Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-001232-23 Uitspraak d.d.: 13 februari 2024 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 28 februari 2023 met parketnummer 08-228007-22 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002, thans verblijvende in P.I. [naam] te [plaats] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 30 januari 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. J.B.A. Kalk, naar voren is gebracht. Het vonnis waarvan beroep De rechtbank heeft de verdachte ter zake van medeplegen poging doodslag, openlijke geweldpleging tegen personen en diefstal veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaren, met aftrek van de tijd die hij al in voorarrest heeft doorgebracht. De rechtbank heeft voorts de vordering van de benadeelde partij [benadeelde ] toegewezen tot een bedrag van € 3.602,72 hoofdelijk, met wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij is ten aanzien van de resterende vordering niet-ontvankelijk verklaard. Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste wijze en goede gronden heeft beslist en zal het vonnis bevestigen, behalve voor zover het de opgelegde straf betreft. Ten aanzien van dit onderdeel van het vonnis komt het hof tot een andere beslissing dan de rechtbank. In zoverre zal het vonnis dan ook worden vernietigd. Gelet op de omstandigheid dat hierdoor ook de beslissing ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel bij de vordering benadeelde partij wordt vernietigd, zal het hof ook de beslissing ten aanzien van de benadeelde partij vernietigen. Oplegging van straf en/of maatregel Het standpunt van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft een gevangenisstraf van 40 maanden gevorderd waarvan 14 maanden voorwaardelijk met de bijzondere voorwaarden zoals die zijn geadviseerd door de reclassering. De advocaat-generaal heeft voorts de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden gevorderd. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft gepleit tot oplegging van een straf gelijk aan de eis van de advocaat-generaal. De raadsman geeft daarnaast nog in overweging om bij een lager onvoorwaardelijk strafdeel het gat tussen 17 en 26 maanden gevangenisstraf te dichten door daarnaast een taakstraf van 240 uren op te leggen. Beoordeling van het gerechtshof De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen -en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden- dat verdachte samen met zijn medeverdachte een voor hen onbekende jongen, die duidelijk weerloos was door overmatig drankgebruik, heeft meegenomen naar een stil steegje, waar ze over hem heen hebben geürineerd en hem vervolgens meerdere keren akelig hard tegen zijn hoofd en lichaam hebben getrapt. Ze hebben deze vernederingen en het geweld gefilmd. Op de heftige beelden is te horen dat beide verdachten lachen. Verder is te zien dat het slachtoffer al vanaf het begin flink aan het bloeden was in zijn gezicht en het hof neemt het verdachte zeer kwalijk dat het zinloze geweld tegen het slachtoffer desondanks gewoon is doorgegaan. Ze hebben het slachtoffer daarna hulpeloos achtergelaten. Zeer kwalijk is verder dat de in het uitgaansgebied dienstdoende politieagenten vlak daarvoor door de verdachten in de veronderstelling zijn gebracht dat voor het slachtoffer gezorgd zou worden en dat hij veilig thuis zou komen. En ook het delen van de gemaakte videobeelden neemt het hof verdachte zeer kwalijk. Het slachtoffer heeft aan de geweldshandelingen een gebroken neus en een hersenschudding overgehouden. Dat het slechts bij dit letsel is gebleven is niet aan verdachte te danken. Integendeel; dit had veel erger, zo niet fataal af kunnen lopen. Na bestudering van de beschikbare filmbeelden heeft het Nederlands Forensisch Instituut gerapporteerd dat het slachtoffer door het uitgeoefende geweld had kunnen overlijden. Verdachte heeft daarnaast het hoedje van het slachtoffer gestolen. De ervaring leert dat slachtoffers van een dergelijk heftig en zinloos geweldsdelict nog lange tijd last kunnen hebben van wat hen is overkomen. Het slachtoffer heeft aangegeven dat hij tot op de dag van vandaag last heeft van de tegen hem begane feiten. Hoewel hij fysiek weer op de been is gekomen, ondervindt hij nog steeds veel hinder, doordat hij angstig en schrikachtig is geworden voor situaties die hem doen denken aan het gebeurde. Zo gaat het slachtoffer nog steeds niet uit, wat gezien zijn leeftijd een hard gelag moet zijn. Daarnaast zorgen dergelijke feiten voor gevoelens van onveiligheid in de maatschappij in zijn algemeenheid. Het hof houdt daarnaast rekening met een recent uittreksel van de justitiële documentatie betreffende verdachte. Hieruit blijkt dat verdachte ondanks zijn jonge leeftijd in het verleden al meerdere keren is veroordeeld waaronder ook voor geweldsdelicten. Deze veroordelingen hebben verdachte er niet van weerhouden om opnieuw strafbare feiten te plegen. De reclassering heeft geadviseerd om een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met bijzondere voorwaarden. Ter terechtzitting heeft verdachte, (nogmaals) geconfronteerd met de ernst van hetgeen hij heeft gedaan en de gevolgen die dit voor het slachtoffer heeft gehad, slechts heel voorzichtig laten zien dat hij bereid is op zoek te gaan naar de oorzaak van zijn handelen, en naar datgene wat hij nog moet leren om hopelijk nooit meer in zulk volstrekt onnodig, zeer gewelddadig gedrag te vervallen. De ter zitting getoonde schuldgevoelens lijken nog steeds niet erg doorleeft. Zo lijkt verdachte meer bezig met de vraag wat voor zin het nog heeft om langer of nog lang vast te zitten dan met wat hij het slachtoffer heeft aangedaan. Hij stelt zichzelf hiermee centraal en dat is zorgelijk. Al het voorgaande kan naar het oordeel van het hof de gevangenisstraf die verdachte door de rechtbank is opgelegd dragen. Toch ziet het hof aanleiding om de opgelegde straf te minderen. Daarvoor is vooral van gewicht hetgeen het slachtoffer ter terechtzitting in hoger beroep op indrukwekkende wijze naar voren heeft gebracht. Nadat hij hele lange tijd vooral heel boos en verdrietig is geweest om het gebeuren, is hij inmiddels tot het inzicht gekomen dat de verdachte vooral goede hulp nodig heeft voordat hij weer terug komt in de maatschappij: een celstraf alleen zal verdachte niet op de goede weg helpen. Het slachtoffer kan zich om die reden vinden in een deels voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, gericht op gedwongen hulpverlening aan verdachte. Het is bewonderingswaardig dat het slachtoffer benoemt dat verdachte een tweede kans toekomt. Gelet op de nog jonge leeftijd van de verdachte, zijn aarzelende eerste stappen richting inzicht en begeleiding, is het hof van oordeel dat oplegging van een deels voorwaardelijk gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de Reclassering thans passend en geboden is. Dadelijk uitvoerbaarheid Het hof vindt in alle omstandigheden, waaronder het recidiverisico, aanleiding te oordelen dat de op te leggen bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar moet zijn en zal dan ook bevelen dat bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen reclasseringstoezicht dadelijk uitvoerbaar zullen zijn. Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde ] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 3.802,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.