GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden, afdeling civiel zaaknummer gerechtshof 200.313.179 zaaknummer rechtbank Overijssel 277991 arrest van 25 juli 2023 in de zaak van de maatschap [naam1] h.o.d.n. [appellante] die is gevestigd in [vestigingsplaats] die hoger beroep heeft ingesteld en bij de rechtbank optrad als eiser in conventie en verweerster in reconventie hierna: [appellante] advocaat: mr. J.F. Vanhommerig tegen Melktechniek Oost B.V. die is gevestigd in Mariënberg en bij de rechtbank optrad als gedaagde in conventie en eiseres in reconventie hierna: MTO advocaat: mr. H.G. Ruis. 1Het verloop van de procedure in hoger beroep 1.1 [appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, op 11 mei 2022 tussen partijen heeft uitgesproken. Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep de memorie van grieven de memorie van antwoord het tussenarrest van 17 januari 2023 waarin een mondelinge behandeling is bepaald een akte van [appellante] met enkele producties het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 23 juni 2023 is gehouden Hierna hebben partijen het hof gevraagd opnieuw arrest te wijzen. 2De kern van de zaak 2.1 Centraal in het hoger beroep staat de vraag of in een vaststellingsovereenkomst die partijen tijdens de mondelinge behandeling bij de rechtbank hebben gesloten een ontbindende voorwaarde is opgenomen die is vervuld. 2.2 De rechtbank heeft die vraag, nadat partijen hun vorderingen hadden gewijzigd, met “nee” beantwoord en heeft [appellante] veroordeeld tot het verlenen van haar medewerking aan de uitvoering van die vaststellingsovereenkomst, onder versterking van die veroordeling met een dwangsom. 2.3 [appellante] wil met haar hoger beroep bereiken dat die uitspraak wordt vernietigd en dat in hoger beroep haar oorspronkelijke (in hoger beroep opnieuw gewijzigde) vorderingen tegen MTO alsnog worden toegewezen. 2.4 Het hof komt na uitleg van de vaststellingsovereenkomst (via een wat andere redenering dan de rechtbank) echter ook tot het oordeel dat de ontbindende voorwaarde niet is vervuld, dat [appellante] (dus) is gebonden aan de vaststellingsovereenkomst en terecht is veroordeeld tot het verlenen van haar medewerking aan de uitvoering van die overeenkomst. Het hof zal hierna toelichten hoe hij tot dat oordeel is gekomen en zal daarbij eerst de feiten in deze zaak vaststellen. 3De feiten 3.1 Partijen hebben op 22 april 2020 een overeenkomst gesloten waarbij [appellante] van MTO een melkinstallatie heeft gekocht voor een koopprijs van € 196.660,- incl. btw. De installatie bestond uit één overkoepelend systeem met twee melkrobots. Die installatie is door MTO geleverd en bij [appellante] geïnstalleerd. 3.2 [appellante] heeft de installatie op 21 september 2020 in gebruik genomen. In de periode daarna heeft zij herhaalde malen geklaagd bij MTO over het niet goed functioneren van de installatie. MTO heeft naar aanleiding van die klachten [appellante] bezocht om de klachten te verhelpen. 3.3 In een brief van 3 december 2020 heeft (de advocaat van) [appellante] de koopovereenkomst vanwege de aanhoudende problemen vernietigd dan wel ontbonden en terugname van de installatie en terugbetaling van de koopprijs door MTO voorgesteld. 3.4 Overleg tussen partijen over de afwikkeling van deze kwestie heeft niet tot overeenstemming geleid. 4De procedure bij de rechtbank 4.1 [appellante] heeft in haar inleidende dagvaarding vernietiging dan wel ontbinding van de overeenkomst gevorderd, met veroordeling van MTO tot (terug)betaling van € 284.413,14, te vermeerderen met wettelijke rente. Verder heeft zij verklaring voor recht gevorderd dat MTO schadeplichtig is en aan [appellante] haar schade dient te vergoeden, op te maken bij staat, met veroordeling van MTO in de proceskosten. 4.2 MTO heeft verweer gevoerd en als tegenvordering gevorderd dat [appellante] wordt veroordeeld tot betaling van € 16.565,05 aan openstaande facturen, te vermeerderen met de contractuele rente en buitengerechtelijke incassokosten, met veroordeling van [appellante] in de proceskosten. 4.3 Tijdens de mondeling behandeling van de zaak op 13 januari 2022 hebben partijen een minnelijke regeling getroffen die is vastgelegd in een door de rechter die de zitting leidde geformuleerde vaststellingsovereenkomst, opgenomen in het proces verbaal van de zitting. De tekst van die regeling luidt, voor zover van belang, als volgt: "Ter beëindiging van hun geschil (geschillen in conventie en in reconventie) komen partijen het volgende overeen: 1. MTO betaalt aan maatschap [appellante] een bedrag van € 102.000, 00 exclusief btw. 2. Dit bedrag zal worden betaald binnen drie weken na heden (…). 3. Maatschap [appellante] zal voor voornoemd bedrag een factuur verzenden aan MTO (…). 4. MTO doet aan maatschap [appellante] (…) na verwijdering door haar van de installatie (…) toekomen een creditnota ter hoogte van een bedrag dat MTO in hoofdsom vordert van maatschap [appellante] (…). 5. (…) Op het moment waarop de gehele installatie van dat bedrijf verwijderd is, draagt maatschap [appellante] de eigendom daarvan over aan MTO. 6. In de week van 17 januari 2022 zal MTO de eerder genoemde installatie op volledigheid controleren en zij zal maatschap [appellante] over de uitkomst daarvan schriftelijk inlichten. Stelt zij vast dat de installatie in die mate incompleet is dat een nadere financiële regeling nodig is, dan zal zij maatschap [appellante] daarover een voorstel doen. Accepteert maatschap [appellante] dit voorstel, dan kan de overeenkomst zoals hiervoor aangegeven verder uitgevoerd worden. Accepteert zij dit voorstel niet, dan zullen partijen de rechtbank uiterlijk op 1 maart 2022 laten weten dat de procedure voortgezet wordt en zullen zij daarbij aangeven wat de omvang van het over en weer gevorderde zal zijn. (…) 4.4 Op 17 januari 2022 heeft MTO de installatie geïnspecteerd op het terrein van [appellante] . Tijdens die inspectie constateerde zij dat de besturingscomputer van één van de beide melkrobots defect was. Op basis van het bepaalde in punt 6 van de vaststellingsovereenkomst heeft MTO daarop aan [appellante] het voorstel gedaan om met het door MTO aan [appellante] te betalen bedrag van € 102.000,- te verrekenen € 1.023,- excl. btw, de waarde van de defecte besturingscomputer. [appellante] heeft dat voorstel niet geaccepteerd. Daarop heeft (de advocaat van) MTO aan (de advocaat van) [appellante] schriftelijk bericht dat MTO er dan maar voor kiest om de besturingscomputer voor eigen rekening te nemen en heeft MTO aangedrongen op het zetten van stappen door [appellante] om te komen tot uitvoering van de vaststellingsovereenkomst. [appellante] heeft echter geen medewerking meer verleend aan uitvoering van de vaststellingsovereenkomst. 4.5 MTO heeft vervolgens op 2 maart 2022 een akte wijziging van eis genomen. Daarin heeft zij, kort gezegd, veroordeling gevorderd van [appellante] om haar medewerking te verlenen aan de tenuitvoerlegging van de vaststellingsovereenkomst. Subsidiair heeft MTO gevorderd dat [appellante] wordt veroordeeld overeenkomstig haar eerdere vordering. 4.6 [appellante] heeft zich hiertegen bij antwoordakte verweerd en op haar beurt haar vordering gewijzigd. Onder handhaving van haar vordering om MTO te veroordelen tot schadevergoeding op te maken bij staat, vorderde zij niet langer vernietiging/ontbinding van de overeenkomst, maar veroordeling van MTO tot betaling van de kosten voor het weer in bedrijf brengen van de installatie door een Duits bedrijf. 4.7 De rechtbank heeft geoordeeld dat punt 6 van de vaststellingsovereenkomst wel een ontbindende voorwaarde bevat, maar dat die voorwaarde niet is vervuld. In het vonnis van 11 mei 2022 is [appellante] daarom, kort gezegd, veroordeeld tot het verlenen van medewerking aan de vaststellingsovereenkomst en zijn haar (gewijzigde) vorderingen afgewezen, met veroordeling van [appellante] in de proceskosten. De veroordeling tot het verlenen van medewerking aan de tenuitvoerlegging van de vaststellingsovereenkomst is daarbij versterkt met een dwangsom. 4.8 Na het vonnis heeft [appellante] alsnog haar medewerking verleend aan de uitvoering van de vaststellingsovereenkomst. De installatie is teruggegaan naar MTO en de uitvoering van de vaststellingsovereenkomst is verder afgerond. 5 5. De vorderingen in hoger beroep 5.1 [appellante] heeft in hoger beroep haar vordering opnieuw gewijzigd. Zij vordert vernietiging van het vonnis van 11 mei 2022 en, kort gezegd, (opnieuw) verklaring voor recht dat de koopovereenkomst is vernietigd dan wel ontbonden, althans wordt vernietigd dan wel ontbonden. Daarbij vordert zij veroordeling van MTO tot betaling van € 176.500,- te vermeerderen met vertragingsrente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten, met verklaring voor recht dat MTO jegens haar schadeplichtig is en tot vergoeding van schade nader op te maken bij staat. Tegen de wijziging van eis als zodanig is geen bezwaar gemaakt. Het hof zal van die gewijzigde eis uitgaan, aangezien die op het processueel juiste tijdstip is gedaan en ook anderszins niet is gebleken dat de eiswijziging in strijd is met de eisen van een goede procesorde. 5.2 MTO heeft verweer gevoerd met conclusie dat het bestreden vonnis wordt bekrachtigd, subsidiair dat haar oorspronkelijke vordering alsnog wordt toegewezen. 6Het oordeel van het hof De thema’s in hoger beroep 6.1 [appellante] heeft vijf grieven (bezwaren) tegen het vonnis ingebracht. Die grieven, de daarop gegeven toelichtingen, en de reactie daarop van MTO stellen in de kern in hoger beroep de volgende kwesties aan de orde:- wat is de strekking van de in punt 6 van de vaststellingsovereenkomst opgenomen ontbindende voorwaarde en is die voorwaarde ook vervuld;- als die voorwaarde is vervuld, hoe dient dan beslist te worden over de oorspronkelijke vorderingen van partijen. Daarbij geldt dat de tweede kwestie pas aan bod komt als is geoordeeld dat sprake is van een ontbindende voorwaarde die is vervuld. Over de ontbindende voorwaarde 6.2 Tijdens de mondelinge behandeling is duidelijk(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.