GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Leeuwarden, afdeling civiel zaaknummer gerechtshof 200.338.457/01 zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 10380100 arrest van 26 november 2024 in de zaak van Qred AB, die is gevestigd in Stockholm, Zweden, die hoger beroep heeft ingesteld, en bij de kantonrechter optrad als eiseres, hierna: Qred, advocaat: mr. E.N. de Jonge in Groningen, tegen [geïntimeerde] (voorheen) h.o.d.n. [naam1] , die woont in [woonplaats1] , en bij de kantonrechter optrad als gedaagde, hierna: [geïntimeerde], niet verschenen. 1Het verloop van de procedure in hoger beroep Eerder is in deze zaak een arrest gewezen dat op 3 september 2024 is uitgesproken. Qred heeft vervolgens een akte genomen en daarbij vijf producties overgelegd. 2De kern van de zaak 2.1 [geïntimeerde] heeft met Qred een kredietovereenkomst gesloten. De kredietovereenkomst is opgezegd en Qred wil terugbetaling van het geleende bedrag met rente en kosten. 2.2 Het hof had meer informatie nodig alvorens het kon oordelen over de vordering van Qred, met name over het zakelijk karakter van de gestelde kredietovereenkomst. 2.3 Met de nader overgelegde informatie en stukken is het hof van oordeel dat de vordering van Qred kan worden toegewezen. Dat wordt hierna uitgelegd. 3Het oordeel van het hof De verdere beoordeling van de grieven 3.1 Qred heeft – in reactie op de van haar gevraagde toelichting – uitgelegd dat de aanvraag voor het verstrekte krediet is ontvangen via een door [geïntimeerde] ingeschakelde intermediair (‘RegeljeLease.nl’), die ook heeft bemiddeld bij de door [geïntimeerde] gewenste totstandkoming van een leaseovereenkomst voor een bedrijfsbus en dat de bewuste intermediair uitsluitend zaken doet met ondernemers en nimmer met particulieren. Omdat de intermediair regelmatig zaken doet met Qred, wordt die door Qred ook als een betrouwbare partner gezien. Van de intermediair zijn de zakelijke gegevens over [geïntimeerde] ontvangen, zoals bedrijfsnaam en inschrijvingsnummer van het handelsregister alsook zijn NAW-gegevens. Uit het handelsregister bleek dat [geïntimeerde] een koeriersdienst exploiteerde, waarna er op of omstreeks 6 januari 2022 telefonisch contact over de aanvraag is geweest met zowel de intermediair als [geïntimeerde] . [geïntimeerde] heeft in zijn telefoongesprek met Qred informatie verstrekt over zijn bedrijf, het doel van de lening (voorfinanciering van de btw met betrekking tot het bedrijfsvoertuig), zijn omzet, de mogelijkheden voor maandelijkse (af)betalingen, eventueel andere leningen en zijn betalingsgedrag, waarbij Qred informatie aan [geïntimeerde] heeft verstrekt over haar bedrijf, de lening, de aflossing en de betalingsvoorwaarden. Nadat Qred vervolgens de kredietovereenkomst aan [geïntimeerde] heeft gezonden, heeft hij deze ondertekend teruggezonden, aldus Qred. 3.2 Met de nader verstrekte (onweersproken gebleven) informatie heeft Qred voldoende onderbouwd dat de kredietovereenkomst zakelijk van aard is. Het hof ziet, ondanks de in het tussenarrest gesignaleerde onbalans in de door [geïntimeerde] op zich genomen verplichtingen, mede gezien het ontbreken van (verder) verweer van zijn kant, geen aanknopingspunten voor een oordeel dat de overeenkomst (toch) bestreken wordt door consumentenbeschermende bepalingen. Er is naar het oordeel van het hof dus ook geen grond om [geïntimeerde] in dit verband geheel of gedeeltelijk met een consument gelijk te stellen. 3.3 Daarmee is sprake van een kredietovereenkomst met (de eenmanszaak van) [geïntimeerde] . Hij is als eigenaar van die eenmanszaak en als degene voor wiens rekening de eenmanszaak werd gedreven, gehouden tot nakoming van de verplichtingen uit die overeenkomst. De door hem afgegeven borgtocht is daarbij niet van belang. 3.4 Onweersproken is gebleven dat [geïntimeerde] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de verplichtingen uit de kredietovereenkomst door niet (volledig en tijdig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen. Dit heeft ertoe geleid dat het krediet in een brief van 19 mei 2022 werd opgezegd per 29 mei 2022, tenzij tijdig € 213,59 werd betaald. [geïntimeerde] heeft dat bedrag niet voldaan waardoor de kredietovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd en het restantsaldo ineens opeisbaar werd. Volgens Qred bedroeg op dat moment haar vordering op [geïntimeerde] € 2.222,59, zijnde het leenbedrag van € 2.000,- vermeerderd met drie openstaande vergoedingen van € 59,- over de maanden april tot en met juni 2022, de vertragingsrente van € 25,59 en een vertragingsvergoeding van € 20,-. 3.5 Qred heeft het door haar gevorderde bedrag van € 3.223,35 in de dagvaarding en de daarbij gevoegde specificatie als volgt onderbouwd. Het door haar per 7 juni 2022 berekende bedrag van € 2.222,59 moet worden vermeerderd met de tot en met 28 februari 2023 berekende vertragingsrente van € 597,36 en de vergoeding voor buitengerechtelijke kosten van € 403,40 inclusief btw. Bij deze berekening is rekening gehouden met het door [geïntimeerde] op 25 maart 2022 betaalde bedrag van € 118,-, zijnde de vergoedingen van € 59,- voor de maanden januari en februari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.