← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2024:5559

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.339.185/01 CJIB-nummer : 248255512 Uitspraak d.d. : 30 augustus 2024 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 12 januari 2024, betreffende [de betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats] . De gemachtigde van de betrokkene is U. Hosgoren, kantoorhoudende te Dieren. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 187,

  1. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling
  2. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “als bestuurder met een motorvoertuig of als brom- of snorfietser onnodig geluid veroorzaken”. Deze gedraging zou zijn verricht op 20 maart 2022 om 01.23 uur op de Oude Kraan in Arnhem met het voertuig met het kenteken [kenteken] . De kantonrechter heeft het bedrag van de sanctie gematigd naar € 187,50 omdat de hoorplicht is geschonden door de officier van justitie.
  3. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de betrokkene van meet af aan betwist dat hij de gedraging heeft verricht. De betrokkene heeft geen auto gereden en beschikt niet over een rijbewijs. De ambtenaren hebben het geluid gehoord op een hectisch moment. Het is aannemelijk dat zij dit geluid inderdaad hebben gehoord, maar de betrokkene betwist dat hij hier verantwoordelijk voor was. De situatie speelde zich af op een parkeerplaats, een drukke locatie met meerdere wegen rondom. Het geluid kon van meerdere bronnen afkomstig zijn. Het scheen ook druk te zijn, het was een uitgaansavond. De parkeerplaats ligt onder een weg, waardoor echo ontstaat die de geluidswaarneming kan aantasten. Daarnaast zijn er punten om te twijfelen aan de juistheid van het proces-verbaal. De ambtenaar verklaart dat het een rode Peugeot 206 met kenteken [kenteken] zou betreffen, maar dat kenteken bestaat niet. Daarnaast heeft de betrokkene ook een strafbeschikking voor rijden onder invloed en wederspannigheid opgelegd gekregen, die zijn ingetrokken. De betrokkene heeft gezien dat de ambtenaren bodycams droegen, en gehamerd op het bekijken van die beelden. De beelden zijn niet gedeeld door de politie. Volgens de ervaring van de gemachtigde is het niet gebruikelijk dat het openbaar ministerie coulant is bij dergelijke feiten. Gelet daarop meent de gemachtigde dat er bij het openbaar ministerie en de politie ook twijfel bestaat omtrent de juistheid van het proces-verbaal. Tot slot voert de gemachtigde aan dat de kantonrechter het verzoek om een proceskostenvergoeding ten onrechte heeft afgewezen, omdat hij zijn werkzaamheden wel bedrijfsmatig uitoefent.
  4. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
  5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: “(…) Toen wij met deze bestuurder in gesprek waren hoorden wij om 01.20 uur een auto een hoogtoerig motorgeluid maken en met piepende banden rijden. Ik, verbalisant [naam1] , zag dat dit een rode Peugeot 206 voorzien van kenteken [kenteken] betrof welke daar stil bleef staan. (…)Aan de betrokkene is de cautie verleend. (…)Verklaring betrokkene: Is niet waar.”
  6. Het hof ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring in het zaakoverzicht. De omstandigheden die de gemachtigde noemt waaronder de gedraging is waargenomen, maken niet zonder meer dat de ambtenaren niet hebben kunnen vaststellen dat het geluid afkomstig was van het onder
  7. genoemde voertuig. De enkele ontkenning dat de betrokkene heeft gereden en geen rijbewijs heeft, leidt ook niet tot twijfel. De sanctie is immers na staandehouding opgelegd aan de betrokkene als bestuurder.
  8. Wat betreft de andere genoemde punten die maken dat volgens de gemachtigde getwijfeld kan worden aan de verklaring overweegt het hof dat de advocaat-generaal gegevens uit het kentekenregister heeft overgelegd waaruit volgt dat wel een voertuig met het kenteken [kenteken] bestaat en dat dit een rode Peugeot 206 betreft. Ten aanzien van de strafbeschikkingen heeft de gemachtigde geen informatie meegestuurd om dit te onderbouwen. Wel blijkt uit het proces-verbaal van de zitting bij de kantonrechter dat de gemachtigde daar heeft toegelicht dat één van de strafbeschikkingen is ingetrokken vanwege een recente bestraffing. Als een recente bestraffing de reden is dat een zaak geseponeerd wordt, wil dat niet zonder meer zeggen dat er onvoldoende bewijs is en de conclusie kan worden getrokken dat het openbaar ministerie en de politie twijfelen aan de verklaring. Het hof ziet hierin dus ook geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de ambtenaren over de gedraging in deze zaak.
  9. Gelet op het voorgaande stelt het hof vast dat de gedraging is verricht.
  10. Ten aanzien het verzoek om een proceskostenvergoeding, stelt het hof vast dat de kantonrechter de sanctie onder verwijzing naar het arrest van het hof van 20 november 2022 (ECLI:NL:GHARL:2022:9934) heeft gematigd omdat de officier van justitie de betrokkene niet heeft gehoord. Volgens vaste rechtspraak van het hof wordt de sanctie gematigd bij schending van de hoorplicht ingeval de betrokkene niet wordt bijgestaan door een professioneel gemachtigde. Het hof stelt vast dat in dit geval de gemachtigde de betrokkene ook bijstond in de fase van administratief beroep. Dit betekent dat, was de gemachtigde wel als een professioneel gemachtigde aangemerkt door de kantonrechter, het bedrag van de sanctie volgens vaste rechtspraak niet was gematigd. Dan was er ook geen aanleiding geweest om een proceskostenvergoeding te kennen. Gelet hierop bestaat er geen belang bij bespreking van de grond of de gemachtigde als een professioneel gemachtigde is aan te merken en er al dan niet ten onrechte geen proceskostenvergoeding is toegekend.
  11. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen. De beslissing Het gerechtshof: bevestigt de beslissing van de kantonrechter; wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af. Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Wijmenga als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.