← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2024:5466

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem, afdeling civiel zaaknummer gerechtshof 200.341.068 zaaknummers bij vorige instanties: rechtbank Zeeland-West-Brabant 373863 gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 200.293.181 Hoge Raad 22/03274 arrest na verwijzing van 27 augustus 2024 in de vrijwaringszaak van Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V. die is gevestigd in Den Haag die hoger beroep heeft ingesteld en bij de rechtbank optrad als gedaagde hierna: Nationale-Nederlanden advocaat: mr. E.A.L. van Emden tegen [geïntimeerde] voorheen handelend onder de naam [naam1] die woont in [woonplaats1] die ook hoger beroep heeft ingesteld en bij de rechtbank optrad als eiser hierna: [geïntimeerde] na verwijzing niet verschenen 1Het (verdere) verloop van de procedure in hoger beroep na verwijzing 1.1 Na het verwijzingsarrest van de Hoge Raad van 16 februari 2024 heeft Nationale-Nederlanden dat arrest aan [geïntimeerde] betekend en hem gedagvaard om bij dit (verwijzings)hof te verschijnen voor de verdere behandeling van de zaak. 1.2 [geïntimeerde] is hierop niet bij dit hof verschenen. 1.3 Nationale-Nederlanden heeft een memorie in de procedure na cassatie en verwijzing genomen met één productie. 1.4 Hierna heeft Nationale-Nederlanden haar procesdossier aan het hof overgelegd en gevraagd arrest te wijzen. 2Het oordeel van het hof 2.1 Het exploot van dagvaarding vermeldt, kennelijk op de voet van artikel 111 lid 2, aanhef en onder k. Rv, de mededeling dat na cassatie en verwijzing van [geïntimeerde] bij verschijning bij dit (verwijzings)hof griffierecht zal worden geheven. 2.2 Dit is onjuist. De procedure na cassatie en verwijzing is niet een zelfstandige instantie met een eigen procesgang, maar vormt de voortzetting van de, door de vernietiging onvoltooide, appelinstantie die voorafging aan het cassatiegeding. Daarin past dan niet dat een procespartij na verwijzing voor de voortzetting van de appelinstantie opnieuw griffierecht zou moeten betalen. Die onjuiste mededeling kan er bij [geïntimeerde] , aan wie de dagvaarding was betekend, toe hebben geleid dat hij om die reden niet is verschenen. Het gebrek in het exploot van dagvaarding kan alsnog bij exploot worden hersteld. Daartoe zal Nationale-Nederlanden in de gelegenheid worden gesteld. 2.3 Iedere verdere beslissing moet worden aangehouden. 3De beslissing Het hof: 3.1 bepaalt als nieuwe roldatum 24 september 2024; 3.2 beveelt aan Nationale-Nederlanden dat zij deze roldatum bij exploot aan [geïntimeerde] aanzegt met herstel van het hiervoor aangemerkte gebrek en met oproeping van [geïntimeerde] om verder te procederen in antwoord op de inmiddels genomen memorie; 3.3 houdt iedere verdere beslissing aan. Dit arrest is gewezen door mrs. H.L. Wattel, J. Sap en A.W. Steeg, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2024. Zie artikel 424 Rv en onder meer HR 17 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO1818

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.