← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2024:3839

Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-001635-20 Uitspraak d.d.: 6 juni 2024 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo , van 6 april 2020 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 08-996048-14 en 08-993123-16, tegen [verdachte 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969, wonende te [adres] . Inhoudsopgave 1. Het hoger beroep 2. Onderzoek van de zaak 3. Het vonnis waarvan beroep 3.1 Inleidende overweging 4. Ontvankelijkheid van het hoger beroep 5. De tenlastelegging 6. De voorvragen 6.1 Geldigheid van de dagvaarding 7. De bewijsoverwegingen ter zake parketnummer 08-996048-14 7.1 Inleiding 7.2 Het standpunt van de advocaten-generaal 7.3 Het standpunt van de verdediging 7.4 Het oordeel van het hof 7.4.1 Algemene overwegingen ten aanzien van het bewijs met betrekking tot de ten laste gelegde BV’s en de rol van verdachte [verdachte 2] 7.4.2 Ten aanzien van feit 4 7.4.3 Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3 7.4.4 [naam bedrijf] 7.4.5 [naam bedrijf] 7.4.6 [naam bedrijf] 7.4.7 [naam bedrijf] 7.4.8 [naam bedrijf] 7.4.9 [naam bedrijf] 7.4.10 [naam bedrijf] 7.4.11 [naam bedrijf] 7.4.12 [naam bedrijf] 7.4.13 [naam bedrijf] 7.4.14 [naam bedrijf] 7.4.15 Conclusie ten aanzien van feiten 1, 2 en 3 8 De bewijsoverwegingen ter zake parketnummer 08-993123-16 8.1 Het standpunt van de advocaten-generaal 8.2 Het standpunt van de verdediging 8.3 Het oordeel van het hof 8.3.1 Ten aanzien van onderdeel 1 8.3.2 Ten aanzien van onderdeel 2 8.3.3 Conclusie ten aanzien van onderdeel 1 en onderdeel 2 9. De bewezenverklaring 10. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde 11. De strafbaarheid van de verdachte 12. De op te leggen straf of maatregel 12.1 De vordering van de advocaten-generaal 12.2 Het standpunt van de verdediging 12.3 De gronden voor een straf of maatregel 12.4 De voorlopige hechtenis 13. De toegepaste wettelijke voorschriften 14. De beslissing 1Het hoger beroep De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. 2Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 31 maart 2021 (waarna het hof op 28 april 2021 een tussenarrest heeft gewezen), 8 april 2024, 10 april 2024, 12 april 2024 - welk onderzoek is gesloten ter terechtzitting van 6 juni 2024 - en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaten-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft verder kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. M.L. van Gessel, naar voren is gebracht. 3Het vonnis waarvan beroep Bij bovengenoemd vonnis is verdachte – kort en zakelijk weergegeven – voor de volgende feiten veroordeeld tot straf: Parketnummer 08-996048-14 1. subsidiair: medeplegen van het opzettelijk niet doen van aangiften omzetbelasting door acht besloten vennootschappen over diverse maanden en kwartalen in de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015; 2 subsidiair: medeplegen van het opzettelijk onjuist indienen van aangiften omzetbelasting door drie besloten vennootschappen over diverse maanden en kwartalen in de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015; 3 subsidiair: medeplegen van het niet voldoen aan verplichtingen in het kader van de Algemene wet inzake rijksbelastingen met betrekking tot de administratie door elf besloten vennootschappen in de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015; 4. het in de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 deelnemen aan een criminele organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Parketnummer 08-993123-16 Medeplegen van gewoontewitwassen in de periode van 1 maart 2012 tot en met 31 januari 2015. Aan verdachte is door de rechtbank een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van vier jaar en zes maanden, met aftrek van voorarrest. Het hof zal het vonnis waarvan beroep – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – vernietigen omdat het tot een deels andere bewezenverklaring en een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen. 3.1 Inleidende overweging De rechtbank heeft in haar vonnis uitvoerige overwegingen gewijd aan zowel de weerlegging van verweren als het bewijs. Bij het bespreken van de bewijsmiddelen, de (bewijs)verweren en uitdrukkelijk onderbouwde standpunten zal het hof – voor zover het hof de overwegingen van de rechtbank onderschrijft – overwegingen van de rechtbank citeren en die dan gecursiveerd weergeven. Het hof maakt die overwegingen tot de zijne en waar in de hierna cursief weergegeven tekst ‘de rechtbank’ staat vermeld moet in dat geval ‘het hof’ worden gelezen. Waar de overweging van de rechtbank aanvulling of -op een beperkt aantal punten- verbetering behoeft, is dit aangegeven met niet-cursieve tekst. 4Ontvankelijkheid van het hoger beroep Bij inleidende dagvaarding is aan verdachte in de zaak met parketnummer 08-996048-14 onder 1 in meerdere varianten ten laste gelegd – kort gezegd – betrokkenheid bij het opzettelijk niet doen van aangiften omzetbelasting over diverse maanden en kwartalen door acht ondernemingen. Bij bovengenoemd vonnis is verdachte onder 1 vrijgesproken van betrokkenheid bij het niet of niet tijdig doen van de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal 2012 door [naam bedrijf] (zevende gedachtestreepje). Het hoger beroep is blijkens de akte instellen hoger beroep van 15 april 2020 onbeperkt ingesteld en dus ook tegen deze vrijspraak gericht. Het hof is evenwel van oordeel dat dit een onherroepelijke deelvrijspraak betreft waartegen, op grond van het bepaalde in artikel 404, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, geen hoger beroep openstaat. Het hof zal verdachte daarom in zoverre nietontvankelijk verklaren in het hoger beroep. Dit feit is niet meer in de weergave van de tenlastelegging opgenomen. 5De tenlastelegging De verdenking komt er – na wijziging van de tenlastelegging in eerste aanleg en voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen – kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte: 08-996048-14: 1: primair: in de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 feitelijke leiding heeft gegeven aan het door een aantal besloten vennootschappen, al dan niet samen met andere rechtspersonen of natuurlijke personen, opzettelijk niet of niet tijdig indienen van aangiften omzetbelasting; subsidiair: in genoemde periode samen met één of meer besloten vennootschappen of natuurlijke personen opzettelijk niet of niet tijdig aangiften omzetbelasting heeft ingediend; meer subsidiair: in genoemde periode medeplichtig is geweest aan/bij het door één of meer besloten vennootschappen, al dan niet samen met andere rechtspersonen of natuurlijke personen, opzettelijk niet of niet tijdig indienen van aangiften omzetbelasting; 2: primair: in de periode 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 feitelijke leiding heeft gegeven aan het door een aantal besloten vennootschappen, al dan niet samen met andere rechtspersonen of natuurlijke personen, opzettelijk onjuist of onvolledig indienen van aangiften omzetbelasting; subsidiair: in genoemde periode samen met één of meer besloten vennootschappen of natuurlijke personen opzettelijk onjuist of onvolledig aangiften omzetbelasting van besloten vennootschappen heeft ingediend; meer subsidiair: in genoemde periode medeplichtig is geweest aan/bij het door een aantal besloten vennootschappen, al dan niet samen met andere rechtspersonen of natuurlijke personen, opzettelijk onjuist of onvolledig doen van aangiften omzetbelasting; 3: primair: in de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 feitelijke leiding heeft gegeven aan het door een aantal besloten vennootschappen, al dan niet samen met andere rechtspersonen of natuurlijke personen, niet voldoen aan verplichtingen in het kader van de Algemene wet inzake rijksbelastingen met betrekking tot de administratie; subsidiair: in genoemde periode samen met één of meer besloten vennootschappen of natuurlijke personen niet heeft voldaan aan verplichtingen in het kader van de Algemene wet inzake rijksbelastingen met betrekking tot de administratie; meer subsidiair: in genoemde periode medeplichtig is geweest aan/bij het door een aantal besloten vennootschappen, al dan niet samen met andere rechtspersonen of natuurlijke personen, niet voldoen aan verplichtingen in het kader van de Algemene wet inzake rijksbelastingen met betrekking tot de administratie; 4: in de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die tot oogmerk heeft gehad het plegen van misdrijven, te weten valsheid in geschrifte, het opzettelijk niet, dan wel onjuist of onvolledig doen van aangiften omzetbelasting, het niet voldoen aan verplichtingen in het kader van de Algemene wet inzake rijksbelastingen met betrekking tot de administratie, en bedrieglijke bankbreuk; 08-993123-16: in de periode van 1 maart 2012 tot en met 31 januari 2015 samen met anderen van het witwassen van geldbedragen, van in totaal € 114.148,39 en € 631.106,--, een gewoonte heeft gemaakt. Voluit luidt de tenlastelegging – na wijziging van de tenlastelegging in eerste aanleg en voor zover in hoger beroep aan het oordeel van het hof onderworpen – dat: inzake parketnummer 08-996048-14: 1. primair [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] . en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)n(

  1. en)in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
  2. en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(
  3. n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een groot aantal, althans één of meer(dere) (elektronische) aangifte(
  4. n)voor de omzetbelasting, waaronder onder meer:  de aangifte omzetbelasting over de maand januari 2011 ten behoeve van [naam bedrijf] (AH-542), en/of  de aangifte(
  5. n)omzetbelasting over de maand(
  6. en)januari en/of februari en/of maart en/of april en/of mei 2011 ten behoeve van [naam bedrijf] (AH-019), en/of  de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal 2012 ten behoeve van [naam bedrijf] (AH-532), en/of  de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal 2012 ten behoeve van [naam bedrijf] (AH-530), en/of  de aangifte omzetbelasting over de periode januari 2012 ten behoeve van [naam bedrijf] (AH-532), en/of  de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal 2012 ten behoeve van [naam bedrijf] . (AH-532), en/of  de aangifte(
  7. n)omzetbelasting over het tweede kwartaal 2012 ten behoeve van [naam bedrijf] (AH-536), en/of  de aangifte omzetbelasting over het tweede en/of derde en/of vierde kwartaal 2013 ten behoeve van [naam bedrijf] (AH-538) niet, althans niet tijdig, heeft/hebben gedaan hij (
  8. de)Inspecteur(
  9. s)der belastingen of de belastingdienst, terwijl dat/die feit(
  10. en)er (telkens) toe strekte(
  11. n)dat te weinig belasting werd geheven, tot welk(
  12. e)feit(
  13. en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(
  14. en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven; subsidiair hij, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] . en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)n(
  15. en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(
  16. n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een groot aantal, althans één of meer(dere) (elektronische) aangifte(
  17. n)voor de omzetbelasting, waaronder onder meer:  de aangifte omzetbelasting over de maand januari 2011 ten behoeve van [naam bedrijf] (AH-542), en/of  de aangifte(
  18. n)omzetbelasting over de maand(
  19. en)januari en/of februari en/of maart en/of april en/of mei 2011 ten behoeve van [naam bedrijf] (AH-019),  de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal 2012 ten behoeve van [naam bedrijf] (AH-532), en/of  de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal 2012 ten behoeve van [naam bedrijf] (AH-530), en/of  de aangifte omzetbelasting over de periode januari 2012 ten behoeve van [naam bedrijf] (AH-532), en/of  de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal 2012 ten behoeve van [naam bedrijf] . (AH-532), en/of  de aangifte(
  20. n)omzetbelasting over het tweede kwartaal 2012 ten behoeve van [naam bedrijf] (AH-536), en/of  de aangifte omzetbelasting over het tweede en/of derde en/of vierde kwartaal 2013 ten behoeve van [naam bedrijf] (AH-538) niet, althans niet tijdig, heeft/hebben gedaan bij (
  21. de)Inspecteur(
  22. s)der belastingen of de belastingdienst, terwijl dat/die feit(
  23. en)er (telkens) toe strekte(
  24. n)dat te weinig belasting werd geheven; meer subsidiair [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] . en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)n(en), in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
  25. en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(
  26. n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een groot aantal, althans één of meer(dere) (elektronische) aangifte(
  27. n)voor de omzetbelasting, waaronder onder meer:  de aangifte omzetbelasting over de maand januari 2011 ten behoeve van [naam bedrijf] (AH-542), en/of  de aangifte(
  28. n)omzetbelasting over de maand(
  29. en)januari en/of februari en/of maart en/of april en/of mei 2011 ten behoeve van [naam bedrijf] (AH-019) en/of  de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal 2012 ten behoeve van [naam bedrijf] (AH-532), en/of  de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal 2012 ten behoeve van [naam bedrijf] (AH-530), en/of  de aangifte omzetbelasting over de periode januari 2012 ten behoeve van [naam bedrijf] (AH-532), en/of  de aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal 2012 ten behoeve van [naam bedrijf] . (AH-532), en/of  de aangifte(
  30. n)omzetbelasting over het tweede kwartaal 2012 ten behoeve van [naam bedrijf] (AH-536), en/of  de aangifte omzetbelasting over het tweede en/of derde en/of vierde kwartaal 2013 ten behoeve van [naam bedrijf] (AH-538) niet, althans niet tijdig, heeft/hebben gedaan bij (
  31. de)Inspecteur(
  32. s)der belastingen of de belastingdienst, terwijl dat/die feit(
  33. en)er (telkens) toe strekte(
  34. n)dat te weinig belasting werd geheven, tot en/of bij het plegen van welk(
  35. e)misdrijf/misdrijven, hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer andere(
  36. n)rechtsperso(o)n(
  37. en)en/of natuurlijk(
  38. e)perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft/hebben verschaft en/of (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest, immers heeft hij, verdachte,  gegevens van voornoemde rechtsperso(o)n(
  39. en), waaronder onder meer de gegevens met betrekking tot de inschrijving van de rechtsperso(o)n(
  40. en)bij de Kamer van Koophandel en/of de gegevens met betrekking tot de bankrekening van het bedrijf en/of de pinpas(sen) behorend bij de (bedrijfs)rekening en/of de gegevens met betrekking tot het account voor het internetbankieren van de (bedrijfs-)rekening en/of overige gegevens benodigd voor het uitoefenen van de controle over het bedrijf, verstrekt aan één of meerdere medeverdachte(
  41. n)zodat bedoelde medeverdachte(
  42. n)namens en/of op naam en/of op rekening van de rechtsperso(o)n(
  43. en)kon handelen, en/of  zichzelf en/of een ander persoon ingeschreven en/of in laten schrijven als bestuurder van voornoemde rechtsperso(o)n(en), terwijl in werkelijkheid één of meerdere andere perso(o)n(
  44. en)gebruik maakte(
  45. n)en/of handelde(
  46. n)namens de betreffende rechtsperso(o)n(en), en/of  met voornoemde rechtsperso(o)n(en), een of meerdere (goederen)transactie(
  47. s)verricht en/of laten verrichten, welke (goederen)transactie(
  48. s)geen legitiem doel had/hadden en/of welke transactie(
  49. s)(een) schijntransactie(
  50. s)betrof (fen); 2. primair [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)n(en), in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
  51. en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n (en), althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een groot aantal, althans één of meer(dere) (elektronische) aangifte(
  52. n)voor de omzetbelasting, waaronder onder meer:  de aangifte(
  53. n)omzetbelasting over de periode april en/of mei en/of juni en/of juli en/of augustus en/of september en/of oktober 2011 ten behoeve van [naam bedrijf] (AH-533) en/of  de aangifte omzetbelasting over het derde en/of vierde kwartaal 2012 ten behoeve van [naam bedrijf] (AH-536) en/of  de aangifte omzetbelasting over het derde kwartaal 2012 ten behoeve van [naam bedrijf] (AH-536) onjuist of onvolledig heeft/hebben gedaan bij (
  54. de)Inspecteur(
  55. s)der belastingen of de belastingdienst, terwijl die/dat feit(
  56. en)er (telkens) toe strekte(
  57. n)dat te weinig belasting wordt geheven, hebbende die onjuistheid of onvolledigheid (telkens) hierin bestaan dat op de aangifte(
  58. n)(telkens) geen, althans een te laag en/of onjuist, bedrag aan omzet en/of (telkens) geen, althans een te laag en/of onjuist, bedrag aan (verschuldigde) omzetbelasting werd opgegeven, tot welk(
  59. e)feit(
  60. en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(
  61. en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven; subsidiair hij, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)n(
  62. en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(
  63. en), althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(
  64. n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een groot aantal, althans één of meer(dere) (elektronische) aangifte(
  65. n)voor de omzetbelasting, waaronder onder meer:  de aangifte(
  66. n)omzetbelasting over de periode april en/of mei en/of juni en/of juli en/of augustus en/of september en/of oktober 2011 ten behoeve van [naam bedrijf] (AH-533) en/of  de aangifte omzetbelasting over het derde en/of vierde kwartaal 2012 ten behoeve van [naam bedrijf] (AH-536) en/of  de aangifte omzetbelasting over het derde kwartaal 2012 ten behoeve van [naam bedrijf] (AH-536) onjuist of onvolledig heeft/hebben gedaan bij (
  67. de)Inspecteur(
  68. s)der belastingen of de belastingdienst, terwijl die/dat feit(
  69. en)er (telkens) toe strekte(
  70. n)dat te weinig belasting wordt geheven, hebbende die onjuistheid of onvolledigheid (telkens) hierin bestaan dat op de aangifte(
  71. n)(telkens) geen, althans een te laag en/of onjuist, bedrag aan omzet en/of (telkens) geen, althans een te laag en/of onjuist, bedrag aan (verschuldigde) omzetbelasting werd opgegeven; meer subsidiair [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)n(en), in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
  72. en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(
  73. n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten een groot aantal, althans één of meer(dere) (elektronische) aangifte(
  74. n)voor de omzetbelasting, waaronder onder meer:  de aangifte(
  75. n)omzetbelasting over de periode april en/of mei en/of juni en/of juli en/of augustus en/of september en/of oktober 2011 ten behoeve van [naam bedrijf] (AH-533) en/of  de aangifte omzetbelasting over het derde en/of vierde kwartaal 2012 ten behoeve van [naam bedrijf] (AH-536) en/of  de aangifte omzetbelasting over het derde kwartaal 2012 ten behoeve van [naam bedrijf] (AH-536) onjuist of onvolledig heeft/hebben gedaan bij (
  76. de)Inspecteur(
  77. s)der belastingen of de belastingdienst, terwijl die/dat feit(
  78. en)er (telkens) toe strekte(
  79. n)dat te weinig belasting wordt geheven, hebbende die onjuistheid of onvolledigheid (telkens) hierin bestaan dat op de aangifte(
  80. n)(telkens) geen, althans een te laag en/of onjuist, bedrag aan omzet en/of (telkens) geen, althans een te laag en/of onjuist, bedrag aan (verschuldigde) omzetbelasting werd opgegeven, tot en/of bij het plegen van welk(
  81. e)misdrijf/misdrijven, hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer andere(
  82. n)rechtsperso(o)n(
  83. en)en/of natuurlijk(
  84. e)perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft/hebben verschaft en/of (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest, immers heeft hij, verdachte,  gegevens van voornoemde rechtsperso(o)n(en), waaronder onder meer de gegevens met betrekking tot de inschrijving van de rechtsperso(o)n(
  85. en)bij de Kamer van Koophandel en/of de gegevens met betrekking tot de bankrekening van het bedrijf en/of de pinpas(sen) behorend bij de (bedrijfs)rekening en/of de gegevens met betrekking tot account voor het internetbankieren van de (bedrijfs)rekening en/of overige gegevens benodigd voor het uitoefenen van de controle over het bedrijf, verstrekt aan één of meerdere medeverdachte (
  86. n)zodat bedoelde medeverdachte(
  87. n)namens en/of op naam en/of op rekening van de rechtsperso(o)n(
  88. en)kon handelen, en/of  zichzelf en/of een ander persoon ingeschreven en/of in laten schrijven als bestuurder van voornoemde rechtsperso(o)n(en), terwijl in werkelijkheid één of meerdere andere perso(o)nen) gebruik maakte(
  89. n)en/of handelde(
  90. n)namens de betreffende rechtsperso(o)n(en), en/of  met voornoemde rechtsperso(o)n(en), een of meerdere (goederen)transactie(
  91. s)verricht en/of laten verrichten, welke (goederen)transactie(
  92. s)geen legitiem doel had/hadden en/of welke transactie(
  93. s)(een) schijntransactie(
  94. s)betrof(fen); 3. primair [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] . en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)n(en), in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
  95. en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, als administratieplichtige(
  96. n)die ingevolge de belastingwet verplicht was/waren tot  het verstrekken van inlichtingen, gegevens of aanwijzingen, en/of  het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of de inhoud daarvan, en/of  het voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de belastingwet gestelde eisen, en/of  het bewaren van boeken, bescheiden of andere gegevensdragers, (telkens)  opzettelijk inlichtingen en/of gegevens en/of aanwijzingen onjuist en/of onvolledig heeft/hebben verstrekt, en/of  boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers en/of inhoud daarvan, niet voor raapleging beschikbaar heeft/hebben gesteld en/of in valse of vervalste vorm voor dit doel beschikbaar gesteld, en/of  een zodanige administratie niet heeft/hebben gevoerd, en/of  boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers, niet heeft/hebben bewaard, immers heeft/hebben voornoemde rechtsperso(o)n(
  97. en)en/of haar/hun mededader(
  98. s), onder meer, (telkens) geen administratie gevoerd, althans geen administratie gevoerd op zodanige wijze, dat te allen tijde (juist en volledig) haar/hun rechten en verplichtingen, alsmede de voor de heffing van de belasting overigens van belang zijnde gegevens, hieruit duidelijk konden blijken, en/of, hebben voornoemde rechtsperso(o)n(
  99. en)de bedoelde administratie, althans onderdelen daarvan, in valse en/of vervalste vorm opgemaakt en/of ter beschikking gesteld, door in de bedoelde administratie en/of onderdelen daarvan, een of meerdere onjuiste en/of onvolledige en/of valse en/of vervalste factu(u)r(
  100. en)op te nemen, welke onjuistheid en/of onvolledigheid en/of valselijkheid hierin bestond dat op bedoelde factu(u)r(
  101. en)(telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid was vermeld - zakelijk weergegeven - dat tussen de op de op de factuur genoemde rechtspersoon en de geadresseerde van die factu(u)r(
  102. en)een (legitieme) goederentransactie had plaatsgevonden en (ter zake daarvan) een geldbedrag verschuldigd was, terwijl er in werkelijkheid geen goederentransactie, althans geen legitieme goederentransactie, had plaatsgevonden en/of aan welke factu(u)r(
  103. en)geen reële overeenkomst (
  104. en)tot levering ten grondslag heeft/hebben gelegen, en/of terwijl er in werkelijkheid sprake was van schijntransacties, en/of in vorenbedoelde vorm heeft verstrekt aan de inspecteur der belastingen, terwijl dat/die feit(
  105. en)(telkens) ertoe strekte(
  106. n)dat te weinig belasting wordt geheven, tot welk(
  107. e)feit(
  108. en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(
  109. en)hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, feitelijke leiding heeft gegeven; subsidiair hij, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] . en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)n(
  110. en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)nen), althans alleen, als administratieplichtige(
  111. n)die ingevolge de belastingwet verplicht was/waren tot  het verstrekken van inlichtingen, gegevens of aanwijzingen, en/of  het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of de inhoud daarvan, en/of  het voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de belastingwet gestelde eisen, en/of  het bewaren van boeken, bescheiden of andere gegevensdragers, (telkens)  opzettelijk inlichtingen en/of gegevens en/of aanwijzingen onjuist en/of onvolledig heeft/hebben verstrekt, en/of  boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers en/of inhoud daarvan, niet voor raapleging beschikbaar heeft/hebben gesteld en/of in valse of vervalste vorm voor dit doel beschikbaar gesteld, en/of  een zodanige administratie niet heeft/hebben gevoerd, en/of  boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers, niet heeft/hebben bewaard, immers heeft/hebben verdachte en/of haar/hun mededader(s), onder meer, (telkens) geen administratie gevoerd, althans geen administratie gevoerd op zodanige wijze, dat te allen tijde (juist en volledig) haar/hun rechten en verplichtingen, alsmede de voor de heffing van de belasting overigens van belang zijnde gegevens, hieruit duidelijk konden blijken, en/of, hebben voornoemde rechtsperso(o)n(
  112. en)de bedoelde administratie, althans onderdelen daarvan, in valse en/of vervalste vorm opgemaakt en/of ter beschikking gesteld, door in de bedoelde administratie en/of onderdelen daarvan, een of meerdere onjuiste en/of onvolledige en/of valse en/of vervalste factu(u)r(
  113. en)op te nemen, welke onjuistheid en/of onvolledigheid en/of valselijkheid hierin bestond dat op bedoelde factu(u)r(
  114. en)(telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid was vermeld - zakelijk weergegeven - dat tussen de op de op de factuur genoemde rechtspersoon en de geadresseerde van die factu(u)r(
  115. en)een (legitieme) goederentransactie had plaatsgevonden en (ter zake daarvan) een geldbedrag verschuldigd was, terwijl er in werkelijkheid geen goederentransactie, althans geen legitieme goederentransactie, had plaatsgevonden en/of aan welke factu(u)r(
  116. en)geen reële overeenkomst(
  117. en)tot levering ten grondslag heeft/hebben gelegen (Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, ECLI:NL:GHSHE:2006:AV2759), en/of terwijl er in werkelijkheid sprake was van schijntransacties, en/of in vorenbedoelde vorm heeft verstrekt aan de inspecteur der belastingen, terwijl dat/die feit(
  118. en)(telkens) ertoe strekte(
  119. n)dat te weinig belasting wordt geheven; meer subsidiair [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] . en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)n(
  120. en), in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer rechtsperso(o)n(
  121. en)en/of één of meer natuurlijke perso(o)n(
  122. en), althans alleen, als administratieplichtige(
  123. n)die ingevolge de belastingwet verplicht was/waren tot  het verstrekken van inlichtingen, gegevens of aanwijzingen, en/of  het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of de inhoud daarvan, en/of  het voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de belastingwet gestelde eisen, en/of  het bewaren van boeken, bescheiden of andere gegevensdragers, (telkens)  opzettelijk inlichtingen en/of gegevens en/of aanwijzingen onjuist en/of onvolledig heeft/hebben verstrekt, en/of  boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers en/of inhoud daarvan, niet voor raapleging beschikbaar heeft/hebben gesteld en/of in valse of verva1ste vorm voor dit doel beschikbaar gesteld, en/of  een zodanige administratie niet heeft/hebben gevoerd, en/of  boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers, niet heeft/hebben bewaard, immers heeft/hebben voornoemde rechtsperso(o)nen) en/of haar/hun mededader(s), onder meer, (telkens) geen administratie gevoerd, althans geen administratie gevoerd op zodanige wijze, dat te allen tijde (juist en volledig) haar/hun rechten en verplichtingen, alsmede de voor de heffing van de belasting overigens van belang zijnde gegevens, hieruit duidelijk konden blijken, en/of, hebben voornoemde rechtsperso(o)n(
  124. en)de bedoelde administratie, althans onderdelen daarvan, in valse en/of vervalste vorm opgemaakt en/of ter beschikking gesteld, door in de bedoelde administratie en/of onderdelen daarvan, een of meerdere onjuiste en/of onvolledige en/of valse en/of vervalste factu(u)r(
  125. en)op te nemen, welke onjuistheid en/of onvolledigheid en/of valselijkheid hierin bestond dat op bedoelde factu(u)r(
  126. en)(telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid was vermeld - zakelijk weergegeven - dat tussen de op de op de factuur genoemde rechtspersoon en de geadresseerde van die factu(u)r(
  127. en)een (legitieme) goederentransactie had plaatsgevonden en (ter zake daarvan) een geldbedrag verschuldigd was, terwijl er in werkelijkheid geen goederentransactie, althans geen legitieme goederentransactie, had plaatsgevonden en/of aan welke factu(u)r(
  128. en)geen reële overeenkomst(
  129. en)tot levering ten grondslag heeft/hebben gelegen, en/of terwijl er in werkelijkheid sprake was van schijntransacties, en/of in vorenbedoelde vorm heeft verstrekt aan de inspecteur der belastingen, terwijl dat/die feit(
  130. en)(telkens) ertoe strekte(
  131. n)dat te weinig belasting wordt geheven, tot en/of bij het plegen van welk(
  132. e)misdrijf/misdrijven, hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer andere(
  133. n)rechtsperso(o)nen) en/of natuurlijk(
  134. e)perso(o)n(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft/hebben verschaft en/of (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest, immers heeft hij, verdachte,  gegevens van voornoemde rechtsperso(o)n(en), waaronder onder meer de gegevens met betrekking tot de inschrijving van de rechtsperso(o)n(
  135. en)bij de Kamer van Koophandel en/of de gegevens met betrekking tot de bankrekening van het bedrijf en/of de pinpas(sen) behorend bij de (bedrijfs)rekening en/of de gegevens met betrekking tot account voor het internetbankieren van de (bedrijfs)rekening en/of overige gegevens benodigd voor het uitoefenen van de controle over het bedrijf, verstrekt aan één of meerdere medeverdachte(n), zodat bedoelde medeverdachte(
  136. n)namens en/of op naam en/of op rekening van de rechtsperso(o)n(
  137. en)kon handelen, en/of  zichzelf en/of een ander persoon ingeschreven en/of in laten schrijven als bestuurder van voornoemde rechtsperso(o)n(en), terwijl in werkelijkheid één of meerdere andere perso(o)n(
  138. en)gebruik maakte(
  139. n)en/of handelde(
  140. n)namens de betreffende rechtsperso(o)n(en), en/of  met voornoemde rechtsperso(o)n(en), een of meerdere (goederen)transactie(
  141. s)verricht en/of laten verrichten, welke (goederen)transactie(
  142. s)geen legitiem doel had/hadden en/of welke welke transactie(
  143. s)(een) schijntransactie(
  144. s)betrof(fen); 4. hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 3 maart 2015 te [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of [naam plaats] en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen, aan een organisatie, bestaande uit [verdachte 4] en/of [naam persoon] en/of [verdachte 1] en/of [verdachte 6] en/of [verdachte 3] en/of [naam persoon] en/of [verdachte 5] en/of [naam persoon] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] . en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] en/of een/of meer rechtsperso(o)n(
  145. en)en/of éen of meer andere rechtsperso(o)n(
  146. en)en/of natuurlijke perso(o)n(en), welke organisatie tot oogmerk heeft/had het plegen van misdrijven, namelijk te weten:  valsheid in geschrifte, als bedoeld in artikel 225 Wetboek van Strafrecht, en/of  het opzettelijk niet en/of onjuist en/of onvolledig doen van bij de belastingwet voorziene aangifte(
  147. n)omzetbelasting, terwijl die/dat feit(
  148. en)er (telkens) toe strekte(
  149. n)dat te weinig belasting wordt geheven (BTW-carrouselfraude), als bedoeld in artikel 69 eerste en/of tweede lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, en/of  het opzettelijk begaan van een of meer feit(
  150. en)als omschreven in artikel 68, eerste lid, onderdeel a en/of b en/of c en/of d en/of e en/of f en/of g, als bedoeld in artikel 69, eerste en/of tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, en/of  bedrieglijke bankbreuk, als bedoeld in artikel 341 Wetboek van Strafrecht; inzake parketnummer 08-993123-16: hij in de periode van 1 maart 2012 tot en met 31 januari 2015 te [naam plaats] en/of te [naam plaats] en/of (elders) in Nederland en/of in de Republiek Polen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers hebben/heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(
  151. s)meermalen van een of meer voorwerp(en), te weten een of meer (na te noemen) geldbedrag(en):  de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding of de verplaatsing verborgen of verhuld; en/of  verborgen of verhuld wie de rechthebbende op die geldbedrag(
  152. en)is/was; en/of  die geldbedrag(
  153. en)voorhanden gehad; en/of  die geldbedrag(
  154. en)verworven en/of overgedragen en/of omgezet en/of gebruikt, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(
  155. s)(telkens) wisten dat die geldbedrag(
  156. en)- onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf, te weten: 1. een) geldbedrag(
  157. en)tot een totaal van EURO 114.148,39 door: A. een of meer geldbedrag(en), groot in totaal EURO 10.903,48, te doen of laten storten vanaf de bankrekening [rekeningnummer] aangehouden bij de [naam bank] op de ten name van hem, verdachte, gestelde bankrekening(
  158. en)[rekeningnummer] en/of [rekeningnummer] ; en/of B. een of meer geldbedrag(en), groot in totaal EURO 19.447,-- te doen of laten storten vanaf de bankrekening [rekeningnummer] aangehouden bij de [naam bank] op de ten name van hem, verdachte, gestelde bankrekening [rekeningnummer] ; en/of C. een of meer geldbedrag(en), groot (in totaal) EURO 15.900,21 vanaf bankrekeningen ten name van [naam bedrijf] te doen of laten storten op een bankrekening aangehouden door [naam persoon] en/of [naam persoon] en deze bedragen vervolgens contant te laten uitbetalen en/of te laten doorstorten naar andere bankrekeningen waaronder die van [naam persoon] voornoemd (waar het de stortingen van [naam bedrijf] op de rekening van [naam persoon] betreft) en/of [naam persoon] , en/of D. een reeks van privé bestedingen, groot in totaal EURO 31.536,22, te doen en deze ten laste te laten komen van de rechtspersoon [naam bedrijf] ; en/of E. een reeks van privé bestedingen te doen en contante geldopnamen te doen, tot in totaal EURO 27.280,98, en deze ten laste te laten komen van de rechtspersoon [naam bedrijf] ; en/of 2. (een) geldbedrag(
  159. en)tot een totaal van EURO 631.106,- door deze/dit geldbedrag(
  160. en)vanaf bankrekeningen aangehouden door [naam persoon] en/of [naam persoon] en/of [naam bedrijf] en/of [naam bedrijf] , te doen of laten overboeken naar bankrekeningen aangehouden door [naam persoon] en/of [naam persoon] en/of [naam persoon] en/of [naam persoon] , en/of (vervolgens) van laatstgenoemde bankrekening zich contant te laten betalen en/of geldbedragen te laten overboeken naar door hem, verdachte, gecontroleerde bankrekeningen en/of betalingen te laten doen die betrekking hadden op zijn, verdachtes, privé bestedingen. 6De voorvragen 6.1 Geldigheid van de dagvaarding - partiële nietigheid Op grond van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) behelst de dagvaarding een opgave van het feit dat ten laste wordt gelegd met vermelding omstreeks welke tijd en waar ter plaatse het begaan zou zijn, alsmede met vermelding van de omstandigheden waaronder het feit zou zijn begaan. Bij de uitleg van deze bepaling staat de vraag centraal of de verdachte zich op basis van de tenlastelegging goed kan verdedigen. Ook voor de rechter moet de tenlastelegging begrijpelijk zijn. De eis van ‘opgave van het feit’ wordt zo uitgelegd dat het geheel in de eerste plaats duidelijk en begrijpelijk moet zijn, in de tweede plaats niet innerlijk tegenstrijdig en in de derde plaats voldoende feitelijk. In de zaak met parketnummer 08-996048-14 onder 1 en 2 wordt verdachte steeds verweten dat hij primair als feitelijke leidinggever/opdrachtgever, subsidiair als medepleger, meer subsidiair als medeplichtige betrokken is geweest bij het niet (tijdig), onvolledig of onjuist doen van aangiften omzetbelasting door met naam genoemde rechtspersonen ‘en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)n(en)’. De rechtbank is van oordeel dat onduidelijk is wie wordt bedoeld met 'en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)n(en)'. Verdachte is daardoor niet in staat om zich tegen dat onderdeel van de tenlastelegging te verdedigen. Het onderdeel van de tenlastelegging 'en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)n(en)' onder feit 1 en 2, in alle ten laste gelegde varianten, is dan ook telkens onvoldoende duidelijk en begrijpelijk. Het hof verklaart de dagvaarding daarom in zoverre partieel nietig. In de zaak met parketnummer 08-996048-14 onder 3 wordt verdachte verweten dat hij primair als feitelijke leidinggever/opdrachtgever, subsidiair als medepleger, meer subsidiair als medeplichtige betrokken is geweest bij het niet voldoen aan de administratie- en inlichtingenplicht door een aantal met naam genoemde rechtspersonen ‘en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)n(en)’. Ook hier is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende duidelijk wie wordt bedoeld met ‘en/of één of meerdere andere rechtsperso(o)n(en)’. Verdachte is daardoor niet in staat om zich tegen dat onderdeel van de tenlastelegging te verdedigen. Dit onderdeel is, in alle ten laste gelegde varianten, onvoldoende duidelijk en begrijpelijk, zodat de rechtbank de tenlastelegging ook voor dit onderdeel partieel nietig verklaart. Onder feiten 1 en 2 (parketnummer 08-996048-14), in alle ten laste gelegde varianten, wordt verdachte verweten dat hij betrokken is geweest bij het niet, niet tijdig, onvolledig of onjuist doen van aangiften, te weten ‘een groot aantal….waaronder onder meer’, waarna met behulp van gedachtestreepjes een gedetailleerde opsomming van specifieke aangiften volgt. De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende duidelijk is op welke andere aangiften dan die in de opsomming staan, wordt gedoeld. Verdachte is daardoor niet in staat om zich tegen dat onderdeel van de tenlastelegging te verdedigen. Het onderdeel van de tenlastelegging ‘een groot aantal….waaronder onder meer’ onder feiten 1 en 2, in alle ten laste gelegde varianten, is dan ook telkens onvoldoende duidelijk en begrijpelijk. De rechtbank verklaart de dagvaarding ook in zoverre partieel nietig. De rechtbank heeft vastgesteld dat voor het overige de dagvaarding geldig is. 6.2 De overige voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officieren van justitie ontvankelijk zijn in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 7. De bewijsoverwegingen ter zake parketnummer 08-996048-14 : 7.1 Inleiding Aanleiding onderzoek FIOD In 2011 – 2012 zijn bij het Coördinatiepunt btw-fraude van de Belastingdienst/FIOD signalen binnengekomen met betrekking tot diverse in Nederland gevestigde rechtspersonen en aan hen gedane intracommunautaire leveringen van goederen als computeronderdelen, Playstations en iPhones. Die signalen hadden onder meer betrekking op de BV’s [naam bedrijf] , [naam bedrijf] , [naam bedrijf] , [naam bedrijf] , [naam bedrijf] , [naam bedrijf] en [naam bedrijf] . Na eerste controles werd op 12 december 2012 in het Tri Partite Overleg (TPO) besloten om ten aanzien van genoemde vennootschappen - en de hieraan verbonden natuurlijke personen - een strafrechtelijk onderzoek te starten naar de gang van zaken rond de in - en verkoop en facturering in relatie tot goederenstromen van elektronica rond genoemde rechtspersonen vanaf 1 januari 2011. In een volgend TPO, op 27 maart 2013, werd besloten om verdachten die tijdens het lopende onderzoek nog naar voren zouden komen ook bij het onderzoek te betrekken. De bevindingen hebben bij de Belastingdienst/FIOD geleid tot een vermoeden dat sprake was van btw-carrouselfraude. Btw-carrouselfraude De term btw-carrouselfraude wordt gebruikt voor een samenstel van strafbare, frauduleuze, gedragingen waarbij minimaal één bedrijf (een zogenaamde ‘ploffer’) in een handels- en facturenketen geen btw afdraagt aan de fiscus. Dat bedrijf brengt vervolgens wel btw in rekening bij zijn afnemers. De schakels in de handelsketen na de ploffer - zogenaamde ‘buffers’- vragen de btw terug. De namen en btw-nummers van bedrijven die als ploffer fungeren worden meestal maar korte tijd gebruikt, waarna de activiteiten worden gestaakt en een nieuwe ploffer de plaats inneemt van de eerdere ploffer. De Belastingdienst kan vervolgens de eerste ploffer niet meer aanspreken op zijn fiscale verplichtingen. Bestuurders van de bedrijven die fungeren als ploffer of buffer zijn slechts formeel leidinggevende en niet feitelijk betrokken bij de ondernemingen; zij zetten de bedrijven en bankrekeningen slechts op naam (‘katvangers’). Eén van de kenmerken van btw-carrouselfraude is dat sprake is van een prijsval: de ploffers factureren goederen aan de bufferbedrijven voor lagere bedragen dan waarvoor die aan de ploffers waren gefactureerd. Over het algemeen werd een structureel verlies geleden van gemiddeld ca. 13%. Deze prijsval kan alleen worden gerealiseerd doordat plofferbedrijven geen btw afdragen. De ‘winst’ die ten gevolge van deze handelwijze ontstaat, wordt over de diverse schakels verdeeld. Op basis van eerste onderzoek heeft de FIOD de volgende ondernemingen als vermoedelijke ploffers aangemerkt: [naam bedrijf] , [naam bedrijf] , [naam bedrijf] , [naam bedrijf] , [naam bedrijf] , [naam bedrijf] , [naam bedrijf] en [naam bedrijf] . De eenmanszaken [naam bedrijf] ( [naam persoon] ) en [naam bedrijf] ( [naam persoon] ) werden als vermoedelijke buffers aangemerkt. [verdachte 2] heeft bij de FIOD verklaard dat hij via medeverdachte [verdachte 1] in de btw-carrouselfraude terecht is gekomen. [verdachte 1] had uitgelegd dat er werd gehandeld in kleine elektronica, die van de ene onderneming naar de andere ging, zonder dat goederen werden verplaatst. Hiervoor waren verschillende vennootschappen nodig en de verdienste zat in het niet afdragen van de btw. Het hof overweegt dat een btw-carrousel alleen dan goed kan werken als eenieder binnen die carrousel daarvan op de hoogte is, zodat het risico op doorbreking van die carrousel door een deelnemer is uitgesloten. Tenzij nadrukkelijk anders blijkt gaat het hof er daarom in beginsel vanuit dat de deelnemer aan een goederenstroom in die btw-carrousel weet dat sprake is van vooraf georganiseerde handel, waarbij er in de keten van bedrijven enkel winst kan worden gegenereerd omdat de zogenaamde ploffer de door hem in rekening gebrachte btw niet afdraagt. [naam bedrijf] en [naam bedrijf] Tijdens het onderzoek door de FIOD kwamen de bedrijven [naam bedrijf] (hierna: [naam bedrijf] ) en [naam bedrijf] (hierna: [naam bedrijf] ) telkens als afnemer naar voren in verschillende handelsketens met vermoedelijke ploffer- en bufferbedrijven. De bedrijfsactiviteiten van [naam bedrijf] waren bij de Kamer van Koophandel omschreven als groothandel in witgoed, audio- en videoapparatuur en elektronische en telecommunicatieapparatuur en onderdelen. Uit het onderzoek bleek dat [naam bedrijf] voornamelijk handelde in ‘risicogoederen’ in het kader van btw-carrouselfraude als iPhones, cpu’s, iPads, harde schijven en spelcomputers. [naam bedrijf] was een groothandel in computeronderdelen. Op basis van de bevindingen rond [naam bedrijf] en [naam bedrijf] heeft de FIOD gerelateerd dat de directeuren/feitelijke leidinggevenden van genoemde bedrijven zich vermoedelijk schuldig maakten aan fraude en dat [naam bedrijf] en [naam bedrijf] vermoedelijk ten onrechte aftrek van voorbelasting hadden geclaimd. Medeverdachte [verdachte 5] was sinds 1 januari 2011 in dienst bij [naam bedrijf] in de functie van ‘sales director’. Hij was tevens enig werknemer. Binnen [naam bedrijf] was medeverdachte [verdachte 1] de leidinggever, hij had het voor het zeggen. Medeverdachte [verdachte 4] was directeur/eigenaar van [naam bedrijf] . Na de overname van [naam bedrijf] door [naam bedrijf] op 4 juli 2012 bleef [verdachte 5] als enig werknemer werkzaam binnen [naam bedrijf] en was [verdachte 4] de leidinggevende. Logistiek dienstverlener [naam bedrijf] en [naam bedrijf] hebben in de tenlastegelegde periode voor opslag en doorvoer van goederen gebruik gemaakt van de diensten van logistiek dienstverlener [naam bedrijf] . Directeur van dit bedrijf in de tenlastegelegde periode was [naam persoon] . [verdachte 5] heeft verklaard dat voorwaarde voor het doen van zaken was, dat goederen voor [naam bedrijf] bij [naam bedrijf] werden ondergebracht. [naam persoon] was daar zijn contactpersoon. Uit onderzoek naar het handelen van [naam bedrijf] is gebleken dat de goederen regelmatig, nog vóórdat deze door de eigenaar waren vrijgegeven, het magazijn van [naam bedrijf] hadden verlaten en dat vaak dezelfde partijen binnen korte tijd terug waren bij [naam bedrijf] . Ook is uit aangetroffen skypeberichten gebleken dat [naam persoon] contacten onderhield met [verdachte 5] en [verdachte 4] over leveringen van partijen vanuit het buitenland aan Nederlandse bedrijven die fungeerden als ploffers. Getuige [naam getuige] , medewerker bij [naam bedrijf] van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2013, heeft verklaard dat nieuwe ‘elektronica-klanten’ kwamen aanwaaien via [verdachte 5] en [verdachte 4] . De ondernemingen wisselden snel. Veel ondernemingen bestonden maar even en verdwenen dan weer. [naam persoon] moest dan achter zijn geld aan en probeerde dit dan via [verdachte 5] of [verdachte 4] terug te krijgen want deze bedrijven leverden aan hen en bestonden telkens maar even, aldus [naam getuige] . Ook kwam het voor dat dezelfde partijen goederen weer terugkwamen bij [naam bedrijf] . Dat kon [naam bedrijf] zien aan de stickers die erop zaten of aan het aantal goederen of de serienummers. [naam persoon] belde de leverancier dan op met de mededeling de volgende keer de stickers eraf te trekken dan wel de goederen maar naar [naam bedrijf] of [naam bedrijf] (het hof begrijpt: andere logistieke dienstverleners) toe te sturen. Ook wilden de meeste klanten alleen via Skype contact onderhouden, omdat die contacten niet traceerbaar waren, aldus [naam getuige] . [naam persoon] is vanaf 21 april 2011 meermalen door de Belastingdienst gewaarschuwd voor het fenomeen van btw-carrouselfraude. Betalingsplatforms De FIOD heeft geconstateerd dat de elektronicagoederen aan het eind van de keten via de eindschakel (een binnenlands bedrijf) veelal werden verhandeld naar een andere lidstaat waarbij ze regelmatig weer terechtkwamen bij de oorspronkelijke leverancier. Er bleek sprake te zijn van het gebruik van betalingsplatforms die, zo vermoedde de FIOD, zijn gebruikt om de fraude te kunnen plegen en crimineel verkregen geld - gegenereerd door het niet afdragen van omzetbelasting door de plofferbedrijven - wit te wassen. De bedrijven/betalingsplatforms [naam bedrijf] (hierna: [naam bedrijf] ) en [naam bedrijf] (hierna: [naam bedrijf] ) werden verdacht van betrokkenheid bij de btw-carrouselfraude. [naam bedrijf] was een Nieuw-Zeelandse rechtspersoon en heeft vanaf 10 augustus 2011 tot medio maart 2013 als betalingsplatform gefungeerd. [naam bedrijf] maakte gebruik van meerdere bankrekeningen bij twee Poolse banken. Over deze bankrekeningen liepen de transacties van meerdere bedrijven, waarbij steeds alleen de betaling van de uiteindelijke afnemer en de betaling aan de eerste leverancier zichtbaar zijn. De mutaties op de interne accounts van de tussenschakels zijn niet zichtbaar voor toezichthouders. De feitelijke leiding van [naam bedrijf] berustte onder andere bij medeverdachte [verdachte 6] en [naam persoon] . [naam bedrijf] is op 30 januari 2013 ingeschreven in het handelsregister en heeft vanaf 22 maart 2013 tot 23 juli 2013 als betalingsplatform gefungeerd. [naam bedrijf] was in handen van medeverdachte [verdachte 6] en de werkwijze was vrijwel identiek aan die van [naam bedrijf] . Er werd gebruik gemaakt van dezelfde software, betalingen liepen via bankrekeningen van [naam bedrijf] in Liechtenstein en interne transacties werden vastgelegd in een intern account.De FIOD vermoedde dat inzicht in de wijze waarop de verdeling van dat geld plaatsvond bewust werd gefrustreerd door het betalingsverkeer onoverzichtelijk te maken. (…) Van de buitenlandse bankrekening werd een extra (schaduw)administratie bijgehouden die als ‘black box’ functioneerde. Beheerder van beide betalingsplatforms was [verdachte 6] . Volgens [verdachte 2] ging de afroming van de btw via de betalingsplatforms van [verdachte 6] en [naam persoon] (het hof begrijpt: [verdachte 6] en [naam persoon] ). [verdachte 1] legde [verdachte 2] uit hoe hij via het betalingsplatform [naam bedrijf] facturen moest uploaden. Van [verdachte 6] kreeg hij inloggegevens om in te loggen op het betalingsplatform. Daar zag hij dat de marge tussen de in- en verkoopfacturen die daar eerder nog te zien was, weg was. De marges op [naam bedrijf] waren veel groter dan de marges op de bankrekening. Op de bankrekening was de marge 2.500 tot 5000 euro en bij [naam bedrijf] 10.000 tot 20.000 euro, aldus [verdachte 2] . De rollen van de verdachten In het onderhavige dossier zijn de bijdragen die de verdachte natuurlijke personen zouden hebben geleverd bij het plegen van btw-carrouselfraude ingedeeld aan de hand van verschillende rollen met daarbij een globale beschrijving van de bijdragen die zouden zijn geleverd. Deze rollen zijn de volgende en komen hierna bij bespreking van de tenlastegelegde feiten nader aan bod. Katvangers : formele bestuurders en leidinggevenden van de BV’s of eenmanszaken die fungeren als ploffer- en bufferbedrijven, terwijl in werkelijkheid anderen de zeggenschap hebben over die ondernemingen en/of aan die ondernemingen feitelijke leiding geven. Systeembouwer : een ‘systeembouwer’ levert bedrijven aan die als ploffer en/of buffer kunnen worden gebruikt voor de btw-carrouselfraude. De systeembouwer zorgt tevens voor een snelle vervanging van een niet meer bruikbare onderneming en voor aansturing van katvangers. Coördinator van goederen- en facturenstromen : deze persoon speelt een actieve rol in de coördinatie van goederen- en factuurstromen en betalingen en/of is aanspreekpunt voor logistieke dienstverleners. Beheerder van betalingsplatforms : een beheerder van betalingsplatforms stuurt ondernemingen, betalingsplatforms en het betalingsverkeer aan. 7.2 Het standpunt van de advocaten-generaal De advocaten-generaal hebben zich op het standpunt gesteld dat, overeenkomstig het vonnis van de rechtbank, het in de zaak met parketnummer 08-996048-14 onder 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3 subsidiair en 4 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. De advocaten-generaal hebben hierbij ook gewezen op de verklaring van verdachte bij de FIOD van 28 april 2022. De inhoud van die verklaring is belastend voor meerdere verdachten, waaronder verdachte zelf. De verklaring wordt ondersteund door de vele onderzoeksbevindingen in het dossier, waaronder bijvoorbeeld de verklaringen van getuigen [naam persoon] , [naam persoon] en [verdachte 3] , de bevindingen in ambtshandeling AMB-296 en de vele skypegesprekken. De advocaten-generaal achten die verklaring dan ook bruikbaar voor het bewijs. Daarnaast hebben de advocaten-generaal zich op het standpunt gesteld dat uit het dossier blijkt dat verdachte reeds voor zijn betrokkenheid bij [naam bedrijf] en [naam bedrijf] , al deel nam aan de btw-carrouselfraude. 7.3 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft gesteld dat wat betreft de onder 1 en 3 tenlastegelegde ondernemingen [naam bedrijf] , [naam bedrijf] en [naam bedrijf] kan worden gekomen tot een bewezenverklaring van het subsidiair tenlastegelegde op grond van de gewijzigde proceshouding van verdachte, waarbij verdachte betrokkenheid bij deze ondernemingen heeft erkend. Ten aanzien van de andere onder 1 tot en met 3 tenlastegelegde ondernemingen heeft de raadsman primair integrale vrijspraak bepleit, nu verdachte daarbij geen betrokkenheid heeft gehad. Subsidiair heeft de raadsman betoogd dat hooguit medeplichtigheid bij deze acht ondernemingen kan worden bewezen. Wat betreft het onder 4 tenlastegelegde heeft de raadsman verwezen naar punt 137 van het pleidooi in eerste aanleg. Nu daaruit volgt dat vrijspraak wordt bepleit omdat verdachte geen rol had in de btw-carrouselfraude, heeft de raadsman desgevraagd verklaard zich ten aanzien van feit 4 te refereren aan het oordeel van het hof. Verder heeft de raadsman naar voren gebracht dat verdachte slechts enkele gesprekken heeft gevoerd onder de skypenaam [naam skypeaccount] . Verdachte was niet betrokken bij de onderneming [naam bedrijf] . Tot slot heeft de raadsman aangevoerd dat de door [verdachte 3] afgelegde verklaringen onbetrouwbaar zijn en van het bewijs moeten worden uitgesloten. 7.4 Het oordeel van het hof Op grond van wettige bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van de onder parketnummer 08-996048-14 onder 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3 subsidiair en 4 tenlastegelegde feiten, zoals hierna weergegeven. De rechtbank overweegt daartoe het volgende. Wanneer hierna wordt gesproken over ‘omzet’, bedoelt het hof (daar waar toepasselijk) ‘gefingeerde omzet’. 7.4.1 Algemene overwegingen ten aanzien van het bewijs met betrekking tot de ten laste gelegde bedrijven en de betrokkenheid van verdachte [verdachte 2] Verklaringen medeverdachten Medeverdachte [verdachte 3] heeft tijdens zijn verhoren bij de FIOD verklaard dat hij op verzoek van [verdachte 2] , verdachte, vele bedrijven aan hem heeft aangeleverd, waar [verdachte 2] dan mee kon gaan handelen. [verdachte 3] heeft bevestigd dat de man op de aan hem voorgehouden foto – zijnde verdachte – de [verdachte 2] is aan wie hij de gegevens van alle bedrijven heeft overhandigd. Het moesten bedrijven zijn in de elektronicahandel. [verdachte 2] kon zelf geen bedrijven op naam zetten, zo heeft [verdachte 3] verklaard. [verdachte 3] heeft verklaard aan verdachte alle gegevens van een aantal bedrijven te hebben aangeleverd, ook de bankpassen en pincodes van de bankrekeningen, de gegevens voor het internetbankieren, e-mailadressen, gegevens van de Kamer van Koophandel en legitimatiebewijzen. Voor het aanleveren van die gegevens zou [verdachte 3] van verdachte geld krijgen. [verdachte 3] heeft verklaard de gegevens van in elk geval de volgende ondernemingen aan verdachte te hebben verstrekt:  [naam bedrijf] ;  [naam bedrijf] ;  [naam bedrijf] ;  [naam bedrijf] ;  [naam bedrijf] ;  [naam bedrijf] ;  [naam bedrijf] ;  [naam bedrijf] ;  [naam bedrijf] ;  [naam bedrijf] ;  [naam bedrijf] ;  [naam bedrijf] ;  [naam bedrijf] ;  [naam bedrijf] ;  [naam bedrijf] ;  [naam bedrijf] ;  [naam bedrijf] ;  [naam bedrijf] . [verdachte 3] heeft hiervoor verschillende personen benaderd met het verzoek om genoemde bedrijven op naam te nemen. Verdachte zou op naam van die bedrijven gaan handelen. [verdachte 3] vertelde tegen de personen die de bedrijven op naam hadden dat een ander met de bedrijven zou gaan handelen; zij zouden een vergoeding krijgen voor het op naam zetten. [verdachte 3] heeft voorts verklaard dat hij verdachte vaak sprak, in [naam plaats] of in [naam plaats] . Soms meerdere keren per week en ook wel telefonisch. [verdachte 3] overhandigde aan verdachte setjes met bedrijfsgegevens van al die ondernemingen in enveloppen. [verdachte 3] heeft voorts verklaard dat hij ook wel aan personen vroeg dan wel hen adviseerde om een [naam bedrijf] op te richten, vaak op advies van verdachte. Het was verdachte die aan [verdachte 3] heeft gevraagd om, als het om een vennootschap ging, er een [naam bedrijf] boven te plaatsen en [verdachte 3] stelde dat dan voor aan de personen die hij benaderde. Soms stond er al een [naam bedrijf] boven het bedrijf. Als dat niet zo was, dan gaf [verdachte 3] een daartoe strekkend advies. Verdachte heeft ook regelmatig gegevens van een bedrijf teruggegeven aan [verdachte 3] en [verdachte 3] bood die bedrijven dan vervolgens weer aan een derde aan, zoals aan medeverdachte [naam persoon] . Verdachte heeft op 28 april 2022 bij de FIOD verklaard dat hij via medeverdachte [verdachte 1] terecht is gekomen in een btw-carrouselfraude. In opdracht van [verdachte 1] heeft verdachte enveloppen van [verdachte 3] in ontvangst genomen en meegebracht naar [verdachte 1] in Spanje. Hierin zaten bankpassen, legitimaties en KvK-stukken van de ondernemingen [naam bedrijf] en [naam bedrijf] , die hij aan [verdachte 1] heeft gegeven. In Spanje heeft [verdachte 1] verdachte laten zien hoe een btw-carrousel werkt. [verdachte 1] vertelde dat [verdachte 5] en [verdachte 6] er onderdeel van uit maakten en dat zij gebruik maakten van een transportbedrijf voor de opslag. Verdachte heeft de verkoopfacturen van [naam bedrijf] en [naam bedrijf] gemaakt. [verdachte 1] of [verdachte 5] vertelden hem wat gefactureerd moest worden, dus de hoeveelheid, prijs en de afnemer. De factuur moest verdachte uploaden in de [naam bedrijf] -applicatie. De winstmarge van de ondernemingen pinde hij zowel in Spanje en Nederland en gaf dat aan [verdachte 1] en als hij er niet was aan [naam persoon] . De bankpassen van [naam bedrijf] en [naam bedrijf] heeft verdachte ook gebruikt voor het doen van privé bestedingen. Omdat verdachte teveel had uitgegeven heeft hij, om zijn schuld aan [verdachte 1] in te lossen, via ene [naam persoon] , bijnaam [naam persoon] , de onderneming [naam bedrijf] van de heer [naam persoon] weten te bemachtigen en die ingebracht voor de btw-carrousel. Verdachte heeft [verdachte 3] vijf of zes keer ontmoet in de periode 2011 en 2012 en het zou kunnen dat verdachte daarbij enveloppen met bedrijfsgegevens heeft ontvangen van de ondernemingen [naam bedrijf] , [naam bedrijf] , [naam bedrijf] , [naam bedrijf] , [naam bedrijf] (het hof begrijpt: [naam bedrijf] ), [naam bedrijf] , [naam bedrijf] en [naam bedrijf] Verdachte heeft de enveloppen aan [verdachte 1] afgegeven als hij er was, maar meestal aan [naam persoon] . Ter terechtzitting van het hof heeft verdachte zijn bij de FIOD afgelegde verklaring in grote lijnen herhaald. In aanvulling daarop heeft verdachte verklaard dat facturen ook moesten worden gesplitst in verschillende aantallen, zodat de aantallen niet één op één overeenkwamen. Aan de achterkant was het dan altijd [naam bedrijf] en [naam bedrijf] waar de goederen naartoe gingen. Dat was de bedoeling. Het hof overweegt dat [verdachte 3] verklaringen over het overnemen van bedrijven door verdachte aldus bevestiging vinden in de verklaringen van verdachte zelf en, anders dan de verdediging heeft aangevoerd, ook in die van medeverdachte [naam persoon] , zoals afgelegd tijdens zijn verhoren op 27 augustus 2013 en 17 januari 2014 bij de FIOD en op 23 februari 2016 bij de rechter-commissaris. Het hof acht de door [verdachte 3] afgelegde verklaringen, voor zover die belastend zijn voor verdachte – daargelaten zijn eigen belang om op onderdelen, mogelijk, niet volledig te verklaren – dan ook voldoende betrouwbaar, mede nu deze op hun beurt ook steun vinden in overig bewijsmateriaal, zoals hierna aan de orde zal komen. Het hof is daarom van oordeel dat de verklaringen van [verdachte 3] voor het bewijs kunnen worden gebezigd. Het hof verwerpt daarom het verweer van de raadsman strekkende tot bewijsuitsluiting van de door [verdachte 3] afgelegde verklaringen. [naam persoon] heeft verklaard dat hij [verdachte 3] in de periode juni 2012 tot september 2012 naar (vooral) [naam plaats] , [naam plaats] , [naam plaats] en [naam plaats] heeft gereden. Na drie weken moest hij met [verdachte 3] steeds naar een locatie in [naam plaats] tegenover een restaurant, bij een begraafplaats. [verdachte 3] had dan een afspraak met een persoon die in een Audi A8 kwam aanrijden. Die persoon, ongeveer vijftig jaar oud, was - zo vertelde [verdachte 3] aan [naam persoon] - betrokken bij de fraudezaak [naam onderzoek] . [verdachte 3] stapte bij de man in en gaf bescheiden aan hem af. In gesprekken noemde [verdachte 3] de naam [verdachte 2] . [naam persoon] heeft aan de hand van een geanonimiseerde foto van verdachte verklaard, dat dat de [verdachte 2] is met wie [verdachte 3] telkens afsprak in [naam plaats] . [verdachte 3] nam allerlei noodlijdende vennootschappen en bedrijven over van mensen die daar vanaf wilden en hij was de hele dag aan het regelen, aldus [naam persoon] . Hij nam die vennootschappen over mét de bankrekeningen en hij zorgde ervoor dat de bedrijven op naam kwamen van iemand die er in werkelijkheid ‘niets mee doet’; katvangers. De vennootschappen werden gebruikt om mee te kunnen frauderen. [naam persoon] heeft verder verklaard dat hij [verdachte 3] hoorde praten over gigantische bedragen en allerlei geldtransacties. [naam persoon] kreeg uit de gesprekken mee dat vanuit [naam plaats] geld naar Nederland werd overgemaakt dat bij geldautomaten kon worden opgenomen. [verdachte 3] heeft hiervan overzichten laten zien aan [naam persoon] . Hij markeerde met een stift bepaalde transacties; die wilde hij dan aan [verdachte 2] laten zien. De bankafschriften moesten naar [naam plaats] gebracht worden, naar een vrouw met lang blond haar (de ‘grote bazin’). [naam persoon] reed met [verdachte 3] een paar keer langs haar woning en [verdachte 3] deed bij haar stukken door de brievenbus. [verdachte 3] sprak ook een aantal keren met de vrouw in restaurant ‘ [naam restaurant] ’ aan [straatnaam] te [naam plaats] - (deels) eigendom van medeverdachte [naam persoon] . [verdachte 3] overhandigde dan bankafschriften aan de vrouw. [naam persoon] was niet bij die gesprekken aanwezig, maar bleef in de auto wachten. [verdachte 3] beschikte over veel pasjes van bankrekeningen, die op naam van iemand anders waren geopend en hij had met iedereen contact, aldus [naam persoon] . Hij was ‘de spil in het geheel’. [naam persoon] heeft vaak horen zeggen dat geld uit [naam plaats] kwam. De bankafschriften moesten naar verdachte, of naar de ‘grote bazin’. Ten aanzien van het bedrijf [naam bedrijf] (hierna: [naam bedrijf] ) en de betrokkenheid van verdachte hierbij heeft [naam persoon] , destijds eigenaar van [naam bedrijf] , verklaard dat in april 2013 een vriend bij hem kwam met de vraag of [naam persoon] op zijn naam een BV wilde starten of overnemen. [naam persoon] noemde die vriend ‘ [naam persoon] ’ maar in werkelijkheid heette hij [naam persoon] . [naam persoon] zei dat hij geen BV kon opstarten, maar dat hij wel een eenmanszaak had, [naam bedrijf] , en [naam persoon] stelde voor dat anderen via die eenmanszaak zouden gaan handelen in computerartikelen. Voor het aanleveren van de bedrijfsgegevens zou [naam persoon] een bedrag van € 5.000,-- krijgen. [naam persoon] heeft aan [naam persoon] de gegevens van de Kamer van Koophandel, zijn bankpas en zijn identiteitspapieren verstrekt en [naam persoon] zou die doorgeven. Hij sprak [naam persoon] meerdere keren en [naam persoon] had vervolgens weer overleg met iemand die ‘ [verdachte 2] ’ heette. Omdat [naam persoon] met vragen zat, kreeg hij van [naam persoon] een emailadres - [emailadres] - met een inlogcode en wachtwoord. [naam persoon] ontving wekelijks bedragen van € 600,-- of € 700,--, die naar zijn privérekening werden overgemaakt. [naam persoon] had geen zicht op de handel die met zijn bedrijf heeft plaatsvonden. Hij zag wel, op de gegevens van de bankrekening van [naam bedrijf] , dat de handel was begonnen en dat over die rekening grote bedragen liepen. [naam persoon] zag ook dat via zijn e-mailaccount sprake was van e-mailverkeer waar hij geen deel in had en waaruit bleek dat reeds vóór eind april 2013 op zijn naam was gehandeld en dat ook sprake was van betalingen die niet via zijn, maar via een andere rekening liepen. [naam persoon] sprak daar [naam persoon] op aan en zei dat hij niet gebruikt wilde worden als katvanger. [naam persoon] zou contact opnemen met [verdachte 2] . Later vertelde [naam persoon] dat [naam persoon] minder geld zou gaan verdienen, maar dat alles wel legaal zou verlopen en dat er dus niets aan de hand was. De handel ging vervolgens door. Toen er controle zou plaatsvinden kreeg [naam persoon] via het gmail-adres instructies inhoudende dat hij alleen facturen van het eerste kwartaal moest laten zien, niets van het tweede kwartaal en dat hij tegen de Belastingdienst moest zeggen - in strijd met de waarheid - dat hij al zijn zakelijke contacten had opgedaan op ‘de Cebit’ in Hannover. Op naam van [naam persoon] werden ook e-mailberichten naar de Belastingdienst gestuurd met smoezen waarom er nog geen controle kon plaatsvinden. De persoon die instructies gaf, moet [verdachte 2] zijn geweest of anders één van zijn handlangers, aldus [naam persoon] . [naam persoon] heeft verder verklaard dat hij [verdachte 2] ook een keer heeft gezien. [naam persoon] was toen bij een tankstation aan het havenkwartier met [verdachte 2] in gesprek. Dat gesprek vond plaats naar aanleiding van vragen van [naam persoon] . [naam persoon] had in verband daarmee een afspraak gemaakt met [verdachte 2] en [naam persoon] kwam daar langs en zag hen staan. [naam persoon] heeft later bevestigd dat de persoon waarmee hij toen sprak [verdachte 2] was. [verdachte 2] zag eruit als een Nederlander van ongeveer veertig jaar. [naam persoon] heeft [naam persoon] verteld dat [verdachte 2] veel in het buitenland verbleef, waaronder in Monaco en dat boven [verdachte 2] sprake was van een netwerk van nog meer personen. Tijdens een verhoor bij de rechter-commissaris heeft [naam persoon] de hiervoor weergegeven verklaringen in grote lijnen en in de kern gehandhaafd. Aanvullend heeft [naam persoon] verklaard dat het bedrag van € 600,-- à € 700,-- per week vanaf de rekening van [naam persoon] (de rechtbank begrijpt [naam persoon] ) naar hem werd overgeschreven. [naam persoon] wist wie [naam persoon] was, omdat haar zus [naam persoon] bij hem in de klas had gezeten. [naam persoon] was in die tijd samen met [verdachte 2] en zij was met [verdachte 2] meegegaan op zakenreis. [verdachte 2] beschikte over de zakelijke rekening van [naam bedrijf] . [naam persoon] wist dat, omdat [naam persoon] ( [naam persoon] ) een keer in zijn bijzijn met [verdachte 2] telefonisch contact had over die rekening. Toen de telefoon ging, zag [naam persoon] dat het [verdachte 2] was. [naam persoon] zei toen tegen [verdachte 2] dat hij alle papieren had en dat hij die naar hem zou toebrengen. Dat heeft [naam persoon] kort daarop gedaan en vanaf toen werden bedragen als € 1.100,-- of € 700,-- op de rekening van [naam persoon] bijgeschreven en gingen de transacties van start. Tijdens het verhoor heeft [naam persoon] per e-mail foto’s van verdachte naar de rechter-commissaris verzonden. Op één van die foto’s staat verdachte, verblijvend in een horecagelegenheid aan een tafel of bar, met drie vrouwen. Verdachte heeft verklaard dat hij tot ongeveer begin 2014 een relatie heeft gehad met [naam persoon] en dat hij in de tijd dat zij samen waren ook gebruik maakte van haar bankrekening. Verdachte heeft in Spanje, in de omgeving van Altea, samengewoond met [naam persoon] . Tijdens een doorzoeking op 15 mei 2013 in een kantoor aan de [straatnaam] te [naam plaats] heeft de FIOD gegevens aangetroffen van [naam bedrijf] en in beslag genomen. Nader onderzoek wees uit dat op naam van [naam bedrijf] in april/mei 2013 goederen zijn verhandeld aan [naam bedrijf] . Uit onderzoek naar het gmail-account [emailadres] - van welk account [naam persoon] op 6 juni 2013 de gegevens aan de politie heeft overhandigd - bleek dat via dat account e-mailberichten zijn uitgewisseld tussen [naam bedrijf] als leverancier en [naam bedrijf] als afnemer. Als bijlagen werden in- en verkoopfacturen verzonden. De verklaringen van [verdachte 3] , [naam persoon] en [naam persoon] ten aanzien van de betrokkenheid van verdachte bij de ten laste gelegde verboden gedragen onder de feiten 1, 2, 3, en 4 vinden voorts steun in na te noemen overige bewijsmiddelen. Processen-verbaal en andere geschriften met betrekking tot digitale gegevensdragers en Skype In het onderzoek zijn tijdens doorzoekingen vele digitale gegevensdragers als laptops, iPads en mobiele telefoons inbeslaggenomen waarvan de FIOD de data heeft uitgelezen. Op 20 juli 2016 heeft de FIOD Utrecht in het kader van het onderzoek [naam onderzoek] tegen verdachte goederen en bescheiden inbeslaggenomen bij [naam bedrijf] te [naam plaats] . Een deel daarvan is eind 2018 aan de FIOD [naam plaats] , belast met het onderhavige onderzoek, overgedragen, in twee verhuisdozen. In één van de verhuisdozen is vooral fysieke administratie aangetroffen. Onder die administratie werd een handgeschreven notitie aangetroffen, met daarin allerlei afkortingen van namen van bedrijven die in het onderhavige strafrechtelijk onderzoek naar voren waren gekomen, waaronder: [naam bedrijf] ( [naam bedrijf] , een plofferbedrijf), [naam bedrijf] ( [naam bedrijf] , een plofferbedrijf), [naam bedrijf] ( [naam bedrijf] , een bufferbedrijf), [naam bedrijf] ( [naam bedrijf] , een bufferbedrijf), en [naam bedrijf] . In de andere verhuisdoos zaten enkele computers en andere digitale gegevensdragers. De FIOD heeft de data van twee computers, een Sony-laptop (PCG 8V2M) met daarop een sticker ‘ [naam onderzoek] 2016 39564 bijlage 1’ en een HP-laptop met daarop een sticker ‘ [naam onderzoek] 2016 39564 bijlage 2’ op 23 januari 2019 onderzocht met het programma Forensic ToolKit (FTK). Nader onderzoek naar de data op voornoemde Sony-laptop wees uit dat in de ‘unallocated space/slack free space’ van de harde schijf van de laptop allerlei gegevens voorkwamen die verband hielden met bedrijven waarvan was gebleken dat die als ploffer of buffer hadden gefungeerd. In de data werden onder meer datasheets aangetroffen, op naam van de ploffers [naam bedrijf] en [naam bedrijf] , opgemaakt onder de auteursnaam " [naam auteur] '. Ook werden gegevens aangetroffen van meerdere skype-accounts en skypemappen. De inhoud van de skypemappen was gewist. De FIOD heeft met behulp van voornoemd programma FTK in de unallocated space van de harde schijf van de laptop de inhoud van skypechats (gedeeltelijk) naar boven kunnen halen. In de data van de Sony-laptop werden aangemaakte skypemappen aangetroffen met namen als ‘ [naam skypeaccount] ’ en ‘ [naam skypeaccount] ’, maar ook de namen [naam skypeaccount] , [naam skypeaccount] , [naam skypeaccount] en [naam skypeaccount] . Tevens was sprake van skypemappen met de naam [naam skypeaccount] en [naam skypeaccount] . Van de bedrijven van [naam persoon] , [naam persoon] en [naam persoon] ( [naam bedrijf] , [naam bedrijf] en [naam bedrijf] ) is in het onderhavige strafrechtelijk onderzoek gebleken dat die als buffer hebben gefungeerd en goederen hebben gefactureerd aan [naam bedrijf] . Verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep in de kern verklaard dat het heel wel mogelijk is dat de Sony-laptop op het kantoor aan de [straatnaam] te [naam plaats] niet alleen door hem maar tevens door anderen werd gebruikt, zodat niet kan worden vastgesteld welke data/gegevens op de laptop door hem, en welke door anderen zijn ingevoerd. Verdachte heeft voorts ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat hij geen gebruik heeft gemaakt van andere skypenamen dan de skypenamen ‘ [naam skypeaccount] ’ en ‘ [naam skypeaccount] ’. Ter terechtzitting van het hof heeft verdachte verklaard dat hij niet de gebruiker was van het skypeaccount ‘ [naam skypeaccount] ’ maar aan die ontkenning gaat het hof voorbij en hij overweegt daartoe als volgt. Op de Sony-laptop zijn skypegesprekken aangetroffen die zijn gevoerd in de periode van april 2011 tot en met april 2012. Deze skypegesprekken zien op goederentransacties. Genoemde periode is voor het overgrote deel een andere dan die waarin verdachte, volgens zijn verklaringen tijdens zijn verhoren, op het kantoor aan de [straatnaam] te [naam plaats] voor [naam bedrijf] heeft gewerkt, te weten van ongeveer april 2012 tot april 2013.Voor zover moet worden aangenomen dat de Sony laptop door verdachte ook zou zijn gebruikt in het kantoor aan de [straatnaam] in [naam plaats] , acht het hof de enkele stelling van verdachte dat ook anderen daarvan gebruik zouden kunnen hebben gemaakt volstrekt onvoldoende. Het hof gaat daar dan ook aan voorbij. Daarnaast heeft onderzoek uitgewezen dat de laptop veel data bevatte, die direct aan verdachte persoonlijk te linken is. Zo is op de onder verdachte inbeslaggenomen Sony-laptop een brief aangetroffen van 25 januari 2013, gericht aan het CVOM, inzake een aan [naam persoon] – de zus van [naam persoon] – op 21 januari 2013 opgelegde sanctie. De auteursnaam van het document was, blijkens de documenteigenschappen: ‘ [naam auteur] ’. Verdachte heeft - als gezegd - erkend dat hij een relatie met [naam persoon] heeft gehad, tot ongeveer begin 2014. Ook in de administratie van logistiek dienstverlener [naam bedrijf] (hierna: [naam bedrijf] ) zijn datasheets aangetroffen waarvan de auteursnaam " [naam auteur] " was. Dit betroffen datasheets met betrekking tot de bedrijven [naam bedrijf] en [naam bedrijf] . Op de onder verdachte inbeslaggenomen Sony-laptop is als gezegd ook een skypemap aangetroffen genaamd [naam skypeaccount] . Verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg en ook in hoger beroep ontkend de gebruiker te zijn geweest van de skypenaam [naam skypeaccount] . De rechtbank is echter op grond van het hiernavolgende van oordeel dat het verdachte is geweest die skypegesprekken onder de skypenaam [naam skypeaccount] heeft gevoerd. Tijdens een doorzoeking van de woning van medeverdachte [verdachte 1] zijn een laptop Apple Macbook pro (MMMM-12) en een Compaq-laptop (MMMM-26) aangetroffen en in beslag genomen , laptops waarop een grote hoeveelheid aan data van skypegesprekken is aangetroffen. Eén van de gebruikersnamen was ‘ [naam skypeaccount] ’, welke skypenaam op naam van medeverdachte [verdachte 1] was geregistreerd. Door [verdachte 5] van de berichten werden goederenstromen en geldstromen via betalingsplatforms aangestuurd. Het bedrijf [naam bedrijf] (hierna: [naam bedrijf] ) heeft in Duitsland als ploffer gefungeerd bij het plegen van btw-carrouselfraude; in de periode december 2011 en februari 2012 was [naam bedrijf] een afnemer van [naam bedrijf] . In een deel van de skypechats aangetroffen op de harde schijf van de Apple-laptop Macbook Pro en gevoerd door [naam skypeaccount] kwamen meerdere namen voor die, bij uitstek, aan verdachte kunnen worden gelinkt: namen als ‘ [naam persoon] ’ (een zoon van verdachte), ‘ [naam skypeaccount] ’ (een naam die voorkomt in dossier [naam onderzoek] ) en ‘ [naam persoon] ’ (verdachte had contact met personen van [naam bedrijf] , zoals door verdachte ter terechtzitting op 15 januari 2020 ook is verklaard). De rechtbank heeft op grond van het voorgaande de overtuiging dat de gebruiker van de skypenaam [naam skypeaccount] verdachte was. Zo skypet [naam skypeaccount] aan [naam skypeaccount] : “ [naam bedrijf] betalen aan comp 203490,-- referentie 2462”. In de administratie van [naam bedrijf] is een inkoopfactuur op naam van [naam bedrijf] d.d. 23 december 2011 aangetroffen. Op deze factuur, met factuurnummer PI20111223007 en PO nummer 2462, is te zien dat 1500 stuks Microsoft Office Small Business pakketten voor € 114,00 per stuk aan [naam bedrijf] in rekening worden gebracht voor een totaalbedrag van € 203.490,00 (inclusief € 32.490 VAT). Op 29 december 2011 is de betaling van [naam bedrijf] binnengekomen op de bankrekening van [naam bedrijf] en – na aftrek van € 20,00 aan fee kosten – op het interne account van [naam bedrijf] bij [naam bedrijf] . Daarnaast blijkt uit betalingen dat dezelfde goederen door [naam bedrijf] zijn gefactureerd aan [naam bedrijf] voor € 201.705,- (inclusief 19% btw ad € 32.205,-), derhalve voor € 113,- per stuk. Op 29 december 2011 wordt van het [naam bedrijf] account een interne overboeking gedaan naar het [naam bedrijf] account van [naam bedrijf] voor een bedrag van € 201.946,71. Op het interne account van [naam bedrijf] is te zien dat op 29 december 2011 € 201.705,- is bijgeschreven. Dat is een bedrag van € 201.946,71, verminderd met € 241,17 aan fee kosten. Op 29 december 2011 wordt van het account [naam bedrijf] een betaling van € 192.616,- gedaan aan [naam bedrijf] . Uit de bankafschriften van [naam bedrijf] blijkt dat op 30 december 2011 een bedrag van € 192.000,- (verminderd met € 616,- aan fee kosten) aan [naam bedrijf] wordt betaald. In de administratie van [naam bedrijf] is de verkoopfactuur aan [naam bedrijf] aangetroffen. Op deze factuur van 22 december 2011 is te zien dat de 1500 stuks Microsoft Office German voor € 128,- per stuk in rekening worden gebracht aan [naam bedrijf] voor een totaalbedrag van € 192.000,-. [naam bedrijf] heeft deze goederen op 19 december 2011 aan [naam bedrijf] gefactureerd en de inkopen van [naam bedrijf] zijn in december afkomstig van de ploffers [naam bedrijf] / [naam bedrijf] . Uit het bovenstaande volgt dat bij [naam bedrijf] sprake is van een onzakelijke prijsval van circa 11,72% van de inkoopprijs. Uit het skypegesprek tussen verdachte en [verdachte 1] blijkt dat ook [verdachte 1] van deze transactie op de hoogte is. Verder is op de onder verdachte inbeslaggenomen Sony-laptop een skypemap aangetroffen met de naam ‘ [naam skypeaccount] ’. Ook die skypenaam is aan verdachte te linken. Op de unallocated space van de Sony-laptop zijn tekstblokken aangetroffen waaruit bleek dat op 7 en 12 december 2012 de gebruiker met de skypenaam ‘ [naam skypeaccount] ’ skypet met de gebruiker van de naam ‘ [naam skypeaccount] ’ (zijnde medeverdachte [verdachte 5] ) en een persoon onder de naam ‘ [naam skypeaccount] ’ waarvan de identiteit in het onderzoek onbekend is gebleven. Medeverdachte [verdachte 5] heeft tijdens zijn verhoor bij de FIOD verklaard dat de gebruiker van de skypenaam ‘ [naam skypeaccount] ’ verdachte moet zijn. De rechtbank ziet ook in het hiernavolgende redenen om aan te nemen dat de persoon achter de skypenaam ‘ [naam skypeaccount] ’ verdachte was. Als eerder uiteengezet heeft [naam persoon] verklaard dat ‘ [naam persoon] ’( [naam persoon] ) in april 2013 met instemming van [naam persoon] de bedrijfsgegevens van [naam bedrijf] aan [verdachte 2] heeft verstrekt. Kort na de overdracht van de bedrijfsgegevens, in mei 2013, is vervolgens sprake van een goederenstroom rond een partij van 2475 HDD Seagate van [naam bedrijf] naar [naam bedrijf] , [naam bedrijf] en [naam bedrijf] , waarbij ‘ [naam skypeaccount] ’ een actieve rol speelt. Het skypeaccount ‘ [naam skypeaccount] ’ heeft daarbij op 14 en 15 mei 2013 contact met het skypeaccount ‘ [naam skypeaccount] ’ van [verdachte 5] , waarbij wordt gesproken over diverse betalingen met betrekking tot deze goederenstroom. De rechtbank acht het, gelet op het voorgaande in samenhang bezien, niet aannemelijk dat het anderen zijn geweest die de op de Sony-laptop (PCG 8V2M) aangetroffen skypegesprekken zouden hebben gevoerd. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat verdachte degene is geweest die de data op de laptop heeft ingevoerd. Dat verdachte slechts enkele gesprekken heeft gevoerd onder deze skypenaam met [verdachte 1] en niet alle gesprekken, nu die computer met dit skype account op die momenten ‘open’ zou hebben gestaan aan de [straatnaam] , zoals hij ter terechtzitting van het hof heeft verklaard, acht het hof niet aannemelijk. Daargelaten het feit dat het ongebruikelijk is op naam van iemand anders berichten te verzenden, is er in de inhoud van de berichtenwisseling geen enkele steun te vinden voor de stelling van verdachte dat er (af en toe) met iemand anders (dan met hem) wordt gecommuniceerd. Ook overigens heeft verdachte deze stelling op geen enkele wijze nader onderbouwd. Conclusie De verklaring van [verdachte 3] , kort gezegd inhoudende dat hij de gegevens van de door hem genoemde bedrijven aan verdachte heeft geleverd, wordt ondersteund door de verklaring van [naam persoon] . Ook de verklaring van [naam persoon] wijst erop dat de gegevens van bedrijven, in dit geval [naam bedrijf] , aan [verdachte 2] werden aangeleverd. Op de aan verdachte toebehorende Sony-laptop is daarnaast op diverse plekken data aangetroffen die wijst op betrokkenheid van verdachte bij de door [verdachte 3] en [naam persoon] genoemde ploffers en buffers.. 7.4.2 Ten aanzien van feit 4 De rechtbank stelt vast dat verdachte met diverse medeverdachten contacten heeft onderhouden, veelal via Skype. Uit de skypeberichten, in samenhang met administratieve gegevens met betrekking tot de goederen- en geldstromen en facturen blijkt dat verdachte een actieve en sturende bijdrage heeft geleverd aan het handelen in het kader van de btw-carrouselfraude. Contacten met medeverdachten Verdachte heeft zelf verklaard dat hij medeverdachte [verdachte 1] sinds 2003-2004 kent. Uit het dossier blijkt ook dat verdachte en [verdachte 1] meermalen samen betrokken zijn geweest bij ondernemingen: vóór 2009 bij [naam bedrijf] , begin 2011 bij [naam bedrijf] en daarna bij [naam bedrijf] ( [naam bedrijf] ). In de data op de harde schijf van de bij [verdachte 1] in beslag genomen Apple laptop Macbook Pro zijn skypechats aangetroffen, gevoerd tussen de gebruikers van de skypenamen ‘ [naam skypeaccount] ’ (uit het dossier blijkt dat [verdachte 1] de gebruiker is geweest van het skypeaccount ‘ [naam skypeaccount] ’ ) en ‘ [naam skypeaccount] ’. Uit die gesprekken valt onder meer af te leiden dat verdachte met [verdachte 1] afspreekt dat hij naar ‘ [naam eetcafe] ’ zal komen, waarmee wordt gedoeld op [naam eetcafe] in [naam plaats] , zijnde een café dat later door de medeverdachten [verdachte 1] en [naam persoon] wordt gerund onder de naam ‘ [naam restaurant] ’. Tevens skypet verdachte aan [verdachte 1] het volgende over binnenkomend geld en doet hij een voorstel voor de verdeling: “# [naam skypeaccount] /$ [naam skypeaccount] ; [naam skypeaccount] Geld komt van bedrijf waar iemand het wegboekt dus moet gelijk weer verder ! Zit nu met hem. 15 is akkoord maar 10 jij en 5 ik, okay? 14wkn is goed. [naam skypeaccount] . [naam skypeaccount] .” Ter terechtzitting van het hof heeft verdachte over dit gesprek verklaard dat dit waarschijnlijk ging om een lening van [verdachte 1] aan verdachte. Nu dit gesprek op geen enkele manier wijst op het aangaan van een lening door verdachte en hij dit evenmin heeft onderbouwd, acht het hof die verklaring niet aannemelijk. Ook uit de data op de aan verdachte toebehorende Sony-laptop blijkt dat de gebruiker van de skypenaam ‘ [naam skypeaccount] ’ (verdachte) via Skype contact heeft gehad met de gebruiker van ‘ [naam skypeaccount] ’. Eind april 2011 vond blijkens voornoemd data-onderzoek een skypegesprek plaats tussen verdachte (‘ [naam skypeaccount] ’) en [verdachte 1] (‘ [naam skypeaccount] ’), met de volgende inhoud: “wanneer kun je met [verdachte 5] Na het weekend, dinsdag/woensdag [naam skypeaccount] kan ik jou zo even bellen hierover ik heb met [naam persoon] gesproken hij zegt dat het beter is toch met hem er ook bij te zitten ik heb ook nog sets anders voor hem zeeee eer intressant”. Uit het voorgaande volgt dat verdachte - onder meer via Skype - contact onderhield met de medeverdachten [verdachte 1] en [verdachte 5] ( [verdachte 5] ), welke eerste verdachte al sinds in ieder geval 2003 kende. Onder medeverdachte [verdachte 3] is een Compaq-computer inbeslaggenomen, op welke computer eveneens skypebestanden zijn aangetroffen. Via het skypeaccount ‘ [naam skypeaccount] ’ ( [verdachte 3] ) werden ondernemingen aangeboden aan de gebruiker van het skypeaccount ‘ [naam skypeaccount] ’ ( [verdachte 1] ) en werd gebeld met de gebruiker van het skypeaccount ‘ [naam skypeaccount] ’ (verdachte). Ook [verdachte 5] - via het skypeaccount [naam skypeaccount] - onderhield via skype contact met ‘ [naam skypeaccount] ’ (verdachte) en ‘ [naam skypeaccount] ’ ( [verdachte 1] ). Ook blijkt uit deze bestanden dat de gebruikers van de skypeaccounts ‘ [naam skypeaccount] ’ (verdachte) en [naam skypeaccount] ( [verdachte 5] ) op 14 en 15 mei 2013 met elkaar chatten over twee partijen goederen. De rechtbank is van oordeel dat uit de skypegesprekken volgt dat [verdachte 1] en verdachte zich bezighielden met het op gang houden van geldstromen alsook de verdeling van het af te romen geld. Uit de skypebestanden blijkt verder dat de gebruiker van ‘ [naam skypeaccount] ’ (verdachte) zich bezig hield met betalingen zoals een betaling gedaan van de bankrekening van het betalingsplatform [naam bedrijf] naar [naam bedrijf] en een betaling gedaan vanaf de rekening van [naam bedrijf] naar dit betalingsplatform. Internetgebruik in beslaggenomen laptops en handels- en facturenstromen Onderzoek naar het internetgebruik op de Sony-laptop door - als vastgesteld - verdachte - en de bezochte webpagina’s heeft uitgewezen dat verdachte zich gedurende de ten laste gelegde periode actief heeft beziggehouden met verschillende handels- en facturenstromen. Een deel van de resultaten van het onderzoek - voor zover die zien op schijnhandel gepleegd met de ten laste gelegde ondernemingen - wordt hierna weergegeven. - Handels- en facturenstroom tussen [naam bedrijf] en [naam bedrijf] Blijkens de aangetroffen data heeft verdachte op 10 oktober 2011 omstreeks 13:13 uur een bestand benaderd met betrekking tot een verkoop van [naam bedrijf] aan het bedrijf [naam bedrijf] . De URL luidde: Visited: [naam URL] [naam bedrijf] was verbonden met het bedrijf [naam bedrijf] (hierna: [naam bedrijf] ), welk bedrijf als ploffer voor btw-fraude heeft gefungeerd. Het bijbehorende pdf bestand kon in de data niet (meer) worden getraceerd. Uit een overzicht van de ‘black box’ van het betalingsplatform [naam bedrijf] , ten name van [naam bedrijf] , blijkt dat op 13 januari 2012 een bedrag van € 194.634,40 via een interne overboeking is overgemaakt naar het interne account van [naam bedrijf] . - Handels- en facturenstroom tussen [naam bedrijf] en [naam bedrijf] (hierna: [naam bedrijf] ) Blijkens de gevonden data op de Sony-laptop heeft verdachte op 3 mei 2012 een bestand benaderd met betrekking tot een verkoop van [naam bedrijf] aan het bedrijf [naam bedrijf] . De URL luidde: Visited: [naam URL] . De bijbehorende verkoopfactuur en het pdf-bestand waren in de data op de laptop niet te vinden. Het onderzoeksdossier bevat echter wel een verkoopfactuur, gedateerd 10 april 2012 van [naam bedrijf] gericht aan [naam bedrijf] , volgens welke factuur [naam bedrijf] 800 stuks Intel Core 17-2600K en 500 Intel Core 15-2500K factureert aan [naam bedrijf] , voor een bedrag van in totaal € 282.450,--. . Uit die factuur bleek dat de goederen terechtkwamen in het magazijn van [naam bedrijf] . Ook in de administratie van [naam bedrijf] werden gegevens aangetroffen betreffende deze goederenstroom (dossier 2012040471). Op basis van die gegevens werd duidelijk welke ondernemingen bij deze goederenstroom betrokken waren (geweest). De goederen werden via de bedrijven [naam bedrijf] en [naam bedrijf] gefactureerd aan [naam bedrijf] en de release van de goederen vond telkens plaats op 5 april 2012. Onderzoek naar verkoopfacturen van [naam bedrijf] , gericht aan [naam bedrijf] , liet zien dat de goederen op 10 april 2012 in drie partijen - van tweemaal 500 en éénmaal 300 stuks – zijn gefactureerd aan [naam bedrijf] , waarbij, gezien een vergelijking van de inkoopprijzen van [naam bedrijf] en van [naam bedrijf] , duidelijk sprake is van een prijsval. - Handels- en facturenstroom met [naam bedrijf] ( [naam bedrijf] , hierna: [naam bedrijf] ), [naam bedrijf] (hierna: [naam bedrijf] ) en [naam bedrijf] Uit een overzicht van ontvangsten en betalingen van het account op naam van [naam bedrijf] bij het betalingsplatform [naam bedrijf] , bleek dat [naam bedrijf] ( [naam bedrijf] ) betalingen ontving van [naam bedrijf] en vervolgens weer betalingen deed aan het bedrijf [naam bedrijf] . Het dossier bevat een verkoopfactuur van 13 april 2012, genummerd 128-3, en gericht aan [naam bedrijf] , waarmee 1.000 cpu’s INTEL 17-2600K voor een bedrag van in totaal € 226.250,-- (€ 226,25 per stuk) in rekening werden gebracht. Volgens de factuur worden de goederen naar [naam bedrijf] vervoerd. Op basis van de administratie van [naam bedrijf] (dossier 2012040494A) kon worden herleid welke ondernemingen bij deze goederenstroom betrokken zijn geweest, te weten achtereenvolgens: [naam bedrijf] – [naam bedrijf] – [naam bedrijf] – [naam bedrijf] – [naam bedrijf] . De goederen werden gereleased op data die in de tijd elkaar niet chronologisch opvolgen: 17 april 2012, 16 april 2012, 17 april 2012, 17 april 2012 en 18 april 2012. Op de Sony-laptop zijn hits aangetroffen die betrekking hebben op deze goederenstroom (o.a. hit#11: [naam URL] ). Uit een factuur van [naam bedrijf] van 17 april 2012, gericht aan [naam bedrijf] (factuurnummer 12054), bleek dat de 1.000 cpu’s voor € 196.000,-- (€ 196,-- per stuk) werden gefactureerd aan [naam bedrijf] . Door de inkoopprijs van [naam bedrijf] (€ 226,25) te vergelijken met de inkoopprijs van [naam bedrijf] (€ 196,--) werd zichtbaar dat er sprake was van een prijsval. Het dossier bevat nog meer facturen van [naam bedrijf] , die kennelijk samenhingen met op de Sony-laptop aangetroffen hits en goederenstromen, waarbij de goederen - blijkens de administratie van [naam bedrijf] - telkens binnen een tijdsbestek van slechts één dag of enkele dagen zijn verhandeld/verplaatst en waar telkens een keten van verschillende bedrijven bij betrokken is geweest, te weten [naam bedrijf] , [naam bedrijf] , [naam bedrijf] , [naam bedrijf] , [naam bedrijf] , [naam bedrijf] , [naam bedrijf] , [naam bedrijf] en [naam bedrijf] . Aan de hand van een vergelijking van de gegevens op de verzonden facturen is vastgesteld dat steeds sprake was van een opvallende prijsval. - Handels- en facturenstroom tussen [naam bedrijf] en [naam bedrijf] Op de Sony-laptop is ook data aangetroffen met betrekking tot [naam bedrijf] , waaronder gegevens met betrekking tot een datasheet ‘ [naam bedrijf] ’ en informatie over [naam bedrijf] . Op de Sony-laptop is ook de verwijzing ‘904 ps3 160gb hnc’ aangetroffen. Het dossier bevat een factuur waaruit blijkt dat 904 stuks PS3 160GB door [naam bedrijf] aan [naam bedrijf] werden verkocht op 16 maart 2012 voor € 190,-- per stuk. Blijkens de verkoopfactuur werden de goederen vervoerd naar en ondergebracht bij [naam bedrijf] . [naam bedrijf] heeft de 904 stuks vervolgens aan [naam bedrijf] gefactureerd, voor € 162,-- per stuk en [naam bedrijf] heeft hierna de partij weer aan [naam bedrijf] gefactureerd voor € 164,-- per stuk. Hieruit blijkt wederom van een opvallende prijsval. - [naam bedrijf] Op de Sony-laptop zijn tot slot data aangetroffen met verwijzingen naar (een account voor) het betalingsplatform [naam bedrijf] zoals:  [naam URL] ;  [naam URL] . Pintransacties van bankrekeningen [naam bedrijf] , [naam bedrijf] en [verdachte 2] Vaststaat verder dat verdachte de beschikking heeft gehad over bankpassen van bedrijven die [verdachte 3] aan hem heeft overgedragen en dat hij ten behoeve van eigen bestedingen ook geld opnam van die rekeningen en/of van die rekeningen heeft betaald. [naam persoon] , eigenaar van [naam bedrijf] , heeft verklaard dat hij op 1 april 2012, rond de periode van de overdracht van de aandelen, alle gegevens van de bankrekening van [naam bedrijf] aan [verdachte 3] heeft afgegeven. Eind april 2012 vroeg [naam persoon] aan [verdachte 3] hoe het liep. Omdat hij geen informatie kreeg, ging [naam persoon] naar de bank en hij kreeg toen een uitdraai van de rekening van [naam bedrijf] . [naam persoon] zag dat er al veel transacties hadden plaatsgevonden. Later liet [verdachte 3] hem afschriften zien van de rekening van [naam bedrijf] , maar [naam persoon] zag toen - aangezien hij zelf beschikte over de originele afschriften - dat met die afschriften was geknoeid en dat er transacties waren verwijderd. Dat ging om transacties in [naam plaats] en contante opnames in [naam plaats] en [naam plaats] . [verdachte 3] zei tegen [naam persoon] dat de valse afschriften van ‘ene [verdachte 2] ’ afkomstig waren, dat hij de bankpas van [naam bedrijf] aan [verdachte 2] had gegeven en [verdachte 2] die transacties had gedaan. [naam persoon] was een keer met [verdachte 3] in restaurant [naam restaurant] te [naam plaats] , toen een man op het raam klopte en [verdachte 3] wenkte. [verdachte 3] zei dat dat [verdachte 2] was. [verdachte 2] had te maken met de zaak [naam onderzoek] , zo vertelde [verdachte 3] . Uit een vergelijking van geldopnamen van de bankrekeningen van [naam bedrijf] ( [rekeningnummer] ) , [naam bedrijf] ( [rekeningnummer] ) en de privérekening van verdachte ( [rekeningnummer] ) over de periode van 27 april 2012 tot en met 11 juni 2012 blijkt dat meermalen op eenzelfde dag en bij eenzelfde geldautomaat geld van twee van die rekeningen is opgenomen. In de periode 27 april tot en met 25 mei 2012 vonden die geldopnames en pinbetalingen uitsluitend in Nederland plaats. In de periode van 27 mei tot en met 3 juni 2012 vonden die uitsluitend plaats in Spanje; in of in de omgeving van [naam plaats] . Op 4 juni 2012 is te [naam plaats] tweemaal met pinpassen betaald vanaf de rekeningen van [naam bedrijf] en [naam bedrijf] . Dezelfde dag, op een later tijdstip, heeft op Schiphol van de rekening van verdachte een pinbetaling plaatsgevonden en vervolgens, weer later, te [naam plaats] vanaf de rekening van [naam bedrijf] . Ook is op 10 juni 2012 in [naam plaats] betaald van de rekening van [naam bedrijf] en op 11 juni 2012, eveneens in [naam plaats] , van de eigen rekening van verdachte. Hiervoor is reeds uiteengezet dat [verdachte 3] heeft verklaard dat hij de complete gegevens (inclusief bankpassen) van [naam bedrijf] en [naam bedrijf] aan verdachte heeft verstrekt, alsmede dat op de Sony-laptop van verdachte diverse verwijzingen naar beide bedrijven staan. Zoals het hof hiervoor heeft overwogen heeft verdachte zijn betrokkenheid bij deze ondernemingen in het kader van de btw-carrouselfraude ook bekend. De rechtbank concludeert uit al het voorgaande dat het verdachte is geweest die de beschikking had over de bankpassen van [naam bedrijf] en [naam bedrijf] . Van die rekeningen zijn ook privé-uitgaven gedaan ten behoeve van verdachte, zoals hierna onder 5.3.1 nader is uitgewerkt. Conclusie Uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen blijkt dat [verdachte 3] en [verdachte 2] bedrijven aanleverden die als ploffer of buffer konden worden gebruikt voor de btw-carrouselfraude. [verdachte 3] zorgde daarbij voor de feitelijke aansturing van diverse katvangers en verstrekte de gegevens van de ondernemingen aan [verdachte 2] . [verdachte 2] kreeg zowel van [verdachte 3] als van derden de gegevens van de ondernemingen aangeleverd, welke ondernemingen vervolgens binnen de btw-carrousel werden gebruikt als ploffer en buffer. [verdachte 2] onderhield contact met meerdere medeverdachten over onder andere handels- en factuurstromen en over de verdeling van gelden en hij had de beschikking over bankpassen van twee buffers. [verdachte 2] heeft erkend dat hij de ondernemingen [naam bedrijf] en [naam bedrijf] heeft gebruikt voor btw-carrouselfraude. Hij heeft de communicatie voor de ondernemingen gedaan en verkoopfacturen gemaakt. Van [verdachte 1] of [verdachte 5] kreeg hij instructies over wat hij moest factureren, aan wie en met welke prijzen. Instructies voor de betaling kreeg hij van [verdachte 1] . [verdachte 2] moest facturen uploaden in [naam bedrijf] , die vervolgens automatisch werden betaald. [verdachte 2] heeft ook de onderneming [naam bedrijf] aangedragen ten behoeve van de btw-carrousel. Daarnaast blijkt uit het vorenstaande dat verdachte binnen de btw-carrousel ook betrokken was bij de Duitse onderneming [naam bedrijf] , die in Duitsland als ploffer heeft gefungeerd. Naast dat [verdachte 2] als systeembouwer kan worden aangemerkt, hield hij zich – afgeschermd door katvangers – bezig met schijnhandel binnen de btw-carrousel. Hoewel het voor het hof vaststaat dat [naam bedrijf] en [naam bedrijf] gebruikt zijn binnen de btw-carrousel, zal het hof deze twee eenmansbedrijven niet opnemen in de bewezenverklaring, aangezien het geen (rechts)personen zijn en op grond van artikel 51, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht evenmin als rechtspersoon worden gelijkgesteld. Deze eenmansbedrijven kunnen daarom geen strafbaar feit plegen en als zodanig dan ook geen deelnemer zijn van een criminele organisatie. De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of verdachte deel heeft genomen aan de criminele organisatie die - kort weergegeven - tot oogmerk had het plegen van btw-carrouselfraude. Van deelneming aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) kan slechts dan sprake zijn, indien de verdachte behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in dat artikel bedoelde oogmerk. Aan de hand van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting stelt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden vast. Gelet op hetgeen hiervoor is uiteengezet en hetgeen hierna verder zal worden uitgewerkt kan zonder meer worden vastgesteld dat er sprake was van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband dat tot doel had om btw-carrouselfraude mogelijk te maken. Om dat doel te bewerkstelligen werden binnen het samenwerkingsverband herhaaldelijk diverse misdrijven gepleegd. Zo werden facturen valselijk opgemaakt in verband met de schijntransacties, welke facturen in bedrijfsadministraties werden opgenomen. Aangiften omzetbelasting werden niet of onjuist gedaan en de ploffers en buffers voldeden niet aan de fiscale administratieverplichtingen. Door geen dan wel een valse administratie te voeren en gebruik te maken van katvangers, konden de ondernemingen na faillissement vervolgens niet voldoen aan de inlichtingen- en administratieplichten, zodat er sprake was van bedrieglijke bankbreuk, als bedoeld in artikel 341 onder a sub 4 Wetboek van Strafrecht (oud). Het hof herhaalt hier zijn eerdere overweging dat een btw-carrousel alleen dan goed kan werken als eenieder binnen die carrousel daarvan op de hoogte is, zodat het risico op doorbreking van die carrousel door een deelnemer is uitgesloten. Tenzij nadrukkelijk anders blijkt gaat het hof er daarom in beginsel vanuit dat de deelnemer aan een goederenstroom in die btw-carrousel weet dat sprake is van vooraf georganiseerde handel, waarbij er in de keten van bedrijven enkel winst kan worden gegenereerd omdat de zogenaamde ploffer de door hem in rekening gebrachte btw niet afdraagt en die deelnemer daarmee onderdeel is van de criminele organisatie. Binnen dit samenwerkingsverband was sprake van een zekere taakverdeling. De systeembouwers binnen de carrousel waren verdachten [verdachte 3] en [verdachte 2] . [verdachte 2] had een aansturende rol; op meer afstand van de katvangers dan [verdachte 3] . [verdachte 3] onderhield daarnaast contacten met anderen binnen het samenwerkingsverband en is meerdere malen op het kantoor aan de [straatnaam] geweest, waar ook medeverdachten [verdachte 1] , [verdachte 5] , [verdachte 2] en [verdachte 6] werkzaamheden verrichtten. Ook heeft [verdachte 3] op 13 mei 2013 via skype contact gehad met [verdachte 1] over het aanleveren van bedrijven aan de voor- en achterkant (ploffers en buffers) en betalingen die vanuit het betalingsplatform (het systeem) moeten worden gedaan, waarna gebleken is dat vanuit ‘het systeem’ gelden aan [verdachte 3] ter beschikking zijn gesteld. [verdachte 5] hield zich bezig met de transacties van zowel ploffers en buffers als [naam bedrijf] . [verdachte 5] was ook op de hoogte van de prijzen die bij de transacties werden gehanteerd en van het feit dat sprake was van een prijsval. Hij wist van de aansturing van leveringen vanuit [naam bedrijf] op basis van vooraf vastgestelde prijzen en marges voor de handel. Uit skypegesprekken en aangetroffen administratie blijkt dat [verdachte 5] zelf contact had met buitenlandse leveranciers over de inkoopprijzen van goederen, terwijl [naam bedrijf] pas na het tussenschuiven van een ploffer en een of meerdere buffers eigenaar werd van die goederen.Hij was ook voor logistiek dienstverlener [naam bedrijf] het aanspreekpunt en coördineerde de goederen- en facturenstromen.[verdachte 5] had ook met [naam persoon] van [naam bedrijf] skypecontact over leveringen van partijen vanuit het buitenland aan Nederlandse bedrijven die fungeerden als ploffers. [verdachte 5] werd door [naam persoon] ook aangesproken op het uitblijven van betalingen van leveranciers van [naam bedrijf] . [verdachte 5] werd bij zijn werkzaamheden aangestuurd door en volgde de instructies op van medeverdachte [verdachte 1] . Ook [verdachte 1] hield zich actief bezig met de goederen- en facturenstromen. Uit een skypegesprek blijkt dat [verdachte 1] bemoeienis heeft gehad met facturen- en goederenstromen tussen een buitenlandse leverancier, ploffer en buffer en uiteindelijk [naam bedrijf] , waarbij een prijsval heeft plaatsgevonden. Net als [verdachte 5] deed ook [verdachte 1] de in- en verkopen van [naam bedrijf] . [verdachte 1] deed ook alle betalingen. Binnen [naam bedrijf] was het op enig moment gebruikelijk dat de verkoop al was gerealiseerd nog voordat de inkoop was gedaan. [verdachte 5] kreeg bedrijven aangeleverd van [verdachte 1] en als [verdachte 1] zei dat met een bedrijf zaken moest worden gedaan, dan gebeurde dat. Het excelbestand met inkoopprijzen van enkele ploffers, waarbij een prijsval zichtbaar is en [naam bedrijf] telkens als laatstgenoemde partij de afnemer was, heeft [verdachte 5] op verzoek van [verdachte 1] bijgehouden. [verdachte 4] hield zich bezig met de transacties van ploffers en buffers, alsmede van [naam bedrijf] en vanaf 4 juli 2012 van [naam bedrijf] . Ook hij kan als coördinator van de goederen- en facturenstromen worden gekenmerkt. Ook [verdachte 4] had met [naam persoon] van [naam bedrijf] skypecontact over goederen, waarbij opviel dat [naam bedrijf] pas na het tussenschuiven van een ploffer en buffer eigenaar werd van de goederen dan wel [naam bedrijf] in het geheel geen afnemer was van de goederen. [verdachte 4] vroeg vervolgens zijn bericht te wissen. Volgens [naam getuige] , medewerker bij [naam bedrijf] , kwamen nieuwe elektronica-klanten aanwaaien via [verdachte 5] en [verdachte 4] . [naam getuige] zag nooit de personen achter de ondernemingen. Als referentie werd vaak [naam bedrijf] of [naam bedrijf] opgegeven en dan was er tussen [naam persoon] en [verdachte 5] of [verdachte 4] contact over de klant. De ondernemingen wisselden snel en er was vaak een probleem met betalingen. [naam persoon] probeerde dan nog betalingen te krijgen via [verdachte 5] of [verdachte 4] . Uit skypegesprekken blijkt voorts dat [verdachte 4] veelvuldig contact onderhield met het skypeaccount ‘ [naam skypeaccount] ’, waarvan [verdachte 1] de gebruiker is geweest. Voor het verborgen blijven van de carrousel was het gebruik van betalingsplatforms essentieel. Zoals hiervoor overwogen maakten de betalingsplatforms gebruik van meerdere (buitenlandse) bankrekeningen, waar transacties van meerdere ploffers en buffers over liepen. De door de ploffers verrichte betalingen aan [naam bedrijf] betreffen de positieve winstmarges van de niet afgedragen omzetbelasting. Een deel van deze gelden is vervolgens door [verdachte 5] van interne transacties via [naam bedrijf] doorgeboekt. Na stillegging van het betalingsplatform [naam bedrijf] verliepen betalingen via het betalingsplatform [naam bedrijf] . De interne transacties werden bijgehouden via het interne, voor toezichthouders onzichtbare, systeem (‘black box’), waarbij de niet afgedragen btw op de betalingsplatforms is achtergebleven. Vanaf de bankrekeningen van de betalingsplatforms werden de gelden via verschillende bedrijven en bankrekeningen afgeroomd.Medeverdachte [verdachte 6] was beheerder van de betalingsplatforms [naam bedrijf] en [naam bedrijf] en daardoor in staat om de betalingsplatforms en het betalingsverkeer aan te sturen en de leden van de criminele organisatie te voorzien van gelden. [verdachte 6] was betrokken bij de oprichting/overname van [naam bedrijf] en [naam bedrijf] , hij ontving een deel van de winst van [naam bedrijf] en hij nam samen met [naam persoon] de algemene beslissingen, de ‘managementbeslissingen’ binnen [naam bedrijf] . Verder blijkt uit skypegesprekken dat [verdachte 6] invloed had op waar gelden van betalingsplatforms naartoe gingen alsmede over de communicatie richting de klanten over gewijzigde kosten. Daarnaast had [verdachte 6] bemoeienis met goederenstromen/schijnhandel, waar goederen via [naam bedrijf] , een Nederlandse ploffer en buffer weer terecht komen bij [naam bedrijf] . Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte een aandeel heeft gehad in gedragingen die strekten tot/verband hielden met de verwezenlijking van het binnen de criminele organisatie bestaande oogmerk. Uit het voorgaande blijkt dat verdachte een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de criminele organisatie. De rechtbank acht zodoende bewezen dat de verdachte heeft deelgenomen aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr. 7.4.3 Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3 In het hierna volgende wordt achtereenvolgens ten aanzien van de ten laste gelegde vennootschappen besproken hetgeen uit de bewijsmiddelen blijkt over – de ontwikkelingen met betrekking tot – het bestuur, de leidinggevenden en de feitelijke zeggenschap ten aanzien van de ten laste gelegde vennootschappen, de betrokkenheid van de betreffende BV bij de ten laste gelegde verboden gedragingen en hetgeen daarover op basis van de bevindingen en de verklaringen van getuigen, medeverdachten, en documenten is gebleken over de rol en bijdrage van verdachte en/of medeverdachten. Voorts wordt – per vennootschap – besproken hetgeen uit bewijsmiddelen is gebleken ten aanzien van het niet, onvolledig of onjuist doen van aangiften omzetbelasting en het niet voldoen aan de administratieverplichtingen op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr). Onder feiten 1 en 2 wordt verdachte verweten dat hij in verschillende varianten betrokken is geweest bij het niet doen van aangiften omzetbelasting door [naam bedrijf] , [naam bedrijf] , [naam bedrijf] , [naam bedrijf] , [naam bedrijf] , [naam bedrijf] , [naam bedrijf] en [naam bedrijf] , alsmede het onjuist doen van aangiften omzetbelasting door [naam bedrijf] , [naam bedrijf] en [naam bedrijf] . Onder feit 3 wordt verdachte verweten dat hij bij al deze bedrijven betrokken was bij het niet houden aan de administratieverplichtingen in de zin van de Awr. Uit een ambtsedig opgemaakte verklaring van [naam persoon] van de Belastingdienst/FIOD blijkt dat van vrijwel alle onder de feiten 1, 2 en 3 genoemde vennootschappen is vastgesteld dat deze in de jaren 2011 tot en met 2013, telkens gedurende een periode van enkele maanden, als plofferbedrijven zijn gebruikt in een keten van samenwerkende ondernemingen voor het plegen van btw-carrouselfraude. Hierna zullen de relevante omstandigheden per in de tenlastelegging genoemde onderneming worden weergegeven. 7.4.4 [naam bedrijf] Tijdens het FIOD onderzoek kwam uit het systeem ‘VIES’ een melding naar voren naar aanleiding van intracommunautaire leveringen aan de Nederlandse onderneming [naam bedrijf] (hierna: [naam bedrijf] ). De activiteiten van deze BV waren sinds 30 mei 2007 onder meer: beheer en financiering, advisering, consultancy, en management, begeleiding, en re-integratie. Met ingang van 7 januari 2011 werden de activiteiten uitgebreid met de omschrijvingen ‘import, export en handelsbemiddeling’. De handelsnaam van [naam bedrijf] is [naam bedrijf] Trading. [naam bedrijf] werd bij uitspraak van 16 november 2011 in staat van faillissement verklaard (curator mr. [naam persoon] ). Enig aandeelhouder van [naam bedrijf] tot 21 oktober 2011 was [naam persoon] en vanaf die datum tot 16 november 2011 [naam persoon] . [naam persoon] was tevens van 31 december 2010 tot 25 januari 2011 alleen en zelfstandig bevoegd bestuurder. Vanaf 25 januari 2011 was medeverdachte [naam persoon] alleen en zelfstandig bevoegd bestuurder van [naam bedrijf] . [naam persoon] heeft verklaard dat hem eind 2010 door [verdachte 3] is verteld dat [naam persoon] de plaats van de bestuurder van [naam bedrijf] kon innemen van de heer [naam persoon] . Het moet [verdachte 3] zijn geweest die de inschrijving bij de Kamer van Koophandel - met terugwerkende kracht sinds 31 december 2010 - heeft geregeld. [verdachte 3] heeft ook voor zijn opvolger ( [naam persoon] ) gezorgd, nadat [naam persoon] had aangegeven dat hij uit [naam bedrijf] wilde stappen. Noch als bestuurder noch als aandeelhouder van [naam bedrijf] heeft [naam persoon] enige controle uitgeoefend op activiteiten binnen de BV. [naam persoon] heeft nimmer de bankafschriften van [naam bedrijf] , waaruit bleek dat in de periode van 31 januari 2011 tot 16 februari 2011 zeer grote betalingen plaatsvonden op die rekening , gezien en heeft van die transacties geen weet gehad. Medeverdachte [naam persoon] heeft verklaard dat hij werd benaderd door [verdachte 3] . [naam persoon] is op 14 september 2011 met [verdachte 3] bij de Kamer van Koophandel geweest om zich aan te melden als bestuurder. [naam persoon] heeft met terugwerkende kracht [naam bedrijf] op zijn naam gezet als bestuurder vanaf 25 januari 2011. [naam persoon] heeft in de periode voor 14 september 2011 geen enkele bestuurlijke handeling verricht. Handels – en facturenstromen [naam bedrijf] Uit onderzoek van de FIOD is gebleken dat [naam bedrijf] betrokken is geweest bij frauduleus handelen in het kader van btw-carrouselfraude van een goederenstroom met betrekking tot een partij 497 PS3 160gb (Playstations). De Zweedse onderneming [naam bedrijf] (hierna: [naam bedrijf] ) heeft in januari 2011 deze partij PS3 aan [naam bedrijf] verkocht. Na die aankoop vanuit het buitenland was in Nederland sprake van een keten van bedrijven die waren tussengeschoven als ploffer (missing trader) en buffer, alvorens de partij aan [naam bedrijf] werd verhandeld. Tussengeschoven ondernemingen hadden geen economisch toegevoegde waarde en er was sprake van prijsval bij de ploffer. Uit e-mailverkeer, aangetroffen in de administratie van de logistiek dienstverlener [naam bedrijf] , blijkt dat op 16 januari 2011 zes pallets met PS3 160gb werden vervoerd ‘ for [naam bedrijf] 497 units EU’. De partij is op 27 januari 2011 aan [naam bedrijf] gereleased. Op 27 januari 2011 is de partij verplaatst van [naam bedrijf] naar [naam bedrijf] . Uit de administratie van [naam bedrijf] is gebleken dat de partij nog dezelfde dag, op 27 januari 2011, door [naam bedrijf] (Zweden) wordt geleverd aan [naam bedrijf] en vervolgens dezelfde dag weer overgaat via een bedrijf genaamd [naam bedrijf] , naar [naam bedrijf] . [naam bedrijf] heeft de goederen op 31 januari 2011 vrijgegeven aan [naam bedrijf] , dit terwijl de partij al eerder, reeds op 28 januari 2011, op naam van [naam bedrijf] werd verplaatst van [naam bedrijf] naar (opnieuw) [naam bedrijf] . Uit betalingsmutaties van [naam bedrijf] is ten aanzien van de partij 497 PS3 160gb het volgende gebleken. Op 3 februari 2011 is van de rekening van [naam bedrijf] een bedrag van € 119.777,-- overgemaakt naar [naam bedrijf] ; verkoopprijs per stuk: € 241,--. Uit bankafschriften van [naam bedrijf] is gebleken dat [naam bedrijf] op 3 februari 2011 een bedrag van € 124.348,16 van [naam bedrijf] heeft ontvangen met als omschrijving ‘(..) 497 Ps3 160gb’; prijs per stuk € 210,25. Daarmee is doorverkocht met een aanzienlijke verliesmarge en was sprake van een onzakelijke prijsval van ongeveer 12,75% van de inkoopprijs. [naam bedrijf] heeft blijkens een factuur van 26 januari 2011 aan [naam bedrijf] de partij aan [naam bedrijf] verkocht voor € 125.087,45 (incl. € 19.971,95 btw) ofwel € 211,50 per stuk. In de administratie van [naam bedrijf] is een verkoopfactuur aangetroffen, gedateerd 26 januari 2011 en gericht aan [naam bedrijf] , waarop staat dat de goederen voor € 126.861,74 (incl. € 20.255,24 btw) zijn verkocht, dat wil zeggen: € 214,50 per stuk. In de administratie van [naam bedrijf] werd een factuur aangetroffen van 13 januari 2011, gericht aan [naam bedrijf] , waarop staat dat een partij van 497 PS3 160gb wordt verkocht voor in totaal € 131.888,89 (incl. € 21.057,89 btw) ofwel € 223,-- per stuk. De FIOD heeft op grond van de hiervoor weergegeven goederen- en facturenstroom geconstateerd dat de partij 497 PS3 niet voor de consumentenmarkt was bestemd, dat de goederen bewust werden rondgestuurd en dat tussengeschoven ondernemingen geen economisch toegevoegde waarde hadden, zodat kennelijk sprake was van schijnhandel. Ten aanzien van de aangifte omzetbelasting van [naam bedrijf] van januari 2011 Op basis van het VIES-systeem is vastgesteld dat [naam bedrijf] in het eerste kwartaal van 2011 voor een bedrag van in totaal € 553.345,-- intracommunautair heeft verworven. De volgende bedrijven hebben in dat eerste kwartaal vermeld geleverd te hebben aan [naam bedrijf] : [naam bed

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.