GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden, afdeling civiel zaaknummer gerechtshof 200.329.581/01 zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 182859 arrest van 13 februari 2024 in de zaak van [appellante] , die woont in [woonplaats1] , die hoger beroep heeft ingesteld, en bij de rechtbank optrad als eiseres, hierna: [appellante], advocaat: mr. A.H.M. de Jonge die kantoor houdt in Leusden, tegen 1 [geïntimeerde1] h.o.d.n. [naam1] , die woont in [woonplaats2] , 2. Achmea Schadeverzekeringen N.V., die is gevestigd in Apeldoorn, en bij de rechtbank optraden als gedaagden, hierna samen: [geïntimeerden], advocaat: mr. G.S.E. van Helden die kantoor houdt in Arnhem. 1Het verloop van de procedure in hoger beroep [appellante] heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, op 29 maart 2023 tussen partijen heeft uitgesproken. Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit: • de dagvaarding in hoger beroep • de memorie van grieven • de memorie van antwoord • een akte van [appellante] • een antwoordakte van [geïntimeerden] 2De kern van de zaak 2.1 [appellante] is op de fiets ten val gekomen en wijt dat aan gevaarlijk wapperende linten aan een stoepbord van de winkel [naam1] . Zij houdt [geïntimeerde1] als eigenaresse van de winkel en haar aansprakelijkheidsverzekeraar Achmea aansprakelijk voor de schade die zij daardoor heeft geleden. Dit geschil heeft de volgende feitelijke achtergrond. 2.2 [appellante] is op 1 juli 2020 rond 09.30 uur met haar e-bike ter hoogte van een zogenaamd stoepbord van [naam1] in de [adres] in [woonplaats1] gevallen, terwijl zij op weg was naar de modewinkel die ze samen met haar echtgenoot runt. De [adres] is een winkelstraat met een trottoir aan beide kanten. Het trottoirgedeelte wordt van het weggedeelte gescheiden door een metalen goot. Vrijwel alle winkels maken gebruik van een reclamebord op het trottoir. Er stond die dag een stevige tot harde, vlagerige wind. Aan het stoepbord van [geïntimeerde1] waren aan de straatzijde gekleurde cadeaulinten gebonden. Na de val van [appellante] lagen die op de grond bij de fiets. Door de val heeft [appellante] een gecompliceerde breuk opgelopen aan haar linker onderbeen. Er is nog geen sprake van een medische eindsituatie. 2.3 [appellante] heeft [geïntimeerde1] aansprakelijk gesteld voor de door haar geleden en nog te lijden schade. Achmea heeft de aansprakelijkheid afgewezen, omdat sprake zou zijn van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. 2.4 [appellante] heeft daarop bij de rechtbank een verklaring ‘voor recht’ gevorderd dat [geïntimeerde1] wel degelijk aansprakelijk is voor de gevolgen van het ongeval, met hoofdelijke veroordeling van [geïntimeerden] tot betaling van nog nader vast te stellen schade (in een zogenaamde schadestaatprocedure). De rechtbank heeft deze vorderingen afgewezen. De bedoeling van het hoger beroep is dat alsnog toewijzing volgt. 3Het oordeel van het hof Inleiding 3.1 Het hof zal oordelen dat de vordering van [appellante] moet worden toegewezen. Dat wordt hierna uitgelegd. De vragen die moeten worden beantwoord door de bezwaren van [appellante] (de grieven), zullen daarbij thematisch worden behandeld. De toedracht 3.2 Hoewel de vordering is afgewezen, was de rechtbank wel van oordeel dat de door [appellante] aangevoerde toedracht van het ongeval voldoende is komen vast te staan: de linten waren vanaf het punt waar ze aan het stoepbord waren vastgezet 70 centimeter lang. Het bord is 20-40 centimeter vanaf de metalen goot op het trottoirgedeelte gezet. Daarvan uitgaande kon het lint dus 30 tot 50 centimeter over het wegdek waaien. Daarnaast is gebleken dat het stevig tot hard waaide. De rechtbank twijfelde niet aan de juistheid van de verklaring van [appellante] zelf dat ze de linten ineens voor haar langs zag waaiden, te meer nu onweersproken vaststaat dat zij, toen ze weer bij bewustzijn kwam, direct 'de linten, de linten' riep. Voorts achtte de rechtbank van belang dat de linten na de val op de grond lagen, vlak bij de fiets van [appellante] . Dit blijkt onder meer uit de verklaringen van getuigen. Nu de linten stevig vastgebonden zaten aan het stoepbord van [naam1] , kan naar het oordeel van de rechtbank daaruit de gerechtvaardigde conclusie worden getrokken dat ze zijn blijven hangen achter het stuur van [appellante] , dat immers dezelfde hoogte kan hebben als de linten. Kennelijk werd er voldoende kracht uitgeoefend om de linten los te trekken van het stoepbord en om [appellante] te laten vallen. 3.3 [geïntimeerden] hebben deze gang van zaken bestreden, maar hebben volgens de rechtbank geen plausibele verklaring gegeven voor het feit dat de linten na de val bij de fiets van [appellante] op straat lagen. Niet alleen had een medewerker van [naam1] deze linten tussen het frame van de stoepbord geklemd, het bord was bovendien pas vlak voor de val buiten gezet. Dat het lint in zo'n korte tijd zou zijn losgewaaid, kwam de rechtbank niet aannemelijk voor. Het door [geïntimeerden] geschetste alternatieve scenario dat [appellante] tegen het stoepbord aan is gefietst of dit heeft geschampt, wordt naar het oordeel van de rechtbank bovendien niet door feiten en omstandigheden ondersteund. Zowel [appellante] als een getuige die haar heeft zien vallen, verklaart dat [appellante] niet tegen het stoepbord is aangereden. Dat het bord na het ongeval schuin stond, achtte de rechtbank onvoldoende om aan te nemen dat [appellante] er toch tegenaan is gereden. Dat kan immers ook zijn veroorzaakt doordat het lint aan het stuur van [appellante] is blijven haken. De hierbij ontstane krachten zullen zowel invloed hebben gehad op het stuur van [appellante] als op het stoepbord. 3.4 In hoger beroep handhaven [geïntimeerden] hun betwisting van deze toedracht. Het hof verwerpt dat op grond van de hiervoor weergegeven beoordeling. In hoger beroep is niets aangevoerd dat de rechtbank niet al in de overweging heeft betrokken en dat daaraan afbreuk zou kunnen doen. De aansprakelijkheid van [naam1] 3.5 [geïntimeerde1] is aansprakelijk voor de door [appellante] geleden schade als zij een gevaarlijke situatie in het leven heeft geroepen of heeft laten voortbestaan waarbij een ander aan een groter risico is blootgesteld dan onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs verantwoord is. Bij de beantwoording van de vraag of dat hier aan de orde is, moeten alle omstandigheden van het geval worden betrokken, en moet met name acht worden geslagen op (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.