GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.312.205/01 CJIB-nummer : 237528959 Uitspraak d.d. : 15 mei 2023 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 4 februari 2022, betreffende [de betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats] . De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling
- Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 210,- voor (feitcode N270s): “als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl twee banden niet voldoen aan de eisen t.a.v. profilering”. Deze gedraging zou zijn verricht op 4 november 2020 om 21.12 uur op de John F. Kennedylaan in Panningen met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
- De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de ambtenaren de profieldiepte van de betreffende banden niet hebben gemeten, maar slechts hebben beredeneerd dat de banden niet beschikten over voldoende profiel. De ambtenaren verklaren immers dat twee banden onder de profilering zaten en dat één band net op of onder de grens zat. Hieruit blijkt dat door enkel te voelen aan de band geen precieze meting plaats kan vinden. Bovendien hebben de ambtenaren niet verklaard dat de slijtage-indicatoren daadwerkelijk 1,6 mm waren. Zonder correcte meting met geschikte meetapparatuur kan niet worden vastgesteld dat de profilering minder dan 1,6 mm was. De verweten gedraging kan dan ook niet worden vastgesteld.
- Het dossier bevat onder meer een aanvullend proces-verbaal van 23 april
- Hierin verklaren de ambtenaren - kort samengevat - dat de slijtage-indicatoren 1,6 mm hoog zijn, zij zagen en voelden dat bij drie van de banden de slijtage-indicatoren ruim waren afgesleten, dat dit grotendeels over het gehele loopvlak van de banden was, dat zij zagen en voelden dat één band op de grens of net eronder zat en dat zij voor twee banden een proces-verbaal hebben uitgeschreven omdat zij met zekerheid konden zeggen dat die banden niet aan de vereiste 1,6 mm profieldiepte voldeden.
- Zoals de kantonrechter ook al heeft overwogen bevinden zich in de groeven van een band slijtage-indicatoren. Als het profiel van een band versleten is tot aan deze indicatoren betekent dit dat die band de minimale wettelijke profieldiepte van 1,6 mm (geldend voor personenauto’s) heeft bereikt. Nu uit de verklaring(en) van de ambtenaren in deze zaak volgt dat zij hebben gezien en gevoeld dat bij een aantal banden ook deze slijtage-indicatoren waren afgesleten, blijkt daarmee genoegzaam dat de betreffende (achter)banden van het voertuig van de betrokkene niet voldeden aan de eisen ten aanzien van de profilering. Dat de ambtenaren bij de staandehouding geen meting hebben verricht, maakt dat niet anders. Een visuele waarneming van de ambtenaar waarbij eventueel het wiel wordt rondgedraaid volstaat in dit geval.
- De bezwaren treffen geen doel. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding is er niet. De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter; wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af. Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.