GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.314.503/01 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 538212) arrest in kort geding van 9 mei 2023 in de zaak van: [appellante] , die woont in [woonplaats1] , die hoger beroep heeft ingesteld, bij de voorzieningenrechter: gedaagde in conventie en eiseres in reconventie, hierna: [de vrouw], advocaat: mr. A. Ramsaroep, die kantoor houdt in Den Haag, tegen [geïntimeerde] , die woont in [woonplaats2] , bij de voorzieningenrechter: eiser in conventie en verweerder in reconventie, hierna: [de man], advocaat: mr. A. Aksü, die kantoor houdt in Rotterdam. 1De procedure bij het hof 1.1 [de vrouw] heeft hoger beroep ingesteld tegen het kortgedingvonnis dat de voorzieningenrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, op 29 juni 2022 heeft uitgesproken. Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep van 25 juli 2022 (met bijlage); de memorie van grieven van 27 september 2022 (met bijlagen); de memorie van antwoord van 8 november 2022 (met bijlage); het arrest van 3 januari 2023 waarbij een mondelinge behandeling is gelast. 1.2 Op 27 maart 2023 heeft een (enkelvoudige) mondelinge behandeling bij het hof plaatsgevonden. Van die zitting is een verslag gemaakt dat aan het dossier is toegevoegd (het proces-verbaal). Hierna hebben partijen het hof gevraagd opnieuw arrest te wijzen. 2De kern van de zaak 2.1 Voor de ontbinding van hun religieuze huwelijk (de Nikaah) diende [de man] te verklaren dat hij van [de vrouw] is gescheiden (de Talaaq). Door de rechtbank is [de man] (op 1 juni 2021) veroordeeld om een ondertekende verklaring af te geven dat hij de Talaaq aan [de vrouw] heeft gegeven. 2.2 In dit kort geding vraagt [de man] schorsing van de tenuitvoerlegging van het veroordelende vonnis van 1 juni 2021 om te voorkomen dat hij dwangsommen verbeurt. De voorzieningenrechter heeft die vordering toegewezen, kort gezegd omdat [de man] aan de veroordeling heeft voldaan. Het hof bekrachtigt die beslissing. Hieronder wordt dit oordeel uitgelegd. 3Het oordeel van het hof De feiten, het geschil en de beslissing in eerste aanleg 3.1 Partijen hebben een relatie met elkaar gehad en waren gehuwd voor de Islam. 3.2 Bij mondelinge uitspraak van 1 juni 2021 (reg.nr. 363036) heeft de rechtbank Oost-Brabant, locatie Eindhoven (hierna: de rechtbank), [de man] veroordeeld om binnen drie dagen na betekening van het vonnis een verklaring te ondertekenen dat hij de Talaaq aan [de vrouw] heeft gegeven, waardoor het religieuze huwelijk tussen partijen is ontbonden. Indien [de man] niet aan de veroordeling voldoet, verbeurt hij een dwangsom van € 50,- per dag tot een maximum van € 10.000,-. 3.3 Op 10 juni 2021 heeft de advocaat van [de man] de vereiste verklaring, vergezeld van een kopie van het rijbewijs van [de man] , per e-mail verzonden aan de advocaat van [de vrouw] . 3.4 [de vrouw] is van mening dat [de man] haar een originele verklaring had moeten toesturen en stelt zich daarom op het standpunt dat [de man] niet heeft voldaan aan de veroordeling. In opdracht van [de vrouw] heeft de deurwaarder executoriaal beslag gelegd op de roerende zaken van [de man] . 3.5 In eerste aanleg heeft [de man] in conventie gevorderd dat de tenuitvoerlegging van het vonnis van de rechtbank van 1 juni 2021 wordt geschorst. De voorzieningenrechter heeft deze vordering toegewezen en de proceskosten tussen partijen gecompenseerd. [de vrouw] heeft in eerste aanleg een vordering in reconventie ingediend, maar deze speelt in hoger beroep geen rol meer. 3.6 Op 14 juni 2022 heeft [de man] een verklaring ondertekend dat hij de Talaaq aan [de vrouw] heeft gegeven, vergezeld van een kopie van zijn rijbewijs. Deze verklaring is per post ontvangen door de advocaat van [de vrouw] . Spoedeisend belang 3.7 Ook in hoger beroep heeft [de man] nog een spoedeisend belang bij zijn vordering. [de vrouw] stelt zich immers op het standpunt dat [de man] dwangsommen heeft verbeurd omdat hij pas door het verstrekken van de verklaring van 14 juni 2022 heeft voldaan aan de veroordeling door de rechtbank op 1 juni
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.