GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.317.078/01 CJIB-nummer : 245142768 Uitspraak d.d. : 12 juni 2023 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel van 31 augustus 2022, betreffende [de betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats] . De gemachtigde van de betrokkene is mr. N.G.A. Voorbach, kantoorhoudende te Zoetermeer. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling
- Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “doorrijden bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat”. Deze gedraging zou zijn verricht op 21 oktober 2021 om 21:48 uur op de Hasselterweg, kruising met de Teunisbloemweg in Zwolle met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
- De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de betrokkene niet door rood is gereden. De betrokkene beschikt niet over een blauwe Fiat Punto, zoals verklaard door de ambtenaar, maar over een lichtgrijze Fiat Punto. Hij was op dat moment met een teamgenoot die kan bevestigen dat hij niet door rood is gereden. Verder voert de gemachtigde aan dat sprake was van een conflicterende rijrichting. In een dergelijke situatie dient de ambtenaar nader (technisch) onderzoek te verrichten naar de verkeerslichtinstallatie teneinde vast te kunnen stellen dat het conflicterende licht rood moet zijn geweest. De gemachtigde verwijst hierbij naar het arrest van het hof van 15 juli 2015, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2015:
- Dat onderzoek heeft de ambtenaar in dit geval niet gedaan. Aan de omstandigheid dat het secundaire verkeerslicht op rood stond kan geenszins het gevolg worden verbonden dat het hoofdverkeerslicht tevens op rood stond. De gedraging kan dan ook niet worden vastgesteld.
- Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
- De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: “Op vermelde datum en tijd reed ik op de Hasselterweg, komende uit de richting van Hasselt en gaande in de richting van het centrum van Zwolle. Bij het naderen van de kruising met de Teunisbloemweg zag ik dat de voor mij bestemde verkeerslichten, bestemd voor rechtdoor gaand verkeer, rood licht uitstraalden. Ik zag dat er voor mij een ander voertuig voor dit rood uitstralende verkeerslicht stond te wachten. Ik zag bij het naderen van de kruising dat het vermelde verkeerslicht op groen sprong en dat het voertuig dat stond te wachten optrok en het kruisingsvlak opreed. Op het moment dat dit voertuig al op het kruisingsvlak reed en het voor ons bestemde verkeerslicht al minimaal drie seconden op groen stond zag ik dat, voor mij van rechts gezien, vanuit de Teunisbloemweg, een auto de kruising opreed. Ik zag dat dit de vermelde blauwe Fiat Punto betrof, voorzien van het [kenteken] . Ik zag dat het voor mij rijdende voertuig kennelijk voor deze van rechts komen de Fiat Punto moest remmen, want op het moment dat de Fiat de kruising opreed zag ik de remlichten van het voor mij rijdende voertuig oplichten. (…) Opgaven verbalisant Merk van voertuig: Fiat Type van voertuig Fiat Punto; 1.2 Kleur van voertuig: Grijs Opgaven RDW Merk van voertuig: Fiat Type van voertuig Fiat Punto; 1.2 Kleur van voertuig: Grijs.”
- Voorts bevat het dossier een proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 november 2021, waarin de ambtenaar voor zover relevant het volgende verklaart:“In aanvulling op de reeds door mij gerelateerde overtredingsgegevens kan ik verder nog verklaren dat het bewuste hoofdverkeerslicht was voorzien van een zogenaamd onderverkeerslicht. Dit onderverkeerslicht, dat ook wel wordt aangeduid als een secundair verkeerslicht, staat enigszins gedraaid en daardoor had ik vanuit mijn positie rechtstreeks zicht op dit onderverkeerslicht ten tijde van de gedraging. Ik heb reeds gerelateerd dat, op het moment dat het vermelde voertuig het kruisingsvlak opreed, het voor mij bestemde verkeerslicht al minimaal drie seconden op groen stond en dat de voor mij rijdende auto ook reeds op het kruisingsvlak reed. Omdat ik daar in eerste instantie naar keek, kan ik niet precies aangeven hoeveel seconden het verkeerslicht dat bestemd was voor de bestuurder van het voertuig waarmee de gedraging werd verricht, reeds rood licht uitstraalde. Wel zag ik, doordat ik rechtstreeks zicht had op het secundaire verkeerslicht, dat deze rood licht uitstraalde en het voor mij bestemde verkeerslicht tegelijkertijd groen licht uitstraalde, zodat de verkeersregelinstallatie correct afgesteld leek te zijn en naar behoren leek te werken.”
- In het arrest waarnaar de gemachtigde heeft gewezen heeft het hof geoordeeld dat in een situatie waarin een ambtenaar (kort) groen licht heeft op het moment dat hij uit een conflicterende rijrichting een voertuig de kruising op ziet rijden, terwijl hij geen zicht heeft op het voor die bestuurder geldende licht, door de ambtenaar zal moeten worden vastgesteld dat het conflicterende licht rood moet zijn geweest alvorens een sanctie voor een roodlichtgedraging kan worden opgelegd.
- Het hof is van oordeel dat de ambtenaar in dit geval op afdoende wijze heeft vastgesteld dat het conflicterende licht rood moet zijn geweest, namelijk doordat hij heeft gezien dat het onderverkeerslicht, dat enigszins gedraaid stond waardoor de ambtenaar daar rechtstreeks zicht op had, op rood stond. Hieruit kan de conclusie worden getrokken dat ook het verkeerslicht zelf op rood stond.
- In de regel mogen de officier van justitie en de rechter ervan uitgaan dat het waargenomen kenteken is aangebracht op het voertuig dat volgens het kentekenregister bij dat kenteken hoort. Dit is anders als op basis van concrete feiten en omstandigheden moet worden aangenomen dat de gedraging niet met dit voertuig is verricht. Daarvan is in dit geval niet gebleken. Dat de ambtenaar de kleur van het betreffende voertuig in eerste instantie heeft geduid als blauw is hiervoor onvoldoende, in aanmerking genomen dat het verschil tussen blauw en grijs onder bepaalde (weers)omstandigheden moeilijk is te zien. Bovendien komen de door de ambtenaar waargenomen voertuigkenmerken overeen met de voertuigkenmerken die zijn verkregen na het opvragen van de kentekengegevens in het kentekenregister van de RDW. Dit is door de betrokkene verder ook niet betwist. Het hof heeft dan ook geen reden om aan te nemen dat de ambtenaar een ander voertuig heeft gezien dan dat van de betrokkene en/of dat hij zich heeft vergist.
- Het hof ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de ambtenaar dat met het voertuig van de betrokkene het rode verkeerslicht is genegeerd. De enkele stelling van de betrokkene dat hij niet door rood is gereden en dat een teamgenoot van hem dit kan bevestigen is hiervoor onvoldoende. Gelet hierop kan worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
- Nu de gronden van de gemachtigde geen doel treffen, zal de beslissing van de kantonrechter worden bevestigd. Voor het toekennen van een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding. De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter; wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af. Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.