← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2024:102

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.321.836/01 CJIB-nummer : 240183706 Uitspraak d.d. : 5 januari 2024 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank ZeelandWest-Brabant van 23 september 2022, betreffende [de betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats] . De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verloop van de procedure De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De griffier van het hof heeft de advocaat-generaal gevraagd om aanvullende informatie. Deze informatie is ontvangen en (in kopie) doorgestuurd aan de betrokkene. Deze heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling

  1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 100,- voor: “Parkeren op parkeergelegenheid met ander doel dan aangegeven wijze”. Deze gedraging zou zijn verricht op 10 maart 2021 om 9:13 uur op de Edisonlaan in Tilburg met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
  2. De betrokkene voert aan dat inmiddels met een bord is aangegeven dat op de betreffende parkeerplaats alleen elektrische voertuigen mogen staan, maar dat dat nog niet was toen zij haar voertuig daar neerzette. De betrokkene kon dus niet weten dat zij daar niet mocht parkeren. De betrokkene merkt daarbij op dat het gaat om een parkeerplaats vlakbij haar woning, dat het vaker voorkomt dat zij haar voertuig meerdere dagen niet gebruikt, dat zij niet dagelijks uit het raam kijkt en dat op de foto van de gedraging goed is te zien dat het bord nog maar net geplaatst is. Er is met de bewoners niet gecommuniceerd over de verandering. Zij was dan ook niet op de hoogte.
  3. De gegevens waarop de ambtenaren zich bij de oplegging van de sanctie hebben gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende verklaring: “Gedragingsgegevens: Bord E4: met onderbord uitsluitend opladen elektrische voertuigen. (…).”
  4. Ook zijn er foto’s van de gedraging in het dossier. Hierop is het voertuig van de betrokkene zichtbaar en ook een verkeersbord E4, dat duidt op de aanwezigheid van een parkeergelegenheid, met een onderbord met de tekst: “uitsluitend opladen elektrische voertuigen” met daaronder een onderbord met twee pijlen, waarvan er één wijst naar het vak waar het voertuig van de betrokkene staat. Rechts onderaan de foto staat de datum van 10 maart 2021 en het tijdstip van 09:
  5. Het hof is van oordeel dat uit de verklaring van de ambtenaar en de foto’s van de gedraging genoegzaam blijkt dat ten tijde van de constatering van de gedraging het onderbord met de tekst “uitsluitend opladen elektrische voertuigen” bij de betreffende parkeerplaats aanwezig was. Dat betekent dat het voertuig van de betrokkene, dat geen elektrisch voertuig is en dus niet werd opgeladen, daar niet mocht staan. Aldus staat vast dat de gedraging is verricht.
  6. Het enkele gegeven dat de gedraging is verricht, betekent op zichzelf echter niet dat een sanctie moet worden opgelegd. Uit artikel 9, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wahv volgt dat geen sanctie mag worden opgelegd indien dat, gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging is verricht, niet billijk is.
  7. Uit door de advocaat-generaal ingewonnen inlichtingen bij de gemeente Tilburg blijkt dat de betreffende bebording, dus het bord E4 met voornoemde onderborden, op de Edisonlaan op 2 maart 2021, dus 8 dagen voordat de gedraging is vastgesteld, is geplaatst.
  8. Gelet op deze informatie kan niet worden uitgesloten dat de betreffende bebording, zoals de betrokkene gedurende de hele procedure consequent heeft aangevoerd, nog niet aanwezig was op het moment dat de betrokkene haar voertuig daar parkeerde. Het hof acht ook niet uitgesloten dat de plaatsing van het bord de betrokkene na het parkeren niet is opgevallen. Dit betekent dat, mede gelet op wat de betrokkene verder heeft aangedragen, de betrokkene kan worden gevolgd in haar stellingname dat de situatie op het moment dat zij haar voertuig parkeerde anders was dan op het moment dat de ambtenaar de gedraging constateerde. De betrokkene kan daarvan geen verwijt worden gemaakt. Het hof acht onder deze omstandigheden oplegging van de sanctie niet billijk.
  9. Het hof beslist daarom als volgt. De beslissing Het gerechtshof: vernietigt de beslissing van de kantonrechter; verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing; verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond; vernietigt de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd; bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd. Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.