← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2024:2660

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem, afdeling civiel zaaknummer gerechtshof: 200.338.855 (insolventienummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen: C05/24/93 F) arrest van 29 maart 2024 in de zaak van [appellant] die woont in [woonplaats1] die hoger beroep heeft ingesteld en bij de rechtbank optrad als verweerder hierna: [appellant] advocaat: mr. P.K. de Blieck-Willemsen tegen Verdouw Gouda Bouwprodukten B.V. die is gevestigd in Gouda die optreedt als verweerster en bij de rechtbank optrad als verzoekster hierna: Verdouw advocaat: mr. A.E.M. Bierens. 1De procedure bij de rechtbank Bij vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 5 maart 2024 is [appellant] op verzoek van Verdouw in staat van faillissement verklaard. Hierbij is tot curator benoemd [de curator] (hierna: de curator). Het hof verwijst naar dat vonnis. 2De procedure bij het hof 2.

  1. Bij op 13 maart 2024 bij het hof binnengekomen beroepschrift heeft [appellant] hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 5 maart
  2. [appellant] verzoekt het hof dat vonnis te vernietigen en, opnieuw recht doende, het verzoek tot faillietverklaring van hem af te wijzen. 2.
  3. Het hof heeft kennisgenomen van: het beroepschrift met bijlagen; de op 20 maart 2024 ontvangen e-mail van 19 maart 2024 met bijlagen van de curator. 2.
  4. De zitting heeft plaatsgevonden op 25 maart
  5. Hierbij is [appellant] verschenen, bijgestaan door mr. De Blieck-Willemsen. Verder is namens Verdouw verschenen mr. D. Madrawski, kantoorgenoot van mr. Bierens. Ook de curator is verschenen.
  6. De motivering van de beslissing in hoger beroep 3.
  7. De rechtbank heeft [appellant] in staat van faillissement verklaard, omdat summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van Verdouw en omdat [appellant] in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen. 3.
  8. [appellant] voert als gronden voor zijn hoger beroep aan dat de motivering van de rechtbank onvoldoende is om hem failliet te verklaren en dat een derde een groot gedeelte van zijn schuld aan hem wil voorschieten zodat hij zijn schulden kan aflossen. 3.
  9. Het hof oordeelt als volgt.Een faillietverklaring kan worden uitgesproken als summierlijk is gebleken van een ten tijde van de faillietverklaring bestaand vorderingsrecht van de aanvrager en ook van het (op dat moment) bestaan van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat de schuldenaar verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen. Dat de schuldenaar meer schuldeisers heeft is een noodzakelijke, maar niet een voldoende voorwaarde voor het aannemen van de hiervoor bedoelde toestand (het pluraliteitsvereiste). Ook als aan het pluraliteitsvereiste is voldaan, moet worden onderzocht of de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen. 3.
  10. In hoger beroep staat (tussen partijen) vast dat Verdouw een opeisbare vordering op [appellant] heeft. Het hof stelt vast dat ook aan het pluraliteitsvereiste is voldaan. Naast de vordering van Verdouw (€ 25.040,49) en enkele kleinere vorderingen staat volgens de opgave van de curator in zijn openbaar faillissementsverslag van 19 maart 2024 een aanzienlijke vordering van de Belastingdienst (€ 16.777,-) open. [appellant] heeft ter zitting in hoger beroep niet weersproken dat de Belastingdienst een vordering op hem heeft; hij weet niet om welk bedrag het gaat. 3.
  11. Ook de vraag of [appellant] in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, beantwoordt het hof bevestigend om de volgende redenen.Voorop staat dat [appellant] op dit moment zelf nagenoeg geen middelen heeft. Ter zitting heeft [appellant] aangevoerd dat een of meer derden hem in totaal € 5.000,- willen voorschieten zodat hij Verdouw een regeling kan aanbieden, waarbij hij een bedrag van € 5.000,- ineens zal afbetalen op de vordering van ruim € 25.000,-. [appellant] heeft in aansluiting daarop Verdouw voorgesteld om daarna het restantbedrag in termijnen af te betalen, waarbij hij denkt aan een bedrag van € 800,- per maand. Verdouw heeft niet met dit voorstel ingestemd. Daarmee staat vast dat de vordering van Verdouw op dit moment onbetaald blijft. Dit geldt ook voor de andere bij de curator aangemelde vorderingen, nog daargelaten dat gesteld noch gebleken is dat [appellant] op dit moment over de middelen beschikt om de faillissementskosten, waaronder het salaris van de curator, te betalen. 3.
  12. De slotsom is dat is voldaan aan alle vereisten voor faillietverklaring. Het hof zal dan ook het vonnis van de rechtbank van 5 maart 2024 bekrachtigen. 4De beslissing Het hof: bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 5 maart 2024.Dit arrest is gewezen door mrs. P.J. van der Korst, H.L. Wattel en S.J.O. de Vries, en is op29 maart 2024 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.