GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem, afdeling civiel zaaknummer gerechtshof 200.308.743 zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht: 9504928 arrest van 14 maart 2023 in de zaak van [de huurder] die woont in [woonplaats1] die hoger beroep heeft ingesteld en bij de kantonrechter optrad als gedaagde hierna: [de huurder] advocaat: mr. E.J. Bakker tegen: [de verhuurder] die is gevestigd in Utrecht en bij de kantonrechter optrad als eiseres hierna: [de verhuurder] advocaat: mr. M.P.H. van Wezel. 1Het verloop van de procedure in hoger beroep Naar aanleiding van het arrest van 10 mei 2022 heeft op 23 juni 2022 een mondelinge behandeling bij het hof plaatsgevonden. Daarvan is een verslag gemaakt dat aan het dossier is toegevoegd (het proces-verbaal). Het verdere procesverloop blijkt uit de memorie van grieven en de memorie van antwoord. Daarna hebben partijen het hof gevraagd opnieuw arrest te wijzen. 2De kern van de zaak 2.
- [de huurder] huurde van [de verhuurder] een huurwoning in [woonplaats1] . De vraag die in deze procedure centraal staat is of [de huurder] is tekortgeschoten in de nakoming van de huurovereenkomst en of ten gevolge van die tekortkoming de huurovereenkomst kan worden ontbonden en het gehuurde dient te worden ontruimd. 2.
- [de verhuurder] heeft de kantonrechter gevraagd om de huurovereenkomst te ontbinden en [de huurder] te veroordelen tot ontruiming van de woning over te gaan. Daarnaast heeft [de verhuurder] betaling gevorderd van achterstallige huurpenningen (verhoogd met rente en kosten). 2.
- De kantonrechter heeft de vorderingen van [de verhuurder] toegewezen. De huurovereenkomst is door de kantonrechter ontbonden met ingang van 1 januari
- De huurwoning is op 26 januari 2022 ontruimd. 2.
- [de huurder] is het niet eens met het oordeel van de kantonrechter en heeft hoger beroep ingesteld. [de huurder] heeft één bezwaar (grief) aangevoerd op basis waarvan volgens hem de vorderingen van [de verhuurder] alsnog moeten worden afgewezen. 3Het oordeel van het hof 3.
- In eerste aanleg heeft [de verhuurder] aan haar vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde ten grondslag gelegd dat [de huurder] een huurachterstand had van meer dan drie maanden. [de verhuurder] heeft in hoger beroep, in haar memorie van antwoord, ook nog andere tekortkomingen aan haar vordering ten grondslag gelegd; namelijk dat [de huurder] de huurwoning in strijd met de huurovereenkomst heeft onderverhuurd aan derden en dat [de huurder] geen hoofdverblijf had in de huurwoning. 3.
- Het hof stelt vast dat [de huurder] nog niet in de gelegenheid is geweest om te reageren op de ontbindingsgronden die [de verhuurder] voor het eerst bij memorie van antwoord heeft aangevoerd. Daarom zal het hof [de huurder] in de gelegenheid stellen om daar bij akte nog op te reageren. Desgewenst mag [de verhuurder] bij antwoordakte op de inhoud van die akte reageren. 3.
- [de huurder] heeft in zijn memorie van grieven onder meer het standpunt ingenomen dat ontbinding van de huurovereenkomst niet gerechtvaardigd is, omdat [de verhuurder] niet heeft voldaan aan het Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening en het stappenplan ‘sociaal incasseren’ niet is gevolgd. [de verhuurder] heeft bij memorie van antwoord betwist dat zij niet aan het Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening heeft voldaan. Zij heeft haar betwisting onderbouwd aan de hand van de producties 9 en
- Het hof zal [de huurder] in de gelegenheid stellen om bij dezelfde akte op de inhoud van deze producties te reageren. Daarna zal [de verhuurder] in de gelegenheid worden gesteld daarop te reageren. 4De beslissing Het hof: 4.
- verwijst de zaak naar de roldatum 4 april 2023 voor akte uitlaten aan de zijde van [de huurder] , zoals bedoeld onder rov. 3.2 en 3.3; 4.
- bepaalt dat [de verhuurder] na het nemen van de akte door [de huurder] op een termijn van drie weken in de gelegenheid wordt gesteld om bij antwoordakte te reageren op de akte van [de huurder] ; 4.
- houdt verder iedere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mrs. A.A. van Rossum, L.R. van Harinxma thoe Slooten en L.A. de Vrey, is bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door de rolraadsheer en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2023.