GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem, afdeling civiel zaaknummer gerechtshof 200.335.944 zaaknummer rechtbank Gelderland 410839 arrest in het incident van 11 juni 2024 in de zaak van Velauh B.V. die is gevestigd in Ermelo die hoger beroep heeft ingesteld en bij de rechtbank optrad als eiseres eiseres in het incident hierna: Velauh advocaat: mr. W.J. Aardema tegen 1 [geïntimeerde1] 2. [geïntimeerde2] 3. [geïntimeerde3] 4. [geïntimeerde4] die allen wonen in [woonplaats1] en bij de rechtbank optraden als gedaagden verweerders in het incident hierna ook (gezamenlijk): [geïntimeerden] advocaat: mr. P.G.F.M. van Oss 1Het verloop van de procedure in hoger beroep Velauh heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, op 23 augustus 2023 tussen partijen heeft uitgesproken (hierna: het bestreden vonnis). Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep de memorie van grieven inclusief incidentele vordering op grond van artikel 843a Rv de conclusie van antwoord in het incident 2De kern van de zaak 2.1. Velauh heeft in 1999 een huurovereenkomst gesloten met [naam1] B.V. (hierna: [naam1] ) met betrekking tot de huur van een winkelpand. In die overeenkomst was een voorkeursrecht van koop opgenomen. In 2008 is het volledige vermogen van [naam1] , waaronder het verhuurde winkelpand, in EOMP B.V. ingebracht en is de naam van [naam1] gewijzigd in 4P Beheer B.V. Volgens Velauh heeft [naam1] daarmee dat voorkeursrecht geschonden en is zij tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichting om het winkelpand eerst aan Velauh te koop aan te bieden. In 2011 is 4P Beheer B.V. gesplitst in vier vennootschappen, waarvan verweerders (ieder van één) enig bestuurder en aandeelhouder waren. De vier vennootschappen zijn in 2019 vereffend en ontbonden. Volgens Velauh zijn verweerders allen hoofdelijk aansprakelijk jegens Velauh in hun hoedanigheid van vereffenaar en/of enig bestuurder van [naam1] en/of hun eigen holdings. 2.2. De rechtbank heeft in het bestreden vonnis overwogen dat met de transactie in 2008 het voorkeursrecht is geschonden, maar dat de vordering van Velauh jegens [naam1] is verjaard in november 2013. Omdat Velauh na 15 november 2013 geen vordering meer jegens [naam1] geldend kon maken, handelden de bestuurders van de vier vennootschappen – waarin [naam1] in 2011 is gesplitst – niet onrechtmatig op het moment dat zij de vennootschappen in 2019 vereffenden en liquideerden. De rechtbank heeft de vorderingen van Velauh afgewezen. 2.3. Velauh is in hoger beroep gekomen van het bestreden vonnis en heeft tevens een incidentele vordering ingesteld op grond van artikel 843a Rv. Zij vordert [geïntimeerden] te veroordelen een afschrift te verstrekken van een aantal stukken op straffe van verbeurte van een dwangsom. Velauh voert in hoger beroep, naast de in r.o. 2.1 omschreven grondslag, twee nieuwe grondslagen aan, namelijk bestuurdersaansprakelijkheid van verweerder sub 1 als bestuurder van [naam1] en aandeelhoudersaansprakelijkheid van [geïntimeerden] 3Het oordeel van het hof 3.1. Het hof zal de incidentele vordering van Velauh afwijzen. Hierna zal het hof uitleggen hoe het tot deze beslissing is gekomen. 3.2. Velauh vordert op grond van artikel 843a Rv, op straffe van verbeurte van een dwangsom, verstrekking door [geïntimeerden] van een afschrift van: a. de splitsingsakte van 10 juni 2011, waarbij [naam1] (toen genaamd 4P Beheer B.V.) is gesplitst in de vier verkrijgende vennootschappen, te weten Dennenmees Holding B.V., Damaris Holding B.V., Ebjasaf Holding B.V. en Lirean Holding B.V.; b. alle stukken (althans inzage daarin) met betrekking tot de ontbinding en vereffening van ieder van de vier hiervoor genoemde verkrijgende vennootschappen; c. de statuten van [naam1] , zowel zoals die golden vóór 25 september 2008 en die van na die datum; d. de koopovereenkomst(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.