GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.317.296 (zaaknummer rechtbank Overijssel 265253) beschikking van 21 maart 2023 inzake [verzoekster] , wonende te [woonplaats1] , verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: de moeder, advocaat: mr. H. Versluis te Enschede, en [verweerder] , wonende te [woonplaats2] , verweerder in hoger beroep, verder te noemen: de vader, advocaat: mr. M.S. Flokstra te Oldenzaal, 1Onderwerp Het gaat in deze zaak om de omgangsregeling van de moeder met [de minderjarige1] , [de minderjarige2] en [de minderjarige3] . 2Belangrijke informatie 2.1 Partijen zijn de ouders van: [de minderjarige1] , geboren [in] 2009, [de minderjarige2] , geboren [in] 2011, en [de minderjarige3] , geboren [in] 2011, over wie de vader alleen het gezag uitoefent. 2.2 Bij beschikking van 21 maart 2017 heeft de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, de beschikking van die rechtbank van 28 september 2016 gewijzigd en bepaald dat er in het kader van de ondertoezichtstelling onder regie van de gezinsvoogd vorm gegeven zal worden aan de omgang tussen de moeder en [de minderjarige1] , [de minderjarige2] en [de minderjarige3] met ingang van 21 maart 2017 .Daarbij zal geprobeerd worden terug te werken naar de basisregeling van een dag per veertien dagen. 2.3 Bij beschikking van 27 maart 2019 heeft de kinderrechter in die rechtbank die beschikking van 21 maart 2017 maart gewijzigd in die zin dat met ingang van 27 maart 2019 als regeling geldt dat er eens per acht weken omgang zal zijn via het Omgangshuis [naam1] en eens per acht weken op neutraal terrein onder begeleiding van de wijkcoach van moeder. De ondertoezichtstelling is beëindigd per 21 september
- 3.4 Bij inleidend verzoekschrift van 21 april 2021 heeft de moeder de rechtbank verzocht, de beschikking van 27 maart 2019 te wijzigen in die zin dat wordt bepaald: dat de moeder, naast eens per vier weken op dinsdag anderhalf uur in het Omgangshuis [naam1] , eens per vier weken op dinsdag in en rond haar woning, gedurende de eerste drie maanden 1 uur per keer en daarna 1,5 tot 2 uur per keer, omgang met de kinderen van partijen zal hebben, waarbij gedurende een nader te bepalen periode toezicht zal zijn van een gezinscoach van het Leger des Heils; en dat de moeder desgewenst telefonisch contact met de kinderen mag hebben, zonder dat daarvoor van te voren met de vader een afspraak behoeft te worden gemaakt, kosten rechtens. 3.5 Bij tussenbeschikking van 22 juni 2021 heeft de rechtbank : de beschikking van 27 maart 2019 aangevuld in die zin aan dat de moeder telefonisch contact mag hebben met de kinderen, zonder dat hiervoor van tevoren een afspraak met vader behoeft te worden gemaakt; en elke nadere beslissing over de omgang aangehouden tot de mondelinge behandeling van dinsdag 14 december
- 3De beslissing van de rechtbank waar het hoger beroep over gaat Bij de beschikking van de rechtbank van 21 juli 2022 heeft de rechtbank: de beschikking van 27 maart 2019 gewijzigd en als omgangsregeling vastgesteld dat de moeder eens per vier weken begeleide omgang met de kinderen heeft in het Omgangshuis [naam1] ; de kosten van de procedure gecompenseerd in die zin dat iedere ouder de eigen kosten draagt; en het meer of anders verzochte afgewezen. 4Het verzoek van de moeder in hoger beroep 4.1 De moeder is het niet eens met de beslissing van de rechtbank. Zij is van mening dat zij met de huidige contactregeling onvoldoende mogelijkheden heeft om een hechting met de kinderen op te bouwen. Omgang bij haar thuis zal leiden tot een betere band. Bovendien heeft de rechtbank onterecht geen onderzoek door de raad gevraagd. De moeder vraagt het hof om alsnog haar verzoek tot uitbreiding van de omgangsregeling met de kinderen toe te wijzen, of een regeling vast te stellen zoals het hof juist vindt, kosten rechtens. 4.2 De vader vindt dat de huidige regeling recht doet aan de belangen van de kinderen. De regeling loopt nog steeds niet geheel naar behoren en de moeder kan moeilijk de belangen van de kinderen voorop stellen. 5De rechtszaak bij het hof Het hof heeft de volgende stukken ontvangen: het beroepschrift met bijlagen, op 12 oktober 2022; het verweerschrift van de vader; en brieven van [de minderjarige1] , [de minderjarige2] en [de minderjarige3] met daarin hun mening. De zitting bij het hof was op 14 februari
- Aanwezig waren: de moeder met haar advocaat; de vader met zijn advocaat; en een vertegenwoordiger voor de raad voor de kinderbescherming (verder: de raad). 6De redenen voor de beslissing wat in de wet staat 6.1 In artikel 1:377e van het Burgerlijk Wetboek staat dat de rechter op verzoek van een ouder de omgangsregeling kan wijzigen als de omstandigheden zijn gewijzigd of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. wat het hof beslist 6.2 Het hof vindt het niet nodig om een raadsonderzoek te laten plaatsvinden. Het dossier en wat partijen op de mondelinge behandeling hebben verteld, is voldoende om een beslissing te nemen. De raad heeft ook zelf op de mondelinge behandeling gezegd dat geen nieuw raadsonderzoek nodig is. 6.3 Het hof is van oordeel dat de rechtbank de juiste beslissing heeft genomen en dat de omgangsregeling die de moeder nu met de kinderen heeft zo moet blijven. Het hof begrijpt de wens van de moeder om [de minderjarige1] , [de minderjarige2] en [de minderjarige3] meer te zien en ook op een andere plek dan in het omgangshuis, maar dit is niet in het belang van de kinderen. Vast staat dat sprake is van een belast verleden voor de kinderen. De kinderen hebben daarbij onveiligheid gevoeld bij de moeder thuis. Daarom vindt de begeleide omgang ook plaats in het omgangshuis. De raad heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat de kinderen eerst het verleden moeten verwerken en een plek geven voordat tot eventuele uitbreiding van de omgang met de moeder kan worden overgegaan. De vader heeft gezegd dat hij wil dat de kinderen goed in hun vel zitten en dat hij daarvoor hulp zal zoeken als dat nodig is. 6.4 Het hof is van oordeel dat de huidige omgangsregeling het meest in het belang van [de minderjarige1] , [de minderjarige2] en [de minderjarige3] is. Bij dat oordeel speelt ook mee dat de kinderen bij het hof en bij [naam2] hebben verteld dat zij de moeder voldoende zien en de omgang niet willen uitbreiden. 7De slotsom 7.1 Het hof is van oordeel dat de rechtbank de juiste beslissing heeft genomen. Daarom wijst het hof het beroep van de moeder af. De beslissing van de rechtbank van 21 juli 2022 blijft daarom gelden (dat heet dan: bekrachtigen). 7.2 Beide ouders hebben proceskosten gemaakt. Die proceskosten moeten zij zelf betalen, ook al heeft de moeder ongelijk gekregen. Dat is redelijk omdat deze procedure over hun kinderen gaat. 8De beslissing Het hof, beschikkende in hoger beroep: bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, van 21 juli 2022; compenseert de kosten van het geding in hoger beroep in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt. Deze beschikking is gegeven door mrs. S. Kuijpers , J.B. de Groot en M.H.F. van Vugt, bijgestaan door mr. I.T.M.W. Smulders-Jacobs als griffier, en is op 21 maart 2023 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.