GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden afdeling civiel recht, handel zaaknummer gerechtshof 200.314.976/01 (zaaknummer rechtbank Leeuwarden 194092) arrest van 15 augustus 2023 in de zaak van [appellant] , die woont in [woonplaats1] en die hoger beroep heeft ingesteld en bij de rechtbank optrad als gedaagde in conventie (samen met [naam1] B.V. in liquidatie (hierna: [naam1] ), Gemi Beheer B.V. en [naam2] ) en eiser in reconventie, hierna: [appellant], advocaat: mr. J.M. Pol, en Tilleman Holding B.V., die is gevestigd in Elst en bij de rechtbank optrad als eiseres in conventie, verweerster in reconventie, hierna: Tilleman Holding, advocaat: mr. J. van Berk. 1Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep 1.1. Na het tussenarrest van 21 maart 2023 heeft op 15 juni 2023 een enkelvoudige mondelinge behandeling plaatsgevonden. Van de mondelinge behandeling is een verslag opgemaakt dat aan het dossier is toegevoegd (het proces-verbaal). Aan het slot van de mondelinge behandeling is een datum voor arrest bepaald. 2De kern van de zaak 2.1. Tilleman Holding heeft een machine gekocht die aan de verkoper in financiële lease/huurkoop ter beschikking was gesteld (onder meer) tegen inruil van twee machines en betaling van € 25.000,-. Daarna zijn nadere afspraken gemaakt inhoudende dat de ingeruilde machines zullen worden verkocht en dat de verkoper aan Tilleman Holding de resterende leasetermijnen betaalt. Tilleman Holding heeft een van de ingeruilde machines verkocht voor minder dan waar bij de koopovereenkomst van werd uitgegaan. 2.2. Tilleman Holding heeft bij de rechtbank (in conventie) na wijziging van eis gevorderd dat [appellant] en de andere gedaagden hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van € 82.566,96 aan hoofdsom en € 1.600,67 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente daarover vanaf de dag van betekening van de dagvaarding (26 augustus 2019) en met veroordeling van gedaagden in de proceskosten. [appellant] heeft bij de rechtbank (in voorwaardelijke reconventie) gevorderd dat Tilleman Holding wordt veroordeeld tot betaling van € 65.712,15, te vermeerderen met primair de wettelijke handelsrente en subsidiair de wettelijke rente vanaf de dag van het instellen van de eis in reconventie (3 maart 2019) over € 64.000,- en met veroordeling van Tilleman Holding in de proceskosten. 2.3. In conventie heeft de rechtbank de vorderingen van Tilleman Holding tegen Gemi Beheer B.V. en [naam2] afgewezen. Tilleman Holding is niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen jegens [naam1] . [appellant] is veroordeeld om aan Tilleman Holding te betalen € 81.446,91 vermeerderd met de wettelijk handelsrente vanaf 26 augustus 2019 en € 1.589,47 wegens buitengerechtelijke kosten. Ook is [appellant] veroordeeld in de proceskosten. In reconventie heeft de rechtbank de vordering van [appellant] afgewezen met veroordeling van [appellant] in de proceskosten. 2.4. [appellant] is in hoger beroep gekomen onder aanvoering van vijftien grieven, waarvan de eerste twee zijn gericht tegen het tussenvonnis van 8 december 2021 en de overige tegen het eindvonnis van 4 mei 2022. De bedoeling van het hoger beroep is dat het hof de vonnissen van de rechtbank van 18 december 2019, 8 december 2021 en 4 mei 2022 vernietigt, de vorderingen van Tilleman Holding afwijst en de vorderingen van [appellant] toewijst. 2.5. Het hof zal oordelen dat [appellant] contractspartij van Tilleman Holding is en daarmee gebonden aan de nadere afspraken en dat het hof over de marktwaarde van de door Tilleman Holding verkochte ingeruilde machine wil worden voorgelicht door een deskundige. Dat wordt hierna uitgelegd. Daarvoor zijn allereerst de feiten van belang zoals die in deze procedure vaststaan. 3De feiten 3.1. Tilleman Holding is een financiële holding. Bestuurder van Tilleman Holding is de heer [naam3] . Tilleman Holding neemt deel in Loonbedrijf Tilleman B.V. 3.2. Tot 1 januari 2013 exploiteerde [appellant] een loonbedrijf in de vorm van een maatschap met zijn ouders (maatschap [appellant] ). Na de maatschap te hebben voortgezet in de vorm van een eenmanszaak, heeft [appellant] de activiteiten vanuit de eenmanszaak per 1 januari 2014 samen met zijn echtgenote voorgezet in Loonbedrijf [appellant] VOF. De exploitatie van de VOF is eind 2016 gestaakt. 3.3. [naam1] was een vennootschap die onder meer handelde in landbouwmachines. Met ingang van 1 mei 2015 heeft [appellant] bij de Kamer van Koophandel geregistreerd gestaan als bestuurder van [naam1] . Op 19 oktober 2016 is bij de Kamer van Koophandel geregistreerd dat [naam1] met ingang van 6 september 2016 is ontbonden omdat er geen bekende baten meer aanwezig waren. 3.4. Tilleman Holding heeft via internet een door de handelsonderneming Beverdam Machinery (hierna: Beverdam) aangeboden hakselaar van het merk Krone gekocht. (De heer [naam4] van) Beverdam heeft daarover schriftelijk verklaard: “Dhr. [appellant] heeft mij benaderd om de Krone hakselaar (…) te adverteren op internet, omdat hij de machine wilde verkopen. Door de advertentie werd ik benaderd door client Tilleman. Dhr. [naam3] vroeg mij naar de prijs van de machine. Toen heb ik hem medegedeeld dat de hakselaar nog in de lease zat bij de Lage Landen Lease. De heer [naam3] en [appellant] hebben samen afspraken gemaakt over de financiële afwikkeling.” 3.5. Voor deze Krone hakselaar was een financiële lease/huurkoop overeenkomst afgesloten tussen de maatschap [appellant] en De Lage Landen Vendorlease B.V. (De Lage Landen). De leaseovereenkomst is op 31 augustus 2015 overgenomen door (de eenmanszaak van) [appellant] . 3.6. [naam1] heeft voor de verkoop van de Krone hakselaar een factuur gestuurd. Deze factuur van 9 oktober 2015 is gericht aan Loonbedrijf Tilleman B.V. Op de factuur staat hetzelfde adres vermeld als het adres van (de eenmanszaak van) [appellant] aan de [adres] in [woonplaats1] . Uit de factuur blijkt dat Tilleman Holding de Krone hakselaar heeft gekocht voor € 250.000,- tegen inruil van een New Holland hakselaar ter waarde van € 175.000,- en de inruil van een McHale balenpers ter waarde van € 50.000,- en betaling van € 25.000,-. 3.7. Op 11 oktober 2015 heeft Beverdam de Krone hakselaar bij [appellant] opgehaald en bij Tilleman Holding gebracht waarna hij van Tilleman Holding de New Holland hakselaar retour heeft genomen en heeft afgeleverd bij [appellant] aan de [adres] in [woonplaats1] . [appellant] heeft de New Holland hakselaar in gebruik genomen. Op enig moment heeft Tilleman Holding ervoor gezorgd dat de balenpers bij [appellant] terecht is gekomen. 3.8. Op 21 oktober 2015 heeft Tilleman Holding van De Lage Landen een e-mail ontvangen, waarin De Lage Landen laat weten dat [appellant] toestemming heeft verleend om aan Tilleman Holding een tussen De Lage landen en (de eenmanszaak van) [appellant] geldende financiële lease/huurkoopovereenkomst te verstrekken. 3.9. In een e-mail van 11 november 2015 heeft Tilleman Holding het volgende bericht naar het e-mailadres van Loonbedrijf [appellant] gestuurd: “Geachte heer [appellant] , hierbij zenden wij ons voorstel voor overname lease. Wij nemen de lease over. Uw factuur van € 25000,00 excl. BTW (factuurnummer 201501101) betalen wij aan DLL als zijnde aflossingen met een maximaal van 7 maanden. Na 7 maanden brengen wij het rentepercentage van de lease in rekening. Wij gaan er van uit dat binnen deze 7 maanden de New Holland hakselaar en de Mc Hale pers verkocht zijn. Zodra de hakselaar en de pers verkocht zijn dienen resterende leasetermijnen aan ons te worden overgemaakt, zodat wij de lease volledig kunnen aflossen. Indien u eerder de resterende leasetermijnen aan ons overmaakt, wordt het resterende bedrag van uw factuur aan u overgemaakt.” 3.10. In een e-mail van 16 november 2015 (afkomstig van Loonbedrijf [appellant] ) is [appellant] hiermee akkoord gegaan. Deze e-mail is later voorzien van de handgeschreven tekst: “Voor akkoord. Datum: 22-01-2016. Naam: [appellant]” en, daaronder, de handtekening van [appellant] . 3.11. Tilleman Holding heeft het leasecontract met De lage Landen van [appellant] overgenomen. De overeenkomst voor de contractsovername is op 22 januari 2016 ondertekend door Tilleman Holding en op 10 februari 2016 door (de eenmanszaak van) [appellant] . 3.12. Op 6 juli 2016 heeft Tilleman Holding [naam1] een factuur gestuurd van € 192.446,96. De factuur is gestuurd naar het adres van (de eenmanszaak van) [appellant] aan de [adres] in [woonplaats1] . In de factuur is het in rekening gebrachte bedrag als volgt opgebouwd: Krone hakselaar -250.000,- New Holland hakselaar 175.000,- Balenpers 50.000,- Totaal facturen - 25.000,- BTW 5.250,- Totaal facturen incl. BTW 30.250,- Leasetermijnen DDL lease 222.696,96 Subtotaal factuur 192.446,96 BTW NVT Totaal factuur 192.446,96 3.13. In een begeleidende brief ook van 6 juli 2016 heeft Tilleman Holding aan [naam1] geschreven: “De eerste leasetermijnen zijn door ons betaald en verrekend met uw factuur [van 9 oktober 2015]. De resterende leasetermijnen dienen door u aan ons te worden overgemaakt. Dit is totaal € 192.446,96 (…). Wij bieden u de mogelijkheid dit bedrag vanaf heden in maandelijkse termijnen aan ons over te maken. Over de termijnbedragen dient u in overleg te treden met de heer [naam3] . U en wij zullen ons inzetten om de hakselaar New Holland (…) voor u te verkopen. De opbrengst dient door de koper te worden overgemaakt op het bankrekeningnummer van Tilleman (…).” 3.14. Op enig moment heeft [appellant] ermee ingestemd dat de New Holland hakselaar weer naar Tilleman Holding ging. 3.15. In december 2016 heeft Tilleman Holding de New Holland Hakselaar verkocht voor € 111.000,-. 4Het oordeel van het hof 4.1. [appellant] heeft geen grieven gericht tegen het tussenvonnis (een comparitievonnis) van de rechtbank van 18 december 2019. [appellant] zal bij eindarrest dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering tot vernietiging van dit tussenvonnis. Bezwaren van [appellant] tegen het tussenvonnis van de rechtbank van 8 december 2021 slagen niet 4.2. In zijn conclusie van antwoord en van eis in voorwaardelijke reconventie heeft [appellant] (in randnummer 8) opgenomen dat Tilleman Holding haar vordering ter incasso heeft gegeven. [appellant] verwijst daarbij naar een door hem (als productie 3) overgelegde e-mail van de toenmalige gemachtigde van Tilleman Holding van 21 oktober 2016 gestuurd naar het e-mailadres van Loonbedrijf [appellant] , waarin wordt verzocht om € 195.958,40 te betalen binnen vijf dagen na ontvangst van het bericht. Tilleman Holding heeft dit niet betwist. De rechtbank kon dit daarom als feit vaststellen. Het daartegen gerichte bezwaar (grief 1) van [appellant] slaagt niet. 4.3. In zijn tweede bezwaar gaat [appellant] uit van een onjuiste lezing van het tussenvonnis. De rechtbank overweegt (in rechtsoverweging 4.13) dat tussen Tilleman Holding en [naam1] , Gemi Beheer B.V. en [naam2] niet (meer) in geschil is wie in 2015 en 2016 bestuurder was van [naam1] en dat dit met ingang van 1 mei 2015 tot aan de ontbinding van [naam1] alleen [appellant] was. Anders dan [appellant] aanvoert, staat daar niet dat partijen het erover eens zijn dat [appellant] vanaf 1 mei 2015 bestuurder is geweest van [naam1] . De rechtbank noemt [appellant] immers niet. Dit bezwaar van [appellant] (grief 2) slaagt niet. [appellant] is partij bij de overeenkomst van 16 november 2015 4.4. [appellant] voert aan dat niet hij maar [naam1] de afspraken met Tilleman Holding heeft gemaakt. De rechtbank heeft de vraag of [appellant] bij het sluiten van de overeenkomst in eigen naam (als wederpartij van Tilleman Holding) heeft gehandeld, getoetst aan wat hij en Tilleman Holding daarover tegen elkaar hebben verklaard en over en weer uit elkaars verklaringen en gedragen hebben afgeleid en mogen afleiden. Het hof stelt voorop dat de rechtbank van de juiste maatstaf is uitgegaan. Het hof verenigt zich met het oordeel van de rechtbank dat Tilleman Holding er gerechtvaardigd op heeft mogen vertrouwen dat [appellant] voor zichzelf handelde. 4.5. De inhoud van de overeenkomst is een bij de afweging te betrekken omstandigheid. De overeenkomst (zie hiervoor onder 3.9) houdt in dat de door Tilleman Holding overgenomen leasetermijnen aan Tilleman Holding vergoed moeten worden. Met de rechtbank stelt het hof vast dat de in deze overeenkomst neergelegde afspraken feitelijk neerkomen op een aanpassing van de eerdere koopovereenkomst waardoor Tilleman Holding (als opvolgende huurkoper) de Krone hakselaar in eigendom kan verkrijgen zonder afhankelijk te zijn van (de eenmanszaak van) [appellant] voor wat betreft de nakoming van zijn betalingsverplichtingen tegenover De Lage Landen. Tilleman Holding heeft ook daadwerkelijk de leaseovereenkomst overgenomen die sinds augustus 2015 op naam van (de eenmanszaak van) [appellant] (en dus niet op naam van [naam1] ) stond. Al deze omstandigheden duiden erop dat [appellant] voor zichzelf handelde. Ook de volgende omstandigheden doen dat: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.