Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-002282-22 Uitspraak d.d.: 24 maart 2023 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 24 mei 2022 met parketnummer 18-192339-21 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984, wonende te [adres] , thans verblijvende in P.I. [locatie 2] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis beperkt, namelijk met uitzondering van de vrijspraak van feit 2, hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 10 maart 2023 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis in eerste aanleg met uitzondering van de strafoplegging. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en haar raadsman, mr. F.A. Dronkers, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep De rechtbank heeft bij vonnis van 24 mei 2022, voor zover in hoger beroep aan de orde, verdachte ter zake van de onder 1 en 3 primair tenlastegelegde feiten veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten. Daarnaast heeft de rechtbank aan verdachte de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op grond van het bepaalde in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht (hierna: artikel 38z Sr) opgelegd. Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft beslist en zal het vonnis bevestigen behalve voor zover het betreft de strafbaarheid van het bewezenverklaarde, de strafbaarheid van verdachte en de strafoplegging. Ten aanzien van de strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de strafoplegging komt het hof tot een andere beslissing dan de rechtbank. In zoverre zal het vonnis dan ook worden vernietigd. Het hof is van oordeel dat de rechtbank voor het overige op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder 1 bewezenverklaarde levert op: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, vervaardigen, in bezit hebben, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en de schuldige het feit begaat tegen haar kinderen, meermalen gepleegd. Het onder 3 primair bewezenverklaarde levert op: medeplichtigheid aan met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd. Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn. Oplegging van straf en maatregel Standpunt van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met oplegging van de door de reclassering voorgestelde bijzondere voorwaarden en een proeftijd van vijf jaren. Indien het hof tot deze strafoplegging komt, acht de advocaat-generaal oplegging van de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38z Sr niet noodzakelijk. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft een onvoorwaardelijke gevangenisstraf bepleit voor de duur van het voorarrest en een forse voorwaardelijke gevangenisstraf als stok achter de deur met een proeftijd van drie jaren en met daaraan gekoppeld de volgende bijzondere voorwaarden: een meldplicht bij de reclassering, een opname in een zorginstelling en een contactverbod met medeverdachte [medeverdachte] . Daarnaast heeft de raadsman bepleit af te zien van de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38z Sr. De raadsman acht oplegging van deze maatregel te verstrekkend en onnodig. Oordeel van het hof De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De strafbare feiten en de ernst van de feiten De rechtbank heeft in haar vonnis ten aanzien van de strafbare feiten het volgende overwogen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben van kinderpornografisch materiaal van haar eigen kinderen. Op verzoek van medeverdachte [medeverdachte] - met wie zij een (seksuele) relatie had - heeft verdachte naaktfoto’s van haar dochter [persoon 1] en haar zoons [persoon 2] en [persoon 3] gemaakt en aan [medeverdachte] toegestuurd. Ook werden de kinderen tijdens het videobellen tussen verdachte en [medeverdachte] naakt in beeld gebracht waarbij verdachte de geslachtsdelen en billen van haar kinderen filmde. Daarnaast is verdachte gedurende een periode van ruim 2,5 jaar medeplichtig geweest aan het seksueel misbruik van haar dochter [persoon 1] door medeverdachte [medeverdachte] . Ondanks dat verdachte wist dat [medeverdachte] verliefd was op [persoon 1] , haar wilde vingeren en seks met haar wilde, heeft verdachte [medeverdachte] steeds opnieuw bij [persoon 1] gelaten. Aan het begin van de bewezenverklaarde periode was [persoon 1] 6 jaar oud. [persoon 3] en [persoon 2] waren 3 respectievelijk 4 jaar oud toen ze werden gebruikt voor het vervaardigen van kinderpornografisch materiaal. Het misbruik is enkel gestopt toen [medeverdachte] werd aangehouden in verband met een verdenking van seksueel misbruik van andere minderjarige meisjes. Niet alleen is verdachte een essentiële schakel geweest in het misbruik van [persoon 1] door [medeverdachte] en daarmee mede verantwoordelijk hiervoor, ook heeft zij zich zélf schuldig gemaakt aan seksueel misbruik van haar kinderen door hen te dwingen bepaalde handelingen te ondergaan dan wel te verrichten ten behoeve van het vervaardigen van kinderpornografisch materiaal. Aanvullende overweging hof Het hof kan zich verenigen met voorgaande overwegingen van de rechtbank en neemt deze over. Het hof overweegt ten aanzien van de ernst van de feiten als volgt. Verdachte heeft haar eigen minderjarige kinderen gebruikt voor het vervullen van seksuele behoeften van [medeverdachte] , terwijl zij als moeder bij uitstek degene was die haar kinderen had moeten beschermen. Verdachte heeft niet ingegrepen toen het nodig was, maar heeft [medeverdachte] juist gefaciliteerd door mee te werken en met hem mee te denken in hetgeen hij nodig had om zijn seksuele behoeften te vervullen. De rechtbank heeft met betrekking tot de ernst van de feiten onder meer overwogen: Het is van fundamenteel belang voor de ontwikkeling van kinderen dat zij kunnen vertrouwen op hun moeder. De ervaring leert dat wanneer dat vertrouwen beschaamd wordt, zeker op de wijze waarop verdachte dat hier heeft gedaan, dit zeer traumatisch en schadelijk is voor de kinderen. Verdachte heeft haar kinderen (en [persoon 1] in het bijzonder) daarmee ook een normale en gezonde seksuele en emotionele ontwikkeling ontnomen en ernstig inbreuk gemaakt op hun lichamelijke en geestelijke integriteit. De ervaring leert dat seksueel misbruik, ook in het geval van vervaardigen van kinderporno, zeer ernstige psychische en emotionele gevolgen voor de slachtoffers kan hebben die nog lange tijd -soms zelfs levenslang- kunnen doorwerken. Daarnaast zijn de kinderen van verdachte naar aanleiding van de onderhavige zaak uit huis geplaatst, waarbij [persoon 1] gescheiden is van haar broertjes [persoon 2] en [persoon 3] . Dat de levens van de kinderen van verdachte zijn ontwricht en dat ze daardoor schade hebben opgelopen, kan naar het oordeel van de rechtbank als vaststaand worden aangenomen. Het hof sluit zich in zoverre aan bij de rechtbank, neemt deze overwegingen over en voegt daaraan toe dat ook uit het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken hoe groot de invloed van het seksuele misbruik op het leven van ieder van de slachtoffers is. Uit de slachtofferverklaring die namens de kinderen door mr. [naam 1] is voorgelezen, is naar voren gekomen dat de kinderen ernstige gevolgen ondervinden van het seksuele misbruik en dat een ieder op zijn/haar eigen manier hiermee worstelt. [naam 1] heeft treffend onder woorden weten te brengen dat de rugzakjes van de kinderen al op jonge leeftijd overvol zijn geraakt en dat er voor de kinderen nog een lange weg te gaan is. Het hof constateert dat dit mede terug te voeren is op het handelen van verdachte. Voorts heeft [naam 1] naar voren gebracht dat de loyaliteit van de kinderen naar hun moeder onveranderd aanwezig is. Het hof constateert – ook met het oog op de aanvullende processen-verbaal die aan het procesdossier zijn gevoegd die zien op bevindingen van de pleegouders van [persoon 2] en [persoon 3] - dat de kinderen in de toekomst nog het nodige te verwerken zullen hebben. Het lijkt een kwestie van tijd te zijn tot zich een moment zal gaan voordoen dat de kinderen vragen gaan stellen aan verdachte en verdachte zullen gaan confronteren met hetgeen zij haar kinderen heeft aangedaan. Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard de ze haar kinderen tegen die tijd eerlijk wil vertellen wat er is gebeurd, waarbij zij ook verantwoordelijkheid wil gaan nemen voor haar eigen aandeel. De rol van verdachte en de persoon van verdachte In het dossier bevindt zich een grote hoeveelheid Whatsappberichten die tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] zijn gewisseld. Uit dit berichtenverkeer kan worden afgeleid dat verdachte een (seksuele) relatie met [medeverdachte] onderhield. Voorts kan uit het berichtenverkeer worden afgeleid dat verdachte in staat is geweest weerstand te bieden aan [medeverdachte] als hij verzoeken en wensen bij haar neerlegde die naar haar maatstaven te ver gingen. De rechtbank heeft hierover onder meer het volgende overwogen. [medeverdachte] accepteerde het als verdachte niet wilde voldoen aan zijn wensen. Zo zegt verdachte meerdere malen tegen [medeverdachte] dat ze [persoon 1] niet kan dwingen om bij hem te komen logeren en dat ze [persoon 1] niet kan dwingen op de foto te gaan. En wanneer [medeverdachte] opnieuw begint over seks met [persoon 1] , zegt verdachte duidelijk tegen [medeverdachte] ‘‘Nee ik laat haar echt niet mee doen no way’’. [medeverdachte] reageert: ‘‘Oke is goed. (…) Snap ik.’’ Verdachte stelt herhaaldelijk duidelijke grenzen richting [medeverdachte] in wat ze wel en niet acceptabel vindt met betrekking tot [persoon 1] . Geen enkele keer als verdachte ‘nee’ zegt, is te lezen dat [medeverdachte] boos wordt of zijn zin probeert door te drijven. Het hof sluit zich in zoverre aan bij de overwegingen van de rechtbank en neemt deze overwegingen over. Het hof leidt uit de gesprekken tussen verdachte en [medeverdachte] af dat verdachte in zekere mate wel keuzevrijheid had en zelfstandig beslissingen kon nemen. Verdachte wist ook dat wat zij deed fout en strafbaar was waarbij ze de angst heeft gehad om gepakt te worden. De rechtbank heeft hierover onder meer het volgende overwogen. Zo schrijft verdachte dat ze moeten oppassen omdat de kinderen ouder worden en steeds meer gaan praten en als het uitkomt, dan zou verdachte op straat staan en niks meer hebben. Ook schrijft ze ‘‘Nee ik laat haar echt niet mee doen no way. En dan de ruzie riskeren. Of het lekt uit dan hang(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.