GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN locatie Arnhem nummer BK-ARN 23/271 uitspraakdatum: 28 mei 2024 Uitspraak van de vijfde enkelvoudige belastingkamer op het hoger beroep van [belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende) en het incidentele hoger beroep van de heffingsambtenaar van de gemeente Noordoostpolder (hierna: de heffingsambtenaar) tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland (hierna: de Rechtbank) van 30 november 2022, nummer UTR 21/4863, ECLI:NL:RBMNE:2022:5197, in het geding tussen belanghebbende en de heffingsambtenaar 1Ontstaan en loop van het geding 1.1. De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken de waarde van de onroerende zaak [adres1] 7 II te [woonplaats] (hierna: de onroerende zaak), per waardepeildatum 1 januari 2020, voor het jaar 2021 vastgesteld op € 400.000. Tegelijk met deze beschikking is de aanslag onroerendezaakbelasting (hierna: OZB) voor het jaar 2021 vastgesteld. 1.2. Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar de beschikking en de aanslag gehandhaafd. 1.3. Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de Rechtbank. De Rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraken van de heffingsambtenaar vernietigd, de vastgestelde waarde verminderd tot € 370.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig verminderd. 1.4. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft incidenteel hoger beroep ingesteld. 1.5. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 mei 2024. Daarbij zijn verschenen en gehoord belanghebbende, alsmede [naam1 ] namens de heffingsambtenaar. 2Vaststaande feiten 2.1. Belanghebbende is eigenaar van de onroerende zaak, een in de jaren ’50 gebouwde woonboerderij met een kaveloppervlakte van 7.666 m², waarvan 4.230 m² cultuurgrond. 2.2. Op ruim 100 meter afstand van de onroerende zaak staat een windmolen van 660 kWatt met een ashoogte van 55 meter en een geluidsniveau van 72 decibel. 2.3. De heffingsambtenaar heeft de voor de onroerende zaak vastgestelde waarde onderbouwd met een taxatiematrix aan de hand van vijf andere woonboerderijen uit de jaren ‘50. De ligging van de onroerende zaak en van de referentiewoningen zijn volgens de matrix gelijk. Ter onderbouwing van de getaxeerde waarde zijn in de matrix verder de volgende gegevens vermeld, waarbij “O” staat voor onderhoud en “K” voor kwaliteit. Object Inh. woning in m³ Waarde per m³ Kavel- opp. in m² Waarde per m² Overig O K Getaxeerde waarde / verkoopprijs en datum verkoop Waarde geïndexeerd naar peildatum Onroerende zaak 1.168 € 207 3.436 € 51 -/- € 15.565 3 6 € 400.000 - [adres2] 40 II 625 € 384 6.530 € 31 € 88.150 4 7 € 530.000 (14-11-2019) € 533.000 [adres3] 21 II 605 € 538 6.160 € 33 € 82.300 4 7 € 600.000 (30-09-2019) € 609.000 [adres4] 10 II 826 € 269 10.132 € 24 € 49.400 3 6 € 505.000 (30-09-2019) € 512.000 [adres5] 3 478 € 381 6.686 € 31 € 63.695 4 6 € 425.000 (30-11-2018) € 452.000 [adres6] 16 761 € 328 9.890 € 24 € 51.821 4 6 € 535.000 (04-11-2019) € 540.000 De post “Overig” is als volgt opgebouwd. Object Bijgebouwen Asbest Achterstallig onderhoud Windmolen Totaal Onroerende zaak Berging aangebouwd (45 m²): € 21.000 Berging vrij (72 m²): € 9.700 Berging vrij (108 m²): € 12.900 Dakkapel (5 m³): € 2.500 Foliekas: € 1 Zolder: € 1 -/- € 2.160 -/- € 15.000 -/- 44.507 -/- € 15.565 [adres2] 40 II Berging aangebouwd (81 m²): € 31.800 Berging vrij (46 m²): € 7.100 Berging vrij (302 m²): € 21.300 Berging vrij (113 m²): € 13.150 Berging vrij (378 m²): € 23.200 Berging vrij (102 m²): € 12.600 -/- € 21.000 - - € 88.150 [adres7] 21 II Berging aangebouwd (170 m²): € 48.000 Berging vrij (46 m²): € 7.100 Berging vrij (240 m²): € 19.500 Berging vrij (214 m²): € 18.200 -/- € 10.500 - - € 82.300 [adres4] 10 II Berging aangebouwd (126 m²): € 41.400 Berging vrij (45 m²): € 7.000 Dakkapel (2 m³): € 1.000 - - - € 49.400 [adres5] 3 Berging aangebouwd (282 m²): € 64.800 Berging vrij: € 1 Berging vrij (126 m²): € 13.800 Berging vrij: € 1 -/- € 3.300 - -/- € 11.607 € 63.695 [adres6] 16 Berging aangebouwd (333 m²): € 36.225 Berging vrij (109 m²): € 12.950 Berging vrij (180 m²): € 16.500 - - -/- € 13.854 € 51.821 3Geschil In geschil is de waarde van de onroerende zaak op de waardepeildatum. Belanghebbende bepleit een waarde van € 234.000. De heffingsambtenaar bepleit bevestiging van de initieel door hem vastgestelde waarde van € 400.000. 4Beoordeling van het geschil 4.1. Partijen twisten allereerst over de inhoud van de woning en de oppervlaktes van de vrijstaande bergingen bij de onroerende zaak. Het Hof zal deze geschilpunten eerst bespreken en vervolgens de waarde van de onroerende zaak beoordelen. De inhoud van de woning 4.2. De heffingsambtenaar stelt dat de inhoud van de woning 1.168 m³ bedraagt. De heffingsambtenaar heeft deze inhoud berekend op basis van een bouwtekening uit 2003. Daarbij heeft de heffingsambtenaar zogenoemde loze ruimte bij het plafond op de eerste verdieping ook meegerekend. Volgens de heffingsambtenaar heeft vrijwel elke onroerende zaak zulke loze ruimte en is de berekeningswijze die hij heeft gehanteerd voor de onroerende zaak ook dezelfde als die voor de referentiewoningen. De berekening van de heffingsambtenaar bestaat uit de volgende elementen. Oppervlakte in m² Hoogte in m Inhoud in m³ Begane grond 224 2,9 649,6 Eerste verdieping oorspronkelijk 50 3,6 180 Eerste verdieping uitbreiding 121 2,8 338,8 Totaal 1.168,4 4.3. Volgens belanghebbende heeft de heffingsambtenaar te ruim gemeten en heeft hij bovendien ten onrechte geen rekening gehouden met het feit dat boven de uitbreiding van de eerste verdieping een verlaagd plafond is gemaakt met daarboven bij de nok loze ruimte die niet is afgewerkt, maar slechts is voorzien van isolatie. In die ruimte kun je niet staan, want de hoogte is slechts 1,25 meter. Belanghebbende betoogt dat dergelijke loze ruimte bij de referentiewoningen ook niet is meegenomen. Met inachtneming daarvan komt belanghebbende tot de volgende berekening. Oppervlakte in m² Hoogte in m Inhoud in m³ Begane grond 223,91 2,9 649,3 Eerste verdieping oorspronkelijk 49,91 3,55 177,18 Eerste verdieping uitbreiding 119,7 2,75 329,17 Loze ruimte 58,17 1,25 -/- 72,71 Totaal 1.082,94 4.4. Het Hof is van oordeel dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de door hem gehanteerde inhoud niet te groot is. Blijkens de foto’s die tot het dossier behoren, geldt zowel voor de onroerende zaak als voor de referentiewoningen dat steeds sprake zal zijn van meer of minder loze ruimte zoals door belanghebbende bedoeld. De meetmethode van de heffingsambtenaar, waarbij de inhoud van de onroerende zaak als geheel wordt berekend, los van de indeling en functies van de verschillende ruimtes, heeft tot gevolg dat zowel voor de onroerende zaak als voor de referentiewoningen op dezelfde manier rekening wordt gehouden met dergelijke loze ruimtes. Het Hof heeft geen reden te twijfelen aan de verklaring van de heffingsambtenaar dat hij deze meetmethode consistent, en in lijn met de door hem ingebrachte Meetinstructie Bruto inhoud woningen van de Waarderingskamer, bij alle woningen heeft toegepast. Verdere steun voor het oordeel dat de inhoud niet te groot is bepaald, ziet het Hof in de omstandigheid dat de heffingsambtenaar de zolder van 375 m³ niet bij de berekening van de inhoud heeft betrokken. De oppervlaktes van de vrijstaande bergingen 4.5. De heffingsambtenaar heeft de oppervlaktes van de twee vrijstaande bergingen op basis van luchtfoto’s en meetgegevens uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen bepaald op 72 m², respectievelijk 108 m². Blijkens de luchtfoto’s heeft de heffingsambtenaar hierbij de lengte en breedte van het dak vermenigvuldigd en daarvan 90% genomen. De uitkomst van deze berekeningen leidt tot oppervlaktes van 75 m², respectievelijk 122 m², die dus boven de in de taxatiematrix gehanteerde vierkante meters liggen, aldus de heffingsambtenaar. Dezelfde meetmethode is bij de referentiewoningen gebruikt, aldus nog steeds de heffingsambtenaar. 4.6. Belanghebbende betoogt dat de oppervlaktes van de vrijstaande bergingen moeten worden gesteld op 55 m², respectievelijk 90 m². Hij voert daartoe aan dat hij deze oppervlaktes zelf heeft gemeten met een vijftigmeterlint en dat dit zuiverder is dan meten vanaf een luchtfoto, omdat bij een luchtfoto de oppervlakte van het dak wordt gemeten en wordt vergeten dat het dak dakgoten en een dakoverstek van in de regel 30 tot 50 centimeter heeft. 4.7. Het Hof is van oordeel dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de door hem gehanteerde oppervlaktes niet te groot zijn. Belanghebbende heeft de juistheid van de op de luchtfoto’s beschreven maten van de daken niet betwist. Door met 90% van deze maten te rekenen en ook de uitkomst van die berekening (ruim) naar beneden af te ronden, heeft de heffingsambtenaar voldoende rekening gehouden met de door belanghebbende gestelde dakgoten en dakoverstekken van 30 tot 50 centimeter. De waarde van de onroerende zaak 4.8. Belanghebbende heeft de door de heffingsambtenaar vastgestelde waarde van de onroerende zaak gemotiveerd betwist. Daarom rust op de heffingsambtenaar de last aannemelijk te maken dat die waarde niet te hoog is. Bij de beantwoording van de vraag of hij daarin slaagt, zijn niet alleen de bewijsmiddelen die de heffingsambtenaar daartoe aandraagt van belang, maar moet ook rekening worden gehouden met de stukken en stellingen die de belanghebbende ter betwisting daarvan aandraagt. 4.9. Gelet op de taxatiematrix van de heffingsambtenaar en de berekening van de waarde zoals die door belanghebbende is bepleit, stelt het Hof vast dat niet in geschil is dat de waarde van het perceel € 174.360 bedraagt, dat de aangebouwde berging € 21.000 waard is en dat rekening moet worden gehouden met achterstallig onderhoud aan de bijgebouwen voor een bedrag van € 15.000. Ook niet in geschil is dat een waardeverminderende invloed uitgaat van (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.