← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2023:3376

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.310.487/01 CJIB-nummer : 239923110 Uitspraak d.d. : 19 april 2023 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 7 april 2022, betreffende [de betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats] . De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De zaak is behandeld op de zitting van 5 april

  1. De gemachtigde van de betrokkene is verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door [naam1] . De beoordeling
  2. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 100,- voor: “als bestuurder van een personenauto/ bedrijfsauto/bus een weg gebruiken in strijd met bord C22a (geslotenverklaring milieuzone) ”. Deze gedraging zou zijn verricht op 12 maart 2021 om 11:01 uur op de Europaboulevard in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
  3. De gemachtigde heeft ter zitting als beroepsgrond aangevoerd dat voor het bord waarmee de milieuzone zou zijn aangeduid geen correct schouwrapport voorhanden is. Gelet op het Beleidskader digitale handhaving geslotenverklaringen en voetgangersgebieden mag dan geen sanctie worden opgelegd, aldus de gemachtigde.
  4. Het hof stelt vast dat zich in het dossier twee schouwrapporten bevinden, van 25 februari 2021 en 20 maart
  5. Voorts stelt het hof vast dat het type bord hierin niet is omschreven en dat hierin wordt verwezen naar (de borden van de milieuzone voor) de voertuigcategorieën vrachtauto, bestelauto, taxi en touringcar, maar dat de voertuigcategorie personenauto niet wordt genoemd.
  6. Ter zitting is duidelijk geworden dat het voertuig van de betrokkene een personenauto is.
  7. Uit het voorgaande volgt dat niet kan worden vastgesteld dat de schouwrapporten in het dossier zien op het bord C22a, zoals vermeld in de inleidende beschikking en het zaakoverzicht. Dit betekent dat de gedraging niet conform voormeld Beleidskader kan worden vastgesteld (vgl. het arrest van 1 september 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:7566). De beroepsgrond slaagt. De inleidende beschikking kan dan ook niet in stand blijven. Het hof zal daarom beslissen als hierna te melden.
  8. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter, het bijwonen van de zitting van de kantonrechter, het indienen van het hoger beroepschrift en het bijwonen van de zitting van het hof dienen in totaal vijf punten te worden toegekend. Het hof zal, met toepassing van artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen in administratief beroep een half punt toekennen. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 597,- en voor het (hoger) beroep € 837,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 2.121,75 (= (1,5 x € 597 x 0,5) + (4 x € 837 x 0,5)). De beslissing Het gerechtshof: vernietigt de beslissing van de kantonrechter; verklaart het beroep gegrond; vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd; bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd; veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 2.121,
  9. Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.