← Nederland

ECLI:NL:GHARL:2024:5776

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem nummer BK-ARN 23/1502 uitspraakdatum: 10 september 2024 Uitspraak van de achttiende enkelvoudige kamer op het hoger beroep van [belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland (hierna: de Rechtbank) van 18 april 2023, nummer UTR 22/5741, in het geding tussen belanghebbende en de heffingsambtenaar van de gemeente Baarn (hierna: de heffingsambtenaar) 1Ontstaan en loop van het geding 1.

  1. De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres1] te [woonplaats] (hierna: de woning), per waardepeildatum 1 januari 2021, voor het jaar 2022 vastgesteld op € 348.
  2. Tegelijk met deze beschikking heeft de heffingsambtenaar voor dat jaar aan belanghebbende een aanslag onroerendezaakbelasting opgelegd. 1.
  3. Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar de beschikking en de aanslag gehandhaafd. 1.
  4. Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de Rechtbank. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. 1.
  5. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend. 1.
  6. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 augustus
  7. Daarbij zijn verschenen en gehoord A. Oosters, als de gemachtigde van belanghebbende, alsmede [naam1] namens de heffingsambtenaar, tevens taxateur. 2Vaststaande feiten Belanghebbende is eigenaar van de woning met de volgende objectkenmerken: Type woning 2^1 kapwoning Wijk Centrum Bouwjaar 1885 Oppervlakte 76 m2 Kavel 98 m2 Overig Dakkapel 1 m2 Berging/schuur vrijstaand 14 m2 3Geschil In hoger beroep is in geschil of de waarde van de woning per de waardepeildatum te hoog is vastgesteld. 4Beoordeling van het geschil 4.
  8. Ter zitting bij het Hof hebben partijen een compromis bereikt. Zij zijn het navolgende overeengekomen: De waarde van de onroerende zaak per waardepeildatum 1 januari 2021 zal worden verminderd naar € 325.000; De aanslag onroerendezaakbelasting zal dienovereenkomstig worden verminderd; De proceskostenvergoeding wordt overeenkomstig het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op 2 punten voor de bezwaarfase (bezwaarschrift, hoorzitting), 2 punten voor de beroepsfase (beroepschrift, bijwonen zitting) en 2 punten voor de hogerberoepsfase (hogerberoepschrift, bijwonen zitting), waarbij een wegingsfactor van 1 voor alle fases wordt gehanteerd; De heffingsambtenaar zal aan belanghebbende het voldane griffierecht vergoeden; De heffingsambtenaar zal aan belanghebbende de kosten voor het laten opmaken van een taxatierapport (€ 128,26) vergoeden. 4.
  9. Het Hof zal overeenkomstig het door partijen gesloten compromis beslissen. Slotsom Op grond van het vorenstaande is het hoger beroep gegrond 5Griffierecht en proceskosten Het Hof stelt de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep heeft moeten maken overeenkomstig het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 1.248 voor de kosten in de bezwaarfase (2 punten (bezwaarschrift en hoorzitting) x wegingsfactor 1 x € 624), € 1.750 voor de kosten in eerste aanleg (2 punten (beroepschrift, bijwonen zitting) x wegingsfactor 1 x € 875) en € 1.750 voor de kosten in hoger beroep (2 punten (hogerberoepschrift, bijwonen zitting) x wegingsfactor 1 x € 875), ofwel in totaal op € 4.
  10. 6Beslissing Het Hof: - vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, - vernietigt de uitspraak op bezwaar, - vermindert de waarde tot € 325.000; - vermindert de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig, - veroordeelt de heffingsambtenaar in de kosten van belanghebbende van het geding in bezwaar, beroep en hoger beroep, vastgesteld op € 4.748 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand; - bepaalt dat de heffingsambtenaar de kosten van het in opdracht van belanghebbende opgemaakte taxatierapport (€ 128,26) vergoed; - bepaalt dat de heffingsambtenaar het van belanghebbende geheven griffierecht in beroep (€ 50) en hoger beroep (€ 136) vergoed. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.E. Keulemans, voorzitter in tegenwoordigheid van mr. G.J. van de Lagemaat als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 september 2024 De griffier, De voorzitter, G.J. van de Lagemaat A.E. Keulemans Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op 12 september 2024 Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl. Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl). Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
  11. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd; 2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn; 3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener; b. de dagtekening; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht; d. de gronden van het beroep in cassatie. Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten. HR 12 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:1060.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.