← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2024:3938

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem, afdeling civiel zaaknummer gerechtshof 200.340.986 zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem: 10874714 arrest in kort geding van 11 juni 2024 in de zaak van [appellant] die woont in [woonplaats1] die hoger beroep heeft ingesteld en bij de kantonrechter optrad als eiser hierna: [appellant] advocaat: mr. A.T. Leigh tegen de maatschap Scaly die is gevestigd in Arnhem en bij de kantonrechter optrad als gedaagde hierna: Scaly niet verschenen 1Het verloop van de procedure in hoger beroep [appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis in kort geding dat de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, op 22 februari 2024 tussen partijen heeft uitgesproken. Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit de dagvaarding in hoger beroep. 2De kern van de zaak 2.

  1. [appellant] heeft Scaly gedagvaard in een kort geding procedure bij de kantonrechter (als voorzieningenrechter). Hij heeft het kort geding vervolgens ingetrokken. Scaly heeft gevorderd dat [appellant] in de proceskosten wordt veroordeeld. De kantonrechter heeft die vordering toegewezen. In totaal gaat het om een bedrag van € 542,- (inclusief nakosten). 2.
  2. [appellant] heeft op 21 maart 2024 hoger beroep ingesteld. Hij vordert vernietiging van voornoemd vonnis in kort geding van 22 februari
  3. 2.
  4. Het hof heeft [appellant] in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over zijn ontvankelijkheid, omdat zijn vordering onder de appelgrens van artikel 332 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) ligt. [appellant] heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt. Scaly is niet in de procedure verschenen. 3Het oordeel van het hof 3.
  5. Het hof zal [appellant] niet-ontvankelijk verklaren in het door hem ingestelde hoger beroep. 3.
  6. Volgens art. 332 lid 1 Rv kunnen partijen van een in eerste aanleg gewezen vonnis in hoger beroep komen, tenzij de vordering waarover de rechter in eerste aanleg had te beslissen niet meer bedraagt dan € 1.750,-. In eerste aanleg diende de kantonrechter uitsluitend te beslissen over de door Scaly gevorderde proceskosten. De kantonrechter heeft die kosten toegewezen en begroot op € 407,-, zijnde de helft van het liquidatietarief, en op € 135,- in verband met nakosten. [appellant] is het niet eens met deze veroordeling. Het door hem ingestelde hoger beroep richt zich tegen de toegewezen proceskosten van in totaal € 542,-. Dit bedrag ligt onder de appelgrens. Deze appelgrens is (overeenkomstig) van toepassing in dit geval. Om die reden kan [appellant] niet worden ontvangen in het door hem ingestelde hoger beroep en zal het hof hem niet-ontvankelijk verklaren. Doordat Scaly niet in de procedure is verschenen, blijft een proceskostenveroordeling in hoger beroep achterwege. 4De beslissing Het hof: verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in het door hem ingestelde hoger beroep. Dit arrest is gewezen door mrs. S.C.P. Giesen, M. Schoemaker en G.R. den Dekker, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 11 juni
  7. HR 3 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1087 (r.o. 3.5.4) en HR 3 april 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4175.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.