← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2024:5149

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.327.057 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 516768) beschikking van 13 augustus 2024 in de zaak van [verzoeker] , wonende te [woonplaats1] , verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: de man en [verweerster] , wonende te [woonplaats1] , verweerster in hoger beroep, verder te noemen: de vrouw, advocaat: mr. S. Makhloufi te Utrecht. 1De procedure in eerste aanleg Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 15 februari 2023, uitgesproken onder voormeld zaaknummer, verder ook te noemen: de bestreden beschikking. 2De procedure in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: het beroepschrift met producties, ingekomen op 15 mei 2023; het verweerschrift met productie, ingekomen op 19 september

  1. 2.2 De mondelinge behandeling over de ontvankelijkheid heeft op 10 januari 2024 plaatsgevonden. Van deze mondelinge behandeling is proces-verbaal opgemaakt. Er is vervolgens een reguliere mondelinge behandeling gepland op 23 april
  2. Daarna heeft het hof ontvangen: een e-mailbericht van mr. Flipse van 22 april 2024 met het verzoek de mondelinge behandeling aan te houden omdat de man geen advocaat meer heeft; drie e-mailberichten van mr. Makhloufi van 23 april 2024 met daarin geuit bezwaar tegen aanhouding van de mondelinge behandeling. 2.3 Het hof heeft partijen vervolgens bericht dat het uitstelverzoek is gehonoreerd en dat het hof had geconstateerd dat de echtscheiding nog niet was ingeschreven. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich uiterlijk 30 april 2024 uit te laten wat er met de zaak moest gebeuren. Daarna heeft het hof ontvangen: - een e-mailbericht van mr. Makhloufi van 25 april 2024 met het verzoek de man in zijn hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren. 3De feiten Partijen zijn naar Marokkaans recht [in] 1988 met elkaar getrouwd bij het consulaat van het Koninkrijk Marokko in Amsterdam. De rechtbank heeft bij de bestreden beschikking de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. 4Het geschil 3.1 Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank de echtscheiding tussen partijen uitgesproken, en voor zover hier van belang -uitvoerbaar bij voorraad- bepaald dat de man met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand een bijdrage in de kosten van het levensonderhoud van de vrouw moet betalen van € 426,- per maand. 3.2 De man is met twee grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. De grieven zien op de behoefte/ behoeftigheid van de vrouw en de draagkracht van de man. De man verzoekt het hof de bestreden beschikking wat betreft de partneralimentatie te vernietigen. 3.3 De vrouw voert verweer en zij verzoekt het hof de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek tot vernietiging van de bestreden beschikking en om de bestreden beschikking te bekrachtigen, kosten rechtens. 4De overwegingen voor de beslissing 4.1 Een echtscheiding komt tot stand door de inschrijving van de beschikking in de registers van de burgerlijke stand (artikel 1:163 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW)). Op grond van artikel 1:163 lid 3 BW moet deze inschrijving uiterlijk zes maanden na de dag waarop de beschikking in kracht van gewijsde is gegaan plaatsvinden. Op grond van artikel 358 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is de echtscheiding drie maanden na 15 februari 2023 (de dag van de uitspraak) in kracht van gewijsde gegaan. Dat betekent dat de echtscheidingsbeschikking uiterlijk 15 november 2023 kon worden ingeschreven. Uit de Basisregistratie Personen (BRP) van partijen blijkt dat dit niet is gebeurd. Dit betekent dat de bestreden beschikking haar kracht is verloren (zie artikel 1:163 lid 3 BW) en behandeling van het hoger beroep van de man geen zin meer heeft. 4.2 Het hof zal de man daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn verzoek in hoger beroep. 5De slotsom Het hof, beschikkende in hoger beroep: verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn verzoek in hoger beroep. Deze beschikking is gegeven door mrs. A.E. Grosscurt, S. Kuijpers en P.B. Kamminga, bijgestaan door F.E. Knoppert als griffier, en is op 13 augustus 2024 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.