← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2023:3372

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.319.256/01 CJIB-nummer : 246193846 Uitspraak d.d. : 19 april 2023 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 21 oktober 2022, betreffende [de betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats] . De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk vernietigd en de feitcode en de omschrijving van de gedraging gewijzigd. Voor het overige is het beroep ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 1.164,

  1. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling
  2. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 314,- voor: “28 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom (feitcode VA028)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 7 december 2021 om 08:31 uur op de Klagenfurtlaan in Venlo met het voertuig met het kenteken [kenteken] . De kantonrechter heeft de feitcode gewijzigd naar feitcode VB028 “overschrijding maximumsnelheid binnen bebouwde kom, met 28 kilometer per uur (verkeersbord A1)”. De hoogte van het sanctiebedrag is gelijk gebleven.
  3. De gemachtigde voert aan dat de kantonrechter ten onrechte de feitcode heeft gewijzigd. Nu de officier van justitie had verzocht de beschikking te vernietigen en dit ook namens de betrokkene werd verzocht, is de kantonrechter buiten het geschil getreden.
  4. De beslissing van de kantonrechter, tevens houdende het opgemaakte proces-verbaal van de zitting, houdt onder meer het volgende in: “Gelet op het feit dat thans blijkt dat het verkeersbord H1 ook in mei 2022 nog ontbreekt, ziet de vertegenwoordiger van het openbaar ministerie aanleiding om het beroep van de betrokkene alsnog gegrond te verklaren en de inleidende beschikking te vernietigen.”
  5. Een dergelijke opmerking van de (vertegenwoordiger van de) officier van justitie kan niet anders worden verstaan dan dat hij ter zitting gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid ex artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om hangende de behandeling van het beroep (met intrekking van de beslissing op het administratief beroep en gegrondverklaring van het beroep daartegen) de inleidende beschikking te vernietigen (vgl. het arrest van 19 augustus 2022, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2022:7258). Dat betekent, gelet op artikel 6:19, zesde lid, van de Awb, dat de kantonrechter diende te beoordelen of nog belang bestaat bij de beoordeling van het beroep.
  6. De kantonrechter heeft dit miskend. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter vernietigen en doen wat de kantonrechter had behoren te doen, te weten het beroep niet-ontvankelijk verklaren in verband met gebrek aan belang bij de beoordeling daarvan.
  7. Uit een door de griffier van het hof opgevraagd zaakoverzicht is gebleken dat de inleidende beschikking niet als vernietigd staat geregistreerd. Het hof draagt de advocaat-generaal op dit alsnog te doen en te registreren dat de zekerheid wordt gerestitueerd.
  8. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift en van het beroepschrift bij de kantonrechter, het verschijnen op de zitting van de kantonrechter en het indienen van het hoger beroepschrift dienen in totaal 4 punten te worden toegekend. De gemachtigde is tweemaal telefonisch door de officier van justitie gehoord. Aan de eerste telefonische hoorzitting (d.d. 23 februari 2022) dient 1 punt te worden toegekend. Het hof kent, gelet op onderdeel A5 van de Bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht, 0,5 punt toe voor de tweede hoorzitting (d.d.13 april 2022). Gelet op de door de gemachtigde geleverde inspanning zal het hof met gebruikmaking van de matigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht de voor het horen door de officier van justitie toegekende punten halveren. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 597,- en voor het (hoger) beroep € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.777,88 (= (1,5 x € 597,- x 0,5) + (3 x € 837,- x 0,5)). De beslissing Het gerechtshof: vernietigt de beslissing van de kantonrechter; verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk; bepaalt dat de advocaat-generaal registreert dat de inleidende beschikking is vernietigd en dat het tot zekerheid gestelde bedrag moet worden gerestitueerd; veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 1.777,
  9. Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.