GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.327.434 (zaaknummer rechtbank Gelderland 397180) arrest van 28 mei 2024 in de zaak van [verzoeker] , die woont in [woonplaats1] ,verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: de man, advocaat: mr. K. van der Meij, en [verweerster] , die woont in [woonplaats2] , verweerster in hoger beroep, verder te noemen: de vrouw, advocaat: mr. B.L. van Riel. 1Het geding in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar het vonnis van de rechtbank Gelderland van 23 november 2022, uitgesproken onder voormeld zaaknummer (verder te noemen: het bestreden vonnis). 2Het geding in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep van 22 februari 2023; de memorie van grieven met bijlagen; de memorie van antwoord met bijlagen; het arrest van dit hof van 19 december 2023; een journaalbericht van de vrouw van 11 maart 2024 met bijlage; een journaalbericht van de man van 11 maart 2024 met bijlagen. 2.2 De mondelinge behandeling was op 22 maart 2024. Aanwezig waren: de man met zijn advocaat; de vrouw met haar advocaat. 3De feiten 3.1 Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Zij hebben nooit met elkaar samengewoond. 3.2 Partijen hebben op 18 december 2018 een perceel bouwgrond in eigendom verkregen voor een bedrag van € 118.810,10. Partijen hebben op het perceel een woning laten bouwen voor een aanneemsom van € 206.189,99. De woning aan de [adres] in [woonplaats1] (hierna: de woning) is in mei 2020 opgeleverd. Geen van partijen is in de woning gaan wonen. 3.3 Partijen hebben een hypothecaire lening afgesloten voor een bedrag van € 180.000 (hierna: de hypothecaire lening). Partijen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de hypothecaire lening. 3.4 Partijen hebben [naam1] Makelaars benaderd om de woning (eventueel) te verkopen. Namens [naam1] Makelaars heeft de heer [naam2] (hierna: [naam2] ) partijen op 29 juli 2020 laten weten dat de marktwaarde bij verkoop van de woning (na het afmaken van enkele werkzaamheden) rond de € 440.000 ligt. 3.5 Op 27 augustus 2020 heeft de heer [naam3] (hierna: [naam3] ) namens de vrouw aan de man – voor zover relevant – geschreven: Uit efficiency overwegingen is [verweerster] bereid voor een bedrag van EUR 35.000 netto haar aandeel in het OG [adres] alsmede de hypotheken [nummer1] aan jou over te dragen onder de volgende (opschortende) voorwaarden: 1 rente en aflossing van de AA hypotheken [nummer1] augustus 2020 en september 2020 zijn voor jouw rekening, 2 datum overdracht uiterlijk 1 oktober 2020, 3 ontslag [verweerster] uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid jegens [de bank] en alle andere verplichtingen hoe dan ook genaamd m.b.t. [adres] per datum overdracht, 4 terugbetaling aan [verweerster] van de 2x EURO 10.000 = EUR 20.000 overgemaakt op 8 en 9 november 2018 voor 1 september 2020, 5 kosten notaris en bank inzake de overdracht voornoemd zijn voor jouw rekening. 6 verder geen verrekeningen van welke aard en hoe genaamd dan ook. Graag verneem ik voor maandag 31 augustus 2020 om 12:00 of je met bovenstaande akkoord gaat. Indien je niet akkoord kan gaan met het voorstel vervalt het voorstel aanstaande maandag 12:00 en behoud [verweerster] zich alle rechten voor. De man heeft als volgt gereageerd: Als er nog iets aan onderbouwing van het voorstel is, dan ontvang ik dat graag.. En het autootje maakt geen onderdeel uit van de afspraken neem ik aan? 3.6 [naam3] heeft daarop – voor zover relevant – op 28 augustus 2020 als volgt geantwoord: Indien nodig dus genoeg stof voor nadere discussies. [verweerster] heeft daar geen zin in en besloten akkoord te gaan met een bedrag van EUR 35.000 onder de voorwaarden zoals genoemd. De man heeft daarop – voor zover relevant – geantwoord: Ook ik heb geen zin in vruchteloze discussies en zou de zaak zo snel als mogelijk willen afronden. [naam3] heeft daarop onder meer geantwoord: De verrekening ( [verweerster] betaalt de rente & aflossing augustus 2020 ter compensatie van het "restant autootje") kan je beschouwen als addendum op punt 6 van mijn mail van donderdag 27 augustus 2020 14:10. 3.7 Op 30 augustus 2020 heeft de man hierop als volgt gereageerd: Ben akkoord met het voorstel van 27 augustus plus de wijziging daarop (zie hieronder) waar we het eerder over eens werden (door jou `addendum' genoemd). 3.8 De man heeft op 31 augustus 2020 € 20.000 overgemaakt naar de bankrekening van de vrouw. 3.9 De man heeft de vrouw op 16 september 2020 een e-mail met bijlage gestuurd met als onderwerp overeenkomst tbv bank en notaris. In de e-mail staat: Bijgaand document is bestemd voor de bank en later ook de notaris. Als je iets vreemds ziet, let me know. 3.10 [naam3] heeft de man op 23 september 2020 de volgende e-mail gestuurd: Op verzoek van [verweerster] in de bijlage met rood mijn commentaar (waarvan de uitleg voor zicht spreekt) op jouw "overeenkomst ten behoeve van bank en notaris". Ik heb [verweerster] geadviseerd de "overeenkomst" niet te tekenen omdat: 1 je voor de bank en de notaris kan volstaan met de overeengekomen afspraken in mijn mail van 27 augustus 2020, 2 het document feitelijke onjuistheden bevat, 3 het document de bestaande afspraken (zie printscreens van de betreffende mails in de bijlage op 27 augustus en 30 augustus 2020) over jouw overname van [verweerster] haar aandeel in het OG [adres] onjuist weergeven (waaronder maar niet beperkt het ingebouwde financieringsvoorbehoud en mogelijke uitstel en/of afstel afname tot na 1 oktober 2020). Met de door jou opgenomen (aanvullende) bepalingen loopt [verweerster] het risico weer in de positie "terug bij af' te geraken en dat is nu juist wat [verweerster] niet wil. Samengevat houdt [verweerster] je aan de overeengekomen afspraak om haar aandeel in het OG [adres] uiterlijk 1 oktober a.s. tegen de overeengekomen prijs over en af te nemen. De man heeft daarop – voor zover relevant – als volgt geantwoord: De hypotheeklasten neem ik met ingang van deze maand voor mijn rekening. Ook ben ik bereid om [verweerster] voor 1 oktober de resterende 35.000 uit te betalen. Maar de feitelijke afwikkeling gaat voor 1 oktober niet lukken. Het tempo wordt bepaald door de bank en notaris en die heb ik niet aan een touwtje. Ik ga de financiering zeker rondkrijgen (ben alleen nog een bepaalde optie aan het onderzoeken), dus het financieringsvoorbehoud kan ook vervallen [naam3] heeft daarop – voor zover relevant – geantwoord: Zie onderstaand in rood mijn opmerkingen bij jouw tekst. In beginsel heb ik met je onderstaande aanvullingen geen moeite mits er een einddatum aan de afwikkeling van de overname/overdracht van de woning is verbonden. Welk uiterste datum van overdracht acht jij haalbaar? Vervolgens overleg ik met [verweerster] en kom dan bij je terug met een addendum op de bestaande afspraken van 27 augustus 2020. [naam3] heeft daarbij opgemerkt: Wat is een realistische datum? De man heeft hierop gereageerd: Ook ik wil dit zo snel mogelijk afronden. De bank is de lastigste partij, maar daar weet jijzelf alles van. Ze hebben inmiddels alle stukken van me en toegezegd snel te zullen handelen (voor hun doen). Het zou me een lief ding waard zijn als we de zaak voor 1 november rond zouden hebben. Maar misschien is het zinnig om in het addendum een iets ruimere termijn op te nemen. We weten dan zeker dat het daarbinnen lukt en hoeven dan niet steeds teksten aan te passen. [naam3] heeft hierop gereageerd: Hoi [verzoeker] , ik overleg met [verweerster] en kom er dan bij je op terug. 3.11 Op 27 september 2020 heeft de man € 35.000,- naar de bankrekening van de vrouw overgemaakt. 3.12 In een e-mail van 12 november 2020 heeft [naam3] aan de man geschreven: Kan jij al wat meer vertellen over de datum van passeren? Zoals je waarschijnlijk bekend bedraagt de overdrachtsbelasting met ingang van 1 januari 2021 8%. Bvd voor je update. 3.13 Op 16 november 2020 heeft de man als volgt gereageerd: Wist inderdaad dat de overdrachtsbelasting voor commercieel vastgoed omhoog gaat. Ben nog aan het uitzoeken wat voor mij de gunstigste route is. Als ik daaruit ben, laat ik het je weten. 3.14 [naam3] heeft de man op 25 november 2020 geantwoord: Ik heb je mail over het hoofd gezien. De overdrachtsbelasting gaat naast commercieel OG ook omhoog voor BOX 3 beleggingen. Om diezelfde reden zijn de meeste notarissen als volgeboekt voor december dus ik adviseer je alvast agenda ruimte in te plannen. 3.15 Op 11 mei 2021 heeft de vrouw de man per Whatsapp onder meer het volgende bericht gestuurd: Ik hoor het wel wanneer ik moet tekenen...en waar… De man heeft hierop gereageerd: Zeker 3.16 Op 21 mei 2021 heeft de man per Whatsapp het volgende bericht aan de vrouw gestuurd: Heb [naam4] gevraagd om de afspraken, die we door tussenkomst van [naam3] maakten, op schrift te stellen. Verwacht dat hij de tekst binnen een dag of 10 naar je toe zal staren. Fijne Pinksterdagen! De vrouw heeft hierop gereageerd met: Ik zie het tegemoet. Jij ook fijne dagen. 3.17 Op 26 mei 2021 heeft de vrouw de man een e-mail gestuurd met het volgende bericht: Nog steeds ben ik gebonden aan een huurwoning en kan ik geen eigen huis kopen omdat de hypotheek op [adres] op mijn naam staat en ik niet gevrijwaard ben. Met de kennis en ervaringen van nu voel ik mij door je misbruikt voor de aankoop van de woning die je op eigen kracht en inkomen niet had kunnen verwerven. Vervolgens blijkt dat je je de rest van de ovenwaarde wil toe eigenen door voor te sorteren op een overeenkomst waarin ik mijn aandeel aan jou overdraag tegen een 100% waarde van EUR 470.000, terwijl de marktwaarde momenteel substantieel hoger is. Ik verwijs naar de mail van 27 augustus 2020 die je van [naam3] ontving. Nu je niet aan alle de in die mail genoemde voorwaarden hebt voldaan is dit voorstel vervallen en werk ik niet meer mee aan de verkoop en overdracht van mijn aandeel in de woning van [adres] tegen de in die mail genoemde voorwaarden. Ik werk alleen mee aan de overdracht tegen een prijs die momenteel "door de markt" wordt betaald. Indien de woning niet uiterlijk 1 juli 2021 tegen marktconforme waarde verkocht is zal ik de verkoop van de woning via een makelaar juridisch afdwingen indien je niet meewerkt aan een vrijwillige verkoop via de makelaar. Jij weet als geen ander dat er bijzonder veel belangstelling voor de woning is en deze binnen een week verkocht zal zijn. Voor verder getreuzel is dus geen reden. 3.18 Op 4 augustus 2021 heeft [naam2] in een e-mail aan partijen het volgende geschreven: Indien de woning in de huidige markt te koop zou moeten worden aangeboden, achten wij een vraagprijs van € 545.000,-- k.k. reëel. De verwachting is dat de verkoopopbrengst in dit geval ook rond dit bedrag zal liggen. 4De omvang van het geschil 4.1 In het bestreden vonnis heeft de rechtbank de wijze van verdeling van de woning gelast als volgt: partijen geven binnen twee weken na dit vonnis gezamenlijk opdracht aan [naam1] Makelaars te [woonplaats1] om de (huidige) marktwaarde van de woning te taxeren; de aan deze taxatie verbonden kosten zijn voor rekening van de man; uiterlijk binnen twee weken nadat de makelaar de door hem getaxeerde waarde van de woning schriftelijk aan partijen kenbaar heeft gemaakt, dient de man aan de vrouw (of haar advocaat) schriftelijk mee te delen of hij de woning tegen die getaxeerde waarde wenst over te nemen; indien de man de woning wenst over te nemen, zal de woning aan hem worden toegedeeld onder de voorwaarden dat (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.