← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2024:3367

Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-002523-23 Uitspraak d.d.: 15 mei 2024 Tegenspraak Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 22 mei 2023 met het parketnummer 16-062475-23 in de strafzaak inzake de verdachte [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1946, briefadres: [briefadres] . Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. Het onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het gerechtshof van 1 mei 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. Het gerechtshof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat het gerechtshof: het vonnis van de politierechter zal vernietigen; de verdachte ter zake van het primair aan hem ten laste gelegde feit zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en met de bijzondere voorwaarden die de politierechter heeft opgelegd, met bepaling dat het contactverbod dadelijk uitvoerbaar is; oplegging van de maatregel van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht conform hetgeen de politierechter heeft opgelegd, met dien verstande dat het gebiedsverbod wordt uitgebreid met het toekomstige adres van de woning, de school en de scoutinggroep; de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij geheel zal toewijzen en de schadevergoedingsmaatregel zal opleggen. Het gerechtshof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman, mr. J.G. Wiebes, is aangevoerd ter terechtzitting in hoger beroep. Het vonnis waartegen het hoger beroep is gericht Bij het hierboven genoemde vonnis, waartegen het hoger beroep is gericht, heeft de politierechter: de verdachte ter zake van het primair aan hem ten laste gelegde feit veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en met als bijzondere voorwaarde dat de verdachte op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2014, en [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2012, tenzij dit contact plaatsvindt met uitdrukkelijke toestemming van de hulpverlenende instanties ten behoeve van een omgangsregeling en daarbij de aanwijzingen van de hulpverlenende instantie worden opgevolgd; oplegging van de maatregel van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, inhoudende: een contactverbod, inhoudende dat de verdachte gedurende vijf jaren op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen. zoeken of hebben met [benadeelde] , geboren op [geboortedatum 3] 1987, tenzij dit contact plaatsvindt met uitdrukkelijke toestemming van de hulpverlenende instanties ten behoeve van een omgangsregeling en daarbij de aanwijzingen van de hulpverlenende instantie worden opgevolgd en een gebiedsverbod, inhoudende dat de verdachte gedurende vijf jaren zich niet zal ophouden in de navolgende gebieden binnen een straal van 200 meter: van de woning, [adres 1] van de [school] , [adres 2] ; van de [scoutinggroep] [adres 3] , met bepaling dat dit contactverbod en dit locatieverbod dadelijk uitvoerbaar worden verklaard, op straffe van veertien dagen hechtenis per overtreding, met een maximum van zes maanden; - de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij geheel toegewezen en de schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Het gerechtshof zal dat vonnis vernietigen omdat het gerechtshof op onderdelen tot een andere bewijsbeslissing komt dan de politierechter. Het gerechtshof zal daarom opnieuw rechtdoen. De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij in of omstreeks de periode 7 juni 2022 tot en met 14 november 2022 te [plaats] , althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [benadeelde] , door op verschillende data en/of tijdstip(pen) in voormelde periode (telkens) (onder meer): - meermalen, althans eenmaal (telkens), [benadeelde] te volgen (in een personenauto) en/of [benadeelde] achterna te rijden, en/of - meermalen, althans eenmaal (telkens) op te houden nabij de school van de kinderen van [benadeelde] en/of op de route naar de school van de kinderen van [benadeelde] , en/of - meermalen, althans eenmaal (telkens) een postpakket geadresseerd aan de dochters van [benadeelde] te versturen, en/of - een brief naar [benadeelde] te versturen over de verbroken relatie en/of de omgang met de kinderen, en/of - een vriendschapsverzoek via Facebook naar [benadeelde] te versturen, met het oogmerk [benadeelde] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zoukunnen leiden: hij in of omstreeks de periode 7 juni 2022 tot en met 14 november 2022 te [plaats] , althans in Nederland, een ander, te weten [benadeelde] , door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander en/of derden, wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te dulden of te dulden, te weten het dulden van zijn aanwezigheid en/of het dwingen een omgangsregeling te bewerkstelligen met de kinderen van [benadeelde] en/of te dulden het (in)direct contact zoeken met de kinderen van [benadeelde] door - meermalen, althans eenmaal (telkens), [benadeelde] te volgen (in een personenauto) en/of [benadeelde] achterna te rijden, en/of - meermalen, althans eenmaal (telkens) op te houden nabij de school van de kinderen van [benadeelde] en/of op de route naar de school van de kinderen van [benadeelde] , en/of - meermalen, althans eenmaal (telkens) een postpakket geadresseerd aan de dochters van [benadeelde] te versturen, en/of - een brief naar [benadeelde] te versturen over de verbroken relatie en/of de omgang met de kinderen, en/of - een vriendschapsverzoek via Facebook naar [benadeelde] te versturen. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Overweging met betrekking tot het bewijs voor het primair ten laste gelegde feit De verdachte heeft bij de politierechter bekend dat hij [benadeelde] een brief heeft gestuurd via Iriszorg (in de tenlastelegging opgenomen onder het vierde gedachtestreepje) en dat hij pakketjes met boeken heeft laten versturen (in de tenlastelegging opgenomen onder het derde gedachtestreepje). Voor het overige heeft hij bij de politierechter ontkend zich schuldig te hebben gemaakt aan hetgeen aan hem is ten laste gelegd en heeft hij verklaard dat hij zich niet kan voorstellen dat [benadeelde] de waarheid spreekt. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte erkend dat hij wel eens naar de school van de kinderen, die hij samen met [benadeelde] heeft, is geweest en dat hij daar toen gedurende enige tijd in de buurt van de school heeft gezeten, om naar zijn kinderen te kijken (in de tenlastelegging opgenomen onder het tweede gedachtestreepje. De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit, op nader in de schriftelijke pleitnota genoemde gronden. Het gerechtshof overweegt hierover het volgende. In de tenlastelegging is onder het eerste gedachtestreepje aan de verdachte ten laste gelegd dat hij meermalen, althans eenmaal (telkens), [benadeelde] heeft gevolgd (in een personenauto) en/of [benadeelde] achterna is gereden. Evenals de verdediging acht het gerechtshof het mogelijk dat een dergelijke situatie zich heeft voorgedaan, zonder dat het ten laste gelegde oogmerk van belaging daaraan ten grondslag heeft gelegen bij de verdachte. Het kan immers heel goed zijn gegaan om pure toevalligheden, in die zin dat sprake is geweest van ongerichte handelingen van de verdachte. [benadeelde] en hij hebben nu eenmaal dezelfde woonplaats en kunnen alleen al daarom elkaar af en toe op straat tegenkomen, zonder dat de verdachte dat heeft opgezocht of beoogd. Op grond van het bovenstaande zal het gerechtshof de verdachte partieel vrijspreken, te weten waar het de handelingen betreft zoals ten laste gelegd onder het eerste gedachtestreepje van de tenlastelegging. Voor de overige ten laste gelegde feitelijke handelingen acht het gerechtshof wettig en overtuigend bewijs aanwezig, op grond van de door het gerechtshof gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het gerechtshof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen en acht de andersluidende lezing van de verdachte over hetgeen is voorgevallen niet aannemelijk geworden.Het gerechtshof acht met name niet geloofwaardig de verklaring van de verdachte, voor zover inhoudende dat hij enkel heeft beoogd de band met zijn kinderen te onderhouden en dat hij niet een vriendschapsverzoek via Facebook heeft verstuurd naar [benadeelde] . Het door de delictsomschrijving in de woorden 'persoonlijke levenssfeer' te beschermen rechtsgoed is het grondrecht om in vrijheid te handelen onder het genot van een veilige private levenssfeer. Een gedraging die stelselmatig op dat grondrecht inbreuk maakt zodanig dat de gerechtigde niet langer in het ongestoorde genot van zijn of haar grondrecht is, kan belaging opleveren. De aard, de duur, de frequentie en de indringendheid van de bewezen verklaarde feitelijke handelingen die de verdachte heeft verricht, zoals daarvan blijkt uit de door het gerechtshof gebruikte bewijsmiddelen, zijn van dien aard dat sprake is van een opzettelijke stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [benadeelde] . Het gerechtshof heeft er hierbij tevens acht op geslagen dat de verdachte twee keer eerder is veroordeeld ter zake van belaging van [benadeelde] . Bij een dergelijke belaste voorgeschiedenis tussen de verdachte en [benadeelde] is er in de kern niet veel nodig qua handelingen van de verdachte om (opnieuw) een situatie te scheppen waarin sprake is van een wederrechtelijke stelselmatige inbreuk in de persoonlijke levenssfeer van [benadeelde] , mede omdat het mede gelet op genoemde eerdere veroordelingen voor de verdachte volstrekt duidelijk is dat zijn handelen jegens [benadeelde] en/of haar kinderen ongewenst is. Anders dan de verdediging heeft aangevoerd, acht het gerechtshof óók het benaderen van de kinderen een - indirecte - vorm van belaging, aangezien [benadeelde] ook daarmee op door [benadeelde] ongewenste wijze is geconfronteerd met de verdachte. Dat het opzet van de verdachte gericht is geweest op het maken van een wederrechtelijke inbreuk in de persoonlijke levenssfeer van [benadeelde] stelt het gerechtshof vast op grond van de duidelijke en ondubbelzinnige uitlatingen die de verdachte blijkens het daarover opgestelde proces-verbaal van bevindingen heeft gedaan tegenover de wijkagent. Daaruit blijkt namelijk verdachtes onwrikbare wil tot contact respectievelijk omgang met de kinderen. De verdachte heeft immers verklaard er alles aan te zullen doen om de kinderen te zien, onder meer door [benadeelde] te blijven opzoeken, totdat hij zijn kinderen mag zien. Op grond van het bovenstaande verwerpt het gerechtshof de overige bewijsverweren van de verdachte en de verdediging. Bewezenverklaring Op grond van wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het gerechtshof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair aan hem ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat: hij in de periode 7 juni 2022 tot en met 14 november 2022 te [plaats] wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [benadeelde] , door op verschillende data en tijdstippen in voormelde periode: - zich op te houden nabij de school van de kinderen van [benadeelde] en op de route naar de school van de kinderen van [benadeelde] , en - meermalen een postpakket, geadresseerd aan de dochters van [benadeelde] , te versturen, en - een brief naar [benadeelde] te versturen over de verbroken relatie en de omgang met de kinderen, en - een vriendschapsverzoek via Facebook naar [benadeelde] te versturen, met het oogmerk [benadeelde] , te dwingen iets te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen. Het gerechtshof acht niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken. Strafbaarheid van het bewezen verklaarde feit Het primair bewezen verklaarde feit levert op: belaging. Strafbaarheid van de verdachte De verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de verdachte niet strafbaar zou doen zijn. Oplegging van straf en maatregel De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezen verklaarde feit en de omstandigheden waaronder dit feit is begaan, mede gelet op de persoon van de verdachte, zoals daarvan uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Met betrekking tot de aard en de ernst van het bewezen verklaarde delict heeft het gerechtshof in het bijzonder acht geslagen op het volgende: de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd; de omstandigheid dat de verdachte door [benadeelde] telkens te benaderen op de hierboven bewezen verklaarde wijze een ernstige inbreuk heeft gemaakt op haar persoonlijke levenssfeer. Van verder belang is dat [benadeelde] twee eerdere aangiftes van belaging tegen de verdachte heeft gedaan, betreffende twee verschillende eerdere periodes. De destructieve weerslag van dit alles op [benadeelde] persoonlijk is op treffende wijze tot uitdrukking gebracht in het spreekrecht waarvan namens [benadeelde] gebruik is gemaakt ter terechtzitting in hoger beroep. Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft het gerechtshof in het bijzonder acht geslagen op het volgende:  de inhoud van het hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 2 april 2024 waaruit blijkt dat hij twee keer eerder is veroordeeld ter zake van belaging en dat die veroordelingen onherroepelijk zijn. Dit pleit niet in zijn voordeel, nu deze eerdere bestraffingen de verdachte er kennelijk niet van hebben weerhouden zich opnieuw schuldig te maken aan belaging;  de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan uit het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep is gebleken. Bij het bepalen van de strafmaat heeft het gerechtshof voorts aansluiting gezocht bij de straffen die in gevallen - inclusief de weging van de persoonlijke omstandigheden -vergelijkbaar met deze zaak worden opgelegd. Bepalend element in deze zaak is dat de verdachte zich hardleers heeft getoond en de strafwaardigheid van zijn gedrag heeft miskend. Een duidelijke terechtwijzing, in de vorm van een onvoorwaardelijk strafdeel, alsmede een waarschuwing, in de vorm van een voorwaardelijk strafdeel, is daarom op zijn plaats. Op grond van het vorenstaande en uit een oogpunt van normhandhaving, vergelding en speciale preventie acht het gerechtshof passend en geboden de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, waarvan negen maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en met als bijzondere voorwaarde het door de advocaat-generaal gevorderde contactverbod. Het gerechtshof zal daarbij de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarde bevelen. Gelet op de omstandigheid dat het bewezen verklaarde misdrijf is gericht tegen of gevaar heeft veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen overweegt het gerechtshof dat op grond van de (proces)houding van de verdachte, zoals daarvan onder meer is gebleken ter terechtzitting in hoger beroep, er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom zo een misdrijf zal begaan. Daarnaast is geboden de oplegging van het door de advocaat-generaal gevorderde gebiedsverbod en contactverbod krachtens de maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht, ter voorkoming van strafbare feiten. Dit nu uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat de verdachte stug volhardt in zijn gedrag jegens [benadeelde] , ondanks meerdere interventies door politie en justitie. Het gerechtshof zal daarbij bepalen dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar is, nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan gericht tegen [benadeelde] . Het gerechtshof zal voorts bepalen dat telkens wanneer niet aan de maatregel wordt voldaan vervangende hechtenis voor de duur van veertien dagen zal worden toegepast, met dien verstande dat de totale duur van de ten uitvoer gelegde vervangende hechtenis ten hoogste zes maanden bedraagt. Het gerechtshof zal tevens aftrek gelasten van de periode gedurende welke de maatregel vanwege de in eerste aanleg bevolen dadelijke uitvoerbaarheid al van kracht is geweest. Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot vergoeding van materiële schade ten bedrage van € 99,95, alsmede immateriële schade ten bedrage van € 3.500,-. Daarnaast is de wettelijke rente gevorderd. De vordering is bij het vonnis waartegen het hoger beroep is gericht geheel toegewezen. De benadeelde partij heeft zich onverkort en binnen de grenzen van de eerste vordering opnieuw gevoegd in de strafzaak in hoger beroep. Derhalve duurt de voeging ter zake van de in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding voort in de strafzaak in hoger beroep. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het gerechtshof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het primair bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot het bedrag van de gevorderde immateriële schade. Het gerechtshof is van oordeel dat in het onderhavige geval sprake is van een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’, zoals bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek. Het gerechtshof heeft daarbij acht geslagen op de aard en de ernst van de normschending en de gevolgen ervan voor de benadeelde partij, gelet op de aantasting van de persoonlijke levenssfeer van de benadeelde partij. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen tot een bedrag van € 3.500,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 november 2022 tot aan de dag van algehele voldoening. Voor het overige is het gerechtshof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In hoeverre de gevorderde materiële schade ter zake van het moeten vervangen van een dash cam al dan niet als gevolgschade kan worden aangemerkt, is niet onderbouwd. Nader onderzoek hiernaar zou een aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting vergen, mede nu de vordering op dit onderdeel is bestreden door de verdediging. Een dergelijke aanhouding van het onderzoek beschouwt het gerechtshof echter als een onevenredige belasting van de strafzaak, mede gelet op het relatief geringe bedrag dat ter zake wordt gevorderd door de benadeelde partij. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in de vordering niet worden ontvangen en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. Gelet hierop dient de verdachte, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, te worden veroordeeld in de kosten van het geding door de hierboven genoemde benadeelde partij gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken. Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed zal het gerechtshof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze. Toepasselijke wettelijke voorschriften Het gerechtshof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 38v, 38w en 285b van het Wetboek van Strafrecht. Deze wettelijke voorschriften zijn toegepast zoals deze golden ten tijde van het bewezenverklaarde. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden. Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 9 (negen) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd. Stelt als bijzondere voorwaarde dat het de verdachte gedurende de proeftijd verboden is - direct of indirect - contact te leggen of te laten leggen met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2014, en [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2012. Beveelt dat voormelde voorwaarde en het uit te oefenen reclasseringstoezicht dadelijk uitvoerbaar zijn. Geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde(n) en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Heft op de door de rechtbank dadelijk uitvoerbaar verklaarde maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid. Legt op de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid inhoudende dat de veroordeelde zich: a. gedurende 5 jaren niet zal ophouden binnen een straal van 200 meter in het volgende gebied: - van de huidige en eventuele toekomstige woning van [benadeelde] , geboren op [geboortedatum 3] 1987; het huidige woonadres [adres 1] ; - van de huidige en eventuele toekomstige school van [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2014, en [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2012; het adres van de huidige [school] , [adres 2] ; van de huidige en eventuele toekomstige scoutinggroep van [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2014, en [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2012; het adres van de huidige [scoutinggroep] , is [adres 3] . b. gedurende 5 jaren op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [benadeelde] , geboren op [geboortedatum 3] 1987, [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2014, en [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2012. Beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 14 dagen voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een gezamenlijk maximum van 6 maanden. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet op. Beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is, met dien verstande dat het gerechtshof aftrek gelast van de periode gedurende welke de maatregel vanwege de in eerste aanleg bevolen dadelijke uitvoerbaarheid al van kracht is geweest. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde] Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde] ter zake van het primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 3.500,00 (drieduizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening. Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil. Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde] , ter zake van het primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 3.500,00 (drieduizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening. Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 45 (vijfenveertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op. Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt. Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 14 november 2022. Aldus gewezen door mr. H.J. Deuring, voorzitter, mr. P.S. Bakker en mr. M.C. van Linde, raadsheren, in tegenwoordigheid van H. Kingma, griffier, en op 15 mei 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.