GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN locatie Arnhem nummer BK-ARN 23/415 uitspraakdatum: 7 mei 2024 Uitspraak van de vijfde enkelvoudige belastingkamer op het hoger beroep van [belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 14 december 2022, nummer UTR 22/1945, in het geding tussen belanghebbende en de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht (hierna: de heffingsambtenaar) 1Ontstaan en loop van het geding 1.1. De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres1] 11 te [woonplaats] , per waardepeildatum 1 januari 2020 en naar de toestand op die datum, voor het kalenderjaar 2021 vastgesteld op € 791.000. 1.2. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar gegrond verklaard en de waarde verlaagd naar € 754.000. 1.3. Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de rechtbank Midden-Nederland (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. 1.4. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. 1.5. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 april 2024. Daarbij zijn verschenen en gehoord H. Vloet, als de gemachtigde van belanghebbende, alsmede [naam1] , namens de heffingsambtenaar, bijgestaan door [naam2] , taxateur. 1.6. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat aan deze uitspraak is gehecht. 2Vaststaande feiten 2.1. Belanghebbende is eigenaar en gebruiker van de onroerende zaak. De onroerende zaak is een in 1993 gebouwde twee-onder-een-kap semi bungalow met een berging/schuur (16 m2) en zolder. De woning heeft een gebruiksoppervlakte van 152 m2 en een kaveloppervlakte van 791 m2. 2.2. Namens belanghebbende is op 8 april 2021 bezwaar gemaakt tegen de beschikking. In het bezwaarschrift is onder meer het volgende opgenomen: Tevens verzoek ik u conform artikel 40 wet WOZ en artikel 7:4 Awb om alle op de zaak betrekking hebbende stukken, waaronder in ieder geval de onderbouwing van de taxatie, inzichtelijk te verstrekken. Ik verzoek u, conform voorgaande zin, van het onderhavige object alsmede van de gehanteerde referentiepanden, de grondstaffels, liggingsfactor, 'onderbouwing van de indexering naar waardepeildatum en de KOUDV-factoren te overleggen. Bij een afwijking van de gemiddelde KOUDVfactoren ontvang ik graag inzicht in de gehanteerde correcties. Graag ontvang ik deze stukken in een overzichtelijke taxatiekaart. Hieromtrent verwijs ik naar ECLI:NL:RBNHO:2020:8608 waarin is geoordeeld dat artikel 7:4 Awb niet alleen een inzagerecht beschrijft, maar ook een plicht om op verzoek deze stukkén toe te zenden. Een overzichtelijke taxatiekaart kan dan het taxatieverslag vervangen. 2.3. In het Taxatieverslag zijn van de onroerende zaak en de gebruikte vergelijkingsobjecten, naast een foto, onder meer de volgende gegevens opgenomen: - het bouwjaar; - de oppervlakten van de diverse onderdelen (onder andere woning, grond, bijgebouwen); - de kwalificatie van het onderhoud en de voorzieningen; en - de (vorige) vastgestelde WOZ-waarden. Verder zijn van de onroerende zaak de kadastrale gegevens vermeld en van de vergelijkingsobjecten de transactiedatum en de transactieprijs. 2.4. Per e-mail van 26 mei 2021 heeft de heffingsambtenaar de grondstaffel overgelegd aan belanghebbende. 2.5. Namens belanghebbende is op 22 juni 2021 het bezwaar aangevuld. Daarin is onder meer het volgende opgenomen: Ik verzoek u bij niet volledig tegemoetkoming aan het bezwaar de opbouw en een controleerbare onderbouwing van de kavelwaarde, de zogenoemde grondstaffel, op basis van recente uitspraken van de rechtbank Oost Brabant (ECLI:NL:RBOBR:2018;357) en de Hoge Raad (ECLI:NL:PHR:2017:1051) tijdig voor het plaatsvinden van de hoorzitting te overleggen. Indien de door u gebruikte grondstaffel geheel of ten dele het resultaat is van een geautomatiseerd proces verzoek ik u conform artikel 7:4 lid 2 Awb zorg te dragen voor de inzichtelijkheid en controleerbaarheid van die keuzes, aannames en gegevens. Ik verzoek u de taxatiekaart met daarop vermeld de KOUDV- en liggingsfactoren, alsmede de manier waarop u de verschillen hebt verdisconteerd, van het onderhavige object en van de door u opgevoerde vergelijkingsobjecten tijdig voor het plaatsvinden van de hoorzitting te verstrekken. Ook verzoek ik u het gehanteerde indexeringspercentage, om de waarde van de referentiepanden op waardepeildatum te bepalen, te verstrekken inclusief de onderbouwing van het door u gehanteerde indexeringspercentage. Mocht u in de uitspraak op bezwaar de waarde van het onderhavige object aan de hand van andere referentiepanden dan op het door u verstrekte taxatieverslag onderbouwen dan verzoek ik u in de uitspraak op bezwaar bovenstaande punten van de andere referentiepanden te verstrekken. Indien de door u gebruikte KOUDV- / KOLDU- en liggingsfactoren geheel of ten dele het resultaat is van een geautomatiseerd proces verzoek ik u conform artikel 7:4 lid 2 Awb zorg te dragen voor de inzichtelijkheid en controleerbaarheid van die keuzes, aannames en gegevens. Ik verzoek u de taxatiekaart met daarop vermeld de onderdeelwaardes voor de objectonderdelen welke meegenomen zijn in de taxatie van het onderhavige object alsmede de onderdeelwaardes van de bijgebouwen van de gehanteerde referentiepanden te verstrekken. 2.6. Op 27 juli 2021 heeft de hoorzitting plaatsgevonden. In de uitspraak op bezwaar van 16 februari 2022 is van dit gesprek de volgende samenvatting opgenomen: Op 27 juli 2021 heeft er een hoorzitting plaatsgevonden met taxateur [naam3] . Tijdens de hoorzitting is het volgende aangedragen: Inzicht in de volledige koudv en liggingsfactoren. Overlast van spoor. Gesplitst en de scheidingsmuur is op bestaande fundering gebouwd daardoor veel geluidsoverlast. Onderbouwingen zijn luxer gelegen. Deze woning is gelegen in ouder deel van [woonplaats] . Overlast van verkeer en luchtvervuiling. Parkeersoverlast van dokterspraktijk in de straat. Slechts 2 ref. op taxatieverslag dus onvoldoende onderbouwd. Ook zijn deze uit 2016 en dus niet te vergelijken. Extra ref.. [adres2] 13, 640.000,-, 27-6-2019, bj 2006, go 170m2, perceel 301.000,-; [adres2] 7, 620.000,-, 26-2-2020, bj 2006, go 180m2, perceel 303.000,-; [adres3] 15, 697.000,-, 29-8-2019, bj 2008, go 181,2, perceel 228m2. Waardevoorstel: 665.000,-. 2.7. Op 16 februari 2022 heeft de heffingsambtenaar uitspraak gedaan op het bezwaar. Hierin is vermeld dat de gehanteerde indexeringspercentages zijn toegezonden. 2.8. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. 3Geschil 3.1. In geschil is of de heffingsambtenaar de toezendverplichting van artikel 40, lid 2, van de Wet WOZ, heeft geschonden. 3.2. Belanghebbende beantwoordt deze vraag bevestigend, de heffingsambtenaar ontkennend. 3.3. Ter zitting van het Hof heeft de gemachtigde van belanghebbende de grieven met betrekking tot de waarde van de onroerende zaak uitdrukkelijk en ondubbelzinnig ingetrokken. De waarde van de onroerende zaak is niet in geschil. 4Beoordeling van het geschil Artikel 40, lid 2, Wet WOZ 4.1. Belanghebbende heeft ter zitting van het Hof nader gesteld dat de toezendplicht van artikel 40, lid 2, van de Wet WOZ, is geschonden omdat de volgende gegevens niet tijdens de bezwaarfase zijn verstrekt: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.