GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN locatie Arnhem nummers BK-ARN 21/01393 tot en met 21/01403 uitspraakdatum: 17 januari 2022 Uitspraak van de twaalfde enkelvoudige belastingkamer op het hoger beroep van [belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 22 juli 2021, nummers AWB 20/5779 tot en met AWB 20/5785 en AWB 20/5787 tot en met AWB 20/5790, in het geding tussen belanghebbende en de heffingsambtenaar van de gemeente Arnhem (hierna: de heffingsambtenaar). 1Ontstaan en loop van het geding 1.1. De heffingsambtenaar heeft bij in één geschrift opgenomen beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de hierna genoemde objecten (hierna: de onroerende zaken) te [plaats1] vastgesteld voor het kalenderjaar 2020 naar de waardepeildatum 1 januari 2019: [adres1] 60 [adres1] 60 - A [adres1] 60 - B [adres1] 60 - C [adres1] 60 - 1 [adres1] 60 - 2 [adres1] 60 - 3 [adres1] 60 - 4 [adres1] 60 - 5 [adres1] 60 - 6 [adres2] 2 - B 1.2. Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar de eerder vastgestelde waarden verhoogd en aan belanghebbende een proceskostenvergoeding toegekend van € 522. 1.3. Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de rechtbank Gelderland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraken op bezwaar vernietigd voor zover het de proceskostenvergoeding betreft, bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde gedeelten van de uitspraken op bezwaar, de heffingsambtenaar veroordeeld in de proceskosten in bezwaar en beroep tot een bedrag van € 2.397 en gelast dat de heffingsambtenaar het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 528 vergoed. 1.4. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. 1.5. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 december 2022. Daarbij zijn verschenen en gehoord mr. D.A.N. Bartels, als de gemachtigde van belanghebbende, alsmede [naam1] namens de heffingsambtenaar, bijgestaan door taxateur [naam2] . Van de zitting is geen proces-verbaal opgemaakt. 2Vaststaande feiten 2.1. Belanghebbende is eigenaar van de onroerende zaken. Het betreffen appartementen die zijn gelegen in [de wijk] te [plaats1] , zijn gebouwd in 1860 en zijn gerenoveerd in 2015. 2.2. De WOZ waarden zijn – na bezwaar – als volgt vastgesteld. Object Bouwjaar Functie Opp. WOZ-waarde (01-01-19) na bezwaar Gemiddelde m2-prijs [adres1] 60 1860/2015 Appartement 33 m2 € 119.000 € 3.606 [adres1] 60-A 1860/2015 Appartement 23 m2 € 88.000 € 3.826 [adres1] 60-B 1860/2015 Appartement 19 m2 € 75.000 € 3.947 [adres1] 60-C 1860/2015 Appartement 30 m2 € 108.000 € 3.600 [adres1] 60-1 1860/2015 Appartement 30 m2 € 105.000 € 3.500 [adres1] 60-2 1860/2015 Appartement 21 m2 € 83.000 € 3.952 [adres1] 60-3 1860/2015 Appartement 30 m2 € 105.000 € 3.500 [adres1] 60-4 1860/2015 Appartement 34 m2 € 121.000 € 3.558 [adres1] 60-5 1860/2015 Appartement 34 m2 € 120.000 € 3.529 [adres1] 60-6 1860/2015 Appartement 21 m2 € 83.000 € 3.952 [adres2] 2-B 1860/2015 Appartement 30 m2 € 108.000 € 3.600 3Geschil 3.1. In geschil is of de heffingsambtenaar voor het kalenderjaar 2020 de waarden van de onroerende zaken op een te laag bedrag heeft vastgesteld. Belanghebbende beantwoordt deze vraag bevestigend, de heffingsambtenaar ontkennend. 3.2. Voorts is belanghebbende van mening dat hij recht heeft op een hogere proceskostenvergoeding dan die door de Rechtbank is vastgesteld. 4Beoordeling van het geschil 4.1. Op grond van artikel 17, lid 2, Wet WOZ wordt de waarde bepaald op de waarde die aan de onroerende zaak dient te worden toegekend indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de zaak in de staat waarin die zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen. Daarbij heeft als waarde te gelden de waarde in het economische verkeer die dient te worden vastgesteld op de prijs die bij aanbieding ten verkoop op de voor de onroerende zaak meest geschikte wijze na de beste voorbereiding door de meestbiedende gegadigde voor de onroerende zaak zou zijn besteed (vgl. TK 1992-1993, 22885, nr. 3, blz. 44, en HR 8 augustus 2003, ECLI:NL:HR:2003: AI0924). 4.2. Nu belanghebbende gemotiveerd hogere waarden bepleit dan de waarden die door de heffingsambtenaar zijn vastgesteld, rust op de heffingsambtenaar de last feiten aannemelijk te maken die meebrengen dat de door hem verdedigde waarden niet te laag zijn. 4.3. Ter onderbouwing van de door hem verdedigde waarden heeft de heffingsambtenaar naar een taxatierapport van taxateur [naam2] verwezen. Daarin is onder meer een taxatiematrix met een aantal referentiepanden opgenomen, te weten: bouwjaar gebruiksopp. verkoopcijfer [adres3] 88-2 1904 (renov. 2006) 30 m2 € 100.000 (30 okt 2018) € 101.250 (peildatum) [adres4] 59 1930 42 m2 8 m2 berging € 120.000 (22 mei 2018) € 123.900 (peildatum) € 1.600 (peildatum) [adres3] 152-1 1880 (renov. 2010) 30 m2 3 m2 balkon € 126.500 (11 sept. 2019) € 120.450 (peildatum) € 1.500 (peildatum) 4.4. Op basis van de verkopen van deze referentiepanden is in het taxatierapport de gemiddelde m2-prijs van een gemiddeld appartement van 34 m2 berekend op € 3.446. Rekening houdend met de KOUDV-factoren en de grootte van de appartementen komt de gemiddelde prijs per m2 uit op € 3.484. Hiertoe dient de volgende vergelijking: Eenheid € Lg% Kw% Oh% Uit% D% Vz% M3% (grootte) prijs per m2 in € [adres3] 88-2 3.375 0 0 0 0 0 0 3 3.476 [adres4] 59 2.950 0 0 0 0 0 0 9 3.216 [adres3] 152-1 4.015 0 0 -10 0 0 0 3 3.759 gemiddeld 3.446 3.484 4.5. Het Hof is van oordeel dat de aangevoerde objecten voldoende vergelijkbaar zijn met de onroerende zaken om als referentiepanden te kunnen dienen. De objecten zijn eveneens in de wijk [de wijk] gelegen, zijn van een zelfde woningtype (appartement) en ook voor wat betreft de woonoppervlakten en de uitstraling goed vergelijkbaar. De heffingsambtenaar is bij de beschikte waarden van de onroerende zaken uitgegaan van m2-prijzen van minimaal €3.500 (zie 2.2). Die prijzen liggen hoger dan de gemiddelde m2-prijs van € 3.446 respectievelijk € 3.484, die uit de referentiepanden voortvloeit. Het taxatierapport biedt derhalve in beginsel steun aan de opvatting van de heffingsambtenaar dat hij de waarden van de onroerende zaken per waardepeildatum 1 januari 2019 niet te laag heeft vastgesteld. 4.6. Hetgeen belanghebbende heeft aangevoerd doet naar het oordeel van het Hof daaraan geen afbreuk. Tegenover de blote stelling van belanghebbende dat het hier zou gaan om goed onderhouden, voor expats bestemde appartementen die een hogere factor voor onderhoud en voorzieningen rechtvaardigen, heeft de taxateur met zijn verklaring ter zitting dat
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.