GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem, afdeling civiel zaaknummer gerechtshof 200.326.606 (zaaknummer rechtbank 10049122) beschikking van 2 januari 2024 in de zaak van 1 [verzoeker1]2. [verzoekster2] die wonen in [woonplaats1]die hoger beroep hebben ingestelden bij de kantonrechter optraden als verzoekershierna: samen [verzoeker1] c.s. en ieder afzonderlijk [verzoeker1 en verzoekster2]advocaat mr. A.C. de Kanter tegen: Vereniging van Eigenaars Appartementengebouwen 1 tot en met 4 [Hoofd-VvE] die is gevestigd in [vestigingsplaats]en bij de kantonrechter optrad als verweersterhierna: de Hoofd-VvEadvocaat mr. W.M. Janse. 1Het verloop van de procedure in hoger beroep [verzoeker1] c.s. heeft hoger beroep ingesteld tegen de beschikking die de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Amersfoort, op 5 april 2023 heeft gegeven. Het procesverloop in hoger beroep blijkt uit: het beroepschrift met bijlagen het verweerschrift met bijlagen het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 13 november 2023 is gehouden. 2De motivering van de beslissing kern van de zaak 2.1. Tussen [verzoeker1] c.s. en de Hoofd-VvE is discussie ontstaan over glazen schuifpanelen die [verzoeker1] c.s. rondom het zitgedeelte op zijn dakterras heeft geplaatst. De vraag is of [verzoeker1] c.s. voor de plaatsing van de glazen schuifpanelen toestemming nodig had van de Hoofd-VvE en als dat het geval was of het besluit van de Hoofd-VvE in stand moet blijven en of de Hoofd-VvE die toestemming heeft mogen weigeren. Voor de beoordeling van deze zaak zijn de volgende omstandigheden van belang. 2.2. Heilijgers Projectontwikkeling B.V. (hierna: Heilijgers) was eigenaar van een perceel bouwgrond in [woonplaats1] . Op dat perceel zijn vier appartementencomplexen gebouwd. Die gebouwen worden hierna gebouw 1, gebouw 2, gebouw 3 en gebouw 4 genoemd. In de notariële akte van 11 januari 2008 (hierna: de hoofdsplitsingsakte) is het perceel in vier appartementsrechten gesplitst. In de hoofdsplitsingsakte zijn de bepalingen van het Modelreglement bij splitsing in appartementsrechten van 17 januari 2006 (hierna: het Modelreglement) van toepassing verklaard. Verder is in de hoofdsplitsingsakte de Hoofd-VvE opgericht. 2.3. De vier voornoemde appartementsrechten zijn bij notariële akten ondergesplitst in diverse appartementsrechten. In de akte van ondersplitsing van 11 januari 2008 (hierna: de ondersplitsingsakte) is de Vereniging van Eigenaars Appartementsgebouw [Onder-VvE gebouw 4] (hierna: de Onder-VvE gebouw 4) opgericht. Ook in deze splitsingsakte is het Modelreglement van toepassing verklaard. Ook gebouw 1, gebouw 2 en gebouw 3 hebben een Onder-VvE gekregen. De vier vereniging van eigenaars worden hierna gezamenlijk de Onder-VvE’s genoemd. 2.4. In het Modelreglement is in artikel 22 en artikel 23 het volgende bepaald.“Artikel 221. Iedere op. aan-, onder- of bijbouw zonder voorafgaande toestemming van de vergadering is verboden. (...) 2. Het zichtbaar aanbrengen in of aan het gebouw van (...) windschermen (..) mag slechts geschieden met toestemming van de vergadering of volgens regels te bepalen in het huishoudelijk reglement. 3. De eigenaars en gebruikers mogen zonder toestemming van de vergadering geen veranderingen aanbrengen in de gemeenschappelijke gedeelten of aan de gemeenschappelijke zaken, ook als deze zich in privé gedeelten bevinden. Artikel 23 1. De eigenaars en gebruikers mogen zonder toestemming van de vergadering geen verandering aanbrengen, waardoor het architectonisch uiterlijk of de constructie van het gebouw gewijzigd zou worden. De toestemming kan niet worden verleend indien de hechtheid van het gebouw door de verandering in gevaar kan worden gebracht. (…)” 2.5. In aanvulling op het Modelreglement is in de ondersplitsingsakte het volgende opgenomen.“Het reglement van ondersplitsing wordt gewijzigd en/of aangevuld als volgt: (...) 15. Aan artikel 22 lid 3 wordt toegevoegd: “De toestemming als hiervoor bedoeld is niet van toepassing voor door/in opdracht van Heiligers aangebrachte wijzigingen in hei kader van meerwerkopties tijdens de eerste bouwrealisatie van het appartementencomplex.” 16. Artikel 23 lid 1 wordt gewijzigd als volgt: De eigenaars en gebruikers mogen zonder toestemming van de vergadering van ondereigenaars en vergadering geen veranderingen in het gebouw aanbrengen, waardoor het architectonisch uiterlijk of de constructie ervan gewijzigd zou worden. De toestemming kan niet worden verleend indien de hechtheid van het gebouw door de verandering in gevaar wordt gebracht en/of in strijd is met architectenrecht.” 2.6. Sinds halverwege 2018 is [verzoeker1] c.s. eigenaar van een appartementsrecht dat recht geeft op het gebruik van de bovenste verdieping aan de [adres] en is hij lid van de onder-VvE gebouw 4. 2.7. Eind 2018 heeft [verzoeker1] c.s. glazen schuifpanelen laten plaatsen rondom het zitgedeelte van zijn dakterras. Daarna is discussie ontstaan over de vraag of [verzoeker1] c.s. voor het plaatsen van de glazen schuifpanelen toestemming had moeten krijgen van de Hoofd-VvE. 2.8. In 2021 is de Hoofd-VvE een procedure bij de rechtbank gestart. De Hoofd-VvE heeft in die procedure gevorderd dat [verzoeker1] c.s. de glazen schuifpanelen op het dakterras van het appartement zou verwijderen. In het vonnis van 9 juni 2021 heeft de rechtbank die vordering toegewezen. 2.9. Tegen dit vonnis heeft [verzoeker1] c.s. hoger beroep ingesteld. Die procedure is bij dit hof bekend onder zaaknummer 200.302.974. Tijdens de mondelinge behandeling na aanbrengen hebben partijen afgesproken dat [verzoeker1] c.s. een aanvraag voor het plaatsen van de glazen schuifpanelen zou indienen bij de Hoofd-VvE. De procedure bij het hof is ambtshalve geroyeerd. 2.10. [verzoeker1] c.s. heeft vervolgens een aanvraag ingediend en als bijlage bij die aanvraag de bouwkundige rapportage van De BBAN Groep (hierna: BBAN) toegevoegd. Op 20 april 2022 heeft een vergadering van eigenaars in de Hoofd-VvE (hierna: algemene ledenvergadering) plaatsgevonden waar de ‘Voorwaarden voor het plaatsen van een serre op een penthouse’ (hierna: de Plaatsingsvoorwaarden) zijn vastgesteld. Daarna heeft op 7 juli 2022 opnieuw een vergadering plaatsgevonden. Tijdens die vergadering is meegedeeld, dat er gestemd is door de vergadering van eigenaars van de Onder-VvE’s. De meerderheid van de leden van de Onder-VvE’s heeft tegen de plaatsing van de glazen schuifpanelen gestemd. De algemene ledenvergadering van de Hoofd-VvE heeft daarna het besluit genomen dat de glazen schuifpanelen van [verzoeker1] c.s. niet worden gedoogd en heeft de aanvraag afgewezen. procedure bij de kantonrechter 2.11. [verzoeker1] c.s. heeft bij de kantonrechter verzocht om voor recht te verklaren dat het door de algemene ledenvergadering van de Hoofd-VvE genomen besluit op 7 juli 2022 nietig is, dan wel het besluit te vernietigen vanwege strijd met de statuten en/of de redelijkheid en billijkheid en/of een reglement. Ook heeft [verzoeker1] c.s. de kantonrechter verzocht om vervangende machtiging te verlenen voor het hebben en houden van de glazen schuifpanelen in zijn penthouse ter vervanging van de (mogelijke) vereiste toestemming van de algemene ledenvergadering van de Hoofd-VvE. Daarnaast heeft [verzoeker1] c.s. verzocht het besluit te schorsen totdat op het verzoek onherroepelijk is beslist en om de Hoofd-VvE te veroordelen in de proceskosten. 2.12. In de beschikking van 5 april 2023 heeft de kantonrechter de verzoeken van [verzoeker1] c.s. afgewezen en is [verzoeker1] c.s. veroordeeld in de proceskosten. procedure bij het hof 2.13. [verzoeker1] c.s. is tegen deze uitspraak in hoger beroep gekomen. Hij heeft het hof verzocht zijn verzoek alsnog toe te wijzen. [verzoeker1] c.s. heeft onder meer aangevoerd dat het besluit van de algemene ledenvergadering van de Hoofd-VvE van 7 juli 2022 om zijn aanvraag af te wijzen nietig is vanwege strijd met de statuten, dan wel vernietigbaar is en heeft verzocht om vervangende machtiging. De Hoofd-VvE heeft verweer gevoerd. 2.14. Bij de beoordeling van het hoger beroep merkt het hof eerst het volgende op. [verzoeker1] c.s. heeft in het beroepschrift verzocht om de procedure met kenmerk 200.302.974 gelijktijdig met deze zaak te behandelen of de zaken ambtshalve te voegen. Omdat de dagvaardingsprocedure ambtshalve geroyeerd is, kan die procedure niet gelijktijdig behandeld of gevoegd worden. Het hof zal om die reden het verzoek van [verzoeker1] c.s. op dit punt afwijzen. toetsingskader 2.15. Een besluit van de algemene ledenvergadering van een vereniging van eigenaars (hierna: VvE) is nietig, wanneer het in strijd met de wet, statuten en/of splitsingsakte is genomen, tenzij uit de wet iets anders voortvloeit (artikel 2:15 in verbinding met artikel 5:124 en artikel 5:129 BW). Een dergelijk besluit is vernietigbaar wanneer het is in strijd met wettelijke of statutaire bepalingen die de totstandkoming van een besluit regelen dan wel met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW worden geëist of met een reglement (artikel 2:15 BW in verbinding met artikel 5:130 BW). Artikel 2:8 lid 1 BW bepaalt voor gevallen als dit dat de VvE en degenen die krachtens de wet en de statuten bij haar organisatie zijn betrokken (de vergadering van eigenaars, het bestuur en de leden) zich tegenover elkaar moeten gedragen naar de eisen van redelijkheid en billijkheid. Van vernietigbaarheid van een besluit is sprake als een besluit naar inhoud of totstandkoming in strijd is met de genoemde gedragsregel. Het is een marginale toets. De toetsingsmaatstaf voor de rechter voor de inhoud van het besluit is of de algemene ledenvergadering van de Hoofd-VvE bij afweging van alle bij het besluit betrokken belangen in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. de uitspraak van 9 juni 2021 2.16. Het hof stelt bij de beoordeling van het hoger beroep van [verzoeker1] c.s. het volgende voorop. In de beschikking van 5 april 2023 heeft de kantonrechter overwogen dat het gebonden is aan de uitspraak van de rechtbank van 9 juni 2021, omdat deze uitspraak onherroepelijk zou zijn. Aangezien de procedure ambtshalve is geroyeerd, kunnen partijen de procedure op ieder moment weer opbrengen. Er is geen onherroepelijke uitspraak en het hof is om die reden niet gebonden aan de uitspraak van de rechtbank van 9 juni 2021, zoals door [verzoeker1] c.s. terecht is aangevoerd. Is het besluit nietig? Nee. 2.17. Zoals in artikel 22 lid 1 van het Modelreglement is bepaald, is iedere op-, aan- onder- of bijbouw zonder voorafgaande toestemming van de algemene ledenvergadering van de VvE verboden. Niet in geschil is dat de glazen schuifpanelen als op- of aanbouw gezien moeten worden. Daarom valt het plaatsen van de glazen schuifpanelen onder de reikwijdte van artikel 22 van het Modelreglement. [verzoeker1] c.s. heeft dus in beginsel toestemming nodig van de VvE’s voor plaatsing van de glazen schuifpanelen. [verzoeker1] c.s. heeft aangevoerd dat er twee uitzonderingen van toepassing zijn, waardoor die toestemming niet nodig is en het besluit nietig is. 2.18. In de eerste plaats heeft [verzoeker1] c.s. gesteld dat het plaatsen van de glazen schuifpanelen een meerwerkoptie is en dat op grond van artikel 15 van de ondersplitsingsakte daarvoor geen toestemming van de VvE’s nodig is. Het hof volgt [verzoeker1] c.s. hier niet in. Artikel 22 lid 3 van het Modelreglement (zoals gewijzigd bij artikel 15 van de ondersplitsingsakte) bepaalt dat toestemming niet nodig is voor door/in opdracht van Heilijgers aangebrachte wijzigingen in het kader van meerwerkopties tijdens de eerste bouwrealisatie van het appartementencomplex. Dit is hier niet het geval. De architect heeft weliswaar verklaard dat de glazen schuifpanelen conform de ontwerptekeningen zijn en dat de plaatsing van de schuifpanelen een mogelijkheid was tijdens de eerste bouwrealisatie van het appartementencomplex, maar dit maakt de overweging van het hof niet anders. Ook al zou dit zo zijn geweest, hetgeen door de Hoofd-VvE uitdrukkelijk is weersproken, is geen sprake van een meerwerkoptie zoals bedoeld in artikel 22 lid 3 van het Modelreglement. Het appartementencomplex is ongeveer 13 jaar geleden opgeleverd. [verzoeker1] c.s. heeft in 2018, dus ver na de oplevering van het appartementencomplex door Heilijgers, de opdracht gegeven tot het plaatsen van de glazen schuifpanelen. Van een meerwerkoptie die zou zijn verricht door of in opdracht van Heilijgers tijdens de eerste bouwrealisatie is dus geen sprake. 2.19. In de tweede plaats heeft [verzoeker1] c.s. in het beroepschrift erop gewezen dat er geen toestemming nodig is, omdat de glazen schuifpanelen geen wijziging meebrengen in (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.