← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2023:3185

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.317.812 (zaaknummer rechtbank Gelderland 9973282 BM VERZ 22-3875) beschikking van 13 april 2023 inzake [verzoeker] , wonende te [woonplaats1] ,verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: de rechthebbende, advocaat: mr. B.J.H.L. Brouwer te Apeldoorn. Als overige belanghebbende is aangemerkt: [de bewindvoerder] , in haar hoedanigheid van bewindvoerder over het vermogen van de rechthebbende, kantoorhoudende te [plaats1] , verder te noemen: de bewindvoerder. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 13 september 2022, uitgesproken onder zaaknummer 9973282, hierna ook te noemen: de bestreden beschikking. 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het beroepschrift met producties, ingekomen op 4 november 2022; - een journaalbericht van mr. Brouwer van 14 maart 2023 met producties; - een journaalbericht van mr. Brouwer van 20 maart 2023 met productie. 2.2 De mondelinge behandeling heeft op 24 maart 2023 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig: - de rechthebbende, bijgestaan door zijn advocaat; - een collega van de bewindvoerder namens de bewindvoerder. 2.3 Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechthebbende afschriften van zijn bankrekening overgelegd. De bewindvoerder heeft tijdens de mondelinge behandeling het voor de rechthebbende geldende budgetplan overgelegd. 3De feiten 3.1 De rechthebbende is [in] 1973 geboren in [plaats2] , Irak. 3.2 Bij beschikking van 22 augustus 2016 heeft de kantonrechter de goederen, die (zullen) toebehoren aan de rechthebbende onder bewind gesteld wegens zijn geestelijke of lichamelijke toestand en de bewindvoerder als zodanig benoemd. 3.3 Bij verzoek van 30 juni 2022 heeft de rechthebbende de kantonrechter verzocht het bewind op te heffen. 4De omvang van het geschil 4.1 Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter het verzoek van de rechthebbende tot opheffing van het bewind afgewezen. 4.2 De rechthebbende is het niet eens met die beslissing en is met twee grieven in hoger beroep gekomen van de betreden beschikking. De rechthebbende verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en het bewind alsnog op te heffen. 5De motivering van de beslissing 5.1 Op grond van artikel 1:449 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kantonrechter, indien de noodzaak daartoe niet meer bestaat of voortzetting van het bewind niet zinvol is gebleken, het bewind opheffen op verzoek van de bewindvoerder of van degene die gerechtigd is onderbewindstelling te verzoeken als bedoeld in artikel 1:432, eerste en tweede lid BW, dan wel ambtshalve. 5.2 Het bewind is ruim zes jaar geleden uitgesproken en gebleken is dat de rechthebbende inmiddels grote psychische druk ervaart door het bewind en het bewind als een belemmering ziet. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechthebbende duidelijk en invoelbaar toegelicht dat hij als gevolg van het bewind veel stress ervaart. Mede doordat het voor hem onduidelijk blijft wanneer het bewind eindigt, ervaart de rechthebbende dat hij geen perspectief heeft om zelf zijn leven op te pakken. De huidige situatie wringt voor de rechthebbende extra nu hij de zorg heeft voor zijn zeer slechtziende broers en in dat kader ook de nodige administratieve taken voor hen oppakt. De bewindvoerder heeft aangevoerd dat de rechthebbende zijn financiële situatie niet overziet en dat niet is gebleken dat de rechthebbende in staat is om zelf zijn financiën te beheren. Bij de kantonrechter heeft de bewindvoerder wel laten weten dat als de rechthebbende het beschermingsbewind alleen nog maar kan zien als een belemmering, beëindiging van het bewind de beste optie is. 5.3 Gezien het voorgaande is het hof van oordeel dat voortzetting van het bewind meer nadelen dan voordelen oplevert voor de rechthebbende, zodat het niet langer zinvol is gebleken. Het hof zal het bewind opheffen. Het hof zal het bewind opheffen met ingang van 1 mei 2023 zodat de bewindvoerder de eindrekening en -verantwoording tegen die datum kan opmaken. 6De slotsom Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen zal de bestreden beschikking vernietigen en beslissen als volgt. 7De beslissing Het hof, beschikkende in hoger beroep: vernietigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 13 september 2022, en opnieuw beschikkende: heft het bewind over de goederen die (zullen) toebehoren aan [verzoeker] , geboren [in] 1973, met ingang van 1 mei 2023 op. Deze beschikking is gegeven door mrs. M.H.F. van Vugt, K. Mans en S. Kuijpers, bijgestaan door mr. M.A. Mertens als griffier, en is op 13 april 2023 door mr. M.H.F. van Vugt uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.