoen. 2.
- De vader van [geïntimeerde1] heeft namens hem [appellante] en [geïntimeerde2] gedagvaard en in conventie gevorderd dat de rechtbank de wijze van verdeling van de nalatenschap gelast. [appellante] heeft in reconventie een eis ingesteld tegen [geïntimeerde1] en gevorderd dat de rechtbank de verdeling van de nalatenschap vaststelt. 2.
- De rechtbank heeft in het tussenvonnis van 1 december 2021 aan [appellante] een bewijsopdracht gegeven. De rechtbank heeft in het eindvonnis van 9 maart 2022 het restant van de nalatenschap vastgesteld en de wijze van verdeling daarvan gelast. 2.
- De bedoeling van het hoger beroep is dat het hof de vonnissen van de rechtbank vernietigt en de vordering in reconventie van [appellante] alsnog toewijst. 3Het oordeel van het hof 3.
- De rechtsvordering in eerste aanleg is op 5 november 2020 ingesteld door de vader van [geïntimeerde1] als zijn wettelijk vertegenwoordiger. [geïntimeerde1] was op dat moment nog minderjarig en niet procesbekwaam. [geïntimeerde1] heeft de procedure in eerste aanleg zelf voortgezet toen hij [in] 2021 achttien jaar werd en daarmee ook procesbekwaam. De rechtbank heeft dat geconstateerd in het tussenvonnis van 1 december 2021 (3.1.). 3.
- Over het erfdeel van [geïntimeerde1] is een bewind ingesteld. De bewindvoerder is bevoegd [geïntimeerde1] te vertegenwoordigen in gedingen over de goederen die onder bewind staan (artikel 4:173 BW). [geïntimeerde1] – of zijn wettelijk vertegenwoordiger tijdens zijn minderjarigheid – is niet zelf bevoegd over de nalatenschap van zijn grootmoeder te procederen. Dat betekent dat het hof de bestreden vonnissen zou moeten vernietigen en [geïntimeerde1] alsnog niet-ontvankelijk zou moeten verklaren in zijn hoger beroep. Dat zou verder betekenen dat ook [appellante] niet-ontvankelijk is in de rechtsvordering die zij in reconventie heeft ingesteld tegen [geïntimeerde1] . Daar komt nog bij dat de procedure in reconventie een processueel ondeelbare rechtsverhouding betreft (vaststelling van de verdeling van de nalatenschap van erflaatster) en dat [appellante] bij de rechtbank alleen [geïntimeerde1] in die procedure heeft betrokken en niet [geïntimeerde2] . 3.
- Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden en ter voorkoming van een verrassingsbeslissing partijen de gelegenheid geven zich hierover uit te laten. 4De beslissing Het hof: 4.
- partijen kunnen zich op dinsdag 21 maart 2023 (roldatum) bij akte uitlaten als bedoeld in rov. 3.
- en 3.
- en op dinsdag 4 april 2023 bij antwoordakte reageren op de akte van de andere partij; 4.
- houdt iedere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mrs. J.H. Lieber, R. Prakke-Nieuwenhuizen en M.L. van der Bel , en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2023.