GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.295.540 (zaaknummers rechtbank Midden-Nederland 496887 en 496888) beschikking van 16 mei 2023 in de zaak van [verzoeker] , wonende in [woonplaats1] , verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: de man, advocaat: mr. H. Durdu in Rotterdam, en [verweerster] , wonende in [woonplaats1] , verweerder in hoger beroep, verder te noemen: de vrouw, advocaat: mr. J. van Andel in Utrecht. 1Het verloop van het geding in hoger beroep 1.1 Voor het verloop van het geding tot 20 januari 2022 verwijst het hof naar zijn tussenbeschikking van die datum. 1.2 Het verdere verloop blijkt uit: een journaalbericht van mr. Van Andel van 16 februari 2022 met producties; een journaalbericht van mr. Durdu van 8 maart 2022 met producties; een journaalbericht van mr. Van Andel van 22 maart 2022 met producties; een journaalbericht van mr. Durdu van 27 maart 2023 met producties; een brief van mr. Van Andel van 28 maart 2023; een journaalbericht van mr. Durdu van 28 maart 2023 met productie; een journaalbericht van mr. Van Andel van 29 maart 2023 met producties. 1.3 Op 4 april 2023 is de mondelinge behandeling voortgezet. Daarbij waren aanwezig: de man met zijn advocaat; de vrouw met haar advocaat. 2De omvang van het geschil 2.1 De man heeft zijn tweede en derde grief over kinderalimentatie ingetrokken. De man verzoekt het hof nog om, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de bestreden beschikking te vernietigen en de in de beschikking van 28 december 2016 vastgestelde partneralimentatie met ingang van 1 januari 2018 op nihil te stellen, althans met ingang van een datum een bedrag vast te stellen dat het hof juist acht, kosten rechtens. 2.2 De vrouw voert verweer in hoger beroep en vraagt het hof om uitvoerbaar bij voorraad de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoeken en de man te veroordelen in de kosten van de procedure. 3De motivering van de beslissing Partneralimentatie Ontvankelijkheid 3.1 De rechter kan een rechterlijke uitspraak of een overeenkomst over alimentatie wijzigen, als de omstandigheden zijn gewijzigd. De rechter kan een eerdere uitspraak of overeenkomst over alimentatie ook wijzigen, indien zij van de aanvang af niet aan de wettelijke maatstaven heeft beantwoord doordat bij die uitspraak van onjuiste of onvolledige gegevens in uitgegaan (artikel 1: 401 lid 1 en lid 4 van het Burgerlijk Wetboek (BW)). 3.2 Het hof is van oordeel dat de rechtbank in de beschikking van 28 december 2016 is uitgegaan van onvolledige gegevens. De rechtbank ging er in die beschikking vanuit dat de vrouw tot en met 2016 geen inkomsten uit onderneming had. Inmiddels is gebleken dat zij in 2016 wel inkomsten uit onderneming had en dat dit in de jaren daarna zo is gebleven. Daarmee is naar het oordeel van het hof ook sprake van een wijziging van omstandigheden. Het hof kan de partneralimentatie dus opnieuw beoordelen. Einddatum 3.3 Tussen partijen staat vast dat de vrouw sinds 1 juli 2021 geen behoefte meer heeft aan partneralimentatie. Het geschil van partijen ziet dus alleen nog op de partneralimentatie die de man tot dat moment moest betalen. Behoefte vrouw 3.4 De man stelt de behoefte van de vrouw ter discussie. De man stelt in zijn vierde en vijfde grief dat de rechtbank de behoefte van de vrouw niet opnieuw heeft mogen bepalen aan de hand van de zogenoemde hofnorm (ook wel aangeduid als 60%-norm). Dat betreft een vuistregel voor het in kaart brengen van het uitgavenpatroon in de referentieperiode voor de gevallen waarin het bijhouden van de bestedingen achterwege is gebleven. Deze vuistregel houdt in dat wordt gekeken naar het netto gezinsinkomen van partijen vóór het uiteengaan, waarbij de kosten van de kinderen worden afgetrokken. 60% van het overblijvende bedrag wordt dan als behoefte berekend. De man voert in dit verband aan dat de behoefte van de vrouw in de beschikking van 28 december 2016 is bepaald op basis van een behoeftelijst, die door de man uitgebreid is betwist. De man stelt dat de hofnorm alleen toegepast kan worden als het gebruik ervan niet in geschil is en dat in andere gevallen de behoefte moet worden vastgesteld aan de hand van een behoeftelijst. 5.5 Het hof stelt vast dat de man dit standpunt heeft onderbouwd aan de hand van jurisprudentie uit het jaar
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.