GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.311.695/01 CJIB-nummer : 237715059 Uitspraak d.d. : 30 maart 2023 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 9 mei 2022, betreffende [de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene), gevestigd te [vestigingsplaats] . De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling
- Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 141,- voor: “17 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 11 november 2020 om 10.03 uur op de A20 (links ter hoogte van hmp 28.4) in Rotterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
- De gemachtigde van de betrokkene stelt zich op het standpunt dat ten onrechte is gehandhaafd voor het negeren van een verkeersbord A1, omdat ter plaatse sprake is van een verkeersbord A
- Daarbij merkt de gemachtigde op dat voor de beantwoording van de vraag of sprake is van een bord A1 dan wel een bord A3 niet van doorslaggevend belang is of sprake is van een rode rand, zoals de kantonrechter heeft overwogen, maar op welke wijze het bord wordt gepresenteerd: digitaal of niet. Bij een bord A3 wordt, zo volgt uit de omschrijving gegeven in de bijlage van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), de maximumsnelheid elektronisch aangeduid. De kantonrechter heeft dit niet onderkend en daarom kan de inleidende beschikking niet in stand blijven.
- Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
- Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houden de gegevens in het zaakoverzicht - kort samengevat - in dat is gemeten dat met het voertuig van de betrokkene een (gecorrigeerde) snelheid is gereden van 97 km/u op de hierboven genoemde datum, tijd en plaats. Dit is vastgesteld door middel van een voor de meting geteste, goedgekeurde en op de voorgeschreven wijze gebruikte trajectsnelheidsmeter.
- Het dossier bevat verder twee foto’s van de gedraging en twee processen-verbaal van schouw trajectcontrole van 31 oktober 2020 en 15 november 2020, waaruit volgt dat op beide data de bebording is gecontroleerd en in orde is bevonden. In de bijlage bij de schouwrapporten wordt de bebording ter plaatse omschreven als “Matrix A1 80”.
- Naar aanleiding van het verweer van de gemachtigde heeft het hof zich georiënteerd op de situatie ter plaatse via Google Maps Street View. Hieruit blijkt dat de maximumsnelheid ter plaatse als volgt wordt aangegeven: © 2023 Google
- Gelet hierop en op de omschrijving van de bebording door de ambtenaar in de bijlage bij het schouwrapport stelt het hof vast dat ter plaatse sprake is van een bord A1 dat op een elektronisch signaleringsbord is weergegeven.
- Op 1 april 2008 is artikel 64a van het RVV 1990 inwerking getreden. Dit artikel luidt: “Verkeersborden mogen op een elektronisch signaleringsbord worden weergegeven.”
- Uit de Nota van toelichting bij het Besluit van 17 maart 2008 tot wijziging van onder meer het RVV 1990 in verband met de doeltreffendheid in de praktijk en enkele technische wijzigingen (Stb. 2008, 90) volgt dat in de praktijk verkeersborden al langer op een elektronisch signaleringsbord werden weergegeven, maar dat dit vragen opriep over de juridische status daarvan. Door deze wijziging hebben de op de signaleringsborden weergegeven verkeersborden ondubbelzinnig dezelfde juridische status als de niet op die wijze aangegeven verkeersborden. Gelet hierop mist het verweer van de gemachtigde, dat een verkeersbord A1 niet (rechtmatig) elektronisch kan worden weergegeven, juridische grondslag.
- Gezien het voorgaande en in aanmerking genomen dat door en namens de betrokkene niet wordt ontkend dat ter plaatse met genoemde snelheid is gereden, kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
- De kantonrechter heeft het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal die beslissing daarom bevestigen. Aanleiding voor een proceskostenveroordeling is er niet. De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter; wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af. Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.