GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem nummer BK-ARN 24/522 uitspraakdatum: 17 september 2024 Uitspraak van de drieëntwintigste enkelvoudige belastingkamer op het hoger beroep van [belanghebbende] te [woonplaats] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 12 februari 2024, nummer ZWO 23/161, in het geding tussen belanghebbende en de heffingsambtenaar van de gemeente Hellendoorn (hierna: de heffingsambtenaar) 1Ontstaan en loop van het geding 1.
- De heffingsambtenaar heeft bij beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak [adres1] te [woonplaats] (hierna: de woning), per waardepeildatum 1 januari 2021, voor het jaar 2022 vastgesteld op € 266.
- Tegelijk met deze beschikking heeft de heffingsambtenaar voor dat jaar aan belanghebbende een aanslag onroerendezaakbelasting opgelegd. 1.
- Op het bezwaarschrift van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar bij uitspraak op bezwaar de waarde gehandhaafd. 1.
- Belanghebbende is tegen die uitspraken in beroep gekomen bij de rechtbank Overijssel (hierna: de Rechtbank). De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. 1.
- Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend. 1.
- Belanghebbende heeft voorafgaand aan de zitting nadere stukken ingediend. 1.
- Het onderzoek ter zitting heeft digitaal plaatsgevonden op 18 juli
- Daarbij zijn verschenen en gehoord belanghebbende en mr. A. Bakker, als de gemachtigde van belanghebbende, alsmede [naam1] , taxateur, namens de heffingsambtenaar. Na de zitting is het onderzoek gesloten. Belanghebbende is daarbij, met toestemming van de heffingsambtenaar, in de gelegenheid gesteld om schriftelijk te reageren op het ter zitting gedane compromisaanbod. Bij brief van 22 juli 2024 heeft belanghebbende het Hof in kennis gesteld dat het compromis wordt aanvaard. 2Vaststaande feiten Belanghebbende is eigenaar van de woning. Het betreft een 2-onder-1-kapwoning uit 1980, met een gebruiksoppervlakte van ongeveer 141m² en een kaveloppervlakte van ongeveer 328m². De woning beschikt verder over een vrijstaande garage, overkapping en berging. 3Geschil In hoger beroep is in geschil of de waarde van de woning per de waardepeildatum te hoog is vastgesteld. 4Beoordeling van het geschil 4.
- De waarde als bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Wet WOZ is naar de bedoeling van de wetgever ‘de prijs welke door de meestbiedende koper besteed zou worden bij aanbieding ten verkoop op de voor de zaak meest geschikte wijze na de beste voorbereiding’ (Kamerstukken II 1992/93, 22.885, nr. 3, blz. 44). 4.
- Belanghebbende heeft de door de heffingsambtenaar vastgestelde waarde van de onroerende zaak gemotiveerd betwist. Daarom rust op de heffingsambtenaar de last aannemelijk te maken dat die waarde niet te hoog is (vgl. HR 14 oktober 2005, nr. 40.299, ECLI:NL:HR:2005:AU4300 (Oostflakkee), r.o. 3.2). Bij beantwoording van de vraag of hij daarin slaagt zijn niet alleen de bewijsmiddelen die de heffingsambtenaar daartoe aandraagt van belang, maar ook de stukken en stellingen die belanghebbende ter betwisting daarvan aandraagt (HR 3 maart 2023, nr. 22/02928, ECLI:NL:HR:2023:332, r.o. 3.2). 4.
- Indien de belanghebbende beroep doet op feiten en omstandigheden die volgens hem tot een lagere waardering van de onroerende zaak leiden, zoals vervuiling of veroudering, is het aan hem te stellen, en bij betwisting te bewijzen, dat dergelijke feiten en omstandigheden zich hebben voorgedaan. Slaagt de belanghebbende daarin, dan brengt een redelijke verdeling van de bewijslast mee dat de heffingsambtenaar aannemelijk dient te maken dat met die feiten en omstandigheden bij het vaststellen van de waarde voldoende rekening is gehouden (vgl. HR 10 juni 2011, nr. 10/02708, ECLI:NL:HR:2011:BQ7597, r.o. 3.2.4, HR 10 juli 2015, nr. 14/05141, ECLI:NL:HR:2015:1776, r.o. 2.4, en HR 12 april 2024, nr. 22/03770, ECLI:NL:HR:2024:571, r.o. 4.2.3). 4.
- Ter zitting heeft de heffingsambtenaar verklaard dat hij akkoord kan gaan met een verlaging van de WOZ-waarde tot € 250.
- Na de zitting heeft belanghebbende schriftelijk verklaard dat hij daarmee instemt en akkoord is met een vergoeding voor proceskosten en griffierechten van in totaal € 3.
- Slotsom 4.
- Het Hof zal gelet hierop het hoger beroep gegrond verklaren en de WOZ-waarde overeenkomstig het bereikte compromis verlagen naar € 250.
- 5Griffierecht en proceskosten Het Hof ziet verder aanleiding om overeenkomstig het bereikte compromis te bepalen dat de heffingsambtenaar een bedrag van € 3.809 vergoedt aan belanghebbende voor de betaalde griffierechten en de kosten in verband met de behandeling van het bezwaar, beroep en hoger beroep. 6Beslissing Het Hof: - vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, - vernietigt de uitspraak op bezwaar, - vermindert de waarde tot € 250.000, - vermindert de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig, - bepaalt dat de heffingsambtenaar aan belanghebbende een bedrag vergoedt van in totaal € 3.809 voor de proceskosten en het betaalde griffierecht. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.W. van de Sande, raadsheer, in tegenwoordigheid van mr. C.M.R. Bouwman als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 september 2024 De griffier, De raadsheer, (C.M.R. Bouwman) (J.M.W. van de Sande) Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op 19 september 2024 Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl. Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl). Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
- bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd; 2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn; 3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener; b. de dagtekening; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht; d. de gronden van het beroep in cassatie. Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.